| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Publicaties

Flexibele schil betrekken bij de medezeggenschap

Bedrijven hebben een grote wens om flexibel in te spelen op veranderingen, bijvoorbeeld op veranderende bedrijfseconomische omstandigheden. Veel werkgevers gaan er vanuit, dat het moeilijk is om – wanneer dit nodig is – afscheid te nemen van vaste werknemers. De recente wijzigingen in het ontslagrecht hebben deze vrees vooralsnog niet weggenomen. Samen met de lange loondoorbetalingsverplichting bij ziekte leidt dit ertoe dat veel bedrijven een ´flexibele schil´ kennen, die kan bestaan uit bijvoorbeeld uitzendkrachten, payroll-werknemers, ZZP-ers of werknemers met een tijdelijk contract. Vaak genieten deze flexers minder bescherming dan de vaste medewerkers en zijn zij bij reorganisatie de eersten van wie afscheid genomen moet worden. Voor veel ondernemingen geldt, dat de flexibele schil de afgelopen jaren in omvang is gegroeid.

De OR bestaat (toch) nog, maar wordt niet (tijdig) om advies gevraagd

Een spoorwegonderneming wenst de werkzaamheden van de financiële afdeling naar Warschau te verplaatsen. Op het moment dat de ondernemingsraad zijn adviesrecht hieromtrent wil uitoefenen, stelt de bestuurder zich (plots) op het standpunt dat de ondernemingsraad heeft opgehouden te bestaan, omdat de onderneming in Nederland onder de instellingsgrens van de WOR is gezakt. Tegelijkertijd vraagt men wel advies aan de OR. Mede omdat dit advies te laat wordt gevraagd gaat de OR naar de Ondernemingskamer.

Op naar de toekomst!

Vorige week stond het nieuwe kabinet op het bordes. Er is maanden onderhandeld over het regeerakkoord: ‘Vertrouwen in de toekomst’. Ik heb mijn best gedaan om me door 70 pagina’s tekst door te worstelen en ik waarschuw u alvast: begin er niet aan! Het Bureau woordvoering kabinetsformatie (ja, daar had ik ook nog nooit van gehoord!) zet op zijn website nog een vertaling in het Engels, Duits en Frans, maar veel meer Vertrauen in die Zukunft levert dat bepaald niet op.

‘Maatschappelijk effectieve rechtspraak vereist innovatieve wetgeving’, zo lees ik, en dus komen er ‘experimenten met buurtrechters die regelmatig in de buurt zitting hebben’. Deze buurtrechters richten zich op ‘juridisch eenvoudige zaken en bestaan uit (kanton)rechters die ook in de gewone rechtspraak werkzaam zijn of waren’. Nog los van het kromme Nederlands moet ik het nog zien gebeuren, maar áls het gebeurt stel ik mijn keukentafel graag ter beschikking!

Ik hoop dat u er nog bent, want ik ben nog niet klaar. Waar ik nog nergens iets over had gelezen is dat ‘wordt bezien of een heffing op lawaaiige en vervuilende vliegtuigen mogelijk is’. Wat de niet-lawaaiige en niet-vervuilende vliegtuigen zijn blijft een raadsel. Wordt het niks met die heffing dan komt er in 2021een vliegbelasting. Om daar meteen aan toe te voegen: ‘De opbrengst van de vergroening wordt teruggesluisd naar lagere lasten voor burgers en bedrijven’. Dus we blijven met lawaaiige en vervuilende vliegtuigen vliegen en noemen het mislukken van een heffing een vergroening!

Bemoedigend is natuurlijk wel dat onze kinderen op school het Wilhelmus moeten gaan leren zingen. U kunt dan wel tegensputteren en zeggen dat u niet van Duitsen bloed bent, dat God niet uw schild ende betrouwen is of dat u de Koning van Hispanje nog nooit hebt geëerd, maar geef toe dat hier vertrouwen in de toekomst uit blijkt. Het kan niet anders of Buma voorziet dat het Nederlands voetbalelftal het EK van 2020 én het WK van 2022 gaat halen. Dit kabinet is dan al lang weer weg, maar mijn kinderen zingen dan wel mooi uit volle borst mee!

Aandachtspunten voor de OR bij samenwerking in de zorg

Fusies van ziekenhuizen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor onder meer patiënten. Een fusie kan immers ertoe leiden dat bepaalde afdelingen in een ziekenhuis worden gesloten (zoals geboortezorg, of
Eerste Hulp). Daarom gelden hiervoor in de zorg specifieke normen, uitgewerkt in de Zorgbrede Governancecode en de Zorgspecifieke fusietoets. In dit artikel in OR Informatie gaan Suzanne Broens en Annette Terpstra in op de aandachtspunten voor de ondernemingsraad die hiermee te maken krijgt.

Jaar 3 en 4 van de ambtenarenrechtersformule, het einde van het begin, of het begin van het einde?

In 2013 kwam de Centrale Raad van Beroep (‘CRvB’) met de CRvB- of de ambtenarenrechtersformule om een aanvullende vergoeding te berekenen in het geval er sprake was van een overwegend aandeel van het bestuursorgaan bij een ontslag op overige gronden (bijvoorbeeld art. 8:8 CAR/UWO, art. 99 ARAR). Sindsdien volgt Jasper de Waard samen met Gerdin Boelens van Capra Advocaten de ontwikkelingen in de rechtspraak over dit onderwerp. Na artikelen in het Tijdschrift voor ambtenarenrecht over jaar 1 en 2 van de formule, is in augustus 2017 het overzicht verschenen over jaar 3 en 4.

Het nieuwe ontslagrecht en de kookwinkel

Het ontslagrecht is “hot”. Reden: de in no time doorgevoerde wijzigingen per juni 2015, beter bekend als de Wet werk en zekerheid (‘Wwz’). En rechtgeaarde arbeidsrechtspecialisten zitten er natuurlijk bovenop. Net als inmiddels demissionair minister Asscher, die de wet naar aanleiding van kritiek al een aantal malen bijstelde.

Verbetertrajecten onder de WWZ

In de nieuwe Wet Werk en Zekerheid (WWZ) zijn de ontslaggronden limitatief opgenomen. De rechters moeten deze ontslaggronden strikt beoordelen.

Eén van de limitatieve ontslaggronden is de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de overeengekomen arbeid (met andere woorden: disfunctioneren). Voor de ontslaggrond ‘disfunctioneren’ gelden strikte vereisten. Onder meer dient werkgever objectief te kunnen aantonen dat de werknemer onvoldoende functioneert. Daarnaast moet de werknemer door de werkgever zijn aangesproken op zijn onvoldoende functioneren. Dat is nog niet voldoende, ook moet de werknemer in de gelegenheid worden gesteld om zijn functioneren te verbeteren. Veelal wordt dan door de werkgever gesteld dat de werknemer in een verbetertraject zit. Er zijn geen vaste kaders voor het invullen van het verbetertraject. Hoe moet zo’n verbetertraject eruit zien, hoe lang moet het duren?

Tumult op voetbalveld!

Je hebt van die dagen dat alles tegen zit. De wedstrijd begon al meteen verkeerd met de scheids die het doel op veld B afkeurde. De netspanner, of hoe heet zo’n ding, zat los van de paal en dat was volgens deze jongeman, die kennelijk zijn scheidsrechtersdiploma cum laude had gehaald, een ‘gevaarzettende situatie’!

Dat klonk mij als leider van de B1 nogal verontrustend in de oren. Dus dat werd een zoektocht naar tangen, steeksleutels en wat al niet meer. De wedstrijdsecretaris van dienst wist een half gevuld kistje gereedschap tevoorschijn te toveren en samen losten we het op. Scheids tevreden! Dat het doel aan de linkerkant de voorgeschreven 2 meter 44 hoog was en rechts zo op het oog 2 meter 08 ontging hem totaal!

Met een klein kwartier vertraging (binnen de normen van de KNVB, wist onze whizzkid enthousiast te melden!) begon de wedstrijd om 14.43 uur tegen Nieuwegein. Maar daarmee was de ellende nog niet voorbij! Of het onkunde was of de straffe en gure wind laat ik maar even in het midden, feit is dat een hoog over het doel geknalde bal via het talud van de A27 terug ketste op de afrit en vlak voor het stoplicht tot stilstand kwam.

En toen gebeurde het ongelooflijke. Een gedrongen mannetje van een jaar of vijftig in een grijze Peugeot 308 stopte voor het stoplicht en sprong uit zijn auto om de bal te pakken. “Mooi”, zei voorzitter Bart nog die naast mij stond, “die schiet de bal wel weer terug!” In plaats daarvan sprong dit mannetje met bal en al in zijn auto om (door rood!) met gierende banden richting De Bilt te racen..

Dat het met de reservebal nog 3-0 werd deed er allang niet meer toe..

Besluit omvorming naar NV redelijk

Voor OR Informatie heeft Loe Sprengers de beschikking van de Ondernemingskamer van 3 februari 2017 inzake Holland Casino becommentarieerd. Deze beschikking maakt duidelijk, dat de rechter een grote mate van vrijheid laat aan de ondernemer om de keuzes te maken die hij als ondernemer van belang vindt.

Hoe ver gaat de informatieplicht in het kader van een adviestraject?

Het is aan de ondernemingsraad (en niet aan de bestuurder) om te bepalen welke informatie hij nodig heeft om tot een advies te komen. Gaat deze informatieplicht van de bestuurder zo ver dat deze een onafhankelijk extern onderzoek moet laten uitvoeren omdat de OR hier, in het kader van de beoordeling van de adviesaanvraag, om heeft gevraagd? Dit vraagstuk kwam bij de Ondernemingskamer aan de orde in de zaak van de ondernemingsraad van de gemeente Amsterdam/gemeente Amsterdam.

1 2 3 33

Zoek publicaties

Filter publicaties

Nieuwsbrief

Meer informatie