| samen sterk in arbeidsrecht

© 2020 Sprengers Advocaten
Website door: New Fountain

Artikel 24 WOR voor wezenlijke invloed

Wil een ondernemingsraad zijn adviesbevoegdheid goed gebruiken en écht invloed uitoefenen op de besluitvorming in de onderneming? Een adviesaanvraag zou dan eigenlijk nooit een verrassing voor de or moeten zijn.

Artikel 24 lid 1 WOR luidt: In de overlegvergadering wordt ten minste tweemaal per jaar de algemene gang van zaken van de onderneming besproken. De ondernemer doet in dit kader mededeling over besluiten die hij in voorbereiding heeft met betrekking tot de aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 25 en 27. Daarbij worden afspraken gemaakt wanneer en op welke wijze de ondernemingsraad in de besluitvorming wordt betrokken.

De bedoeling van deze bepaling is dat de ondernemingsraad vroegtijdig van de plannen van de ondernemer op de hoogte is. Zo kan de ondernemingsraad al beginnen met invloed uitoefenen nog voor de adviesaanvraag verschijnt. Artikel 24 lid 1 van de WOR kan dan ook niet los worden gezien van artikel 25 lid 2 WOR. Daarin staat dat het advies op een zodanig tijdstip moet worden gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

De Ondernemingskamer
De Ondernemingskamer tilt zwaar aan het naleven van het voorschrift dat het advies nog van wezenlijke invloed moet kunnen zijn op het besluit. Bij de beoordeling van de vraag of dit voorschrift voldoende is nageleefd, kijkt hij ook hoe de ondernemer heeft gehandeld in de fase vóór de adviesaanvraag. Daarbij let de Ondernemingskamer in het bijzonder op het al dan niet naleven van artikel 24 lid 1 WOR.

Artikel 24 lid 1 en wezenlijke invloed
Het niet gebruiken van de mogelijkheden van artikel 24 lid 1 WOR is voor de Ondernemingskamer een indicatie dat de ondernemingsraad niet tijdig betrokken is bij de besluitvorming.

In een zaak bij Philips Lighting speelde dat de ondernemer de or niet vooraf had medegedeeld (als bedoeld in art. 24 lid 1) dat een besluit tot sluiting in voorbereiding was. De Ondernemingskamer oordeelde echter dat de ondernemer het besluit niet over hoefde te doen. Reden daarvoor was dat voldoende gebleken was dat het advies nog van wezenlijke invloed kon zijn op het uiteindelijke besluit.

Strenger
Wordt de or in de voorbereidingsfase niet of onvoldoende betrokken, dan is de Ondernemingskamer veel strenger over het niet naleven van de verplichtingen uit artikel 24 lid 1 WOR. Dat werd duidelijk in een zaak over het voorgenomen besluit tot sluiting van het laboratorium van Nalco. De ondernemingsraad vernam pas op het moment van de adviesaanvraag voor het eerst van dit voornemen. De Ondernemingskamer oordeelde dat het ging om een ingrijpend besluit. Bovendien was de medezeggenschap complex, gezien de internationale concernverhoudingen. Nalco had daarom op grond van artikel 24 lid 1 met de ondernemingsraad over het adviestraject in overleg moeten treden, op het moment dat de sluiting van het laboratorium een aannemelijk scenario werd en niet pas op het moment waarop de sluiting als business case was uitgewerkt.

Welke afspraken kunnen er gemaakt worden met de or?
De wet schrijft voor dat ondernemer en ondernemingsraad afspraken moeten maken over het tijdstip en de wijze waarop de or zal worden betrokken. Welke afspraken worden gemaakt, is aan de ondernemer en or overgelaten. Dat schrijft de wet niet voor. Het ligt voor de hand om procesafspraken te maken waarin wordt vastgelegd op welke moment de ondernemingsraad in het voortraject zal worden geïnformeerd, welke informatie zal worden gedeeld en met wie de or kan overleggen.

Conclusie
Vanaf het moment dat een voorgenomen besluit aannemelijk of voldoende reëel wordt, zal overleg moeten plaatsvinden over de inrichting van het adviestraject. Ondernemingsraden die niet overvallen willen worden door een adviesaanvraag, doen er goed aan om bij iedere overlegvergadering expliciet te vragen of er nog ‘besluiten in voorbereiding’ zijn. De ondernemingsraad hoeft daarmee niet te wachten tot de officiële artikel 24-overlegvergadering. Is het antwoord op de vraag ‘ja’, overleg dan over de inrichting van het adviestraject, en de ondernemingsraad kan vroegtijdig beginnen met invloed uitoefenen. Luidt het antwoord ontkennend, terwijl later blijkt dat er wel degelijk sprake was van een ‘besluit in voorbereiding’, dan zal dat een belangrijke rol spelen in een eventuele beroepsprocedure bij de Ondernemingskamer.

Voor een uitgebreidere versie van dit artikel, raadpleeg ORnet.nl

Reeks De Wettelijke rechten van de OR uitgelegd
1. Artikel 24 voor wezenlijke invloed
2. Het initiatiefrecht: ‘verstopte’ bevoegdheid met veel mogelijkheden

Datum
24 september 2020

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Reeks De wettelijke rechten van de or uitgelegd, deel 1.

OR/magazine september 2020, p. 14-15

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Meer informatie