| samen sterk in arbeidsrecht

© 2020 Sprengers Advocaten
Website door: New Fountain

Publicaties

Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast bij zorginstelling

De centrale cliëntenraad van een zorginstelling voor verstandelijk gehandicaptenzorg heeft via een enquêteprocedure de Ondernemingskamer verzocht wanbeleid vast te stellen. Daarnaast verzoekt de centrale cliëntenraad een aantal voorzieningen op te leggen aan bestuurders, een commissaris te ontslaan en besluiten van het bestuur en van de raad van commissarissen te vernietigen. Dit arrest van de Ondernemingskamer betreft de tweede fase van de enquêteprocedure. De Ondernemingskamer heeft in de eerste fase van de enquête procedure opdracht gegeven voor een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij de zorginstelling. In deze tweede fase stelt de Ondernemingskamer vast dat er sprake is van wanbeleid.

Onze werkgever wil geen gebruik maken van de NOW, wat nu?

We schreven in eerder blogs over de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Werkgevers kunnen sinds 6 april een aanvraag doen. Doel van de NOW is om ontslagen te voorkomen. Een voorwaarde voor toekenning is dan ook dat de werkgever geen werknemers om bedrijfseconomische redenen ontslaat.

Eenzijdig vaststellen personele gevolgen en het adviesrecht van de OR

Op grond van artikel 25 van de Wet op de Ondernemingsraden moet de ondernemingsraad bij een aantal belangrijke besluiten om advies worden gevraagd. In de wet staat ook waaraan een adviesaanvraag moet voldoen. Bij het vragen van advies moet een overzicht worden verstrekt van de beweegredenen van het besluit, van de personele gevolgen die het besluit naar verwachting zal hebben en van de voorgenomen maatregelen om die gevolgen op te vangen. Maar wat, wanneer dit laatste in feite al vastligt? Hierover heeft de Ondernemingskamer eind 2018 een oordeel gegeven.

Schadevergoeding voor vakbond

Een onderneming in de metaalsector heeft personeel ingeleend van een andere onderneming uit de groep. Na het faillissement van de uitlenende onderneming, vordert de FNV betaling van achterstallig loon voor haar leden, van de inlenende onderneming. Aan haar vordering legt de FNV ten grondslag dat de inlenende onderneming een onrechtmatige daad heeft gepleegd doordat zij de wanprestatie van de uitlenende onderneming jegens de werknemers heeft uitgelokt, zij van die wanprestatie heeft geprofiteerd en zij de onderbetaling van de werknemers bewust in stand heeft gelaten. Ook stelt de FNV dat de inlenende onderneming de vergewisplicht uit de cao Metalektro niet is nagekomen. De FNV vordert tenslotte een schadevergoeding wegens reputatieschade en verminderde wervingskracht onder potentiële leden.

Rookbeleid en de ondernemingsraad

De discussie over roken is de afgelopen jaren in alle hevigheid gevoerd. Roken op de werkvloer is inmiddels al jaren niet meer toegestaan en veel bedrijven hebben een apart rookhok ingericht voor de rokende medemens. Niet-rokende medewerkers klagen soms over de hoeveelheid pauzes die hun collega’s nemen. Zowel de plekken waar gerookt mag worden als de momenten waarop medewerkers een sigaret mogen opsteken staan inmiddels ook ter discussie, zo blijkt wel uit een uitspraak waarover de kantonrechter zich in februari 2018 heeft moeten buigen.

Uitspraak van de maand: Ontbinding van een onderdeelcommissie

Ondernemingsraden kunnen op grond van artikel 15 van de WOR onderdeelcommissies instellen voor onderdelen van de onderneming. Daarbij kan de ondernemingsraad ook de bevoegdheid delegeren om met de ondernemer in overleg te treden over de aangelegenheden die het onderdeel aangaan, en gaat het advies- en het instemmingsrecht ook over naar deze onderdeelcommissie. Dit geldt overigens niet voor het recht om procedures te voeren.

In januari 2018 moest de Rechtbank van Rotterdam zich buigen over de vraag of een ondernemingsraad een onderdeelcommissie kan ontbinden, nadat er onenigheid was ontstaan tussen de OR en de onderdeelcommissie. Een vakbond en twee van de (voormalige) leden van een ontbonden onderdeelcommissie vorderden in kort geding, op straffe van een dwangsom, dat de ondernemingsraad de onderdeelcommissie zou herinstalleren.

De OR bestaat (toch) nog, maar wordt niet (tijdig) om advies gevraagd

Een spoorwegonderneming wenst de werkzaamheden van de financiële afdeling naar Warschau te verplaatsen. Op het moment dat de ondernemingsraad zijn adviesrecht hieromtrent wil uitoefenen, stelt de bestuurder zich (plots) op het standpunt dat de ondernemingsraad heeft opgehouden te bestaan, omdat de onderneming in Nederland onder de instellingsgrens van de WOR is gezakt. Tegelijkertijd vraagt men wel advies aan de OR. Mede omdat dit advies te laat wordt gevraagd gaat de OR naar de Ondernemingskamer.

Het hemd is nader dan de rok

Concernbelang en instemmingsrecht

Diesel, een bekend spijkerbroekenmerk, krijgt vanuit het moederconcern, de ‘Group’, de opdracht een wereldwijd bonussysteem ook in Nederland te implementeren. Na mededeling van het besluit hiertoe, heeft de ondernemingsraad een beroep gedaan op de nietigheid van het besluit omdat hij de daartoe vereiste instemming niet heeft gegeven. De ondernemer verzoekt de kantonrechter vervangende toestemming te geven.

Weigering instemming OR onredelijk

Een veiligheidsregio verzoekt om vervangende toestemming bij de kantonrechter om de proeve van bekwaamheid, conform de branchenorm, niet langer vijfjaarlijks maar driejaarlijks te laten afleggen. Naar het oordeel van de kantonrechter komt aan een door een brancheorganisatie ontwikkelde norm groot gewicht toe. Dat een driejaarlijks assessment wat meer stress veroorzaakt en beperkte meerkosten met zich meebrengt, acht de kantonrechter niet in verhouding staan tot het kwaliteitsbelang van de Veiligheidsregio. De weigering van de OR om in te stemmen met het voorgenomen besluit van de Veiligheidsregio is dan ook onredelijk en de kantonrechter verleent vervangende toestemming.

Aanvang termijn bij instemmingsplichtig besluit

De kantonrechter oordeelt dat een ondernemingsraad ruimschoots en tijdig op de hoogte was van een kwestie, zodat de termijn voor het inroepen van de nietigheid verstreken is. De kantonrechter overweegt onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis dat de termijn voor het inroepen van de nietigheid van een instemmingsplichtig besluit gekoppeld is aan het tijdstip waarop aan de OR van een dergelijk besluit schriftelijk mededeling is gedaan. Dit is niet hetzelfde als de termijn in artikel 26 lid 2 van de WOR behorende bij bet adviesrecht van de ondernemingsraad, die is gekoppeld aan het tijdstip waarop de OR van een dergelijk besluit in kennis is gesteld.

1 2 3 5

Zoek publicaties

Filter publicaties

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Meer informatie