| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Publicaties

Schadevergoeding voor vakbond

Een onderneming in de metaalsector heeft personeel ingeleend van een andere onderneming uit de groep. Na het faillissement van de uitlenende onderneming, vordert de FNV betaling van achterstallig loon voor haar leden, van de inlenende onderneming. Aan haar vordering legt de FNV ten grondslag dat de inlenende onderneming een onrechtmatige daad heeft gepleegd doordat zij de wanprestatie van de uitlenende onderneming jegens de werknemers heeft uitgelokt, zij van die wanprestatie heeft geprofiteerd en zij de onderbetaling van de werknemers bewust in stand heeft gelaten. Ook stelt de FNV dat de inlenende onderneming de vergewisplicht uit de cao Metalektro niet is nagekomen. De FNV vordert tenslotte een schadevergoeding wegens reputatieschade en verminderde wervingskracht onder potentiële leden.

Rookbeleid en de ondernemingsraad

De discussie over roken is de afgelopen jaren in alle hevigheid gevoerd. Roken op de werkvloer is inmiddels al jaren niet meer toegestaan en veel bedrijven hebben een apart rookhok ingericht voor de rokende medemens. Niet-rokende medewerkers klagen soms over de hoeveelheid pauzes die hun collega’s nemen. Zowel de plekken waar gerookt mag worden als de momenten waarop medewerkers een sigaret mogen opsteken staan inmiddels ook ter discussie, zo blijkt wel uit een uitspraak waarover de kantonrechter zich in februari 2018 heeft moeten buigen.

Uitspraak van de maand: Ontbinding van een onderdeelcommissie

Ondernemingsraden kunnen op grond van artikel 15 van de WOR onderdeelcommissies instellen voor onderdelen van de onderneming. Daarbij kan de ondernemingsraad ook de bevoegdheid delegeren om met de ondernemer in overleg te treden over de aangelegenheden die het onderdeel aangaan, en gaat het advies- en het instemmingsrecht ook over naar deze onderdeelcommissie. Dit geldt overigens niet voor het recht om procedures te voeren.

In januari 2018 moest de Rechtbank van Rotterdam zich buigen over de vraag of een ondernemingsraad een onderdeelcommissie kan ontbinden, nadat er onenigheid was ontstaan tussen de OR en de onderdeelcommissie. Een vakbond en twee van de (voormalige) leden van een ontbonden onderdeelcommissie vorderden in kort geding, op straffe van een dwangsom, dat de ondernemingsraad de onderdeelcommissie zou herinstalleren.

De OR bestaat (toch) nog, maar wordt niet (tijdig) om advies gevraagd

Een spoorwegonderneming wenst de werkzaamheden van de financiële afdeling naar Warschau te verplaatsen. Op het moment dat de ondernemingsraad zijn adviesrecht hieromtrent wil uitoefenen, stelt de bestuurder zich (plots) op het standpunt dat de ondernemingsraad heeft opgehouden te bestaan, omdat de onderneming in Nederland onder de instellingsgrens van de WOR is gezakt. Tegelijkertijd vraagt men wel advies aan de OR. Mede omdat dit advies te laat wordt gevraagd gaat de OR naar de Ondernemingskamer.

Het hemd is nader dan de rok

Concernbelang en instemmingsrecht

Diesel, een bekend spijkerbroekenmerk, krijgt vanuit het moederconcern, de ‘Group’, de opdracht een wereldwijd bonussysteem ook in Nederland te implementeren. Na mededeling van het besluit hiertoe, heeft de ondernemingsraad een beroep gedaan op de nietigheid van het besluit omdat hij de daartoe vereiste instemming niet heeft gegeven. De ondernemer verzoekt de kantonrechter vervangende toestemming te geven.

Weigering instemming OR onredelijk

Een veiligheidsregio verzoekt om vervangende toestemming bij de kantonrechter om de proeve van bekwaamheid, conform de branchenorm, niet langer vijfjaarlijks maar driejaarlijks te laten afleggen. Naar het oordeel van de kantonrechter komt aan een door een brancheorganisatie ontwikkelde norm groot gewicht toe. Dat een driejaarlijks assessment wat meer stress veroorzaakt en beperkte meerkosten met zich meebrengt, acht de kantonrechter niet in verhouding staan tot het kwaliteitsbelang van de Veiligheidsregio. De weigering van de OR om in te stemmen met het voorgenomen besluit van de Veiligheidsregio is dan ook onredelijk en de kantonrechter verleent vervangende toestemming.

Aanvang termijn bij instemmingsplichtig besluit

De kantonrechter oordeelt dat een ondernemingsraad ruimschoots en tijdig op de hoogte was van een kwestie, zodat de termijn voor het inroepen van de nietigheid verstreken is. De kantonrechter overweegt onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis dat de termijn voor het inroepen van de nietigheid van een instemmingsplichtig besluit gekoppeld is aan het tijdstip waarop aan de OR van een dergelijk besluit schriftelijk mededeling is gedaan. Dit is niet hetzelfde als de termijn in artikel 26 lid 2 van de WOR behorende bij bet adviesrecht van de ondernemingsraad, die is gekoppeld aan het tijdstip waarop de OR van een dergelijk besluit in kennis is gesteld.

Cameratoezicht en mystery guest

De ondernemingsraad van een (bus)onderneming in het openbaar vervoer legt aan de kantonrechter de inzet van zogenoemde mystery guests voor. Dit zijn anonieme rijinstructeurs die het (rij)gedrag van de buschauffeur beoordelen. Ook legt de ondernemingsraad aan de kantonrechter een kennelijke wijziging in de bestaande regeling cameratoezicht binnen de onderneming voor. De claim dat de inzet van Mystery guests instemmingsplichtig zou zijn daar het zou gaan om een regeling op het gebied van personeelsbeoordeling wijst de kantonrechter van de hand omdat het slechts gaat om incidentele gevallen. Wel acht de kantonrechter sprake van een wijziging van de bestaande regeling cameratoezicht en de kantonrechter verbiedt de ondernemer camerabeelden tegen haar werknemers te gebruiken ingeval sprake is van een misdrijf.

Stakingsrecht verruimd

In kort geding zijn in 2013 door de voorzieningenrechter acties van vakbond FNV AbvaKabo verboden. De in deze uitspraak aan de orde zijnde collectieve acties in de vorm van bezettingen van of het versperren van de toegang tot meerdere locaties van verpleeg- en verzorginstellingen, werden door de kortgedingrechter en ook in hoger beroep door het Gerechtshof Amsterdam, in strijd met de zogenoemde `spelregels’ geacht. Een collectieve actie zou volgens het Hof slechts geoorloofd zijn indien die van tevoren is aangekondigd en deze mag bovendien slechts worden ingezet als “ultimum remedium”, dat wil zeggen indien de vakbond geen andere middelen meer voorhanden heeft om tot het nagestreefde resultaat te komen. De Hoge Raad denkt bier echter anders over en vernietigt het arrest van het Hof.

Reorganisatie onredelijk

Een van oorsprong Japanse onderneming op het gebied van beeldverwerkingstechnologie, met een vestiging in Nederland, heeft bij de ondernemingsraad in het kader, van een adviesaanvraag het voorgenomen besluit neergelegd tot het reorganiseren van de IT-organisatie. De ondernemingsraad heeft hierop negatief geadviseerd, met name omdat de personele gevolgen en de wijze waarop waarop in zal worden voorzien, als gevolg van gefaseerde besluitvorming onvoldoende inzichtelijk zijn. De Ondernemingskamer geeft de ondernemingsraad gelijk. Door de ondernemer is geen inzicht verstrekt in de naar aanleiding van de te verwachte personele gevolgen voorgenomen maatregelen. De stelling dat het besluit naar verwachting niet tot gevolg zal hebben dat werknemers met een vast dienstverband hun arbeidsplaats zullen verliezen, is door de OR gemotiveerd weersproken en door de Ondernemingskamer wordt niet aannemelijk geacht dat een reorganisatie zoals deze in het geheel geen personele gevolgen zal hebben. Daarbij gaat het niet alleen om vermindering van arbeidsplaatsen, maar tevens om gevolgen als relevante wijzigingen in werkbaarheden of standplaats. Een toezegging dat er in het geheel geen personele gevolgen zullen zijn, is niet gegeven. De Ondernemingskamer verbiedt de onderneming dan ook het besluit voor zover dat betrekking heeft op de tweede fase uit te voeren, tenzij daarbij in de personele gevolgen wordt voorzien overeenkomstig het bestaande sociaal plan.

1 2 3 4

Zoek publicaties

Filter publicaties

Nieuwsbrief

Meer informatie