| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Belangrijk arrest Europees Hof met dank aan onze advocaat Rudi van der Stege

21 oktober 2010 heeft het Europese Hof van Justitie een uitspraak gedaan die van groot belang is voor de bescherming van de rechten van werknemers bij overgang van een onderneming. Het gaat dan met name om de rechten van werknemers die binnen concernverband gedetacheerd zijn  bij de onderneming die wordt overgedragen.

De zaak HeinekenAlbron

Het gaat in deze zaak om het volgende.
Alle werknemers van het Heineken-concern zijn in dienst van Heineken Nederland Beheer BV (HNB), die aldus fungeert als centrale werkgever. HNB detacheert vervolgens de werknemers bij de verschillende werkmaatschappijen van Heineken, waaronder Heineken Nederland BV. Voor alle werknemers geldt de Heineken CAO.
Per 1 maart 2005 heeft Heineken de cateringactiviteiten van de verschillende locaties overgedragen aan Albron, een bedrijf dat zich specifiek met catering bezighoudt voor veel bedrijven in Nederland.
De betrokken werknemers zijn op die datum in dienst getreden van Albron.
Ingevolge de Europese Richtlijn 2001/23 EG en de artikelen 7:662 e.v. van het Burgerlijk Wetboek gaan bij overgang van een onderneming de rechten en verplichtingen van de werknemers van rechtswege mee over naar de verkrijger.
Heineken en Albron stelden zich echter op het standpunt dat er geen sprake was van een overgang van onderneming, zoals bedoeld in Europese en Nederlandse regelgeving,
omdat de betrokken werknemers niet in dienst waren van de ondernemer die de activiteiten overdroeg, de vervreemder. Dat was volgens Heineken en Albron een voorwaarde om te kunnen speken van een overgang van een onderneming waarop de bepalingen van de Europese Richtlijn van toepassing zijn.
Heineken en Albron kwamen tot hun standpunt mede op basis van een uitspraak van de rechtbank in Arnhem uit 1982.
Het voorgaan de betekende dat voor de betrokken werknemers niet langer de (gunstige) Heineken-CAO van toepassing was, maar dat zij gingen werken onder de veel slechtere arbeidsvoorwaarden van de Albron-CAO. Veel werknemers gingen er meer dan 30% op achteruit!

Procedure

Een aantal werknemers en de vakbond FNV Bongenoten legden zich hier niet bij neer.
Zij vorderden dat ook na de overgang naar Albron de arbeidsvoorwaarden van de Heineken CAO van toepassing zouden blijven.
Zij werden door de kantonrechter in Utrecht in het gelijk gesteld.
Albron ging in hoger beroep bij het Gerechtshof in Amsterdam.
Omdat het hier uiteindelijk ging om de interpretatie van een Europese Richtlijn heeft het Gerechthof in Amsterdam aan het Europese Hof van Justitie de vraag voorgelegd of in een situatie als deze de betrokken werknemers worden beschermd door de Europese Richtlijn.
Op 21 oktober heeft het Europese Hof uitspraak gedaan.

Oordeel Europees Hof

Artikel 3, lid 1 van de Europese Richtlijn 2001/23 luidt:
“De rechten en verplichtingen welke voor de vervreemder voortvloeien uit de op het tijdstip van de overgang bestaande arbeidsovereenkomst of arbeidsbetrekking, gaan door deze overgang op de verkrijger over.”

Heineken Nederland was in dit geval de vervreemder, die de cateringactiviteiten overdroeg aan Albron.
De vraag was nu of Heineken Nederland Beheer ook kan worden beschouwd als vervreemder in de zin van artikel 3, lid 1 van de Richtlijn.
Het Hof oordeelde dat in een situatie als de onderhavige in feite twee werkgevers naast elkaar bestaan: de contractuele werkgever ( HNB) en de niet-contractuele werkgever ( Heineken Nederland). De contractuele werkgever heeft een arbeidsovereenkomst en de niet-contactuele werkgever, die verantwoordelijk is voor de economische activiteiten, heeft een arbeidsbetrekking met de werknemers. De Richtlijn gebruikt de beide termen: arbeidsovereenkomst en arbeidsbetrekking.
Wanneer binnen een concernverband twee werkgevers naast elkaar bestaan, waarvan de één contractuele betrekkingen en de ander niet-contractuele betrekkingen heeft met de werknemers van dat concern, dan kan naar het oordeel van het Hof ook de niet-contractuele werkgever als vervreemder worden beschouwd in de zin van de Europese Richtlijn.
Dat vindt mede steun in de considerans van de Europese richtlijn, waarin de noodzaak wordt onderstreept om de werknemers te beschermen bij verandering van ondernemer.

Belang

Deze uitspraak is van groot belang voor de bescherming van werknemers bij overgang van hun werk, zoals bijvoorbeeld bij outsourcing.
Er zijn veel bedrijven in Nederland waar de werknemers in dienst zijn van een zogeheten ‘personeelsvennootschap’.
Dat hoeft niet per se opgezet te zijn met verkeerde bedoelingen, omdat er ook goede organisatorische en administratieve argumenten kunnen zijn voor een dergelijke constructie.
Maar tot nu was er bij de werkgevers wel de overtuiging dat zij op die manier gemakkelijker bedrijfsonderdelen konden afstoten of outsourcen, omdat de koper niet verplicht kon worden om alle werknemers met behoud van arbeidsvoorwaarden over te nemen.
Dat kan dus niet langer.
Het belang wordt mede onderstreept door de grote aandacht die de uitspraak van het Europese Hof heeft gekregen in de media.

En tenslotte melden wij met gepaste trots dat de procedure voor FNV Bondgenoten en de betreffende werknemers werd gevoerd door onze collega Rudi van der Stege.

Willem Kroft

Datum
26 oktober 2010

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
in: NIEUWSFLITS Advokatenkollektief 26 oktober 2010. Auteur; Willem Kroft

Nieuwsbrief

Meer informatie