| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Benadeling vanwege OR-werk bij de overheid? OR belanghebbende, maar let op: volg de juiste procedure

Bescherming artikel 21 WOR Niemand mag vanwege zijn werkzaamheden voor de ondernemingsraad worden benadeeld in zijn positie in de onderneming. Het is de taak van de ondernemer om te zorgen dit dat niet gebeurt, zo bepaalt artikel 21 WOR. Het doel van deze bepaling is te waarborgen dat OR-leden hun werkzaamheden onafhankelijk kunnen doen zonder daarbij te hoeven vrezen voor vergeldingsmaatregelen.

Hoe ver gaat die bescherming? Benadeling?

Dat een OR-lid beschermt is, wil echter niet zeggen dat tegen hem helemaal geen rechtspositionele maatregelen mogen worden genomen.

Waar het om gaat is dat:

·  er geen verband mag bestaan tussen de getroffen rechtspositionele maatregel en het lidmaatschap van de OR,

·  de maatregel de ambtenaar niet mag belemmeren in het op verantwoorde wijze uitoefenen van zijn OR-werk.

Procedure ambtenaar
Het is uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever geweest de beoordeling van benadelingsgeschillen van ambtenaren aan de bestuursrechter voor te leggen. Op een dergelijke procedure zijn de regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing en niet die van algemene geschillenregeling zoals omschreven in artikel 36 WOR.

Voorgaande betekent dat, indien een ambtenaar van oordeel is dat een rechtspositioneel besluit een benadeling in de zin van artikel 21 WOR oplevert hij eerst tijdig – d.w.z. binnen 6 weken – bezwaar aan dient te tekenen alvorens hij naar de bestuursrechter kan. De bezwaarschriftenprocedure wordt als een vergelijkbare voorfase bij de bedrijfscommissie als bedoeld in artikel 36 WOR gezien. Is de ambtenaar het niet eens met de uitspraak van de bestuursrechter dan kan hij nog in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

Procedure OR als belanghebbende

Op grond van artikel 21 WOR kan ook de OR zich tot de rechter wenden, wanneer hij van oordeel is dat er sprake is van benadeling in de zin van dit artikel. Op 3 januari 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep bepaald, dat de OR dezelfde procedure dient te volgen als de individuele ambtenaar. Doet hij dat niet, dan heeft hij zijn rechten verspeeld.

Casus

Tegen twee ambtenaren waren rechtspositionele maatregelen (berisping) getroffen. De ambtenaren tekenden hiertegen bezwaar aan. De bezwaren werden ongegrond verklaard: er was geen sprake van benadeling vanwege OR-lidmaatschap. De ambtenaren gingen niet in beroep bij de bestuursrechter. De OR legde zaak voor aan bedrijfscommissie. Die is van oordeel dat er wel sprake was van een benadeling vanwege het OR-lidmaatschap. OR vroeg de minister op grond van de uitkomst van het advies van de bedrijfscommissie de oorspronkelijke besluiten tot berisping in te trekken. De besloot dit niet te doen. De OR stapte vervolgens naar de kantonrechter. Deze verklaarde de OR niet ontvankelijk: de OR had op grond van artikel 21 en 36 WOR de bestuursrechtelijke weg moeten bewandelen. De OR had bezwaar moeten maken. De kantonrechter stelt de OR in de gelegenheid alsnog bezwaar aan te tekenen tegen het besluit van de minister om niet terug te komen op de oorspronkelijke besluiten tot berisping.! Deze bezwaren worden ongegrond verklaard: het advies de bedrijfscommissie is geen nieuw feit in de zin van de Awb. De OR tekent vervolgens beroep en hoger beroep aan.

Helaas zonder resultaat: Zowel de rechtbank als de CRvB zijn van oordeel dat de OR de verkeerde weg heeft bewandeld. Door niet meteen bezwaar en beroep aan te tekenen tegen de oorspronkelijke besluiten, zijn deze in rechte vast komen te staan. De OR heeft dus ondanks uitkomst bij de bedrijfscommissie geen meer poot om op te staan.

De Centrale Raad van Beroep overwoog in zijn uitspraak daarbij het volgende:

·  De wetgever heeft beoogd de beoordeling van benadelingsgeschillen aan de bestuursrechter voor te leggen;

·  Bemiddeling van de bedrijfscommissie als voorfase is bij benadelingsgeschillen in de overheidssector niet vereist;

·  Op grond van artikel 21 WOR, dient de OR als direct belanghebbende in de zin van de Awb te worden aangemerkt. Dit betekent dat hij de rechtsbescherming die de Awb biedt dient te volgen.

Voorgaande betekent dat indien een OR binnen de overheid zelfstandig wil procederen inzake een benadeling van een OR-lid, hij tijdig bezwaar, beroep en eventueel hoger beroep dient aan te tekenen. En nogmaals, tijdig wil zeggen binnen 6 weken na bekendmaking besluit. Dit is een fatale termijn: hetgeen wil zeggen dat een te laat ingediend bezwaar- of beroepschrift niet inhoudelijk behandeld zal worden.

Conclusie: OR ga bij benadelingsgeschillen tijdig in bezwaar! En bij de juiste instantie.

Martijn Vaessen

Datum
18 februari 2013

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Sprengers Nieuwsbrief 2-2013

Nieuwsbrief

Meer informatie