| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Benoeming bestuurder

Op dit moment is er binnen onze organisatie een interim directeur-bestuurder aangesteld. Al enige tijd gaan er geruchten dat men bezig is de benoeming voor te bereiden van iemand die niet direct met open armen zal worden ontvangen bij de medewerkers. Deze persoon is met veel problemen bij een zusterorganisatie vertrokken. Navraag bij het managementteam leert dat er nog niks concreets bekend is. Welke rechten heeft de or eigenlijk bij het aanstellen en benoemen van een nieuwe directeur-bestuurder?

Artikel 30 van de WOR kent een specifieke regeling voor de rol en betrokkenheid van een ondernemingsraad bij een besluit tot benoeming van een bestuurder. Het artikel geeft de or een recht tot advisering vooraf – op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit – en biedt hem de mogelijkheid om daartoe stukken op te vragen.
Let wel op, anders dan bij het adviesrecht van art 25 WOR, biedt artikel 30 van de WOR géén beroepsmogelijkheid voor het geval het advies van de or niet wordt gevolgd. Achterliggend idee voor dit verschil is de bewuste keuze van de wetgever om de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor een bestuur benoeming bij de verantwoordelijke organen van de onderneming zelf te laten. Die keuze is ook gebaseerd op de opvatting van de wetgever dat niet valt te verwachten dat een college zoals bijvoorbeeld de Ondernemingskamer kan en wil beoordelen of een bepaalde persoon geschikt is voor de functie van bestuurder.

Toch zijn er wel mogelijkheden voor de ondernemingsraad als hij niet om advies wordt gevraagd. In dat geval biedt artikel 36 WOR de ondernemingsraad de mogelijkheid de Kantonrechter te verzoeken de ondernemer te bevelen tot naleving van art 30 WOR. In spoedgevallen kan ook een kort geding worden gestart door de or.

Wat kan de or op dit moment doen?

Juist nu er bedenkingen bestaan tegen de bestuurder die in beeld is, raad ik de or aan vol gebruik te maken van zijn wettelijk adviesrecht in deze. De ondernemingsraad kan inhoudelijk alle bezwaren naar voren brengen die hij heeft. Zo ook de bedenkingen tegen deze persoon en diens voorgeschiedenis. Indien de or vermoedt dat de ondernemer zich wellicht door andere belangen dan het belang van de onderneming laat laten leiden is een indringend gebruik van het adviesrecht geboden.

Kan een benoeming van een bestuurder ook onder het adviesrecht van artikel 25 van de WOR vallen?

Ja dat zou kunnen. Als er bijvoorbeeld eerst één directeur was, en na aanpassing van de (top)structuur drie directeuren zullen opereren (bijvoorbeeld een CEO en daarnaast een COO en CFO) kan dat leiden tot een belangrijke wijziging in de verdeling van de bevoegdheden binnen de onderneming (artikel 25 lid 1 sub e van de WOR). Dit is ook het geval als de takenpakket van de bestuurder op wezenlijke punten wijzigt.

Welke informatie mag de or opvragen over een toekomstige bestuurder?

De ondernemingsraad mag gegevens – ook die de persoon van de toekomstige bestuurder betreffen – opvragen. Dit kan bijvoorbeeld ook het cv van die persoon zijn, of andere persoonlijke zaken. Vaak zal de bestuurder deze privacy gevoelige gegevens willen verschaffen aan de ondernemingsraad onder gelijktijdige oplegging van een geheimhoudingsplicht ten aanzien van die gegevens. Maar het is voor de or natuurlijk wel belangrijk om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen over de kwaliteiten en competenties van zijn toekomstige bestuurder.

Datum
20 mei 2014

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
OR informatie (rubriek Gabi geeft antwoord) mei 2014. nr 5 pag. 17

Nieuwsbrief

Meer informatie