| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Beter af met de nieuwe kantonrechtersformule?

Onze or heeft een adviesaanvraag gekregen over een reorganisatie van een bedrijfsonderdeel. Binnen dat onderdeel werken voornamelijk oudere werknemers. De bestuurder heeft aan ons zijn voornemen kenbaar gemaakt om de werknemers die hun baan verliezen, een ontslagvergoeding mee te geven conform de kantonrechterformule. Wij hebben begrepen dat deze vorig jaar is gewijzigd. Wat is er precies gewijzigd?

De kantonrechterformule – het uitgangspunt om de vergoedingen voor werknemers in geval van beëindiging van hun arbeidsovereenkomst te bepalen en veelal ook voor het opstellen van een sociaal plan – is sinds 1 januari 2009 gewijzigd. De kantonrechterformule luidt: A*B*C, (A = aantal dienstjaren van de werknemer, B = bruto maandsalaris vermeerderd met vaste looncomponenten en C = zogeheten correctiefactor)

De belangrijkste wijzigingen:
· A-factor: In de oude formule gold dat dienstjaren vóór je 40ste voor 1 tellen, dienstjaren van 40 tot 50 jaar voor 1,5 en vanaf 50 jaar voor 2. Volgens de nieuwe formule tellen dienstjaren tot 35 jaar voor 0,5, van 35 tot 45 jaar voor 1, van 45 tot 55 voor 1,5 en vanaf 55 voor 2. De Kring van Kantonrechters, die deze formule opstelde, heeft het idee met deze wijziging aansluiting te zoeken bij de verbeterde arbeidsmarktpositie van de jongere werknemer, waarbij de oudere werknemer meer bescherming wordt geboden . .
· C-factor: Dit is in beginsel1, neutraal, wanneer de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet aan de werkgever of aan de werknemer valt te verwijten. In de gewijzigde formule wil men in de C-factor meer aandacht geven aan de bijzondere omstandigheden van het ontslag. Concreet worden daarbij genoemd:

De arbeidsmarktpositie van de werknemer na het ontslag. Ter verduidelijking: een werknemer die werkzaam is in een branche met een groot gebrek aan personeel krijgt een lagere vergoeding dan een werknemer in een branche met hoge werkloosheid. De financiële positie van de werkgever. Indien de werkgever met jaarrekeningen en onderbouwde prognoses kan aantonen dat een volgens de formule berekende vergoeding onbetaalbaar is, zal in dit verweer eerder worden gehoord. In vergelijking met de oude kantonrechterformule zijn met name de jonge werknemers (tot 35 jaar) en de werknemers met een lang dienstverband erop achteruitgegaan. Onder de oude kantonrechterformule ontving een werknemer van 32 jaar met 4 dienstjaren nog een vergoeding van 4 maandsalarissen, onder de nieuwe kantonrechterformule ontvangt de werknemer een ontbindingsvergoeding van 2 maandsalarissen. Maar deze achteruitgang telt natuurlijk ook door bij een oudere werknemer met een lang dienstverband, en daarbij doel ik op een dienstverband dat ook al bestond voor iemands 35ste.

Wij begrepen dat de oudere werknemer profijt kan hebben van zijn zwakke arbeidsmarktpositie? Dit zou tot een hogere vergoeding leiden. Klopt dat?
Bij de nieuwe formule is in het kader van de C-factor een ‘arbeidsmarktpositiefactor’ geïntroduceerd. Op basis hiervan kunnen werkgever of werknemer vanwege de relatiefbetere of slechtere positie van de betrokkene op de arbeidsmarkt, een hogere of lagere vergoeding bepleiten. De kantonrechters hebben hierbij voor ogen gehad dat er een deskundig opgemaakte analyse van de arbeidsmarktpositie moet worden ingebracht. Het zal voor mening werknemer lastig zijn zo’n analyse te krijgen. De werkgever zal zijn inspanningen om de kansen van de werknemer op de arbeidsmarkt te vergroten (bijvoorbeeld scholingsinspanningen) bij de bepaling van de C-factor willen laten meewegen. Let wel, enkel het feit dat de werkgever scholing heeft aangeboden, maakt nog niet dat de arbeidsmarktpositie per definitie beter zou zijn. Het moet aantoonbaar zijn dat door die scholing de arbeidsmarktpositie van de werknemer beter is geworden dan algemeen gebruikelijk is voor werknemers in deze positie. De werknemer op zijn beurt zal voor een hogere C-factor bijzondere omstandigheden moeten aanvoeren op grond waarvan te verwachten is dat zijn arbeidsmarktpositie slechter is dan die van een vergelijkbare werknemer van die leeftijd.

Is de formule nu voordeliger voor oudere werknemers?
De gewijzigde kantonrechterformule kan de indruk wekken voordelig te zijn voor een oudere werknemer, gelet op de vaak wat zwakkere arbeidsmarktpositie van de oudere werknemer. Maar nu deze arbeidsmarktpositie relatief wordt beschouwd, oftewel wordt vergeleken met een vergelijkbare werknemer van dezelfde leeftijd, zal dit niet snel het geval zijn.

Datum
1 juni 2010

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Rubriek ‘Gabi geeft antwoord’ in: OR Informatie juni 2010, 6, p. 25

Nieuwsbrief

Meer informatie