| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Bezwaren tegen fasering gegrond

Een overheidsondernemer wil een reorganisatie faseren, maar gaat daarbij niet zorgvuldig genoeg te werk. De ondernemingsraad tekent bezwaar aan.

Groenservice Zuid-Holland (GZH) is onderdeel van de provincie en verricht zowel werkzaamheden voor natuur- en recreatieschappen als ook beleidswerkzaamheden voor de provincie. De provincie wil tot reorganisatie van GZH over gaan in twee stappen. Fase 1: GZH wordt, vooruitlopend op een verzelfstandiging, organisatorisch apart gezet binnen de provincie. Fase 2: De provinciale taken van GZH worden bij andere organisatieonderdelen ondergebracht. De or adviseert negatief over deze fasering van de besluitvorming. Omdat de ondernemer vasthoudt aan de fasering gaat de or hiertegen in beroep.

Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer acht de motivering van het besluit onvoldoende. Onder meer omdat tijdens de adviesprocedure voor de provincie duidelijk is dat een aantal gemeenten zich niet op voorhand achter verzelfstandiging van GZH wil scharen. Dit had op zijn minst tot een nadere toelichting in de adviesaanvraag moeten leiden. Zeker omdat de or aandacht heeft gevraagd voor de relatie tussen splitsing en verzelfstandiging. Het standpunt van de provincie dat beide besluiten voor een belangrijk deel los staan van bestuurlijke ontwikkelingen die de uiteindelijke vorm van een verzelfstandigde GZH bepalen en dat besluitvorming daarover niet tot de competentie behoort van de provincie, volstaat niet. In ieder geval had van de provincie verwacht kunnen worden nader in te gaan op het door de or gesignaleerde gevaar dat GZH nieuwe stijl een kwetsbare organisatie is met vraagtekens over de levensvatbaarheid, mede omdat op politieke besluitvorming over verzelfstandiging vooruit wordt gelopen.

Het staat de provincie in beginsel vrij besluitvorming en advisering door de or over de reorganisatie van GZH in afzonderlijke fases vorm te geven. Maar de ondernemer is wel primair verantwoordelijk voor het goede verloop van het medezeggenschapstraject. Die verantwoordelijkheid houdt o.m. in dat de provincie moet waarborgen dat fasering en opsplitsing in afzonderlijke besluiten geen afbreuk doet aan effectiviteit van de medezeggenschap. Daarnaast mag opsplitsing in besluiten t.a.v. dezelfde organisatie er niet toe leiden dat het overzicht van de gevolgen voor de bestaande organisatie in zijn totaliteit onvoldoende duidelijk is. De or heeft gesteld dat hem een ‘was/wordt-lijst’ waarin de personele gevolgen op functieniveau staan, is onthouden. Dit bezwaar is ook gegrond.

Commentaar

Vooruitlopend op een verzelfstandiging van een onderdeel van de onderneming de organisatie `panklaar’ maken, kan niet los beschouwd worden van de vraag of de verzelfstandiging ook daadwerkelijk doorgang kan gaan vinden en wat de gevolgen voor het personeel zijn. In deze uitspraak geeft de Ondernemingskamer opnieuw aan dat een ondernemer de adviesprocedures mag faseren, maar dat dit niet ten koste van de effectiviteit van de medezeggenschap mag gaan. Daar is in deze zaak wel sprake van. Als een ondernemer wil gaan voorsorteren op een toekomstige ontwikkeling waarbij derden een rol spelen, zal ook inzicht gegeven moeten worden in de mate waarin die andere partijen ook bereid zijn aan de verzelfstandiging mee te werken. Faseren mag, maar niet ten koste van het overzicht op het totaal.

Hof Amsterdam (OK), 16 april 2015

Datum
20 augustus 2015

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

OR informatie 7-8 Jurisprudentie – juli-augustus 2015 pag. 36-37

Nieuwsbrief

Meer informatie