| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Cor bevoegd over sluiting vestiging, niet de Ondernemingsraad

Een onderneming met twee vestigingen met allebei een or, richt een cor op. Vervolgens wordt de cor om advies gevraagd over sluiting van een vestiging. De or claimt dat hij om advies gevraagd had moeten worden.

Een onderneming heeft twee productielocaties: in Emmen en Etten-Leur. Voor elk van beide locaties is een ondernemingsraad ingesteld. Op 28 oktober 2014 wordt een cor ingesteld, met drie leden van de or Etten-Leur en twee van de or Emmen. Een dag later wordt aan de cor advies gevraagd over het voorgenomen besluit Emmen te sluiten en Etten-Leur uit te breiden. De cor adviseert positief. De or Emmen start een procedure tegen het besluit, omdat hij van mening is dat aan hem advies had moeten worden gevraagd en niet aan de cor.

Ondernemingskamer
De ondernemer vroeg terecht advies aan de cor. De gevolgen van dit besluit zijn voor de medewerkers van de vestiging Emmen weliswaar verstrekkender dan voor de medewerkers in Etten-Leur, maar toch is het besluit van gemeenschappelijk belang. Niet ter discussie staat immers dat de Groep kampt met steeds teruglopende omzetcijfers, dat ter waarborging van de continuïteit verdere kostenbesparingen noodzakelijk zijn, en dat de bundeling van de activiteiten op een productielocatie een structurele besparing oplevert van ongeveer € 955.000 op jaarbasis. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat sluiting van de vestiging te Emmen tevens een aanzienlijke uitbreiding in de vestiging te Etten-Leur meebrengt, acht de OK het een aangelegenheid die van gemeenschappelijk belang is voor de hele Groep.

De or had ook gesteld dat er sprake was van misbruik van recht om over te gaan tot oprichting van de cor op een moment dat het sluitingsvoornemen er al lag. De OK is het daar niet mee eens. Instelling van een cor en hem advies vragen over aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor de door de ondernemer in stand gehouden ondernemingen is een in de WOR voorziene wijze van invulling van het recht op medezeggenschap. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat de cor is opgericht met het doel om de positie van de or Emmen en het recht op medezeggenschap in het algemeen binnen de Groep te ondermijnen. Ook de samenstelling van de cor is gelet op de verdeling van de aantallen werknemers over de twee vestigingen niet onbegrijpelijk.

Commentaar
Wanneer een cor is ingesteld, dan gaan de bevoegdheden van de or’s over op de cor. Deze zaak maakt goed duidelijk wat daar de gevolgen van kunnen zijn.
In de cor zijn twee or’s vertegenwoordigd. Voor de or met de meerderheid in de cor leidt het besluit tot uitbreiding van de werkzaamheden. Voor de or met de minderheid in de cor leidt het besluit tot sluiting. De cor adviseert in meerderheid positief. De or uit Emmen kan daar niets tegen doen.
Deze uitspraak sluit bij eerdere uitspraken aan dat niet doorslaggevend is of een cor bevoegd is, waar de gevolgen van het besluit optreden, maar of de beweegredenen die er aan ten grondslag liggen de meerderheid van de ondernemingen betreft. Hoewel het alle schijn had dat de cor is opgericht om de or Emmen buiten spel te zetten, komt de rechter tot de conclusie dat dat niet aannemelijk is geworden.

Gerechtshof Amsterdam (OK), 18 juni 2015,
ECLI:NLGILAMS:2015:2662

Datum
25 september 2015

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

OR informatie 9 – Jurisprudentie – pag. 40-41 september 2015

Nieuwsbrief

Meer informatie