| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

De ‘in & outs’ van de gang naar de bedrijfscommissie

Onze bestuurder heeft een nieuw rooster voor de ploegendiensten ingevoerd. De invoering van dit nieuwe ploegendienstenrooster heeft ook invloed op de werktijden. Wij hebben hiervoor een instemmingverzoek ontvangen, maar geen instemming gegeven. Desondanks heeft onze bestuurder het besluit genomen. Hij gaat toch over tot uitvoering van het nieuwe rooster voor de ploegendiensten. Wij hebben binnen één maand nadat de ondernemer ons het besluit had medegedeeld schriftelijk de nietigheid ervan ingeroepen. Waar moeten wij nu rekening mee houden? Wat kan er nu gaan gebeuren?

De ondernemer kan nu aan de kantonrechter (vervangende) toestemming vragen om het besluit te nemen, omdat de or de instemming niet geeft. De kantonrechter zal gaan beoordelen of de beslissing van de or om geen instemming te geven onredelijk is. Indien de kantonrechter oordeelt dat dit inderdaad het geval is, zal hij toestemming geven om zijn besluit te nemen. Voordat de ondernemer naar de kantonrechter kan gaan, zal hij echter de procedure bij de bedrijfscommissie moeten volgen. Indien de procedure bij de bedrijfscommissie niet wordt gevolgd, zal de kantonrechter de verzoeker in de procedure in beginsel niet-ontvankelijk verklaren. De procedure bij de bedrijfscommissie is de procedure van de algemene geschillenregeling van artikel 36 WOR. Dit houdt in eerste instantie in dat er bemiddeling en advies bij de bedrijfscommissie zal moeten plaatsvinden. Het geschil moet schriftelijk worden voorgelegd aan de bedrijfscommissie. Hiervoor is geen wettelijke termijn vastgelegd. De bedrijfscommissie kan de betrokken partijen uitnodigen voor het geven van een mondelinge toelichting. Vervolgens gaat de bedrijfscommissie na of het mogelijk is een compromis te sluiten tussen bestuurder en or. Als dit niet mogelijk is en de bedrijfscommissie de partijen niet op andere gedachten weet te brengen, zal de bedrijfscommissie de partijen schriftelijk informeren in de vorm van een verslag van bevindingen. Dit verslag bevat een advies waarin de bedrijfscommissie weergeeft hoe naar haar idee het geschil zou kunnen worden opgelost.

Gelden er termijnen voor de procedure bij de bedrijfscommissie?
De behandeling door de bedrijfscommissie mag twee maanden (na indienen van het verzoek bij de bedrijfscommissie) duren. Overigens kan deze termijn met expliciete toestemming van beide partijen met nog eens twee maanden worden verlengd. Na het uitbrengen van het advies door de bedrijfscommissie aan partijen, kan er binnen een termijn van 30 dagen beroep worden aangetekend bij de kantonrechter.

Hoe is de bedrijfscommissie samengesteld en heeft zij nog meer taken?

Naast het desgevraagd (bij schriftelijk verzoek) bemiddelen tussen partijen bij een geschil dat is te herleiden op de WOR hebben de bedrijfscommissies ook als taak het bevorderen van de medezeggenschap binnen de desbetreffende sector. Om deze taak goed te vervullen wordt vanuit de bedrijfscommissie informatie verstrekt en voorlichting gegeven om op die manier werkgevers en werknemers te stimuleren in de uitvoering van medezeggenschap. De bedrijfscommissies voor de marktsector zijn ingesteld door de Sociaal Economische Raad (SER). In 2009 waren het er nog 23. De SER heeft onderzoek gedaan naar hun functioneren en besloten het aantal terug te brengen naar twee bedrijfscommissies, één voor de profit- en één voor de non-profit-sector, respectievelijk de bedrijfscommissie Markt I en Markt II. De Bedrijfscommissie Markt I richt zich zoals gezegd op ondernemingen in commerciële sectoren en is op 1 september 2010 gestart. De andere bedrijfscommissie, Markt II, voor ondernemingen in zorg en welzijn en sociaal-culturele sectoren, is op 1 juli 2010 gestart. Zie ook de eigen website www.bedrijfscommissie. nl.

Welke bedrijfscommissie bevoegd is, valt in de regel vast te stellen aan de hand van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming en de instellingsbesluiten van de bedrijfscommissies. Het kan gebeuren dat er meer bedrijfscommissies tegelijkertijd bevoegd zijn ten aanzien van één en dezelfde or. In dat geval kan de SER desgevraagd één bedrijfscommissie aanwijzen als de ‘bij uitsluiting’ bevoegde. Naast de twee bedrijfscommissies voor de marktsector is de bedrijfscommissie voor de overheid blijven bestaan. De minister van Binnenlandse zaken regelt de samenstelling en werkwijze van de bedrijfscommissie voor de overheid (www.st-ab.nl).

Datum
1 mei 2011

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Rubriek ‘Gabi geeft antwoord’ in: OR Informatie mei 2011, 5, p. 23

Nieuwsbrief

Meer informatie