| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

De OR en de zorgspecifieke fusietoets

Per 1 januari 2014 dienen zorgaanbieders indien zij willen fuseren, samenwerken of op andere wijze willen concentreren de goedkeuring van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) te krijgen. Indien de NZa geen goedkeuring verleent kan de concentratie niet doorgaan. Wat houdt de zorgspecifieke fusietoets in en wat betekent dit voor de OR praktijk?

Voor wie geldt dit?

Zorgaanbieders die met 50 mensen of meer zorg verlenen moeten, indien zij willen gaan samenwerken, fuseren of op andere wijze concentreren met een andere instelling, dit vooraf melden bij de Nederlandse Zorgautoriteit. Het betreft hier alle zorgaanbieders, ongeacht op grond van welke wetgeving de zorg wordt verleend. Het geldt voor alle voornemens tot concentratie ongeacht of dit is met een andere zorginstelling of een niet-zorginstelling, zoals bijvoorbeeld een hotel. Onder 50 personen of meer wordt verstaan, alle personen die in dienst zijn bij de zorgaanbieder, maar ook degene die op basis van een toelatingsovereenkomst, een ZZP-contract, een uitzendovereenkomst o.i.d. zorg verleent aan de patiënten en/of cliënten.

Wat houdt de zorgspecifieke fusietoets in?

De grondslag voor de zorgspecifieke fusietoets is neergelegd in de Wet Marktordening Gezondheidszorg (WMG). Het doel van de toets is het voorkomen van problemen met betrekking tot de betaalbaarheid, de bereikbaarheid en ook de kwaliteit van zorg. Achterliggende gedachte is dat een eenmaal gerealiseerde fusie of overname eigenlijk niet meer terug te draaien is. Het is zoals minister Schippers stelt: ‘ Dat heb je met eieren die je klutst, die kun je niet meer terugpakken uit de pan”. In de marktsector treft dit risico over het algemeen de onderneming(en). In de zorg zal het risico echter ook de publieke zaak treffen en bij een grote instelling zal dat effect nog veel groter zijn dan bij een kleine instelling. Om het risico zoveel mogelijk in te perken heeft de wetgever de toets ingevoerd.

De zorgaanbieder moet het voornemen tot de samenwerking, fusie, overname ter goedkeuring aan de NZa voor leggen door middel van een zogenaamde concentratie-effectenrapportage.

Hierin dient in ieder geval de volgende informatie te zijn opgenomen:

1. De doelstellingen van de concentratie;

2. de redenen van de concentratie;

3. de structuur van de beoogde organisatie van de zorgaanbieder;

4. de financiële gevolgen van de concentratie voor de zorgaanbieder;

5. de gevolgen van de concentratie voor de zorgverlening van de cliënt;

6. de risico’s van de concentraties voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de zorg en de wijze waarop deze risico’s worden ondervangen;

7. het oordeel en de aanbevelingen van cliënten, personeel en andere betrokkenen over het voornemen tot concentratie en de wijze waarop zij dit kenbaar hebben kunnen maken, alsmede een onderbouwing voor de wijze waarop het oordeel of de aanbevelingen zijn meegewogen bij het voornemen tot concentratie; en

8. de wijze waarop en het tijdsbestek waarbinnen de concentratie zal worden gerealiseerd.

Aan al deze punten zal door de NZa worden getoetst. Voor ondernemingsraden is met name onder punt 7 een belangrijke rol weggelegd. De NZa toetst of de stakeholders in voldoende mate betrokken zijn geweest bij het traject én of de zorgaanbieder in voldoende mate het oordeel van de stakeholders heeft meegewogen bij het voornemen tot concentratie. Eén van de stakeholders is de ondernemingsraad. De NZA zal dus toetsen op welke wijze de ondernemingsraad betrokken is bij het traject en of het advies van de ondernemingsraad in voldoende mate is meegenomen bij het voornemen tot concentratie. Dit geldt ook voor het advies van de cliëntenraad.

Rol ondernemingsraad:

Op grond van artikel 25 lid 1 WOR heeft de OR een adviesrecht bij fusie en samenwerkingsverbanden en andere concentratievormen. Dit advies moet van wezenlijke invloed kunnen zijn op het te nemen besluit ( 25 lid 2 WOR). In de adviesaanvraag moeten in ieder geval de beweegredenen van de concentratie zijn opgenomen als ook moet inzichtelijk zijn wat de gevolgen zijn voor het personeel en de in verband daarmee te nemen maatregelen ( artikel 25 lid 3 WOR). In de adviesaanvraag moet dus, net als bij de NZa, inzichtelijk worden gemaakt wat de doelstellingen en de redenen van de concentratie zijn alsmede de daarmee samenhangende gevolgen voor de organisatie en personeel. De OR doet er in het adviestraject verstandig aan om in het adviestraject en gemotiveerd aandacht te besteden aan de gevolgen voor de zorgverlening van de cliënt als ook aan de risico’s voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de zorg en de wijze waarop deze risico’s worden ondervangen.

Indien de zorgaanbieder met zijn besluit afwijkt van het advies van de OR, bestaat voor de OR de mogelijkheid om binnen een maand beroep in te dienen bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam. Met de zorgspecifieke fusie toets heeft de wetgever nog een extra beoordelingstoets ingevoerd. De NZa zal zich een oordeel moeten vormen over de vraag of de fusiepartners op een redelijke wijze hebben rekening gehouden met het advies van, onder meer, de Ondernemingsraad. In concentratietrajecten waar zorgaanbieders bij betrokken zijn, heeft het advies van de ondernemingsraad op deze wijze een extra gewicht. De NZa kan immers zijn goedkeuring onthouden als bijvoorbeeld de ondernemingsraad dan wel de cliëntenraad onvoldoende betrokken zijn geweest bij het traject. Indien de NZa geen toestemming geeft, kan de concentratie geen doorgang vinden.

Datum
7 april 2014

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Sprengers Nieuwsbrief 2-2014

Nieuwsbrief

Meer informatie