| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Een or of een pvt?

Over een paar maanden hebben wij verkiezingen voor de or. In de tijd dat de or werd ingesteld telde ons bedrijf 75 werknemers. Inmiddels zijn er – na een reorganisatie – nog maar 48 werknemers werkzaam binnen de onderneming. Derhalve zakt het aantal werknemers onder het aantal van 50, de verplichte instelgrens voor een or. Kan de or desondanks blijven bestaan?

Conform de WOR moet er een or worden ingesteld als er in de regel vijftig werknemers zijn binnen de onderneming. Als, zoals bij jullie, het aantal werknemers onder de vijftig komt, vervalt de verplichting om een or in te stellen. De or houdt dan in principe aan het einde van de zittingstermijn op te bestaan. Voor de grens van de 50 werknemers wordt gekeken naar het aanwezige aantal werknemers aan het einde van de zittingstermijn. Als er openstaande vacatures zijn, dan mogen die functies ook meegeteld worden. Het gaat er immers om hoeveel mensen er in de regel werken.

Voor de telling van het aantal werknemers telt iedere werknemer met een arbeidsovereenkomst of aanstelling mee, ongeacht het aantal uren van het contract. Uitzendkrachten of gedetacheerde werknemers tellen, als zij 24 maanden in de onderneming werkzaam zijn geweest, tevens mee als in de onderneming werkzame personen. Overigens biedt de WOR de mogelijkheid om op vrijwillige basis een or in te stellen. Als de ondernemer daar aan wil meewerken, dan kan dat. Daar zullen dan afspraken over gemaakt moeten worden.
Als bijvoorbeeld op dit moment er tijdelijk minder mensen zijn, maar het beleid van de ondernemer erop gericht is om op termijn weer te groeien, is het aan te raden om de or te handhaven. Want
zodra er weer meer dan vijftig werknemers zijn, is de ondernemer weer verplicht om een or in te stellen. De or kan echter niet juridisch afdwingen dat de or blijft bestaan als niet meer aan het criterium
van vijftig werknemers is voldaan. In dit verband is het raadzaam om in de eventueel van toepassing zijnde cao te kijken. Sommige cao’s bevatten namelijk bepalingen dat ook bij een kleiner
aantal dan vijftig werknemers (bijvoorbeeld 35) een or verplicht moet worden ingesteld.

Als er geen vrijwillige or komt, is er dan geen medezeggenschapsoverleg meer mogelijk binnen de onderneming?

Jawel, dat kan nog steeds. De WOR kent namelijk, indien een onderneming ten minste 10 maar minder dan 50 werknemers in dienst heeft, de medezeggenschapsvorm van een personeelsvertegenwoordiging,
de zogenoemde pvt. Deze pvt bestaat uit minimaal drie door het personeel gekozen leden. De ondernemer kan op eigen initiatief besluiten een pvt in te stellen. Maar als ten minste de helft van het personeel daarom vraagt is de ondernemer verplicht om dat te doen. De pvt heeft op basis van de WOR minder bevoegdheden dan een or. Wel heeft een pvt instemmingsrecht ten aanzien van een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim of het re-integratiebeleid en regelingen op het terrein van de arbeids- en rusttijdenregeling (zie ook artikel 35c WOR). Overigens kan er ook hier weer op basis van een eventueel
toepasselijke cao sprake zijn van extra bevoegdheden toegekend aan de pvt. Kijk de cao er dus goed op na. Daarnaast is het altijd mogelijk om afspraken te maken over eventueel aanvullende bevoegdheden
van de pvt. Deze afspraken kunnen dan in een overeenkomst worden vastgelegd.

Tot slot: als de ondernemer geen pvt wil instellen en de meerderheid van het personeel niet een verzoek steunt om een pvt in te stellen,dan is de ondernemer verplicht om minstens tweemaal per jaar een zogenoemde personeelsvergadering te houden met het gehele personeel. In deze vergadering moet een aantal zaken besproken worden over de gang van zaken binnen het bedrijf. Bij besluiten die leiden tot het verlies van arbeidsplaatsen of tot een belangrijke verandering van de arbeid, arbeidsvoorwaarden of arbeidsomstandigheden van ten minste een kwart van het personeel, moet er advies gevraagd worden aan de personeelsvergadering. Voor de naleving van deze verplichtingen van de ondernemer kunnen werknemers zich wenden tot de kantonrechter.

Datum
1 november 2012

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Rubriek “Gabi geeft antwoord” in: OR Informatie oktober 2011, 10, p. 23

Nieuwsbrief

Meer informatie