| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Geen adviesrecht: primaat van de politiek

In deze beslissing van de kantonrechter Utrecht van 4 rnaart 2011 wordt het besluit tot het verlenen van een adviesopdracht aan een deskundige door het Korpsbeheerdersberaad i.o. toegerekend aan de ondernemer Voorziening tot samenwerking Politie Nederland. Daarom zou de ondernemingsraad, die is ingesteld door de ondernemer Voorziening tot samenwerking Politie Nederland, adviesrecht moeten toekomen bij dit besluit op grond van artikel 25 lid 1 onder n WOR. Maar het primaat van de politiek staat aan het adviesrecht in de weg.

Artikel 25 lid 1 Wet op de ondernemingsraden; artikel 46d Wet op de ondernemingsraden.
Kantonrechter Utrecht, 4 maart 2011, 729599 UE VERZ 101632, LJN BR5829.

Feiten

Bij wet en Koninklijk Besluit is in 2006 de publiekrechtelijke rechtspersoon Voorziening tot samenwerking Politie Nederland (Vts) opgericht. In Vts werken samen de regiokorpsen, het Korps Landelijke Politiediensten en het rijk. Vts behartigt de belangen van de deelnemers door een doelmatig beheer van de politiekorpsen. Vts moet daartoe een gemeenschappelijk beleid ontwikkelen en uitvoeren gericht op samenhang, standaardisatie en samenwerking. Ten behoeve van de onderneming van Vts is een ondernemingsraad (or) ingesteld.
In juni 2009 is een Bestuursakkoord gesloten door de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, de voorzitter van het korpsbeheerdersberaad i.o. en de voorzitter van het college van procureurs-generaal. Dit akkoord voorziet in een Korpsbeheerdersberaad in oprichting (KBB i.o.). De taak van het KBB i.o. is onder meer de oprichting van een Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering i.o. Tevens dient het KBB i.o. de Vts te besturen en zorg te dragen voor de overgang van (delen van) Vts naar de beoogde dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering. Het algemeen bestuur van Vts wordt gevormd door dezelfde personen als het KBB i.o. (een zogenaamde personele unie). De algemeen directeur van Vts heeft in april 2010 de or naar zijn mening gevraagd over Business Cases la en Inkoop Nederlandse Politie, zoals opgesteld door PricewaterhouseCoopers (PwC) in opdracht van het KBB i.o. Deze Business Cases dienen inzicht te verschaffen in de opbrengsten en kosten indien ICT-taken en de Inkooporganisaties van de Nederlandse politie warden ondergebracht in een nog op te richten landelijk shared service organisatie.
De or heeft zich op het standpunt gesteld dat hem adviesrecht op grond van artikel 25 lid 1 Wet op de ondernemingsraden toekomt ten aanzien van voorgenomen besluiten tot oprichting van de dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering, als gevolg waarvan de activiteiten van Vts geheel of gedeeltelijk zullen warden beƫindigd en overgaan naar deze dienst. In dat geval dient aan de or ook advies gevraagd te worden bij het verstrekken van adviesopdrachten zoals bedoeld in artikel 25 lid 1 ander n Wet op de ondernemingsraden. Besluiten van het KBB i.o. dienen volgens de or aan zijn ondernemer, Vts, te worden toegerekend. Het primaat van de politiek zou geen rol spelen, omdat bij besluiten door het KBB i.o. geen sprake is van besluiten van een democratisch gecontroleerd orgaan.

Aantekeningen

De opdrachten aan het KBB La. om voorstellen te maken voor de toekomstige inrichting van de dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering hebben alle betrekking op de onderneming van Vts. In de voorstellen zullen ten minste uitwerkingen zijn opgenomen op welke wijze taken van de Vts kunnen worden ondergebracht in deze dienst. Het zal gaan om besluiten die belangrijk zijn voor de onderneming van Vts.
Vanwege Vts is weliswaar gesteld dat K88 i.o. geen formele bevoegdheid heeft met betrekking tot de onderneming van Vts. Maar de kantonrechter constateert dat KBB i.o. intensieve bemoeienis heeft met de onderneming van Vts. Het besluit van KBB i.o. om advies aan PwC te vragen is, oak nu sprake is van een situatie die zich voordoet bij de overheidssector, toe te rekenen aan de ondernemer van Vts.
Het adviesrecht van de or op grond van artikel 25 lid 1 Wet op de ondernemingsraden kan echter niet worden uitgeoefend op grond van het primaat van de politiek (artikel 46d onder b Wet op de ondernemingsraden). De kantonrechter verwijst naar de uitspraken van de Hoge Raad van 20 mei 2005, JAR 2005/156 en van 9 februari 2007, JAR 2007/72 om voldoende aannemelijk te achten dat het in deze kwestie gaat om een publiekrechtelijke taak. Hij komt tot dit oordeel nu het betreft de politie en haar taken, verschillende ministers en ministeries bij de besluitvorming zijn betrokken en mogelijk sprake is van (grote) verschuiving van taken en verantwoordelijkheden. De omstandigheid dat het gaat om het verstrekken en formuleren van een adviesopdracht aan een deskundige buiten de onderneming maakt de aanwezigheid van een politiek primaat nog klemmender, omdat aan de ene kant nog weinig te zeggen valt over de mogelijk daaruit voortvloeiende voorgenomen besluiten (bijvoorbeeld een belangrijke inkrimping, uitbreiding of wijziging van werkzaamheden), maar anderzijds nog weinig of niets te zeggen valt over de gevolgen van het voorgenomen besluit voor de in de onderneming werkzame personen.
Het verzoek van de or wordt dus afgewezen, omdat het adviesrecht niet aan de orde is vanwege het primaat van de politiek.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt uiteindelijk dat bij dit besluit sprake is van het primaat van de politiek, gelet op het onderwerp (de politie en haar taken) en de betrokkenheid van minsisters en ministeries en mogelijke verschuiving van verantwoordelijkheden. Er bestaat wel adviesrecht van de or met betrekking tot besluiten, die de personele gevolgen regelen van een besluit dat onder het primaat van de politiek valt.
Kennelijk was het, met het oog op verdere besluitvorming, waarvoor het primaat van de politiek niet zou gelden, nuttig voor partijen om to weten of besluitvorming door het KBB i.o., dat betrekking heeft op de onderneming van Vts, toegerekend kan warden aan de ondernemer Vts. In het privaatrecht kan ten behoeve van het adviesrecht van de or de moedervennootschap als mede-ondernemer worden aangemerkt, indien de moedervennootschap stelselmatig en zwaarwichtig invloed uitoefent op de besluitvorming binnen de onderneming van de eigen ondernemer. Soms wordt ook gesproken van toerekening van het besluit van de moedervennootschap aan de dochtervennootschap. De kantonrechter stelt dat dit bij de overheid ook mogelijk is en rekent de besluitvorming van KBB i.o. toe aan de ondernemer Vts, omdat het KBB Lo. intensieve bemoeienis heeft met de onderneming van Vts.

Let op

Bij het vaststelen van het primaat van de politiek (zie artikel 46d Wet op de ondernemingsraden) is het niet alleen van belang welk soort orgaan het besluit heeft genomen (bijvoorbeeld een democratisch gecontroleerde orgaan), maar weegt ook de aard van het betrokken besluit mee.

Datum
1 november 2011

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Vaste rubriek in: Rechtspraak voor Medezeggenschap november 2011, 11, p.

Nieuwsbrief

Meer informatie