| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Geen kennelijk onredelijk ontslag ondanks mager sociaal plan

Een bedrijf gespecialiseerd in aluminium gieten moet begin 2009 vanwege bedrijfseconomische redenen acht medewerkers ontslaan. Een van de medewerkers is op het moment van ontslag vijftig jaar oud en al meer dan elf jaar in dienst geweest. Op zijn functioneren is in die tijd niets aan te merken. Het bedrijf heeft een sociaal plan opgesteld dat de instemming heeft gekregen van de ondernemingsraad. Het sociaal plan is echter niet overeengekomen met de vakverenigingen. Op basis van het sociaal plan heeft het bedrijf een beëindigingsvergoeding aan de werknemer betaald. In een kennelijk onredelijk ontslagprocedure betoogt de werknemer dat deze voorziening voor hem niet voldoende is. De gevolgen van de opzegging voor hem zijn, in vergelijking tot het belang van de werkgever bij de opzegging, te ernstig.

Het Gerechtshof te Den Bosch oordeelt in hoger beroep dat de werknemer er op zich terecht op heeft gewezen dat, nu de vakbonden niet betrokken zijn geweest bij dit sociaal plan, er niet in beginsel vanuit kan worden gegaan dat sprake is van een voldoende voorziening. Desalniettemin acht het Hof, gelet op alle omstandigheden, dat er geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Het Gerechtshof vernietigt het vonnis van de rechtbank, sector kanton, en veroordeelt de werknemer alsnog in de proceskosten in beide instanties.

Artikel 7:681 lid 2 aanhef en onder a en b Burgerlijk Wetboek Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 11 december 2012 Zaaknummer HD 200.081.694/01
Feiten
Het dienstverband van de werknemer bij de aluminiumgieterij is aangevangen op november 1997 en geëindigd op 31 mei 2009. Het dienstverband heeft dus ruim elf jaar geduurd. De werknemer was laatstelijk werkzaam in de functie van smelter/gieter. Vanwege bedrijfseconomische redenen ontslaat de werkgever in 2009 acht medewerkers. De aluminiumgieterij heeft in dit verband een sociaal plan opgesteld dat de instemming heeft gekregen van de ondernemingsraad. De vakverenigingen zijn echter niet betrokken geweest bij dit sociaal plan. Op basis van het sociaal plan heeft het bedrijf een beëindigingsvergoeding aan werknemer betaald van € 5.888 bruto. De beëindigingsvergoeding bestond uit een persoonlijk budget van € 9.600 waarop 12% per maand in mindering is gebracht in verband met het aan de werknemer aangeboden en door deze ook gevolgde outplacementtraject.
De werknemer start daarom een zogenoemde kennelijk onredelijk ontslagprocedure. Hij stelt dat zijn kansen op het vinden van ander passend werk, gelet op de slechte economische omstandigheden, zijn leeftijd (50), het feit dat hij laag geschoold is en het feit dat hij de Nederlandse taal slechts in beperkte mate beheerst, zeer beperkt zijn. Ook stelt hij dat de inspanningen van zijn voormalige werkgever, bestaande uit een outplacementtraject van drie maanden en een beperkt geldelijk budget, hier onvoldoende soelaas bieden en dat gelet op dit alles de gevolgen van het ontslag voor hem in vergoeding tot het belang dat de werkgever heeft bij de opzegging, te ernstig zijn.
De kantonrechter heeft het ontslag kennelijk onredelijk bevonden op grond van dit gevolg en criterium en het bedrijf veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 42.000 vermeerderd met de wettelijke rente onder veroordeling van de aluminiumgieterij in de proceskosten. De werkgever gaat in hoger beroep.
Oordeel Gerechtshof
Het Hof oordeelt als volgt. De werkgever heeft een sociaal plan opgesteld dat de instemming heeft gekregen van de ondernemingsraad. Door de werknemer is er op zich terecht op gewezen dat, nu de vakverenigingen niet betrokken zijn geweest bij dit sociaal plan, er in beginsel niet vanuit kan worden gegaan dat sprake is van een voldoende voorziening. Het Gerechtshof verwijst hierbij naar de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat de waarde die bij een beëindigingwegens reorganisatie moet worden toegekend aan een sociaal plan, afhangt van de wijze waarop het sociaal plan tot stand is gekomen. Als het eenzijdig door de werkgever is vastgesteld, kan de rechter aan de daarin genoemde bedragen voorbij gaan. Hetzelfde geldt als het sociaal plan wel de instemming heeft van de or maar niet van de betrokken vakbond(en). Aileen als het sociaal plan schriftelijk is overeengekomen met de betrokken vakbond(en) moet de vergoeding in beginsel op het sociaal plan worden gebaseerd, ook als dit ongunstiger is voor de individuele werknemer.
Gelet op alle omstandigheden van het geval, in onderlinge samenhang bezien, is het Hof hier echter van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag op grond van de gevolgen voor de werknemer. Door bedrijfseconomische omstandigheden was de aluminiumgieterij genoodzaakt acht werknemers te ontslaan. Zij heeft een sociaal plan opgesteld om de gevolgen van het ontslag te verzachten en heeft op basis daarvan een outplacementtraject aangeboden en een beëindigingsvergoeding betaald van € 5.888 bruto. Ondanks dat voor werknemer de kansen op de arbeidsmarkt beperkt zijn, is het Hof per saldo van oordeel dat de (voor de werkgever ten tijde van het ontslag voorzienbare) gevolgen van de opzegging voor werknemer, mede in aanmerking genomen de door het bedrijfgetroffen voorzieningen, voor hem niet te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij opzegging. Het hoger beroep slaagt dan ook. Het Hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter, wijst de vorderingen van werknemer af en veroordeelt werknemer in de kosten van de wederpartij.
Aantekening
Hoewel het hier niet gunstig afloopt voor de betrokken werknemer, bewijst deze uitspraak weer dat de rechter alleen is gebonden aan een sociaal plan indien dit schriftelijk is overeengekomen met de betrokken vakbonden. lnstemming van de ondernemingsraad met een sociaal plan blijkt in de regel niet voldoende om er vanuit te kunnen gaan dat sprake is van een voldoende voorziening.

Let op
De binding van de rechter aan een met de vakbonden overeengekomen sociaal plan geldt ook als dit sociaal plan ongunstig(er) is voor de individuele werknemer. It better be good!

Datum
31 januari 2013

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Rechtspraak voor Medezeggenschap. Afl. 1 januari 2013 – pag. 19-20

Nieuwsbrief

Meer informatie