| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

(H)eerlijk, helder (nu ook voor) Heineken

Eindelijk weten de werknemers die tot 1 maart 2005 als catering medewerker in dienst waren van Heineken waar ze aan toe zijn.

Bij Heineken zijn de werknemers in dienst van een personeelsvennootschap die hen vervolgens detacheert naar een Heineken-werkmaatschappij. In 2004 horen zij dat Heineken haar catering werkzaamheden wil overdragen aan het cateringbedrijf Albron. Normaal gesproken zullen werknemers, wanneer sprake is van een overdracht van een activiteit van de ene naar de andere onderneming, automatisch in dienst treden van de partij die de activiteit overneemt, met behoud van alle arbeidsvoorwaarden. Dit volgt uit een Europese  richtlijn en de vertaling  hiervan in de Nederlandse wet (de ‘wet overgang onderneming’).

Heineken en Albron zijn van mening dat deze regel niet van toepassing is omdat de cateringmedewerkers niet in dienst zijn van de vennootschap die de cateringwerkzaamheden uitvoert, maar in dienst zijn van de personeelsvennootschap die hen  detacheert bij de werkmaatschappij. De werknemers krijgen wel het aanbod om in dienst te treden van Albron, maar dan op basis van de bij Albron geldende arbeidsvoorwaarden. Dit levert  een groot financieel nadeel op voor de betrokken werknemers, die soms wel tientallen procenten op hun salaris moeten inleveren. Zij krijgen nog wel een ontslagvergoeding mee van Heineken, waarmee zij tijdelijk hun inkomen op niveau kunnen houden, maar op termijn zal er sprake zijn van een forse inkomensachteruitgang.

De catering medewerkers nemen hiermee geen genoegen en vragen de kantonrechter om te oordelen dat de Wet overgang onderneming wel degelijk op hun situatie van toepassing is en dat zij dus, na de overdracht van de cateringactiviteiten van Heineken naar Albron, automatisch in dienst treden van Albron, met medeneming van de bij Heineken op het moment van de overdracht van de activiteiten geldende arbeidsvoorwaarden. De kantonrechter stelt de werknemers in 2006 in het gelijk.

Hiermee is de zaak nog niet afgedaan omdat Albron in hoger beroep gaat tegen het vonnis van de kantonrechter bij het Gerechtshof te Amsterdam. Wanneer in een procedure de uitleg van een Europese richtlijn centraal staat, kan de Nederlandse rechter vragen stellen aan het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) over hoe een Europese richtlijn moet worden uitgelegd. Omdat de inzet van de procedure mede de uitleg van een Europese richtlijn betreft stelt het Gerechtshof te Amsterdam een aantal vragen aan de Europese rechter.

Het gerechtshof wil, kort samengevat, weten of de richtlijn in een geval zoals dat zich voordoet bij Heineken/Albron van toepassing is. Het HvJ EU oordeelt dat dit het geval is. Het HvJ is, kort samengevat, van mening dat de uitleg van de Europese richtlijn met zich meebrengt dat ook indien binnen een concern waarin het personeel is ondergebracht bij een personeelsvennootschap en permanent gedetacheerd is bij een werkmaatschappij binnen dat concern, het personeel de bescherming geniet van de richtlijn indien de activiteiten van de werkmaatschappij worden overgedragen aan een derde.

Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt begrijpelijkerwijs overeenkomstig de zienswijze van het HvJ EU, maar moet ook nog een door Albron naar voren gebrachte vraag beantwoorden. Namelijk of de Nederlandse wet (artikel 7:663 e.v.) waarin de rechten staan omschreven van de werknemers wanneer sprake is van een overgang van onderneming, wel richtlijnconform is uit te leggen. Met andere woorden, biedt de Nederlandse wet de ruimte om de uitleg die het HvJ geeft aan de richtlijn, toe te passen?

Is dit namelijk niet het geval, dan betekent  dit dat de rechter op grond van de Nederlandse wettekst de vorderingen van de voormalige  Heineken-medewerkers niet kan honoreren. Dit betekent dan wel  dat de Nederlandse staat aansprakelijk is voor de schade van de werknemers, omdat de staat dan de Europese richtlijn niet goed zou hebben vertaald in de Nederlandse wet. De Nederlandse  regering is verplicht om de inhoud van de Europese richtlijnen op juiste en correcte wijze te implementeren in de Nederlandse wet. Wanneer dit standpunt van Albron zou worden gehonoreerd had dit vermoedelijk betekent dat de werknemers nog een aantal jaren  hadden moeten procederen, echter dit keer tegen de Staat der Nederlanden. Gelukkig voor hen komt het niet zover. Het gerechtshof te Amsterdam oordeelt dat de Nederlandse wet kan worden uitgelegd op de door de HvJ EU bedoelde wijze. In het door Albron ingestelde cassatieberoep bij de Hoge Raad bevestigt  de Hoge Raad dit op 5 april 2013.

De belangrijkste overweging van de Hoge Raad luidt als volgt:
…..In een geval als het onderhavige waarin een werknemer in dienst is van een tot een concern behorende personeelsvennootschap, maar  is tewerkgesteld bij een andere vennootschap binnen dat concern, en de onderneming van  laatstgenoemde vennootschap in de zin van art.7:663BW overgaat naar een verkrijger buiten dat concern-moet art.7:663BW worden verstaan op de hiervoorin3.2.3 weergegeven wijze waarop het  HvJ EU richtlijn2001/23/EG heeft uitgelegd. Dit betekent dat de omstandigheid dat [verweerder2] ten  tijde van de overgang van de onderneming waarvoor hij feitelijk werkzaam was (HeinekenNederland),  niet bij die onderneming in dienst was, maar bij haar zustermaatschappij HNB, niet aan toepasselijkheid van art.7:663 in de weg staat, en dat die toepasselijkheid meebrengt dat de rechten en verplichtingen uit de tussen HNB en [verweerder2] gesloten arbeidsovereenkomst zijn overgegaan op Albron als verkrijger”…..

Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat nu definitief vaststaat dat de cateringmedewerkers die tot 1 maart 2005 in dienst waren bij Heineken en daarna bij Albron met terugwerkende kracht tot 1 maart 2005 aanspraak kunnen maken op de arbeidsvoorwaarden zoals deze op 1 maart 2005 golden bij Heineken.
Het staat nu vast dat indien binnen een concern gewerkt wordt met een personeelsvennootschap die haar werknemers vervolgens detacheert bij een werkmaatschappij, de Wet overgang onderneming onverkort van toepassing is op de bij de werkmaatschappij gedetacheerde werknemers, indien de activiteiten van de werkmaatschappij worden overgedragen aan de andere partij.

Proost!

Datum
15 april 2013

Rechtsgebied
Arbeidsrecht

Geplaatst in
Sprengers nieuwsbrief 4-2013

Nieuwsbrief

Meer informatie