| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Niet voortzetten eindejaarsuitkering niet instemmingsplichtig

Een woningstichting en haar ondernemingsraad leggen middels een gezamenlijk verzoek aan de kantonrechter de vraag voor of een regeling ter zake van de eindejaarsuitkering, welke met instemming van de ondernemingsraad tot stand is gekomen, nog van kracht is, dan wel per 31 december 2012 is komen te vervallen. Daarbij komt ook de vraag aan de orde of de eindejaarsuitkeringsregeling pas kan eindigen indien de ondernemingsraad daaraan zijn instemming heeft verleend. De kantonrechter oordeelt dat het hier gaat om een overgangsregeling welke naar zijn aard tijdelijk is en dat de eindejaarsuitkeringsregeling per 31 december 2012 tot een einde is gekomen. De kantonrechters is voorts van oordeel dat de ondernemingsraad geen instemmingsrecht toekomt over het al dan niet afschaffen of voortzetten van de regeling.

Artikel 96 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Artikel 27 Wet op de Ondernemingsraden (WOR)

Rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht

1 december 2014, 3456926 CV VERZ 14 – 27606

Feiten
De woningstichting is ontstaan uit een fusie tussen twee andere woningorganisaties per 1 januari 2004. De cao Woondiensten is van toepassing. Na de fusie bestonden er wezenlijke verschillen tussen de arbeidsvoorwaarden van de verschillende groepen werknemers. De dertiende maand die voor een van de twee groepen werknemers bestond, is daarop in overleg met de ondernemingsraad in eerste instantie vervangen door een prestatietoeslag. Mede in het kader van een tussen de OR en de woningstichting gevoerde procedure bij het gerechtshof in Amsterdam is in 2007, in nader overleg tussen de ondernemingsraad en de woningstichting de prestatietoeslagregeling met ingang van 1 januari 2008 omgezet in een regeling die voorziet in een eindejaarsuitkering van maximaal acht procent, waarvan zes procent als vast bestanddeel en twee procent variabel. Deze nieuwe regeling kreeg een looptijd van vijf jaar. Aan het eind van deze looptijd zou de Raad van Bestuur met de ondernemingsraad in overleg treden, ter bespreking van een mogelijk vervolg van de regeling met inachtneming van de als dan geldende omstandigheden, zo vermeldde het ondernemersbesluit.

Begin 2013 heeft de woningstichting het voornemen geuit om de eindejaarsuitkeringsregeling na 2012 niet voort te zetten. Bij brief van 1 oktober 2013 heeft de gemachtigde van de ondernemingsraad aan de woningstichting bericht dat:

– de woningstichting de instemming van de OR nodig heeft om de eindejaarsuitkeringsregeling niet voort te zetten, en

– als er al sprake van zou zijn dat de regeling automatisch zou komen te vervallen, de voor die tijd geldende prestatietoeslagregeling uit 2005 weer zou (moeten) gelden.

Een aangepast voorstel van de woningstichting is door de ondernemingsraad niet aanvaard. Hierna hebben partijen in gezamenlijk overleg besloten de zaak voor te leggen aan de kantonrechter te Amsterdam.

Oordeel kantonrechter
De partijen hebben, met behoud van de mogelijkheid van hoger beroep, onder andere de volgende vragen aan de kantonrechter voorgelegd:

1. Is de regeling die de woningstichting ter zake de eindejaarsuitkering kent na 31 december 2012 nog van kracht?

2. Wat is de rol en de positie van de ondernemingsraad hierin en kunnen de werknemers, indien de regeling niet meer van kracht zou zijn, dan aanspraak maken op de voor die tijd geldende prestatietoeslagregeling?

De kantonrechter beantwoordt de eerste vraag ontkennend. Weliswaar is in de toelichting in het ondernemersbesluit opgenomen dat de woningstichting na afloop van de periode van vijf jaar ‘in overleg’ treedt met de ondernemingsraad, maar aan de woorden ‘in overleg’ kan niet de betekenis worden toegekend die de ondernemingsraad daaraan heeft gegeven, te weten dat dit hier ‘met instemming van de ondernemingsraad’ betekent. De kantonrechter licht dit als volgt toe.

De eindejaarsuitkeringsregeling is in 2007 overeengekomen tussen de woningstichting en de ondernemingsraad. De verwijzing van de OR naar een bepaling in de cao Woondiensten 2007 luidde:

‘Als in een artikel de terminologie ‘in overleg’ wordt gebruikt zijn de regels van de WOR van toepassing. Dit kan betekenen dat er sprake is van advies- of instemmingsrecht op grond van artikel 25 WOR respectievelijk artikel 27 WOR’. Dit acht de kantonrechter niet doorslaggevend. De eindejaarsuitkeringsregeling 2007 is niet in de cao geregeld, de terminologie van de cao is dan ook niet een op een van toepassing op de uitleg van die regeling.

Ook uit het ondernemersbesluit volgt volgens de kantonrechter niet dat de ondernemingsraad er van uit mocht gaan dat met ‘in overleg’ werd bedoeld dat de OR ter zake instemmingsrecht toekwam. Een overgangsregeling is naar zijn aard ook tijdelijk, zo overweegt de kantonrechter nog. Dit alles in aanmerking genomen, waaronder ook het feit dat de ondernemingsraad (nauw) bij de totstandkoming van de eindejaarsuitkeringsregeling betrokken is en met die regeling heeft ingestemd, is de kantonrechter van oordeel dat de OR geen instemmingsrecht toekomt over het al dan niet afschaffen of voortzetten van de regeling.

De ondernemingsraad wordt tenslotte niet gevolgd in zijn betoog dat vanwege de maatschappelijke positie die de OR heeft bij de onderhandelingen de regeling moet worden uitgelegd zoals de ondernemingsraad heeft gedaan. De OR moet immers in staat worden geacht om juridisch advies daarover in te winnen. Deze overweging van de kantonrechter verwijst naar de zogenoemde Haviltex-formule, een formule die wordt gehanteerd bij de uitleg van regelingen. Volgens dat criterium gaat het niet alleen om de taalkundige uitleg van de regeling, maar ook om de zin die partijen redelijkerwijs over en weer aan de regeling mochten toekennen en hetgeen zij in dat verband van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van hen kan worden verwacht.

Op de tweede genoemde vraag antwoordt de kantonrechter ook ontkennend. Uit de onderhandelingen die zijn gevoerd met betrekking tot de totstandkoming van de eindejaarsuitkeringsregeling 2007 blijkt dat er van uit is gegaan dat deze in de plaats treedt van de prestatietoeslagregeling uit 2005. Dit kan worden afgeleid uit een brief waarin is opgetekend dat de prestatietoeslagregeling zal worden omgezet in een eindejaarsuitkeringsregeling. Ook is aan de prestatietoeslagregeling 2005 geen gevoig meer gegeven vanaf het moment dat overeenstemming is bereikt over de eindejaarsuitkeringsregeling. Daarnaast is nergens besproken dat de prestatietoeslagregeling zou herleven als de eindejaarsuitkeringsregeling niet zou worden voortgezet. De werknemers kunnen na afloop of intrekking van de eindejaarsuitkeringzegeling 2007 dus geen aanspraak maken op de prestatietoeslagregeling 2005.

Aantekening
De ondernemingsraad had deze perikelen wellicht kunnen voorkomen door ten tijde van het aangaan van de regeling explicieter te zijn over de voortzetting ervan en de rechten van de ondernemingsraad daarbij.

In verband met de mogelijkheid die de ondernemingsraad heeft om zich te voorzien van deskundige juridische bijstand, wordt de OR door de kantonrechter gezien als een professionele partij.

Let op
Voor uitleg van cao bepalingen geldt niet de hier aan de orde zijnde Haviltex-formule, maar de zogenaamde Caonorm. Voor de uitleg van bepalingen van de cao geldt in beginsel dat de bewoordingen daarvan en van de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting, gelezen in het licht van de gehele tekst van de overeenkomst van doorslaggevende betekenis zijn.

Daarbij komt het niet aan op de bedoelingen van de partijen bij de cao, voor zover deze niet uit de cao bepalingen en de toelichting kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de cao en de toelichting zijn gesteld. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van rechtsgevolgen waartoe de verschillende tekstinterpretaties zouden leiden.

Datum
4 februari 2015

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Rechtspraak voor Medezeggenschap. Afl. januari 2015 – pag. 3-4

Nieuwsbrief

Meer informatie