| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Omgaan met adviesaanvragen reorganisaties binnen het Rijk

Per 1 januari 2012 is het besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008-2012 afgelopen.

Er is dan ook vanaf 1 januari 2012 binnen het Rijk geen, met de vakbonden overeengekomen, sociaal flankerend beleid. Tussen de minister van Binnenlandse Zaken en de vakbonden is er in 2012 overleg geweest om te komen tot een nieuw sociaal flankerend beleid binnen het Rijk.Op 20 juni 2012 heeft dit geresulteerd in een principe-overeenkomst ‘sociaal beleid Rijk: van werk naar werk (VWNW) beleid’ (hierna te noemen het principe-akkoord). Dit principe-akkoord is niet omgezet in een definitief akkoord aangezien het akkoord door de ministerraad is tegengehouden. De minister van Binnenlandse Zaken heeft na afwijzing van dit akkoord door de ministerraad, nogmaals verklaard dat het principeakkoord alleszins redelijk is. Dit laatste is niet zonder belang. Hieruit blijkt namelijk dat ook de minister het alleszins redelijk vindt dat er, in aanvulling op het ARAR, nadere afspraken worden gemaakt over het te voeren sociaal beleid in geval van reorganisaties binnen het Rijk. Uiteraard kan het bij het nieuw gevormde kabinet sprake zijn dat de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken alsnog het principe-akkoord omzet in een definitief akkoord. Dit is op dit moment nog niet het geval dus is het van belang om een richtlijn te geven hoe de OR binnen het Rijk moet omgaan met adviesaanvragen betreffende reorganisatie met personele gevolgen nu er nog geen met de bonden overeengekomen sociaal beleid is.

Hoe om te gaan met ingediende adviesaanvragen betreffende reorganisaties zolang het principe-akkoord niet definitief is?

Een OR kan de bestuurder verzoeken om, in afwachting van een definitief akkoord, het indienen van de adviesaanvraag enige tijd uit te stellen of de behandeling van reeds ingediende adviesaanvragen aan te houden. Dit met het oog dat, nu er een nieuw kabinet wordt/ is gevormd, een nieuwe ministerraad mogelijk wel akkoord zal gaan met het bereikte principe-akkoord. Indien het verzoek om uitstal dan wel het verzoek om aanhouding van de behandeling van de adviesaanvraag niet door de bestuurder wordt gehonoreerd, zal de OR te allen tijde de ingediende adviesaanvraag in behandeling moeten nemen en daarover uiteindelijk advies moeten uitbrengen. Indien de OR desgevraagd weigert een adviesaanvraag in behandeling te nemen of om advies uit te brengen, loopt de OR het risico dat de bestuurder zonder het doorlopen van een adviestraject, een besluit neemt tot reorganisatie. Een OR heeft geen tot zeer weinig kans op succes in een beroepsprocedure bij de ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam om een dergelijk reorganisatiebesluit als kennelijk onredelijk te laten aanmerken als hij desgevraagd niet heeft geadviseerd.

De OR doet er dus verstandig aan om wel advies uit te brengen als bedoeld in artikel 25 WOR. Bij de behandeling van de adviesaanvraag kan de OR vragen naar de voorgenomen maatregelen om de gevolgen van de reorganisatie op te vangen (sociaal flankerend beleid). Die moet de bestuurder, op grond van artikel 25 lid 3 WOR, in de adviesaanvraag vermelden.

Op grond van het ARAR is het in beginsel aan het GO om afspraken te maken over het sociaal flankerend beleid en daarover overeenstemming te bereiken met het bevoegd gezag. Maar zolang het principeakkoord niet is omgezet in een definitief akkoord, zal het GO niet willen onderhandelen over een sociaal flankerend beleid.

De OR kan, in het kader van de adviesaanvraag, de bestuurder vragen om een verdergaand voorstel te doen om de personele gevolgen op te vangen dat is afgestemd op het in juni 2012 bereikte principe-akkoord. Nu de minister van Binnenlandse Zaken, ook nadat het akkoord door de ministerraad is afgewezen, dit akkoord als alleszins redelijk heeft aangemerkt, kan dat worden gebruikt door de OR om aan te geven dat alleen bepalingen uit het ARAR onvoldoende zijn om het wegvallen van het sociaal flankerend beleid op 1 januari 2012 te ondervangen.

Indien de bestuurder niet bereid blijkt desgevraagd de voorgenomen maatregelen af te stemmen op het principeakkoord, kan de OR, naast mogelijke andere redenen waarom hij negatief adviseert, negatief adviseren ten aanzien van het voorgenomen reorganisatiebesluit, omdat er geen akkoord is bereikt over de sociale maatregelen binnen het GO als ook de door de bestuurder voorgestelde maatregelen om de personele gevolgen op te vangen onvoldoende zijn, omdat het van werk naar werkbeleid uit het principeakkoord niet onverkort wordt toegepast.

Conclusie:

De OR kan in eerste instantie vragen om aanhouding van de behandeling van de adviesaanvraag dan wel om uitstel van de behandeling van de adviesaanvraag. Indien dit niet door de bestuurder gehonoreerd wordt, dan doet de OR er verstandig aan om de adviesaanvraag in behandeling te nemen. Gezien het feit dat de minister van Binnenlandse Zaken het principeakkoord als alleszins redelijk heeft bestempeld, kan de OR de bestuurder vragen om de personele gevolgen op te vangen onder toepassing van het werk naar werkbeleid van het principe-akkoord. Indien de bestuurder dit niet overneemt kan de OR,naast mogelijk andere redenen waarom hij negatief adviseert, overgaan tot het geven van een negatief advies omdat er in de adviesaanvraag, strijdig met artikel 25 lid 3 WOR, geen duidelijkheid bestaat dan wel onvoldoende wordt gegeven over de wijze waarop de sociale/ personele gevolgen worden ondervangen.

Suzanne Broens, advocate bij Sprengers Advocaten, voorheen het Advokatenkollektief.

Datum
12 november 2012

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Nieuwsbrief Sprengers Advocaten

Nieuwsbrief

Meer informatie