| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Onderbezetting

Wij zijn een ondernemingsraad van een middelgrote onderneming. Op grond van de Wet op de ondernemingsraden bestaat onze or uit 13 leden. Bij de laatste verkiezingen bleek het erg lastig te zijn om kandidaten te vinden en konden slechts 11 zetels bezet worden. In het afgelopen jaar zijn nog eens twee zetels vacant geworden, omdat een medewerker ontslag heeft genomen en een andere collega wegens ziekte langdurig is uitgevallen. Wij vragen ons af, of we nog wel kunnen functioneren als ondernemingsraad en of wij rechtsgeldig kunnen handelen.

De Wet op de ondernemingsraden schrijft in artikel 6 voor, uit hoeveel leden een ondernemingsraad bestaat. Dit varieert van 3 tot 25 leden en is afhankelijk van het aantal personen (dus niet het aantal fte) dat werkzaam is in de onderneming. Bij een onderneming met 600 tot 1000 personen bestaat een or bijvoorbeeld uit 13 leden.
Helaas blijkt het in de praktijk bij verkiezingen niet altijd gemakkelijk te zijn om voldoende kandidaten te vinden. Hierdoor kan een or in feite onderbezet zijn. Ook kan het gebeuren dat tijdens de zittingstermijn vacatures ontstaan, bijvoorbeeld doordat een werknemer ontslag neemt en dus niet meer werkzaam is in de onderneming.

Een onderbezette ondernemingsraad is vervelend, al is het alleen maar omdat hetzelfde werk met minder mensen moet worden verricht. Daarnaast is het, gelet op de taken en verantwoordelijkheden van een or, van belang dathij een zeker draagvlak heeft binnen de onderneming. Bovendien, wanneer er in het or-reglement quorumafspraken zijn gemaakt kan de onderbezetting van de ondernemingsraad tot juridische en praktische problemen leiden. Meestal vermeldt het reglement dat meer dan de helft van het aantal leden waaruit de or formeel bestaat aanwezig dient te zijn om rechtsgeldige vergaderingen en besluiten te nemen. Wanneer er door een groot aantal vacatures feitelijk onvoldoende leden zijn om het quorum te behalen bestaat de noodzaak om zo spoedig mogelijk verkiezingen uit te schrijven, omdat de ondernemingsraad anders in feite – juridisch gezien – niets kan.

Artikel 10 van de WOR bepaalt, dat de ondernemingsraad in zijn reglement regelt op welke wijze tussentijdse vacatures in de ondernemingsraad worden vervuld. Wanneer er bij de verkiezingen is gekozen voor het personenstelsel (waarbij de kiezer dus op personen stemt) ligt het voor de hand om de vacature te vervullen door die kandidaat te benoemen die als volgende zou zijn gekozen. Wanneer bij de verkiezingen het zogenaamde lijstenstelsel is gehanteerd, is het logisch om de eerste niet gekozen kandidaat op de lijst van het vertrekkende or-lid als lid aan te wijzen. Wanneer er echter geen ‘reserve-kandidaten’ zijn geldt over het algemeen dat tussentijdse verkiezingen moeten worden uitgeschreven. Soms wordt hiervan in het reglement afgewezen, bijvoorbeeld wanneer er binnen zes maanden sowieso nieuwe verkiezingen zullen plaatsvinden.

Bij nieuwe verkiezingen is het goed om af te vragen wat de collega’s ervan weerhoudt om zich verkiesbaar te stellen. Wanneer potentiële kandidaten bijvoorbeeld huiverig zijn voor de hoeveelheid werk die zij zich op hun hals halen, hetgeen toch geregeld een terechte veronderstelling blijkt te zijn, kan een gesprek met de bestuurder over bijvoorbeeld een uitbreiding van de faciliteitenregeling op zijn plaats zijn. Het vergroten van de zichtbaarheid van de or, het benadrukken van het belang van de medezeggenschap en het daadwerkelijk campagne voeren bij verkiezingen is zowel een verantwoordelijkheid van de or als van de bestuurder. Beiden kunnen en moeten een rol spelen in het enthousiasmeren van collega’s en ruimte bieden voor de medezeggenschap binnen de onderneming. Juist de niet-verkiezingstijd is hier een goed moment voor.

Datum
1 mei 2016

Rechtsgebied
Arbeidsrecht Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in OR informatie (rubriek #Durftevragen) mei 2016 nr. 5, p. 14

Nieuwsbrief

Meer informatie