| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Ondernemer beslist wat het eerst gebeurt

In 2008 adviseert een or positief over een nieuwe bestuursstructuur. De nieuwe bestuurder legt kort daarop een andere wijziging van de topbestuurslaag voor. De or adviseert negatief en stapt naar de Ondernemingskamer (OK).

De or vindt dat het besluit niet bijdraagt aan het op orde brengen van de bedrijfsvoering (onder andere het ernstige tekort aan menskracht). De in 2008 ingevoerde structuur was juist bedoeld om dergelijke problemen van de ‘werkvloer’ op te lossen; het nieuwe besluit heeft volgens hem slechts betrekking op de top, terwijl de aandacht gevestigd zou moeten worden op verbetering van het management in de lagere echelons.
De ondernemer wijst erop dat de nieuwe bestuurder een organisatie aantrof die fors over de exploitatiebegroting heen ging, verwikkeld was in een bouwproject met circa vijf miljoen euro aan meerkosten boven het bouwbudget en daarnaast nog geen begroting voor 2009 had opgesteld. De bestuurder constateerde dat de taakverdeling tussen de managers onevenwichtig was en dat er geen duidelijke strategie voor de verschillende onderdelen van de organisatie was. Daarop is het organogram voor de topstructuur aangepast. Het niet effectief kunnen sturen heeft ertoe geleid dat de exploitatiebegroting 2010 met circa een miljoen euro is overschreden. De oorzaak daarvan is onderproductie in de zorg en een te grote inzet van personeel. Om die problematiek op te kunnen lossen is de bestuurder van mening dat eerst de sturing van bovenaf en via het middenkader duidelijker moet worden.

Ondernemingskamer
De OK geeft aan dat de bestuurder zijn redenen voor wijziging van de topstructuur uitgebreid heeft toegelicht en beargumenteerd. De vrees van de or voor een ‘te zware top’ komt de OK niet gegrond voor. De keuze van de samenstelling en inrichting van de (top van de) bestuursstructuur en de strategie van de bedrijfsvoering behoort nu eenmaal tot de taken en bevoegdheden van de bestuurder. Zijn wens om eerst de basis van de onderneming te versterken en van daaruit de overige bedrijfsprocessen aan te sturen en te reorganiseren is begrijpelijk en niet ongebruikelijk. Dat de or twijfelt aan de haalbaarheid van de ingezette route en aan de noodzaak van de topstructuurwijziging, maakt het besluit nog niet kennelijk onredelijk. Het verzoek van de or wordt afgewezen.

Commentaar
Een organisatiemodel voor een onderneming is een keuze. Posi-tief beschouwd is een organisatieaanpassing een middel om het mogelijk te maken dat de onderneming de problemen waarvoor deze is gesteld, beter gaat oppakken. Het besef dat een verandering nodig is, wordt er door versterkt. Negatief beschouwd is organisatieverandering het aanpakken van de structuur en niet van de problemen. De onderneming blijft nog langer naar binnen gekeerd en met zichzelf bezig voordat ze toekomt aan het oplossen van de problemen. Deze beschikking maakt duidelijk dat de Ondernemingskamer vooral toetst aan de hand van de beweegredenen: heeft de ondernemer goed inzichtelijk gemaakt dat er problemen zijn die moeten worden aangepakt? De keuze wat er als eerste moet gebeuren ligt binnen de beleidsvrijheid van de ondernemer. De rechter zal daar niet snel in treden.

Ondernemingskamer 18 maart 2011, LJN BP9683
Auteur: Loe Sprengers

Datum
1 juli 2011

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Actuele jurisprudentie in: OR Informatie juli 2011, 7, p. 42-43

Nieuwsbrief

Meer informatie