| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Ontbindingsverzoek om or-lidmaatschap?

Ik ben sinds 2010 lid van de or, en in de zomer van 2011 ben ik voorzitter geworden. Naast mijn werk als or-lid ben ik werkzaam als planner bij ons bedrijf. Begin 2011 stelde mijn leidinggevende dat ik ondermaats presteerde en in de zomer – vlak nadat ik voorzitter van de or was geworden – werd mij de wacht aangezegd. Mijn leidinggevende gaf me drie maanden de tijd om mijn functioneren te verbeteren. De jaren vóór mijn orlidmaatschap heb ik altijd tot volle tevredenheid van mijn werkgever gefunctioneerd, en kreeg ik goede beoordelingen. Vanaf 2010, het jaar waarin ik or-lid werd, werd er opeens veel kritiek op mijn functioneren geuit. Inmiddels ben ik niet door het verbetertraject gekomen en heeft mijn werkgever gezegd mijn arbeidsovereenkomst te willen beëindigen vanwege disfunctioneren. Er zal een ontbindingsverzoek worden ingediend bij de kantonrechter. Wat kan ik hiertegen beginnen? Ik heb de stellige overtuiging dat het allemaal samenhangt met mijn or-lidmaatschap. Ze vinden mij veel te lastig.

Omdat u lid bent van de or geldt voor uw werkgever een zogenoemd opzegverbod (zie hiervoor artikel 7:670 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek). Dit opzegverbod heeft tot gevolg dat een or-lid in beginsel niet mag worden ontslagen. Op dit beginsel bestaan meerdere uitzonderingen. Eén daarvan gaat op in het geval dat de werkgever de kantonrechter verzoekt de arbeidsovereenkomst wegens ‘gewichtige redenen’ te ontbinden, zoals wanneer de betrokken werknemer onvoldoende functioneert. De belangrijkste vraag in uw geval is of er reden bestaat om aan te nemen dat het ontbindingsverzoek verband houdt met uw or-lidmaatschap of dat het daadwerkelijk samenhangt met uw functioneren. Kennelijk verzoekt de werkgever ontbinding wegens disfunctioneren en niet vanwege het lidmaatschap van de or. Dat u het vermoeden heeft dat uw lidmaatschap van de or wel een rol speelt, is nog niet voldoende reden voor een kantonrechter om het ingediende verzoek af te wijzen.

Een kantonrechter zal in het algemeen het ontbindingsverzoek alleen inwilligen indien hij het zeer aannemelijk acht dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst géén verband houdt met medezeggenschapsactiviteiten van de betrokken werknemer. In principe zal een kantonrechter het ontbindingsverzoek afwijzen indien de ontslaggrond rechtstreeks gelegen is in or-activiteiten. Zo oordeelde een kantonrechter te Zwolle ‘dat het ontslagverbod wegens lidmaatschap van de ondernemingsraad slecht kan worden doorbroken indien uitgesloten moet worden geacht dat dat lidmaatschap een rol heeft gespeeld bij de beslissing tot beëindiging van de arbeidsrelatie’.
In de praktijk neigen de meeste kantonrechters ernaar – indien de ontslaggrond mogelijk gelegen is in or-activiteiten zonder dat daarover zekerheid bestaat – om tot afwijzing van het ontbindingsverzoek te besluiten. Bij twijfel wordt het verzoek dus afgewezen. Dit is in lijn met de beschermingsgedachte die schuilt achter het opzegverbod. Overigens is het niet de bedoeling dat de ontslagbeschermingsbepalingen leiden tot bevoordeling van de betrokken werknemer (en orlid). Indien het heel duidelijk is dat het ontbindingsverzoek géén verband houdt met de medezeggenschapsactiviteiten van de betrokken werknemer, mag de ontslagbescherming die de werknemer heeft uit hoofde van zijn or-lidmaatschap, niet leiden tot bevoordeling. Bijvoorbeeld: indien er sprake is van een zuiver reorganisatieontslag mag het or-lidmaatschap niet leiden tot een andere behandeling van het betrokken or-lid ten opzichte van de andere werknemers die geen or-lid zijn. Het betrokken or-lid wordt dan dus gewoon meegenomen in de reorganisatie, want het or-lidmaatschap kan geen ontslagcriterium zoals anciënniteit doorbreken. Evenmin komt een or-lid een hogere vergoeding toe bij een voorgenomen ontslag wegens reorganisatie.
In uw geval zal de kantonrechter dus gaan bekijken of het ontbindingsverzoek wellicht niet alleen samenhangt met uw functioneren, maar ook met uw or-lidmaatschap. U kunt daar natuurlijk een belangrijke rol in spelen door een en ander zo aannemelijk mogelijk te maken. Indien de kantonrechter twijfelt, heeft u grote kans dat het ontbindingsverzoek zal worden afgewezen.

Datum
1 juni 2012

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Rubriek “Gabi geeft antwoord” in: OR Informatie juni 2012, 6, p. 21

Nieuwsbrief

Meer informatie