| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Onze or in een nieuw, kernachtig jasje?

Onze or is samen met onze bestuurder op zoek naar een wat simpeler vormgeving en structuur van de medezeggenschap, waardoor er meer slagkracht ontstaat voor de or. Wij streven naar een kleinere or. Binnen onze onderneming bestaat momenteel een gelaagde medezeggenschapsstructuur. Ons bedrijf kent een centrale or, daaronder hangt een aantal or’s en daarnaast bestaan er nog diverse onderdeelcommissies. Het streven is om door middel van een nieuwe medezeggenschapsvorm de kwaliteit van de or te optimaliseren. Bovendien willen wij ook graag dat orwerk kan bijdragen aan de ontwikkeling van de werknemers. Heeft u hier ideeën over?

Ja, die heb ik. Het hangt wel af van de vraag of de or wil vernieuwen binnen de wettelijke kaders van de WOR of buiten die kaders wil treden. Algemeen gesteld geeft vernieuwing binnen de wettelijke kaders van de WOR de meeste bescherming aan de or en zijn leden. Als de kaders van de WOR bij de modernisering en flexibilisering van de or worden losgelaten, raken de or en zijn leden daarmee een deel van de wettelijke waarborg en bescherming kwijt.

Ik ga er bij de beantwoording van uit dat jullie or binnen de wettelijke kaders van de WOR wenst te blijven. Een idee zou kunnen zijn een zogenoemde kern-or, waar met een kleiner aantal leden wordt gewerkt dan op basis van de wet zou moeten. In de WOR is de mogelijkheid opgenomen om van het aantal leden zoals omschreven in artikel 6 van de WOR af te wijken. Dit kan overigens alleen met toestemming van de ondernemer. Verder dient het afwijkende ledenaantal in het reglement van de or te worden vermeld. De kern-or is dan een or in de zin van de WOR en kan derhalve rechtsgeldige besluiten nemen.

Het blijft natuurlijk wel van belang dat de or waarborgt dat de verschillende groepen van de in de onderneming werkzame personen in de or vertegenwoordigd zijn. Dit betekent bij een (kleine) kern-or een aandachtspunt. Zorg ervoor dat de verschillende groepen binnen de onderneming zo goed mogelijk vertegenwoordigd zijn.

Ook bij een netwerk-or dienen de faciliteiten geborgd te zijn. Jullie or zou kunnen voorstellen om de faciliteiten die nu nog worden besteed aan de zetels die er in geval van een kern-or niet meer zullen zijn, te behouden en om te zetten in bijvoorbeeld extra uren voor de leden van de kern-or of ze te besteden aan de projectgroepen. Een populaire gedachte over nieuwe invulling van medezeggenschap is dat de (kern-)or de expertise uit de organisatie haalt en dat medewerkers tijdelijk en fl exibel kunnen deelnemen aan or-werk. Een aandachtspunt hierbij is de bescherming van die tijdelijke deelnemers aan de kern-or. Voor de volledigheid: een or-lid wordt beschermd door artikel 21 WOR. Achterliggende gedachte is dat or-leden niet in hun positie binnen de onderneming mogen worden benadeeld vanwege hun lidmaatschap van de or. Bovendien zijn orleden beschermd tegen ongerechtvaardigd ontslag (de ontslagbescherming specifiek voor or-leden is opgenomen in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek).

Het is voor de uitoefening van de medezeggenschapstaak onontbeerlijk dat or-leden onafhankelijk van de bestuurder en leiding van de onderneming kunnen handelen. Er moet geen angst bestaan voor maatregelen wegens onwelgevallige standpunten van de or. Een or-lid wordt vanwege dat or-werk kwetsbaarder in zijn positie. Daarvoor is die aanvullende bescherming van artikel 21 WOR en het BW bedoeld. Deze bescherming geldt overigens ook voor commissieleden van de or.
De medewerkers die tijdelijk en fl exibel zullen worden ingezet voor or-werk in een netwerk-or, hebben deze bescherming niet. Dat is een nadeel. Het betreft een wettelijke bescherming en die kun je in deze zin niet afspreken. De oplossing voor de medewerkers zou dus zijn dat deze flexibele or-deelnemers zitting nemen in een commissie in de zin van artikel 15 van de WOR. In ieder geval is dit een aandachtspunt.

De tendens bestaat om het or-werk onderdeel te laten zijn van het functioneren van een medewerker. De gedachte is positief, het stemt ook tot een positief beeld van de medezeggenschap. Maar het kan ook betekenen dat een werknemer slecht wordt beoordeeld omdat hij een groot deel van de tijd zijn werk niet heeft kunnen doen vanwege het or-werk, of dat hij wordt beoordeeld op het or-werk. Dat laatste is in het systeem van de WOR niet mogelijk. De or-leden kunnen elkaar onderling beoordelen op hun functioneren als or-lid, maar een leidinggevende kan dat niet. Die is immers niet betrokken bij en op de hoogte van dat or-werk. Die vermenging moet en mag niet gaan optreden.
Gelet op jullie wensen, raad ik een eigentijdse vorm van de medezeggenschap aan. Maar wel binnen de grenzen van de WOR en met een maximaal draagvlak.

Datum
1 mei 2012

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Rubriek”Gabi geeft antwoord” in: OR Informatie mei 2012, 5, p. 29

Nieuwsbrief

Meer informatie