| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Or in overgangssituatie

Wij zijn een or van een onderdeel van een overheidsinstantie. Er zijn regionaal vijf onderdelen, met elk een eigen or. Er zal dit jaar een bestuurlijke centralisatie plaatsvinden. Dit betekent dat de verschillende onderdelen gaan fuseren, waardoor een herijkt takenpakket zal ontstaan. De huidige medezeggenschapsverhoudingen sluiten nog niet aan op deze centralisatie. Wij vragen ons af of wij als ondernemingsraad kunnen blijven optreden tijdens het centralisatieproces. Of moeten wij misschien gaan samenwerken met de vijf betrokken or’s totdat de fusie is afgerond?

Jullie vragen je af hoe er in de tussenliggende (overgangs) periode op adequate wijze in de medezeggenschap kan worden voorzien. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) biedt geen oplossingen voor overgangssituaties en de medezeggenschap in deze omstandigheden is dus ongeregeld. Ondernemer en medezeggenschapsorganen zijn daarom relatief vrij om daar vooraf zelf afspraken over te maken, maar deze afspraken moeten wel in lijn zijn met de bedoelingen van de WOR. Hiermee bedoel ik dat de afspraken het oog moeten hebben op het overleg met en de vertegenwoordiging van de in de onderneming(en) werkzame personen en dat ze bevorderlijk moeten zijn voor een goede toepassing van de WOR ten aanzien van deze onderneming(en). Bovendien moeten de afspraken er in voorzien dat er voor de nieuwe gecentraliseerde organisatie verkiezingen worden georganiseerd en dat er, totdat er nieuw verkozen medezeggenschapsorganen aantreden, met de bestaande medezeggenschapsorganen zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de nieuwe zeggenschapsverhoudingen.

Vaak wordt er in deze situatie een convenant opgesteld door de betrokken or’s en ondernemers, met het oog op de samenwerking van de or in een bijzondere or. Dit wordt ook wel een BOR genoemd. Soms wordt het ook wel een tijdelijke or genoemd, een TOR. In een dergelijk convenant worden de afspraken voor die tijdelijke overgangssituatie vastgelegd. Veelal wordt zo afgesproken dat de samenwerking in een BOR zich uitsluitend richt op het doorlopen van het fusietraject. Alle onderwerpen die niet samenhangen met de fusie blijven dan gewoon behandeld worden door de afzonderlijke ondernemingsraden.

Veelal maakt de afspraak dat de afzonderlijke or’s met betrekking tot het fusietraject al hun bevoegdheden en rechten overdragen aan de BOR (mandaat) deel uit van het convenant. Daar staat dan ook meestal de afspraak tegenover dat de afzonderlijke ondernemingsraden het recht hebben om het hiervoor genoemde mandaat in te trekken en ook de afgevaardigde in de BOR terug te trekken. Een andere afspraak is meestal dat de BOR het mandaat heeft om namens de or’s het overleg te voeren met de bestuurder over alle aangelegenheden met betrekking tot de fusie.

Nieuwe medezeggenschapsorganen zullen pas kunnen aantreden nadat er verkiezingen zijn uitgeschreven en er leden voor de nieuwe medezeggenschapsorganen voor de nieuwe organisatie zijn gekozen. Vaak zal dat proces meer dan drie maanden in beslag nemen, nog daargelaten dat het proces langer kan duren als de feitelijke inrichting van de nieuwe organisatie nog even op zich laat wachten.
Tot die tijd kan de BOR dan als samenwerkingsorgaan fungeren.

Datum
1 april 2012

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Rubriek “Gabi geeft antwoord” in: OR Informatie april 2012, 4

Nieuwsbrief

Meer informatie