| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Or komt met alternatief voorstel voor verhuizing

Eerst de achtergronden: een onderneming heeft twee vestigingen, een in Breda en een in Rotterdam. Uit efficiency-overwegingen en om de synergie te bevorderen, is besloten de vestiging in Breda te sluiten en alie activiteiten te verhuizen naar Rotterdam. De bestuurder wil zo snel mogelijk verhuizen, maar de huurtermijn van het pand loopt pas eind 2011 af. Nadat de bestuurder de or om advies heeft gevraagd, laat de or de kosten berekenen van de huur die nog moet worden betaald tot het einde van de overeenkomst. De or adviseert uiteindelijk negatief en komt met een alternatief: verhuizing per einde huurtermijn, eind 2011. Als reden daarvoor noemt de or dat de economische rentabiliteit toeneemt en de medewerkers dan ruim de tijd krijgen om zich op de situatie voor te bereiden.

Ondanks ons negatieve advies laat de bestuurder ons weten uitvoering te zullen geven aan het voorgenomen besluit. Hij stelt aan de hand van een toelichting dat volgens hem door de alternatieve verhuisdatum geen kostenbesparing wordt gerealiseerd en verwerpt het alternatief.
Kan dit zomaar?

Blijkbaar heeft de bestuurder wel nader toegelicht waarom een verhuizing op de door hem voorgestane termijn de voorkeur verdient boven de door de or in zijn advies voorgestelde alternatieve verhuisdatum van eind 2011. De bestuurder heeft aangevoerd dat hij geen kosten zal besparen als de verhuizing conform het voorstel van de or wordt uitgesteld. Het is aan de or om in zijn advies voldoende aannemelijk te maken dat de financiële verwachtingen van de bestuurder onrealistisch zijn en dat het (vooralsnog) aanhouden van de vestiging in Breda in bedrijfseconomisch opzicht de voorkeur moet verdienen boven de verhuizing en sluiting. Dit neemt alleen niet weg dat de bestuurder op zijn beurt weer de mogelijkheid heeft aan de hand van een voldoende onderbouwing aannemelijk te maken dat sluiting van de vestiging en de verhuizing per direct de beste beslissing is. Met andere woorden, de bestuurder mag afwijken van het door de or geopperde alternatief, zolang dat maar gemotiveerd en zorgvuldig gebeurd.

Maakt het nog uit of de bestuurder een sociaal plan opstelt voor de werknemers van de vestiging in Breda?

Ja, dit maakt wel uit. Voor de vraag of de bestuurder bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit zijn de volgende kwesties van belang:
· Blijkt uit de inhoud van het sociaal plan dat de bestuurder op een zorgvuldige manier rekening heeft gehouden met de belangen van de werknemers voor wie de verhuizing gevolgen heeft? Let als or op de in het sociaal plan vervatte procesbeschrijving, verhuiskostenregeling, bepalingen omtrent flexibele arbeidstijden, thuiswerken, reiskostenvergoeding en reistijdcompensatie.
· Wordt in het sociaal plan voldoende compensatie geboden voor de gevolgen van de verhuizing? ·
· Ook kan nog een rol spelen dat wanneer de besprekingen over het sociaal plan met de vakbonden worden gevoerd, van bezwaren van de vakbonden niets is gebleken. ·
· Zegt de bestuurder toe dat de werkgelegenheid behouden zal blijven en betwijfelt de or deze toezegging niet. Als aan al het voorgaande wordt voldaan, zal er niet snel geconcludeerd worden dat de ondernemer niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen.

Wij hebben aangekondigd beroep in te stellen bij de Ondernemingskamer. Dit doen we om druk uit te oefenen en wellicht te bezien of we samen nog tot een oplossing kunnen komen. Volstaat een kort briefje om de termijn van het beroep veilig te stellen en als wij eruit zijn het beroep weer in te trekken?

Nee, dat gaat niet. De procedure bij de Ondernemingskamer begint met het indienen van een inhoudelijk verzoekschrift door de or. Dit verzoekschrift moet al de gronden bevatten waarom de or in beroep gaat. De or kan niet volstaan met een kort verzoekschrift om de termijn te redden, met de mededeling dat de gronden van het beroep later nog volgen. Als het verzoekschrift is ingediend, wordt een zittingsdatum bepaald. Als ondernemingsraad en bestuurder elkaar naderen in het vinden van een oplossing en de zittingsdatum zeer dichtbij is, kunnen beide partijen om aanhouding van de zaak te vragen. De Ondernemingskamer verplaatst dan de zittingsdatum en stelt de behandeling van de zaak uit, Op die manier krijgen de or en bestuurder nog wat meer tijd om er alsnog samen uit te komen. Als er uiteindelijk toch een oplossing uitrolt, kan de or het beroep intrekken. Dit hoeft niet voor een bepaalde datum, het kan zelfs op de dag van de zitting.

Datum
1 april 2010

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Rubriek ‘Gabi geeft antwoord’ in: OR Informatie april 2010, 4, p. 27

Nieuwsbrief

Meer informatie