| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Or pikt sluiting afdeling niet

Een werkgever besluit een afdeling op te heffen waar nog maar een werknemer werkt. De ondernemingsraad adviseert negatief en gaat, als het besluit toch wordt uitgevoerd, in beroep bij de Ondernemingskamer.

WML houdt zich onder meer bezig met het ontwikkelen van reintegratieplannen voor de personen die hij aan (tijdelijk) werk helpt. Deze plannen worden gemaakt door het arbeidsdiagnostisch centrum (ADC). In december 2011 heeft de or een adviesaanvraag ontvangen over het voornemen tot sluiting van het ADC. In deze adviesaanvraag staat dat door de vacaturestop in 2012 de instroom vanuit de wachtlijst in 2012 nihil is en daarmee ook de behoefte aan arbeidsdiagnostische onderzoeken.
Per 1 januari 2012 is het hoofd ADC met vervroegd pensioen gegaan en verder werkt er nog één functionaris bij ADC. De or heeft negatief geadviseerd. Op 28 februari 2012 heeft WML besloten het ADC op te heffen. De or gaat hiertegen in beroep bij de Ondermeningskamer (OK).

Ondernemingskamer
Het besluit is volgens de OK onvoldoende gemotiveerd, alleen al omdat onduidelijk is of het besluit mede steunt op de overweging dat het ADC niet langer beschikt over een voldoende gekwalificeerde medewerker, terwijl de or heeft gesteld dat de overgebleven werknemer voldoende is gekwalificeerd.
WML heeft geschreven dat diagnostiek de basis vormt voor arbeidstoedeling en dat deze werkzaamheden ook in de toekomst in eigen beheer uitgevoerd gaan worden door werkcoaches. Het is onduidelijk hoe dit te verenigen is met het in de adviesaanvraag genoemde argument dat er voor het ADC geen werk meer zou zijn. Daarbij komt dat WML aan de or niet heeft toegelicht op grond van welke competenties de jobcoaches of werkcoaches tot arbeidsdiagnostiek in staat kunnen worden geacht. Het opheffen van het ADC is gemotiveerd met een te realiseren kostenbesparing van 169.750 euro. Uit de verschafte informatie blijkt in ieder geval dat het ADC ook in 2011 nog een betrekkelijk groot aantal opdrachten heeft uitgevoerd. Evenmin maakt de specificatie duidelijk wat de kosten zullen zijn van het verrichten van diagnostische werkzaamheden door de job- en/of werkcoaches of door ad hoc in te huren externe deskundigen. Door diverse maatregelen is een situatie gecreëerd waardoor gedeeltelijk uitvoering aan het besluit is gegeven: de trainingswerkzaamheden die door het ADC werden verricht, zijn naar andere medewerkers van WML overgeheveld, en de ruimte van het ADC is verhuurd of herbestemd. Ook dat is niet in overeenstemming met de wettelijke regeling van het medezeggenschapsrecht. Dit alles leidt tot de slotsom dat WML bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.

Commentaar
Dit is een voorbeeld van een procedure over een ‘klein’ onderwerp. De adviesaanvraag heeft betrekking op het vervallen van één functie. Als de ondernemer zonder voorbehoud daarover advies vraagt, zijn alle regels van het adviesrecht van toepassing, waaronder de toetsing door de Ondernemingskamer (zie art. 32 lid 4 WOR), ook als het mogelijkerwijs niet als een belangrijk voorgenomen besluit is te beschouwen op grond van art. 25 lid 1 WOR. De OK toetst de zaak vervolgens grondig. Als de onderbouwing is dat de functie moet verdwijnen omdat er geen werk meer is, moet de ondernemer duidelijk maken dat dit ook echt zo is. Daar is de ondernemer in dit geval niet in geslaagd.

Hof Amsterdam (OK) 18 juli 2012, LJN: BX4168

Datum
28 december 2012

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
OR Informatie Jurisprudentie december 2012 p.36-37

Nieuwsbrief

Meer informatie