| samen sterk in arbeidsrecht

© 2020 Sprengers Advocaten
Website door: New Fountain

Procedure bij de Ondernemingskamer

Het adviesrecht is een zware bevoegdheid voor een ondernemingsraad. De mogelijkheid om in beroep te gaan bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof, maakt een adviesprocedure niet vrijblijvend.

In dit laatste deel van deze reeks zetten we uiteen hoe de beroepsprocedure (bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam) eruitziet, en wat het effect ervan kan zijn.

Wanneer kan je in beroep gaan bij de OK?
In twee situaties is het mogelijk om beroep aan te tekenen bij de Ondernemingskamer (OK):
• Als een besluit is genomen zonder dat vooraf advies is gevraagd; en
• als een besluit is genomen dat afwijkt van het advies van de ondernemingsraad.

Binnen welke termijn moet beroep worden ingesteld?
Binnen een maand nadat de ondernemingsraad schriftelijk is geïnformeerd over de inhoud van het besluit, kan hij beroep aantekenen bij de OK. De or moet in enige rust kunnen beslissen of hij in beroep gaat. Daarom staat in de wet dat, wanneer een besluit afwijkt van het advies van de ondernemingsraad, van rechtswege een opschortingstermijn van een maand in werking treedt. Gedurende die maand mag het besluit niet worden uitgevoerd. Een maand lijkt lang, maar is in de praktijk kort. De or zal eerst intern moeten nagaan of hij in beroep wil tegen het besluit. Hij zal een advocaat in de hand moeten nemen en zich juridisch moeten laten adviseren over de kansen van een beroep. En vaak vindt er in die maand ook nog overleg met de bestuurder plaats om te kijken of het mogelijk is om tot een oplossing te komen zonder beroep aan te tekenen. De beroepstermijn is echter keihard. Wanneer het beroep wordt ingediend een dag nadat de maand is verstreken, staat de or met lege handen.

Inhoud beroep
De advocaat van de or zal een beroepsschrift moeten indienen. Daarin formuleert hij de redenen waarom de or het niet eens is met het besluit. Uit de rechtspraak blijkt dat in het beroepsschrift geen nieuwe redenen aangevoerd kunnen worden die niet ook al in het advies van de or staan. Daarom is het advies van de ondernemingsraad cruciaal voor de kansen in beroep. Wanneer een ondernemingsraad, op het moment dat hij het advies gaat uitbrengen, al weet dat hij overweegt om in beroep te gaan wanneer de ondernemer dit advies niet overneemt, dan is het raadzaam om op dat moment al juridisch advies in te winnen over de inhoud van het uit te brengen advies. Het komt geregeld voor dat wij als advocaten een or op bezoek krijgen met sterke argumenten, die echter niet in het advies zijn opgenomen. Dan is daar eigenlijk niets meer mee te doen in de beroepsfase.

Toetsingsnorm
De Ondernemingskamer toetst of de ondernemer, bij afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Dit wordt ook wel marginale toetsing genoemd. Dit betekent dat, wanneer er sprake is van twee verschillende visies over wat er besloten zou moeten worden, de rechter niet gaat oordelen welke visie hij het beste vindt. Het gaat erom of aangetoond kan worden dat een redelijke ondernemer niet tot een dergelijk besluit kan komen. Daarbij wordt groot belang gehecht aan het op een zorgvuldige manier doorlopen van het adviestraject. Dit geldt voor de informatievoorziening, het reageren op wat de or inbrengt, nakomen van toezeggingen en opgewekte verwachtingen, enzovoort.

Procedure bij de Ondernemingskamer
Nadat het verzoekschrift is ingediend, kan de ondernemer een verweerschrift indienen. Meestal wordt binnen 6 tot 8 weken na indiening van het verzoekschrift een zittingsdatum bepaald op een donderdag. De Ondernemingskamer bestaat uit drie beroepsrechters en twee raden. Dat zijn deskundigen die toegevoegd zijn aan de Ondernemingskamer vanwege hun specifieke kennis. Die kan liggen op financieel vlak, zoals bij accountants, of vanuit bestuurservaring, bijvoorbeeld bestuurders van ondernemingen of vakbondsbestuurders. Binnen 6 tot 8 weken na de zitting wijst de OK een beschikking. De inhoud van de beslissing van de OK De Ondernemingskamer beoordeelt of het besluit ‘apert’ onredelijk is. Als dat zo is, kan de or ook nog aan de OK vragen om voorzieningen op te leggen. Doorgaans houdt dit in dat de ondernemer gehouden is het besluit in te trekken of bepaalde delen ervan, en mogelijke gevolgen ongedaan te maken. Soms heeft de ondernemingsraad een spoedeisend belang en kunnen er ook voorlopige voorzieningen worden gevraagd voor de tijd dat de procedure loopt. In de wet staat dat de voorzieningen van de Ondernemingskamer rechten van derden niet kunnen aantasten.
Medezeggenschap heeft een interne werking. Indien de ondernemer bijvoorbeeld een contract afsluit over een belangrijke investering in ICT-apparatuur, kan het gebeuren dat de or er gelijk in krijgt dat de ondernemer hierover eerst de or advies had moeten vragen. Maar als de OK dat beslist, doet dat niets af aan de rechtsgeldigheid van het contract (in dit geval tussen ondernemer en ICT-leverancier). Daarom is die opschortingstermijn van belang. De or kan er ook belang bij hebben om gewaarborgd te hebben dat de ondernemer nog geen contract ondertekent totdat de rechter in de bodemzaak heeft beslist. De advocaat van de ondernemingsraad zal dan ook meestal met de bestuurder of zijn advocaat overleggen, om na te gaan of het mogelijk is de uitvoering van het besluit uit te stellen totdat de rechter een definitief oordeel heeft gegeven. Indien daar geen bereidheid toe is, dan ligt er een spoedeisend belang op grond waarvan voorlopige voorzieningen gevraagd kunnen worden. Dat kan betekenen dat de Ondernemingskamer de zaak op een kortere termijn behandelt, binnen enkele weken.

Het beroep intrekken
Uit onderzoek naar de rechtspraak van de Ondernemingskamer over het adviesrecht in de afgelopen 40 jaar blijkt, dat 3 van de 4 zaken die een or aanhangig maakt bij de OK, ingetrokken worden voordat de OK tot een uitspraak hoeft te komen. Het instellen van beroep blijkt vaak ertoe te leiden dat er alsnog overleg tot stand komt, waardoor een oplossing gevonden wordt waar de ondernemingsraad zich in kan vinden. Want in 3 van de 4 zaken besluit uiteindelijk de or om het beroep in te trekken. In de zaken die uitgeprocedeerd worden, blijkt dat de ondernemingsraad in 43% van de gevallen in het gelijk is gesteld. Deze cijfers tezamen maken duidelijk dat de ondernemingsraad, vaak resultaten kan bereiken met het instellen van beroep, resultaten die in de adviesprocedure nog niet gerealiseerd waren.

Conclusie
Het instellen van beroep bij de Ondernemingskamer leidt vaak ertoe dat partijen alsnog tot een oplossing weten te komen voordat de OK hoeft te oordelen. Het is belangrijk dat de ondernemingsraad in zijn advies alle relevante argumenten heeft opgenomen, omdat nieuwe argumenten in de beroepsfase geen rol meer spelen.

Reeks adviesrecht
1. Wanneer en waarover?
2. Hoe ziet de adviesprocedure eruit?
3. Hoe moet een advies eruitzien?
4. Procedure bij de Ondernemingskamer

Datum
5 juni 2020

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Advies(recht), deel 4 (van 4) in OR/magazine 2020-6, p. 26-27

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Meer informatie