| samen sterk in arbeidsrecht

© 2020 Sprengers Advocaten
Website door: New Fountain

Raad van inbesteders alternatief voor aanbesteing

Onderwijsinstelling DHS bestaat uit 54 scholen. Voor al deze scholen wordt gebruikgemaakt van het glasvezelnetwerk van stichting Glaslokaal. De aflopende dienstleveringsovereenkomst moest vernieuwd worden.

Aan de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) is ter instemming voorgelegd de dienstverlening voort te zetten in de vorm van inbesteding. DHS wil met andere onderwijsinstellingen in de regio toetreden tot een raad van inbesteders van Stichting Glaslokaal. Zo zou geen Europese aanbesteding hoeven plaats te vinden. De GMR verleent geen instemming, waarop DHS vervangend toestemming kreeg van de Commissie voor Geschillen WMS, die oordeelt is dat het onredelijk is dat de GMR instemming weigert. Daartegen gaat de GMR in beroep bij de Ondernemingskamer (OK).

Ondernemingskamer
De bezwaren van de GMR gaan niet over de duurzame samenwerking in de raad van inbesteders, waarover de GMR instemmingsrecht heeft. De bezwaren betreffen het enige doel, een (bijzondere) wijze van inkoop van bepaalde ICT-diensten. Zou die inkoop anders zijn vormgegeven, dan zou de GMR geen instemmingsrecht toekomen maar adviesrecht. De OK neemt dit mee bij de weging van de bezwaren. Het bezwaar van de GMR dat op termijn de prijzen te zeer zouden kunnen stijgen, wordt verworpen. Onder meer vanwege het in vijftien jaar gegroeide vertrouwen in Stichting Glaslokaal. De GMR kon geen concreet risico aanwijzen dat de belangen van e andere scholen in de raad van inbesteders wezenlijk anders kunnen komen te liggen dan die van DHS. Eerder zullen alle scholen op lage prijzen aansturen. De OK constateert dat het bevoegd gezag een globale prijsvergelijking heeft gemaakt. Op basis daarvan bleek de door Stichting Glaslokaal in rekening te brengen prijzen beduidend lager dan andere partijen voor een vergelijkbare dienst vragen. Het beroep van de GMR wordt ongegrond verklaard.

Commentaar
De GMR had een instemmingsrecht over het aangaan van een duurzame samenwerking, waarover de WOR een adviesrecht toekent aan ondernemingsraden. Omdat de bezwaren van de GMR de vormgeving betreffen, waarbij ook andere varianten hadden kunnen worden gekozen waar de GMR een adviesrecht over zou hebben, gaat de Ondernemingskamer bij de toetsing van de bezwaren niet wezenlijk anders te werk dan bij een adviesrecht. De ingebrachte bezwaren van de GMR over de toekomstige gevolgen voor prijsstelling en dienstverlening, zijn te weinig concreet om een rol van betekenis te kunnen spelen.

Datum
3 november 2020

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
OR Magazine (rubriek Jurisprudentie) november 2020, p. 36-37.

Annotatie van uitspraak Ondernemingskamer 13 augustus 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2466

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Meer informatie