| samen sterk in arbeidsrecht

© 2020 Sprengers Advocaten
Website door: New Fountain

Recht op scholing

Onze ondernemingsraad is pas net geïnstalleerd. Wij willen graag een cursus volgen en hebben bij een scholingsinstituut een offerte opgevraagd en die aan de bestuurder doorgestuurd. Onze bestuurder vindt het tarief veel te hoog en vindt het daarnaast ook niet nodig dat wij op cursus gaan, aangezien een aantal or-leden in het verleden al cursussen hebben gevolgd. Wat moet de or nu doen?

De ondernemingsraad heeft een belangrijke taak binnen de onderneming. Een or moet als gelijkwaardige gesprekspartner met de bestuurder kunnen overleggen over uiteenlopende onderwerpen die de onderneming betreffen. Dit zijn geregeld onderwerpen waarmee or-leden niet eerder te maken hebben gehad. Er worden veel cursussen aangeboden aan ondernemingsraden om bepaalde kennis te verwerven.

De wetgever heeft voorzien in een scholingsrecht voor or-leden, aangezien duidelijk is dat een goed-geschoolde ondernemingsraad zijn taken beter kan uitoefenen dan een or met onvoldoende kennis. De regels over scholing zijn te vinden in artikel 18 van de WOR. Op grond van deze bepaling is de ondernemer verplicht om de leden van de OR, en ook de leden van een vaste commissie of onderdeelcommissie, in de gelegenheid te stellen om scholing van voldoende kwaliteit te volgen. Het aantal dagen waarop scholing mag worden gevolgd moet in principe met elkaar worden afgestemd. Deze afspraken worden vaak neergelegd in een faciliteitenregeling.
De wet geeft wel een minimum aan scholingsrechten. Dat wil zeggen dat een faciliteitenregeling minimaal hieraan moet voldoen. Voor or-leden die niet tevens lid zijn van een commissie geldt, dat het aantal dagen niet lager vastgesteld kan worden dan op vijf per jaar. Voor commissieleden die niet ook lid zijn van de or is dit aantal op drie dagen gesteld. En voor or-leden die ook lid zijn van een commissie geldt een minimum van acht scholingsdagen per jaar. De stelling van een bestuurder dat scholing niet nodig is strookt dan ook niet met de wet. Het is aan de or zelf om te bepalen welke cursussen worden gevolgd. Indien de bestuurder geen gevolg geeft aan de wet en de or niet in staat stelt om scholing te volgen, kan de kantonrechter bepalen dat de ondernemer zich alsnog moet houden aan de wet en de or in staat moet stellen een cursus te volgen. Over het algemeen is zo een procedure niet nodig.

De kosten voor scholing komen voor rekening van de ondernemer. Het gaat daarbij om kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak. De SER stelt ieder jaar richtbedragen vast voor een scholing. Zeker indien de kosten van de scholing in lijn zijn met de richtbedragen van de SER, snijdt het standpunt van de bestuurder geen hout dat een cursus te duur is.

Datum
15 oktober 2019

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
OR Magazine (rubriek #Durftevragen) Oktober 2019, p. 32.

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Meer informatie