| samen sterk in arbeidsrecht

© 2020 Sprengers Advocaten
Website door: New Fountain

Publicaties

Aanpassen van arbeidsvoorwaarden: Loonoffer?

Covid-19 heeft een enorme impact op de samenleving. De verwachtingen ten aanzien van de economie zijn niet bepaald rooskleurig te noemen. Dat leidt ertoe dat vanuit meerdere kanten het standpunt wordt ingenomen dat ook de werknemers hun steen(tje) moeten bijdragen in deze crisis. Vaak wordt daarmee gedoeld op een versobering van de arbeidsvoorwaarden. Hoe zit dit nu ook alweer? Wanneer kan dit en wat is de rol van de ondernemingsraad hierin?

Werken in tijden van (corona-)crisis

Een groot deel van de wereld is in de ban van het Coronavirus. Veel mensen maken zich terecht zorgen over hun gezondheid en die van anderen en passen hun gedrag, al dan niet opgedragen of geadviseerd door overheden of werkgevers, daar op aan.

Ook in economische zin is sprake van een ongekende situatie. Veel bedrijven in Nederland zijn tot stilstand gebracht, of draaien nog maar voor een gedeelte. Ik hoef u de voorbeelden eigenlijk niet te noemen. U kent ze. KLM, IKEA, De Bijenkorf, de gehele horeca, de culturele sector etc. etc.

Now and W(o)W

Sinds vorige week heeft Nederland te maken met een nieuwe werkelijkheid: grote delen van onze bedrijvigheid liggen stil. De maatregelen die we als land tegen de uitbraak van het coronavirus nemen, hebben een grote impact op werknemers, zzp-ers en bedrijven. Veel ondernemers en verenigingen, zoals restaurants, cafés en sportclubs, moeten tijdelijk hun deuren sluiten of hebben veel minder vraag. Werknemers vragen zich thuis af of hun baan er straks nog is en zzp-ers zien dat opdrachten worden afgezegd en hebben tijdelijk (veel) minder werk.’

Zo begint de brief van afgelopen maandag 17 maart aan de kamer van het kabinet.

Er komt een heel pakket aan maatregelen. Het kabinet probeert aan iedereen die voor zijn inkomen afhankelijk is van werk, te denken.

Slapende dienstverbanden en de reële re-integratiemogelijkheid: een dubbele wake-up call?

De prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 8 november 2019 over de slapende dienstverbanden geeft aanleiding tot de nodige vervolgvragen. In zijn Kamerbrief van 13 december 2019 geeft minister Koolmees op veel van deze vragen een antwoord. Een tot nu toe onderbelicht aspect is de vraag wanneer een werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij het instandhouding van het dienstverband. Als sprake is van een gerechtvaardigd belang is de werkgever niet gehouden om in te stemmen met het voorstel van de werknemer om het dienstverband te doen eindigen onder betaling van de transitievergoeding. De Hoge Raad benoemt expliciet het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden als gerechtvaardigd belang. Hoewel het erop lijkt dat de meeste werkgevers na de beslissing van de Hoge Raad wel meewerken aan de beëindiging van het dienstverband op verzoek van de werknemer, zijn er ook werkgevers die om verschillende redenen weigeren. Wat zijn hun afwegingen? In deze bijdrage staat de vraag centraal aan welke voorwaarden voldaan moet zijn om te kunnen spreken van een gerechtvaardigd belang om niet in te gaan op het voorstel van de werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Is het zo dat het aanbod van een willekeurig baantje van de werkgever kan kwalificeren als een reële re-integratiemogelijkheid zodat de werkgever ontslagen is van de verplichting die de Hoge Raad oplegt? Aan de hand van rechtspraak en regelgeving, wordt een kader geschetst waaraan een aanbod van de werkgever mijns inziens dient te voldoen. Wat zijn de consequenties als de werknemer een aanbod tot het verrichten van (passend) werk accepteert? Heeft hij dan bijvoorbeeld recht op loon met terugwerkende kracht als hij zich al eerder beschikbaar heeft gesteld? En als de werknemer weigert in te gaan op een voorstel tot re-integratie, wat zijn de gevolgen voor zijn recht op een uitkering? Het artikel sluit af met een overzicht van de positieve kanten van de beslissing van de Hoge Raad met het oog op de re-integratie van langdurig arbeidsongeschikte werknemer.

Arbeidsconflicten en mediation

Mediation is een meer en meer voorkomend interventiemiddel bij arbeidsconflicten. In dit artikel sta ik stil bij wat mediation precies inhoudt en in welke situaties het kan worden ingezet als middel om een arbeidsconflict op te lossen. De Wet bevordering mediation kan in dit kader niet ongenoemd blijven. Verder ga ik in op de vraag hoe vrijwillig de keuze voor mediation eigenlijk is, bijvoorbeeld na een advies van de bedrijfsarts. In dat kader wordt recente rechtspraak hierover besproken. Het is belangrijke informatie voor de arbeidsrechtadvocaat om zijn klant goed te kunnen adviseren.

Gaat de Hoge Raad recyclen?

In de AR-annotatie van juni 2019 gaat Erica Wits in op het onderwerp slapende dienstverbanden aan de hand van de prejudicieel vragen die de kantonrechter Roermond heeft gesteld aan de Hoge Raad. Zij pleit voor een hergebruik van de rechtspraak die is ontwikkeld in het kader van kennelijk onredelijk ontslag.

De vaststellingsovereenkomst in het arbeidsrecht

Het arbeidsrecht kent al sinds lange tijd het ontslag met wederzijds goedvinden dat getoetst werd aan de regels van Boek 6 BW met betrekking tot het tot stand komen van overeenkomsten. Na de invoering van titel 15 van Boek 7 BW spreekt men van een vaststellingsovereenkomst. En sinds 1 juli 2015 kent de wet de beëindigingsovereenkomst in art. 7:670b BW. In dit artikel bespreken wij de verschillende regels in onderlinge samenhang en belichten wij een aantal voor het arbeidsrecht bijzondere aspecten. Ook komt een aantal onderwerpen aan de orde die vaak in een vaststellingsovereenkomst aan de orde zijn.

Het wel en wee van de WW na de Wwz

De ontwikkelingen in het sociaalzekerheidsrecht lijken misschien wat minder spectaculair dan die in het ontslagrecht sinds de Wwz, maar verdienen zeker de aandacht. Vaker dan soms gedacht zijn deze van betekenis voor de arbeidsrechtpraktijk. In zijn artikel ‘Het nieuwe ontslag en de toegang tot de sociale zekerheid’ zette P.S. Fluit in 2014 de veranderingen in de WW ten gevolge van de Wwz op een rij.1 In dit artikel belicht ik de nadien verschenen rechtspraak en wet- en regelgeving met betrekking tot de WW, voor zover deze van betekenis is voor de arbeidsrechtsjurist.

Wake-up call voor de langdurig zieke werknemer

De laatste tijd is er veel te doen over de zogenaamde ‘slapende dienstverbanden’. Dit onderwerp haalt geregeld de krant. Ook is het een geliefd onderwerp van Kamervragen aan de Minister. Begin april kwam uitgebreid in het nieuws dat een kantonrechter in Limburg de Hoge Raad vragen gaat stellen over dit onderwerp.

Transitievergoeding bij deeltijdontslag

Een transitievergoeding is volgens de wet alleen verschuldigd indien er sprake is van een beëindiging van het dienstverband. In de wet is niets opgenomen over verschuldigdheid van de transitievergoeding bij een gedeeltelijke ontslag. Op 14 september 2018 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een werknemer bij een deeltijdontslag recht heeft op een gedeeltelijke transitievergoeding. In dit artikel wordt deze uitspraak toegelicht.

1 2 3 10

Zoek publicaties

Filter publicaties

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Meer informatie