| samen sterk in arbeidsrecht

© 2021 Sprengers Advocaten
Website door: New Fountain

Publicaties

Het eerste jaar met de cumulatiegrond

Op 1 januari 2020 is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) in werking getreden. Deze wet heeft een aantal belangrijke wijzigingen in het arbeidsrecht doorgevoerd. Niet alleen heeft de na 1 januari 2020 ontslagen werknemer na de eerste werkdag al recht op een transitievergoeding, ook de lengte van de ketenregeling (en daarmee de periode waarin een werknemer drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten mag hebben) is verlengd. De procederende advocaten en juristen in het arbeidsrecht waren echter ook geïnteresseerd in een ander belangrijk onderdeel van de WAB, namelijk de introductie van artikel 7:669 lid 3 sub i BW, ook wel de cumulatiegrond genoemd. Waarom is dit zo belangrijk en interessant?

Naar een doeltreffend onderscheid tussen werknemerschap en ondernemerschap. Hoe een vermoeden van werknemerschap schijnzelfstandigheid kan terugdringen

Nederland kent een aanzienlijk aandeel zelfstandigen in de beroepsbevolking. Ondernemerschap en de keuze om werkzaamheden niet meer in loondienst, maar als zelfstandige te verrichten werden decennia lang gefaciliteerd en gestimuleerd. Dat heeft ook geleid tot een groei van het aantal schijnzelfstandigen. De auteurs achten het in het belang van werknemers en echte zelfstandigen alsmede in het publiek belang, dat schijnzelfstandigen als werknemers worden beschouwd, voor wie de daarvoor bedoelde arbeidsrechtelijke bescherming geldt en voor wie sociale premies en belastingen worden afgedragen. Zij doen daartoe een voorstel in een nieuw art. 7:610c BW.

Vakantie en Corona

Een werkgever vroeg mij laatst of hij zijn werknemers mag verbieden om op vakantie te gaan naar een land met een oranje of rood reisadvies. Hoe zit dat?

De coronacrisis en thuiswerken

Vanwege het coronavirus heeft de overheid werkgevers opgeroepen om werknemers, indien mogelijk, zo veel mogelijk thuis te laten werken. Ondanks de genomen overheidsmaatregelen lijkt het erop dat het coronavirus aan een tweede opmars bezig is en dat thuiswerken voorlopig ook het uitgangspunt blijft. Bij dat – nadrukkelijk aanbevolen – thuiswerken komen allerlei vragen op over de rechten van werknemers. Mag een werknemer bijvoorbeeld weigeren thuis te werken? Of kan een werkgever een werknemer dwingen om toch naar het werk te komen (terwijl de werknemer ook zijn werkzaamheden thuis kan uitvoeren)?

Aanpassen van arbeidsvoorwaarden: Loonoffer?

Covid-19 heeft een enorme impact op de samenleving. De verwachtingen ten aanzien van de economie zijn niet bepaald rooskleurig te noemen. Dat leidt ertoe dat vanuit meerdere kanten het standpunt wordt ingenomen dat ook de werknemers hun steen(tje) moeten bijdragen in deze crisis. Vaak wordt daarmee gedoeld op een versobering van de arbeidsvoorwaarden. Hoe zit dit nu ook alweer? Wanneer kan dit en wat is de rol van de ondernemingsraad hierin?

Werken in tijden van (corona-)crisis

Een groot deel van de wereld is in de ban van het Coronavirus. Veel mensen maken zich terecht zorgen over hun gezondheid en die van anderen en passen hun gedrag, al dan niet opgedragen of geadviseerd door overheden of werkgevers, daar op aan.

Ook in economische zin is sprake van een ongekende situatie. Veel bedrijven in Nederland zijn tot stilstand gebracht, of draaien nog maar voor een gedeelte. Ik hoef u de voorbeelden eigenlijk niet te noemen. U kent ze. KLM, IKEA, De Bijenkorf, de gehele horeca, de culturele sector etc. etc.

Now and W(o)W

Sinds vorige week heeft Nederland te maken met een nieuwe werkelijkheid: grote delen van onze bedrijvigheid liggen stil. De maatregelen die we als land tegen de uitbraak van het coronavirus nemen, hebben een grote impact op werknemers, zzp-ers en bedrijven. Veel ondernemers en verenigingen, zoals restaurants, cafés en sportclubs, moeten tijdelijk hun deuren sluiten of hebben veel minder vraag. Werknemers vragen zich thuis af of hun baan er straks nog is en zzp-ers zien dat opdrachten worden afgezegd en hebben tijdelijk (veel) minder werk.’

Zo begint de brief van afgelopen maandag 17 maart aan de kamer van het kabinet.

Er komt een heel pakket aan maatregelen. Het kabinet probeert aan iedereen die voor zijn inkomen afhankelijk is van werk, te denken.

Slapende dienstverbanden en de reële re-integratiemogelijkheid: een dubbele wake-up call?

De prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 8 november 2019 over de slapende dienstverbanden geeft aanleiding tot de nodige vervolgvragen. In zijn Kamerbrief van 13 december 2019 geeft minister Koolmees op veel van deze vragen een antwoord. Een tot nu toe onderbelicht aspect is de vraag wanneer een werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij het instandhouding van het dienstverband. Als sprake is van een gerechtvaardigd belang is de werkgever niet gehouden om in te stemmen met het voorstel van de werknemer om het dienstverband te doen eindigen onder betaling van de transitievergoeding. De Hoge Raad benoemt expliciet het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden als gerechtvaardigd belang. Hoewel het erop lijkt dat de meeste werkgevers na de beslissing van de Hoge Raad wel meewerken aan de beëindiging van het dienstverband op verzoek van de werknemer, zijn er ook werkgevers die om verschillende redenen weigeren. Wat zijn hun afwegingen? In deze bijdrage staat de vraag centraal aan welke voorwaarden voldaan moet zijn om te kunnen spreken van een gerechtvaardigd belang om niet in te gaan op het voorstel van de werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Is het zo dat het aanbod van een willekeurig baantje van de werkgever kan kwalificeren als een reële re-integratiemogelijkheid zodat de werkgever ontslagen is van de verplichting die de Hoge Raad oplegt? Aan de hand van rechtspraak en regelgeving, wordt een kader geschetst waaraan een aanbod van de werkgever mijns inziens dient te voldoen. Wat zijn de consequenties als de werknemer een aanbod tot het verrichten van (passend) werk accepteert? Heeft hij dan bijvoorbeeld recht op loon met terugwerkende kracht als hij zich al eerder beschikbaar heeft gesteld? En als de werknemer weigert in te gaan op een voorstel tot re-integratie, wat zijn de gevolgen voor zijn recht op een uitkering? Het artikel sluit af met een overzicht van de positieve kanten van de beslissing van de Hoge Raad met het oog op de re-integratie van langdurig arbeidsongeschikte werknemer.

Arbeidsconflicten en mediation

Mediation is een meer en meer voorkomend interventiemiddel bij arbeidsconflicten. In dit artikel sta ik stil bij wat mediation precies inhoudt en in welke situaties het kan worden ingezet als middel om een arbeidsconflict op te lossen. De Wet bevordering mediation kan in dit kader niet ongenoemd blijven. Verder ga ik in op de vraag hoe vrijwillig de keuze voor mediation eigenlijk is, bijvoorbeeld na een advies van de bedrijfsarts. In dat kader wordt recente rechtspraak hierover besproken. Het is belangrijke informatie voor de arbeidsrechtadvocaat om zijn klant goed te kunnen adviseren.

Gaat de Hoge Raad recyclen?

In de AR-annotatie van juni 2019 gaat Erica Wits in op het onderwerp slapende dienstverbanden aan de hand van de prejudicieel vragen die de kantonrechter Roermond heeft gesteld aan de Hoge Raad. Zij pleit voor een hergebruik van de rechtspraak die is ontwikkeld in het kader van kennelijk onredelijk ontslag.

1 2 3 10

Zoek publicaties

Filter publicaties

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Meer informatie