| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Reorganisatie onredelijk

Een van oorsprong Japanse onderneming op het gebied van beeldverwerkingstechnologie, met een vestiging in Nederland, heeft bij de ondernemingsraad in het kader, van een adviesaanvraag het voorgenomen besluit neergelegd tot het reorganiseren van de IT-organisatie. De ondernemingsraad heeft hierop negatief geadviseerd, met name omdat de personele gevolgen en de wijze waarop waarop in zal worden voorzien, als gevolg van gefaseerde besluitvorming onvoldoende inzichtelijk zijn. De Ondernemingskamer geeft de ondernemingsraad gelijk. Door de ondernemer is geen inzicht verstrekt in de naar aanleiding van de te verwachte personele gevolgen voorgenomen maatregelen. De stelling dat het besluit naar verwachting niet tot gevolg zal hebben dat werknemers met een vast dienstverband hun arbeidsplaats zullen verliezen, is door de OR gemotiveerd weersproken en door de Ondernemingskamer wordt niet aannemelijk geacht dat een reorganisatie zoals deze in het geheel geen personele gevolgen zal hebben. Daarbij gaat het niet alleen om vermindering van arbeidsplaatsen, maar tevens om gevolgen als relevante wijzigingen in werkbaarheden of standplaats. Een toezegging dat er in het geheel geen personele gevolgen zullen zijn, is niet gegeven. De Ondernemingskamer verbiedt de onderneming dan ook het besluit voor zover dat betrekking heeft op de tweede fase uit te voeren, tenzij daarbij in de personele gevolgen wordt voorzien overeenkomstig het bestaande sociaal plan.


Artikel 25 lid 3 Wet op de ondernemingsraden (WOR)
Gerechtshof Amsterdam, Ondernemingskamer, 21 april 2015
Zaaknummer 200.161.879/01
ECLI: NL: GHAMS:2015:1679


Feiten
De onderneming maakt deel uit van een internationaal concern, met aan het hoofd een buitenlandse vennootschap gevestigd in Japan. De belangrijkste activiteit van het concern betreft de verkoop en levering van beeldverwerkingsoplossingen aan bedrijven en consumenten. Op 27 september 2012 is tussen de Europese vennootschap, de Nederlandse vennootschap en een aantal vakbonden een sociaal plan overeengekomen. Dit sociaal plan heeft een looptijd van 1 november 2012 tot en met 31 december 2014. Het sociaal plan is van toepassing op werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die als gevolg van een reorganisatie waarvoor een adviesaanvraag voor 1 januari 2015 bij de OR is ingediend hun arbeidsplaats verliezen, dan wel een andere functie of andere standplaats krijgen toegewezen. In 2013 is als doelstelling voor de IT-organisatie geformuleerd dat de organisatie moet transformeren in een betrouwbare en koste efficiƫnte business partner.
Op 23 juni 2014 is de ondernemingsraad advies gevraagd met betrekking tot een voorgenomen reorganisatie van de IT-organisatie. Op 14 november 2014 heeft de ondernemingsraad zijn advies uitgebracht. De OR heeft onder meer geadviseerd dat aangezien er sprake is van een twee-fasen aanpak (eerst ontwikkeling naar een “intermediate” organisatie, daarna naar de “target” organisatie), al het personeel dat wordt geconfronteerd met de gevolgen van de tweede fase ook onder de condities van het sociaal plan zou moeten vallen. In het bestuurdersbesluit wordt hierop gereageerd met de stelling dat de impact van deze “tweede fase”-veranderingen nog onbekend is en dat de ondernemer niet in de positie is om drie jaar voorafgaand aan de effectuering ervan de personele gevolgen inzichtelijk te maken. De toepasselijkheid van het bestaande sociaal plan op die gevolgen wijst de ondernemer op voorhand af. Hierop stelt de ondernemingsraad beroep in bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Oordeel Ondernemingskamer
De ondernemingsraad heeft in de eerste plaats aangevoerd dat het besluit niet in overeenstemming is met het sociaal plan. Dit omdat het sociaal plan stelt van toepassing te zijn op werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die als gevolg van een reorganisatie waarvoor een adviesaanvraag voor 1 januari 2015 bij de OR is Ingediend hun arbeidsplaats verliezen, dan wel een andere functie of andere standplaats krijgen toegewezen.

Op de tweede plaats heeft de OR gesteld dat in strijd wordt gehandeld met de verplichting inzicht te verschaffen in de wijze waarop wordt voorzien in de gevolgen die het besluit naar verwachting zal hebben voor de in de onderneming werkzame personen.

De Ondernemingskamer overweegt dat ter zitting buiten twijfel is gesteld dat de adviesaanvraag tevens ziet op de invoering van de zogenoemde Target Organisation, de tweede fase van de reorganisatie, met dien verstande dat de onderneming heeft benadrukt dat met betrekking tot deze fase in dit stadium alleen nog de contouren kunnen worden geschetst en dat zij de personele gevolgen nog niet precies kan overzien.

Op grond van het bepaalde in artikel 25 lid 3 WOR geldt dat de ondernemingsraad tevens een overzicht dient te worden verstrekt van de gevolgen die het besluit tot invoering (te zijner tijd) naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben en van de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen. Temeer daar de ondernemingsraad heeft laten weten begrip te hebben voor het standpunt dat nog niet precies aangeduid kan worden wat over een jaar of drie de personele gevolgen zullen zijn, maar dat het beroep ook niet ziet op het ontbreken van een overzicht van de personele gevolgen, maar op het nalaten om inzicht te geven in de wijze waarop in die gevolgen voorzien zal gaan worden. Daarom acht de Ondernemingskamer het beroep van de ondernemingsraad in dit opzicht gegrond. De Ondernemingskamer acht niet aannemelijk dat een reorganisatie zoals deze in het geheel geen personele gevolgen zal hebben. Een toezegging dat er in het geheel geen personele gevolgen zullen zijn, is ook niet gegeven.

Nu de ondernemer in haar besluit in het geheel niet is ingegaan op de te treffen maatregelen om eventuele personele gevolgen van de invoering van de Target Organisation te ondervangen en evenmin heeft gemotiveerd waarom, ondanks het nadrukkelijk in het sociaal plan bepaalde, het sociaal plan van 27 september 2012 hier niet van toepassing is, oordeelt de Ondernemingskamer dat de ondernemer niet in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen. De Ondernemingskamer beslist daarbij nadrukkelijk dat het de ondernemer verboden is het besluit voor zover dat betrekking heeft op fase II (de invoering van de Target Organisation) uit te voeren, tenzij de ondernemer daarbij in de personele gevolgen voorziet overeenkomstig het sociaal plan van 27 september 2012.

Aantekening
Dat de Ondernemingskamer nadrukkelijk een voorwaarde als deze verbindt aan de beslissing, is nieuw. Het maakt dat de ondernemer het besluit, althans met betrekking tot fase II toch zou kunnen uitvoeren, indien daarbij maar in de personele gevolgen zal worden voorzien overeenkomstig het sociaal plan. De Ondernemingskamer heeft daarbij nadrukkelijk overwogen dat deze clausulering geen oordeel van de Ondernemingskamer over de toepasselijkheid en betekenis van het sociaal plan impliceert. De clausule hierin is slechts een beperking van de reikwijdte van de door de ondernemingsraad verzochte voorziening en de Ondernemingskamer beoogt niet meer toe te wijzen dan verzocht.


Let op
Dat de personele gevolgen nog niet in kaart zijn te brengen, ontslaat de ondernemer dus niet van de verplichting om inzicht te geven in de wijze waarop in die gevolgen voorzien zal gaan worden. In zijn algemeenheid is het niet aannemelijk dat een stevige reorganisatie in het geheel geen personele gevolgen zal hebben. Onder personele gevolgen moet ook niet alleen worden verstaan vermindering van arbeidsplaatsen, maar ook om gevolgen als relevante wijziging in werkzaamheden of standplaats.

Datum
24 juli 2015

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Raad van Medezeggenschap – Organisatorisch beleid – juni 2015 pag. 15-16

Nieuwsbrief

Meer informatie