| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Reorganisatieplan niet aangepast

Met het oog op komende bezuinigingen stelt een ondernemer een reorganisatieplan op. Hij handhaaft dit plan ook nadat bekend is geworden dat er minder bezuinigd hoeft te worden.

Veilig Verkeer Nederland bestaat uit 87 beroepskrachten en verder uit vrijwilligers. De landelijke overheid heeft aangekondigd dat de subsidie met 50 procent zal worden gekort. Daarop is een reorganisatieplan opgesteld, waarbij 15 fte wordt ingekrompen. Nadat de rijksoverheid heeft gemeld de korting tot 15 procent te zullen beperken, handhaaft de ondernemer het voorgestelde reorganisatieplan. De ondernemingsraad heeft vele vragen over de noodzaak en de onderbouwing van het voorgenomen besluit, en acht de antwoorden van de ondernemer ontoereikend. De or stelt beroep in.

Ondernemingskamer
De Ondernemingskamer (OK) stelt voorop dat het binnen redelijke grenzen aan de ondernemingsraad en niet aan de ondernemer is om te bepalen welke informatie hij nodig heeft om een verantwoord advies te kunnen geven. Voorts rust de zorgplicht voor het goed verloop van het medezeggenschapstraject eerst en vooral op de bestuurder, zodat deze ernaar dient te streven de or effectief en zo volledig mogelijk te informeren over de achtergronden en gevolgen. De OK concludeert dat het hoge abstractieniveau van (onderdelen) van het reorganisatieplan de verwezenlijking van behoorlijke medezeggenschap door de or heeft verhinderd. De OK vindt dat de ondernemer beter dient te motiveren waarom de oorspronkelijke doelstelling om 15 fte te besparen is gehandhaafd toen bleek dat de korting op de Rijkssubsidie veel lager zal uitvallen dan aanvankelijk verwacht, gelet op de omstandigheid dat de subsidie van het Rijk ongeveer eenderde van de inkomsten van de ondernemer uitmaakt. De OK vindt het illustratief dat de ondernemer op vragen van de or naar berekeningen van de beoogde effecten van de reorganisatie, heeft geantwoord dat diverse scenario’s zijn doorgerekend en dat de ‘organisatie mag verwachten dat bestuur, het managementteam, en de directie de juiste keuze maken’. Als het inderdaad zo is dat de ondernemer alternatieve scenario’s heeft bekeken, had zij de ondernemingsraad hier inzicht in moeten geven, evenals in de daarop gebaseerde afwegingen. Het feit dat er ruim de tijd is genomen voor het opstellen van het reorganisatieplan, en dat daarbij zowel aan ondernemerszijde als aan de zijde van de ondernemingsraad interne en externe deskundigen betrokken zijn, maakt dit niet anders. Een en ander heeft volgens de OK evenwel niet kunnen voorkomen dat de inhoud van de door de ondernemer aan de ondernemingsraad verstrekte informatie kort onvoldoende concreet was. De Ondernemingskamer legt om die reden aan de ondernemer de verplichting op om het reorganisatiebesluit in te trekken.

Commentaar
Deze zaak maakt duidelijk dat de beweegredenen die aan een adviesaanvraag ten grondslag liggen, van groot belang zijn. Indien de ondernemer begint met de beweegreden dat een ingreep nodig is vanwege forse aangekondigde bezuinigingen, heeft hij wat uit te leggen als hij het plan toch onverkort wil handhaven nadat duidelijk is geworden dat er minder bezuinigd wordt. Het is logisch dat het plan aangepast zou moeten worden aan de nieuwe randvoorwaarden. Het is dan aan de ondernemer om duidelijk te maken waarom hij een logische maatregel niet heeft doorgevoerd. Dat is bepaald niet eenvoudig.
Gerechtshof Amsterdam (OK), 12 juli 2012, LJN BX4170
Auteur: Loe Sprengers.
Meer interessante en relevante jurisprudentie vind je in Rechtspraak voor Medezeggenschap.

Datum
29 oktober 2012

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
OR Informatie 10

Nieuwsbrief

Meer informatie