| samen sterk in arbeidsrecht

© 2020 Sprengers Advocaten
Website door: New Fountain

Slapende dienstverbanden en de reële re-integratiemogelijkheid: een dubbele wake-up call?

De prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 8 november 2019 over de slapende dienstverbanden geeft aanleiding tot de nodige vervolgvragen. In zijn Kamerbrief van 13 december 2019 geeft minister Koolmees op veel van deze vragen een antwoord. Een tot nu toe onderbelicht aspect is de vraag wanneer een werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij het instandhouding van het dienstverband. Als sprake is van een gerechtvaardigd belang is de werkgever niet gehouden om in te stemmen met het voorstel van de werknemer om het dienstverband te doen eindigen onder betaling van de transitievergoeding. De Hoge Raad benoemt expliciet het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden als gerechtvaardigd belang. Hoewel het erop lijkt dat de meeste werkgevers na de beslissing van de Hoge Raad wel meewerken aan de beëindiging van het dienstverband op verzoek van de werknemer, zijn er ook werkgevers die om verschillende redenen weigeren. Wat zijn hun afwegingen? In deze bijdrage staat de vraag centraal aan welke voorwaarden voldaan moet zijn om te kunnen spreken van een gerechtvaardigd belang om niet in te gaan op het voorstel van de werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Is het zo dat het aanbod van een willekeurig baantje van de werkgever kan kwalificeren als een reële re-integratiemogelijkheid zodat de werkgever ontslagen is van de verplichting die de Hoge Raad oplegt? Aan de hand van rechtspraak en regelgeving, wordt een kader geschetst waaraan een aanbod van de werkgever mijns inziens dient te voldoen. Wat zijn de consequenties als de werknemer een aanbod tot het verrichten van (passend) werk accepteert? Heeft hij dan bijvoorbeeld recht op loon met terugwerkende kracht als hij zich al eerder beschikbaar heeft gesteld? En als de werknemer weigert in te gaan op een voorstel tot re-integratie, wat zijn de gevolgen voor zijn recht op een uitkering? Het artikel sluit af met een overzicht van de positieve kanten van de beslissing van de Hoge Raad met het oog op de re-integratie van langdurig arbeidsongeschikte werknemer.

1. Verplichting tot het eindigen van slapende dienstverbanden

De Hoge Raad heeft een duidelijk antwoord gegeven op de vraag hoe werkgevers moeten omgaan met slapende dienstverbanden en stelt voorop dat als uitgangspunt heeft te gelden dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap in de zin van art. 7:611 BW, gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding.

Een uitzondering op deze regel is mogelijk als – op grond van door de werkgever te stellen en zo nodig te bewijzen omstandigheden – de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Zo’n belang kan bijvoorbeeld gelegen zijn in reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer, aldus de Hoge Raad…. lees het hele artikel

Datum
13 januari 2020

Rechtsgebied
Arbeidsrecht

Artikel uit ArbeidsRecht, Afl. 2, februari 2020 (ArbeidsRecht 2020/9)

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Meer informatie