| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Sluiting vliegroute toegestaan

De or van VLM Nederland BV gaat in beroep tegen een besluit van zowel de Nederlandse ondernemer als de buitenlandse moeder en grootmoeder om een route en daarmee ook de vestiging in Eindhoven op te heffen. VLM Nederland, is een dochtervennootschap van een Belgisch moederbedrijf en een kleindochter van een Ierse grootmoedermaatschappij (Cityjet). Deze zijn allemaal onderdeel van het Air France-KLM concern. De ondernemingsraad heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot het stopzetten van de route Eindhoven – London City, en daarmee tot opheffing van Eindhoven als basis van VLM Nederland (VLM).

Ondernemingskamer
De eerste vraag die Cityjet heeft opgeworpen is of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van dit geschil tegen een Ierse rechtspersoon. De Ondernemingskamer (OK) acht zich bevoegd. Een andere opvatting zou tot gevolg hebben dat het stelsel van beroepsrecht bij het adviesrecht in gevallen waarin een buitenlandse rechtspersoon de betrokken (mede)ondernemer is, niet voldoende tot haar recht zou komen. Dit oordeel is ook in overeenstemming met de internationale regels die hiervoor gelden. In de adviesaanvraag heeft VLM het voorgenomen besluit vanuit commercieel, capaciteits en financieel oogpunt toegelicht. VLM c.s. hebben uiteengezet dat de route Eindhoven – London City de laatste jaren steeds verlieslatend is geweest. Dat VLM als geheel winst zou maken, betekent niet dat het staken van onrendabele activiteiten onredelijk zou zijn.

Gelet op art 25 lid 3 WOR mag van een ondernemer in beginsel worden verwacht dat hij een adviesaanvraag m.b.t. staking van een activiteit vergezeld doet gaan van een sociaal plan. In ieder geval van duidelijke en toereikende uitgangspunten daarvoor. In dit geval is het concept sociaal plan onvoldoende uitgewerkt. De ondernemer was echter bereid aansluiting te zoeken bij de herplaatsingsregeling van de Belgische cao. Dit is vastgelegd in een concept waarover met de bonden is overlegd. Dit overleg is in verband met de procedure opgeschort. De bonden en VLM zijn bereid dit overleg voort te zetten. Tegen die achtergrond is de OK van mening dat in redelijkheid mag worden verwacht dat dit overleg tot een oplossing zal leiden. Daarom wordt het beroep van de ondernemingsraadafgewezen.

Commentaar
Allereerst is deze uitspraak de moeite waard, omdat duidelijk wordt dat een Nederlandse ondernemingsraad, opererend binnen een internationaal concern buitenlandse (mede)ondernemers voor de Nederlandse rechter kan dagen. Dit is een belangrijke procedurele waarborg voor een Nederlandse ondernemingsraad om effectief zijn belangen te kunnen beschermen. Ten tweede herhaalt de OK dat op het moment dat een adviesplichtig besluit wordt genomen inzicht moet worden gegeven in de wijze waarop de personele gevolgen zullen worden opgevangen. Bij sluiting en reorganisaties zal dat vaak in een sociaal plan worden geregeld. Op zijn minst moet op het moment van advies uitbrengen de hoofdlijnen van een sociaal plan bekend zijn. Wanneer het gaat om besluiten die onder grote tijdsdruk staan of waarbij grote, objectief aantoonbare belangen spelen, die maken dat het besluit genomen moet worden, is de OK bereid op dit punt enige soepelheid te betrachten. Maar de ondergrens is dat ondernemer zich op zijn minst aan de uitgangspunten van een sociaal plan moet verbinden.

Hof Amsterdam (OK) 21 december 2012, LJN: BY9046

Datum
29 april 2013

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
OR Informatie Jurisprudentie 4, april 2013 pag.38-39

Nieuwsbrief

Meer informatie