| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Te weinig informatie voor advies

Wij hebben twee maanden geleden een adviesaanvraag ontvangen van onze bestuurder over de reorganisatie die ons bedrijf binnenkort te wachten staat. In de adviesaanvraag staat niet heel veel informatie. Er wordt slecht uitgelegd wat de redenen zijn voor de reorganisatie, de financiële cijfers ontbreken, en bovendien maakt onze bestuurder niet duidelijk wat de gevolgen voor het personeel zullen zijn. Er wordt in de adviesaanvraag nog een aantal maatregelen opgesomd die de gevolgen voor het personeel zouden moeten verzachten, maar ook dat laat wat betreft volledigheid nogal te wensen over.

Kortom, wij hebben behoefte aan veel meer informatie om te kunnen adviseren. In een brief hebben we al onze vragen voorgelegd aan de bestuurder, maar die heeft slechts mondjesmaat op ons verzoek om aanvullende informatie gereageerd. Wij vinden de verschafte informatie nog altijd onvoldoende, en dat hebben we onze bestuurder ook laten weten. Hij vindt echter dat we wel voldoende informatie hebben en wil vasthouden aan de termijn om binnen twee weken advies uit te brengen. Dat kunnen wij echter niet zonder deze naar ons idee belangrijke informatie. Wat moeten we nu doen?

Als de or van oordeel is dat hij niet in staat is om te adviseren zonder die ontbrekende informatie, maar de bestuurder de gevraagde informatie niet wil geven en bovendien de or min of meer dwingt binnen die twee weken te adviseren, raad ik de or aan negatief te adviseren. In het negatieve advies moet de or dan opnemen dat, nu de or over te weinig informatie beschikt om het voorgenomen besluit goed te kunnen beoordelen én de bestuurder weigert die relevante informatie te verschaffen, de or zich genoodzaakt ziet een negatief advies uit te brengen.

Misschien zou de or het meer voor de hand vinden liggen om op zo’n moment de bestuurder te melden dat de or überhaupt niet zal adviseren, maar dat raad ik af. Dat heeft te maken met een eventuele rechtsgang naar de Ondernemingskamer als de bestuurder ondanks het negatieve (of in het tweede geval: ontbrekende) advies toch het voorgenomen besluit neemt en de reorganisatie daadwerkelijk gaat uitvoeren. De or kan dan besluiten om beroep in te stellen bij de Ondernemingskamer volgens art. 26 WOR. De reden voor de or om beroep in te stellen is dan dat de bestuurder het besluit heeft genomen zonder advies van de or en de or geen advies kon geven vanwege het ontbreken van voor het advies belangrijke informatie. Maar de Ondernemingskamer moet – alsvorens het geschil inhoudelijk te beoordelen – eerst toetsten of de or wel aan alle formele toegangseisen voor een procedure bij de Ondernemingskamer heeft voldaan. Met andere woorden: of de or ontvankelijk is in zijn beroep. Deze formele toegangseisen staan opgesomd in artikel 26 van de WOR: één daarvan is dat het beroep tijdig is ingesteld door de or. De or kan in beroep gaan bij de Ondernemingskamer als het besluit van de ondernemer niet in overeenstemming is met het advies van de or.

Als een or een (negatief) advies heeft uitgebracht en de ondernemer wijkt daar in zijn besluit van af, is aan die toegangseis voldaan. Maar als de or (bijvoorbeeld vanwege de slechte informatievoorziening door de bestuurder) geen advies heeft uitgebracht, is het de vraag of de Ondernemingskamer de or wel ontvankelijk acht; de or is immers wel in staat gesteld om advies uit te brengen maar heeft dat niet gedaan en er is dus geen advies. Het kan dan de vraag zijn of de or zijn beurt voorbij heeft laten gaan en daardoor wellicht geen ingang bij de Ondernemingskamer heeft. Om dat risico van niet-ontvankelijkheid te vermijden, raad ik de or dus aan een negatief advies uit te brengen. Het is wel van belang dat de or in zijn advies goed aangeeft welke informatie hij mist, hoe en wanneer hij om die informatie bij de bestuurder heeft gevraagd en waarom de or deze ontbrekende informatie zo belangrijk vindt dat hij zich genoodzaakt ziet uiteindelijk negatief te adviseren.

In deze kwestie wijs ik jullie nog op het volgende. Volgens vaste rechtspraak van de Ondernemingskamer bepaalt de or, en niet de bestuurder, welke informatie hij nodig heeft om een advies op grond van 25 WOR te geven. Het moet natuurlijk wel gaan om gegevens, feiten of omstandigheden die voor het geven van advies en het nemen van een besluit relevant zijn. Als het informatie is die de bestuurder zelf niet heeft, is het de vraag of de or hier wel recht op heeft voordat hij zijn advies uitbrengt. Maar als de bestuurder zelf niet over de informatie beschikt, dan moet hij ervoor zorgen dat die informatie er toch komt als de or deze essentieel acht voor de beoordeling van het voorgenomen besluit.

Gabi Stouthart

Datum
1 juli 2012

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Rubriek “Gabi geeft antwoord” in OR Informatie juli 2012, 7, p. 13

Nieuwsbrief

Meer informatie