| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Transitiekosten en -vergoeding

Op 30 januari 2015 publiceerde het ministerie van SZW een persbericht over de inhoud van de ‘Overgangsregeling Transitievergoeding’ en het besluit over de transitiekosten. De teksten zijn nu voor advies naar de Raad van State en worden pas daarna definitief en publiek. Op dit moment zijn dus alleen nog de hoofdlijnen bekend.

Door Loe Sprengers en André Joosten

De overgangsregeling regelt hoe de werkgever moet omgaan met verplichtingen die hij al voor 1 juli 2015 is aangegaan, bijvoorbeeld in een sociaal plan met de vakbonden of in afspraken met individuele werknemers. Vanaf 1 juli is de wettelijke transitievergoeding bij ontslag verschuldigd. De vraag is wat dat betekent voor de afspraken waaraan een werkgever gebonden is van vóór 1 juli 2015.

Uitgangspunt
Het uitgangspunt van de overgangsregeling is dat er geen sprake zal zijn van dubbele betalingen. Dat houdt in dat de werkgever niet én de oude afspraken hoeft na te komen, én daar bovenop nog de transitievergoeding moet betalen.

Geldig voor welke afspraken?
De overgangsregeling geldt voor afspraken over vergoedingen en voorzieningen die:
• voor 1 juli 2015 zijn aangegaan; of
• uiterlijk op 1 juli 2015 in werking treden; en
• waaraan de werknemer rechten kan ontlenen.

Onder vergoedingen wordt bijvoorbeeld een ontslagvergoeding verstaan. Onder voorzieningen vallen al die afspraken die geen vergoedingen zijn, zoals afspraken over om- en bijscholing, een outplacementtraject of een wachtgeldregeling.

Er zijn twee soorten afspraken:
1. Afspraken met een vereniging van werknemers, bijvoorbeeld in een cao of een sociaal plan, waarbij géén rekening is gehouden met een transitievergoeding, gaan voor op die transitievergoeding:

• totdat de afspraken worden verlengd of gewijzigd;
• maar uiterlijk tot 1 juli 2016. Voor ontslagprocedures die gestart zijn voor 1 mei 2016 kan dit ook nog gelden voor arbeidsovereenkomsten die eindigen op of na 1 juli 2016;
• de overgangsregeling is ook van toepassing wanneer een cao nawerking heeft of stilzwijgend wordt verlengd. Dit geldt ook wanneer de cao na 1 juli 2015 a!oopt en de werkgever nog gebonden is aan die cao. Ook dan is tot 1 juli 2016 geen transitievergoeding verschuldigd.

2. Andere afspraken. Denk bijvoorbeeld aan afspraken in de individuele arbeidsovereenkomst. Voor deze afspraken geldt dat de werknemer moet kiezen tussen de transitievergoeding of zijn recht op vergoedingen of voorzieningen uit eerdere afspraken. Dit geldt zolang de werknemer rechten aan die afspraken kan ontlenen. Hier is de einddatum van 1 juli 2016 niet van toepassing.

Waar vallen or-afspraken onder?
Wat betekent dit voor een sociaal plan dat met de ondernemingsraad is overeengekomen? Het persbericht zegt hier niet expliciet iets over. Het meest waarschijnlijk is dat dit zal gaan vallen onder de andere afspraken. Dat wil zeggen dat de werknemer de keuze gegeven moet worden om te kiezen voor de inhoud van het sociaal plan dan wel voor de transitievergoeding na 1 juli 2015. In een eerder ontwerpbesluit over de transitiekosten, dat wel openbaar is gemaakt, werden afspraken met een ondernemingsraad over hetgeen in mindering gebracht kan worden op de transitiekosten gelijkgesteld met afspraken door een vereniging van werknemers. Met het oog hierop zou het ook kunnen zijn dat deze onder de eerste categorie zullen vallen. Het verschil: in het eerste geval blijft het sociaal plan gelden en in het tweede geval wordt de keuze aan de werknemer gelaten; hij kan kiezen voor het oude sociaal plan of voor de transitievergoeding.

Te verrekenen kosten
In een tweede besluit, dat ook in het nieuwsbericht wordt aangekondigd, wordt geregeld welke kosten met de transitievergoeding verrekend kunnen worden. Ook dit wordt pas openbaar nadat het advies door de Raad van State is gegeven en het besluit wordt vastgesteld. Verschil is echter dat hierover al eerder wel een ontwerpbesluit bekend is gemaakt door de minister.

Twee soorten kosten
Men onderscheidt twee soorten kosten:
1. Transitiekosten – dit zijn kosten van maatregelen in verband met eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, gericht op het voorkomen van werkloosheid of het bekorten van de periode van werkloosheid van de werknemer. Denk aan kosten voor omscholing of een outplacementproject bij ontslag.
2. Inzetbaarheidskosten – dit zijn kosten die verband houden met het bevorderen van de inzetbaarheid van de werknemer buiten de organisatie van de werkgever, die al eerder tijdens het dienstverband zijn gemaakt.

Voorwaarde is dat de door de opleiding verworven kennis en vaardigheden niet zijn aangewend om een functie bij de werkgever uit te oefenen. Dergelijke opleidingskosten mogen geen betrekking hebben op een periode van maximaal vijf jaar voor het einde van de arbeidsovereenkomst, tenzij partijen andere afspraken hebben gemaakt.

Voorwaarden
Een werkgever mag niet zomaar kosten verrekenen met de transitievergoeding die hij bij het ontslag moet betalen. Daarvoor moet aan een van de navolgende voorwaarden zijn voldaan:
• de werknemer moet vooraf hebben ingestemd met het maken van de kosten en het in mindering brengen daarvan op zijn transitievergoeding; of
• de werkgever heeft collectieve afspraken gemaakt waaraan hij is gebonden. Dan heeft hij niet de individuele toestemming van de werknemers nodig, maar is het akkoord met de vereniging van werknemers voldoende. In het ontwerpbesluit dat circuleert, is in de toelichting aangegeven dat dit ook geldt voor een akkoord dat met de ondernemingsraad is bereikt. Of dit in de definitieve tekst nog terugkomt, moeten we afwachten.

Datum
17 maart 2015

Rechtsgebied
Arbeidsrecht

Geplaatst in
OR informatie 3 – maart 2015 pag 12-13

Nieuwsbrief

Meer informatie