| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Uitspraak van de maand: Fundis

De ondernemer Fundis, een organisatie die diverse soorten zorg verleent aan chronisch zieken en kwetsbare ouderen, overweegt een participatie in het LageLand ziekenhuis in Zoetermeer. De bedoeling van deze participatie was de versterking van de regionale concurrentiepositie van Fundis. Fundis vraagt over deze participatie advies aan de OR.

(Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer), 27 februari 2014 inzake Fundis )

Na de procedurele toets door Ondernemingskamer, volgt ook een inhoudelijke beoordeling van het besluit.

Uit financiële informatie blijkt dat de financiële situatie bij het LageLand ziekenhuis precair is. De schuldenlast is hoog. De OR voorziet negatieve gevolgen van de participatie voor het personeel. De OR acht de risico’s van de vereiste kapitaalinjectie en verder de mogelijke gevolgen voor Fundis bij een niet succesvolle doorstart van LLZ te hoog. De OR vraagt Fundis tijdens het adviestraject om bewijzen dat er een akkoord is met alle bij de overname betrokken crediteuren. De OR is ermee bekend dat er een intentieovereenkomst is afgesloten met daarin aantal voorwaarden die als doel hebben het risico van de voorgenomen participatie te beperken.

De OR komt tijdens het adviestraject tot de conclusie dat Fundis onvoldoende heeft gezorgd voor de daadwerkelijke vervulling van in de intentieovereenkomst opgenomen voorwaarden. De OR concludeert dat een grootschalige financiële injectie in een zwak ziekenhuis hem financieel en beheersmatig te risicovol en onverstandig lijkt vanwege de grote veranderingen en bedreigingen die op Fundis zelf afkomen. Deze bedreigingen komen naar het oordeel van de OR ten onrechte onvoldoende tot uiting in de (optimistische) meerjaren prognoses van LageLand Ziekenhuis en Fundis. Uiteindelijk adviseert de OR negatief. Ondanks het negatieve advies van de OR neemt Fundis eind 2013 het definitieve besluit. De OR wendt zich tot de Ondernemingskamer.

De Ondernemingskamer stelt in de beschikking voorop dat het besluit van Fundis om in een andere zorgonderneming zoals LageLandZiekenhuis te participeren, in beginsel een aangelegenheid van de ondernemer (het bestuur van Fundis) is. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer kunnen er strategische en/of commerciële en/of bedrijfseconomische redenen voor zo’n besluit zijn. Het is aan de ondernemer om die redenen te inventariseren en te beoordelen. De Ondernemingskamer overweegt daarbij dat een dergelijk besluit aanzienlijke financiële en andere risico’s tot gevolg kan hebben en ook met zich mee kan brengen dat de binnen de groep beschikbare financiële reserves wordt/worden aangewend. Maar, dat neemt volgens de Ondernemingskamer niet weg dat de ondernemer de belangen van de onderneming en haar stakeholders (waaronder de werknemers) in zijn besluitvorming dient te betrekken. De ondernemer dient een afweging te maken van de beweegredenen voor, en de voor de onderneming te verwachten gevolgen van het voorgenomen besluit. De ondernemer moet het daarbij ook tot zijn taak rekenen om de door de onderneming beoogde en redelijkerwijs te behalen voordelen van de investering/participatie af te wegen tegen de nadelen, waaronder die van financiële aard.

Dat brengt naar het oordeel van de Ondernemingskamer met zich mee dat niet alleen de (transactie-) voorwaarden waaronder Fundis in LLZ participeert in ogenschouw dienen te worden genomen, maar ook de (overige) omstandigheden waaronder de investering/participatie wordt geëffectueerd.
De Ondernemingskamer bevestigt vervolgens het standpunt van de OR dat Fundis onvoldoende heeft zorggedragen voor daadwerkelijke vervulling van in de intentieovereenkomst opgenomen, “risicomatigende” voorwaarden, voordat zij op 15 november 2013 definitief tot participatie besloot. Immers, diverse van de voorwaarden waren, zonder meer, niet vervuld en (kennelijk) ook welbewust onvervuld gelaten. De OR heeft op zitting betoogd dat het antwoord op de vraag of de aan de participatie verbonden, voorzienbare risico’s voor Fundis niet zó groot zijn dat zij van participatie zou moeten afzien, vooral afhankelijk is van de mate waarin zij erin slaagt die door haar in beeld gebrachte risico’s uit te sluiten of af te dekken.

De Ondernemingskamer is van oordeel dat het betoog van de ondernemer ter zitting dat weliswaar de onderscheiden afspraken nog niet op schrift zijn gesteld maar dat wel degelijk sprake is van toezeggingen, althans dat Fundis er “het volste vertrouwen” in heeft dat de gemeente Zoetermeer, de banken, GHZ en de andere betrokken partijen hun mondelinge toezeggingen of intentieverklaringen zullen nakomen indien Fundis tot besluitvorming en uitvoering van haar participatie overgaat, niet overtuigt. Uiteindelijk leidt het tot het oordeel van de Ondernemingskamer dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.

De Ondernemingskamer wijst in deze beschikking de ondernemer erop dat hij een verplichting heeft om – als hij zelf voorwaarden stelt aan een voorgenomen besluit – deze ook daadwerkelijk moet invullen. De ondernemer kan dit niet afdoen met de mededeling dat ondanks slechts ‘zachte en mondelinge’ toezeggingen de betrokken partijen erop moeten vertrouwen dat de voorwaarden allemaal zullen worden vervuld.

Datum
11 juli 2014

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
Sprengers nieuwsbrief 3-2014

Nieuwsbrief

Meer informatie