| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

#Vakantie

De zomervakantie is weer in zicht en dat betekent dat vakantieplannen worden gesmeed. In ons bedrijf is het ieder jaar weer een heel gepuzzel om de bezetting op orde te krijgen. Onze bestuurder wil daarom een nieuwe vakantieregeling invoeren, met als uitgangspunt dat collega’s zonder schoolgaande kinderen in de schoolvakantie niet vrij kunnen nemen. De or vindt dit geen goede oplossing en denkt dat dit, met een juiste planning en meer inzet van de flexibele schil, beter opgelost kan worden. Wat kan de or nu doen?

De or heeft instemmingsrecht voor het vaststellen, wijzigen of intrekken van een vakantieregeling. Gelet op het belang van vakantie en het voorkomen van discussie hierover, is het zaak hiermee zorgvuldig om te gaan en te toetsen of een voorgestelde vakantieregeling wenselijk en noodzakelijk is. Weet dat een vakantieregeling niet in strijd met de cao mag zijn, en ook niet per definitie alle werknemers bindt.
In veel bedrijven is de bezetting in de zomervakantie een hoofdpijndossier. Vooral in organisaties waar de volledige dienstverlening ook in de ‘komkommertijd’ gewoon doorgaat. Dit is bijvoorbeeld het geval in de zorg, waar het wellicht zelfs drukker is dan gewoonlijk aangezien vrijwilligers op vakantie zijn. Werknemers hebben het recht om vakantie op te nemen. Vakantiedagen hebben een zogenaamde recuperatiefunctie: de werknemer heeft rust en kan herstellen van het werk.

De hoofdregel over het opnemen van vakantiedagen staat in het Burgerlijk Wetboek. Slechts in bijzondere gevallen kan een hiervan werkgever afwijken. Hij moet de werknemer in de gelegenheid stellen om het minimumaantal vakantiedagen op te nemen, de zogenaamde wettelijke vakantiedagen: viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week. Dit betekent dat iedere werknemer vier weken per jaar vakantie heeft. In veel cao’s is afgesproken dat werknemers niet vier, maar vijf weken vakantie hebben. Vakantie wordt in principe in overeenstemming met de wensen van de werknemer vastgesteld, tenzij er gewichtige redenen zijn waardoor dit niet mogelijk is. Bijvoorbeeld wanneer het opnemen van vakantie leidt tot een ernstige verstoring van de bedrijfsvoering. Dit is een strenge toets. Deze hoofdregel geldt niet, wanneer er in een collectieve arbeidsovereenkomst afspraken zijn gemaakt over de vaststelling van de vakantiedagen.

Het uitgangspunt uit het Burgerlijk Wetboek geldt ook niet, wanneer de arbeidsovereenkomst afwijkende afspraken bevat over de vaststelling van de vakantiedagen. Hier komt de vakantieregeling met de or om de hoek kijken. Veel bedrijven hebben namelijk zo’n eigen vakantieregeling die is overeengekomen met de ondernemingsraad. Wanneer in de arbeidsovereenkomst van de individuele werknemer wordt verwezen naar de vakantieregeling overeengekomen met de or, en de vakantieregeling deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst, dan geldt deze regeling als uitgangspunt. Maakt deze vakantieregeling geen deel uit van de arbeidsovereenkomst, dan kan de vakantieregeling met de or een individuele werknemer niet binden en geldt gewoon het uitgangspunt uit het Burgerlijk Wetboek. In dat geval kan de werkgever de vakantieaanvraag van de werknemer alleen weigeren vanwege die genoemde, gewichtige redenen.

Het is voor de or van belang om te beoordelen of het nodig is om een vakantieregeling af te spreken en of de voorgestelde regeling overeenstemt met de cao. Verder is het goed te toetsen of door de vakantieregeling een bepaalde groep werknemers niet buiten de boot valt. Een regeling waarbij werknemers zonder schoolgaande kinderen geen vakantie kunnen opnemen in de zomer lijkt niet in het belang van alle werknemers en zou – wat mij betreft – reden zijn voor de or om geen instemming te verlenen. Helemaal wanneer er goede alternatieven zijn. Mocht de regeling toch worden ingevoerd, dan moet de or binnen een maand de nietigheid inroepen. Een procedure bij de kantonrechter kan noodzakelijk zijn om de werkgever te dwingen de uitvoering van het besluit te staken.

Datum
1 mei 2017

Rechtsgebied
Arbeidsomstandigheden Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in OR informatie (rubriek #Durftevragen) mei 2017 nr. 5, p. 35.

Nieuwsbrief

Meer informatie