| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Verplichte klokkenluidersregeling

Op 1 juli 2016 is de Wet Huis voor Klokkenluiders in werking getreden na veel discussie en flinke debatten in de Tweede en Eerste Kamer. Deze wet bepaalt, dat werkgevers met minimaal vijftig werknemers een klokkenluidersregeling moeten hebben. De ondernemingsraad heeft het instemmingsrecht bij vaststelling, wijziging of intrekking van zo een regeling. Waar moet de OR op letten bij een klokkenluidersregeling?

Wanneer een werknemer vermoedt dat er sprake is van een misstand, geldt als uitgangspunt dat dit vermoeden eerst wordt gemeld bij de werkgever. De werkgever moet dan onderzoek doen naar de misstand en daarop actie ondernemen. In de afgelopen jaren is een aantal klokkenluiders in het nieuws gekomen, nadat zij in grote problemen zijn geraakt na het melden van een misstand. Dit zou er volgens de Tweede Kamer toe hebben geleid dat mensen terughoudender zijn geworden om eventuele misstanden te melden. Met de Wet Huis voor Klokkenluiders probeert men dit weer te veranderen, door een interne klokkenluidersregeling te verplichten voor grotere werkgevers.

De Wet Huis voor Klokkenluiders bepaalt, dat alle werkgevers met vijftig of meer werknemers verplicht zijn om een klokkenluidersregeling te hebben. Het begrip werknemer moet breed worden uitgelegd. Niet alleen werknemers met een arbeidsovereenkomst of een ambtelijke aanstelling vallen eronder, maar ook bijvoorbeeld uitzendkrachten, zzp-ers, stagiairs en vrijwilligers. De klokkenluidersregeling moet dan voldoende waarborgen bieden aan de werknemers om een misstand eerst intern te melden.

De wet stelt een aantal vereisten aan een klokkenluidersregeling. In de eerste plaats moet de klokkenluidersregeling bepalen wanneer een melding kan worden gedaan, met andere woorden wanneer er sprake is van een misstand. Volgens de wet is er sprake van een misstand wanneer het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift of bij een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid van personen, de aantasting van het milieu of het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van onbehoorlijk handelen of nalaten. Deze definitie van een misstand kan in de regeling ook worden uitgebreid en toegesneden op de organisatie. In de tweede plaats moet de klokkenluidersregeling bepalen bij wie een vermoeden van een misstand kan worden gemeld. Dit kan bijvoorbeeld bij een vertrouwenspersoon of bij een leidinggevende. In ieder geval is het belangrijk dat een werknemer veilig een melding moet kunnen doen. Verder dient de klokkenluidersregeling te bepalen op welke wijze met de melding wordt omgegaan. De wet bepaalt daarnaast, dat in de regeling opgenomen moet worden dat, op verzoek van de werknemer, de melding vertrouwelijk wordt behandeld en dat de werknemer de mogelijkheid heeft om een adviseur in vertrouwen te raadplegen bij het vermoeden van een misstand. De ondernemingsraad heeft op grond van het nieuwe lid 1 sub m van artikel 27 WOR het instemmingsrecht bij de vaststelling, de wijziging of de intrekking van een klokkenluidersregeling. Wanneer er nog geen klokkenluidersregeling is vastgesteld is het verstandig om alsnog op korte termijn een regeling vast te stellen. De ondernemingsraad kan met het initiatiefrecht ook zelf een voorstel doen voor een interne klokkenluidersregeling. Voor het geval er reeds een klokkenluidersregeling binnen de organisatie is vastgesteld, verdient het aanbeveling om te bezien of die regeling voldoet aan de minimumeisen die de wet nu stelt. Verder is het goed om te bekijken of de regeling voor de werknemer voldoende waarborgen biedt en bij werknemers voldoende bekend is.

Datum
7 september 2016

Rechtsgebied
Ambtenarenrecht Arbeidsrecht Medezeggenschapsrecht

In SBN 2016.1

Op 11 oktober 2016 verzorgt Gabi Stouthart in samenwerking met SBI-formaat een actualiteitencollege over de klokkenluidersregeling.

Nieuwsbrief

Meer informatie