| samen sterk in arbeidsrecht

© 2019 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Wake-up call voor de langdurig zieke werknemer

De laatste tijd is er veel te doen over de zogenaamde ‘slapende dienstverbanden’. Dit onderwerp haalt geregeld de krant. Ook is het een geliefd onderwerp van Kamervragen aan de Minister. Begin april kwam uitgebreid in het nieuws dat een kantonrechter in Limburg de Hoge Raad vragen gaat stellen over dit onderwerp.

Slapende dienstverbanden?
Een slapend dienstverband is een dienstverband waarbij de werknemer niet meer werkt en de werkgever geen loon meer betaalt. Deze situatie doet zich vaak voor nadat de werknemer twee jaar ziek is geweest en er geen passend werk (meer) is. De arbeidsovereenkomst bestaat dan alleen nog op papier. Een slapende arbeidsovereenkomst kan wel weer tot leven komen. Bijvoorbeeld als de werknemer vindt dat hij genoeg hersteld is om te werken. Hij kan dan passend werk opeisen bij de werkgever. Doorgaans blijft een slapend dienstverband in dromenland en komt het niet meer tot leven.
 
Voor de Wwz
Voor de komst van het nieuwe ontslagrecht (de Wwz) in juli 2015 beëindigde de werkgever een dienstverband met een langdurige zieke werknemer meestal. Soms vroeg hij daarvoor toestemming bij het UWV. Meestal kwamen werkgever en werknemer in onderling overleg wel tot een einde van de arbeidsovereenkomst. In zo’n situatie ontving de werknemer bijna nooit een ontslagvergoeding. In heel uitzonderlijke gevallen kende de rechter een werknemer een vergoeding toe. Dit gebeurde in gevallen waarin de rechter van mening was dat de opzegging kennelijk onredelijk was. Dit kon het geval zijn als de werknemer ziek was door het werk, een lang dienstverband had, een uitzichtloze positie op de arbeidsmarkt had en de werkgever niet bereid was tot een behoorlijke vergoeding.
 
Na de Wwz
Met het nieuwe ontslagrecht is dit allemaal veranderd. In de wet staat nu een wettelijke ontslagvergoeding opgenomen, de transitievergoeding. Een werknemer heeft bij opzegging door de werkgever recht heeft op deze transitievergoeding. Zegt de werknemer zelf op dan heeft bestaat dit recht niet. Dit recht is er voor iedere werknemer, dus ook voor de zieke werknemer. Anders zou sprake zijn van discriminatie. Het doel van de transitievergoeding is tweeledig. Het eerste doel van de transitievergoeding is compensatie voor het verlies van het dienstverband en het tweede doel is dat het werknemer zo geld heeft om zich om te scholen voor nieuw werk. Gezien deze doelstellingen van de transitievergoeding is deze ook bestemd voor de zieke werknemer, niet alleen vanwege het eerste doel: de compensatie voor het verlies aan verdienvermogen, maar ook vanwege de tweede doelstelling. Langdurige zieke werknemers hebben meestal nog wel degelijk arbeidsmogelijkheden, zij het bij een andere werkgever. Daarom hebben zij ook belang bij geld om zich om te scholen voor nieuw werk.
 
Wet compensatie transitievergoeding
Werkgevers blijken echter in de praktijk helemaal niet bereid om een transitievergoeding te betalen bij een afscheid van een zieke werknemer. De reden hiervoor is dat de werkgever vaak al twee jaar het loon heeft moeten doorbetalen en ook vaak hoge re-integratiekosten heeft gemaakt. De meeste werkgevers vinden dit wel genoeg. Omdat de regering hier wel begrip voor had, is de zogenaamde Wet compensatie transitievergoeding in het leven geroepen. Deze wet bepaalt dat de werkgever in principe de transitievergoeding kan terugkrijgen  bij opzegging van het dienstverband met een langdurige zieke werknemer.
 
Probleem opgelost?
Werkgevers blijken ondanks deze compensatieregeling niet bereid om het dienstverband met zieke werknemers op te zeggen. Zij voeren hiervoor allerlei bezwaren aan. Bijvoorbeeld dat zij niet weten hoe het UWV de regeling in de toekomst gaat uitvoeren. De regeling gaat namelijk pas in per 1 april 2020 (met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015). Een ander gehoord bezwaar is dat werkgevers de transitievergoeding moeten voorschieten. Dit kan aardig in de papieren lopen. Ook gunnen sommige werkgevers hun zieke werknemers de transitievergoeding niet, zij vinden dat de werknemers al voldoende hebben gekregen (twee jaar loon en de re-integratie). Sommige werkgevers voeren ook aan dat de kosten van een compensatieregeling erg hoog zullen uitvallen. De kosten hiervan zullen omgeslagen worden via WW-premies die werkgevers moeten betalen.
 
Kortom: de Wet compensatie transitievergoeding lijkt niet helemaal te gaan werken.
 
Wat nu?
Zieke werknemers proberen nu via procedures voor elkaar te krijgen dat een werkgever de slapende arbeidsovereenkomst opzegt, zodat zij alsnog recht op de transitievergoeding hebben. De ene kantonrechter is van mening dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap verplicht is het dienstverband op te zeggen, maar andere kantonrechters zijn een tegenovergestelde mening toegedaan. Grote onduidelijkheid dus.
 
Aan deze onduidelijkheid wil een rechter in Roermond een einde maken. Op verzoek van een werknemer heeft deze rechter vorige week vragen gesteld aan de Hoge Raad. Over enkele maanden zal de Hoge Raad de vragen beantwoorden. Als het goed is is het dan duidelijk of werkgevers dienstverbanden met langdurige zieke werknemers al dan niet verplicht moeten opzeggen.
 
Wordt vervolgd!

Datum
18 april 2019

Rechtsgebied
Arbeidsrecht

Zie
ECLI:NL:RBLIM:2019:3331

Nieuwsbrief

Meer informatie