| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Wijziging arbeidstijden

In verband met technische ontwikkelingen, Internet en nieuwe media worden de werktijden bij een regionale omroep gewijzigd. Dit gebeurt in overleg met de redactieraad en de OR. Een werknemer vordert in kort geding bij de kantonrechter tewerkstelling in de voor haar gebruikelijke werktijden tussen 09:00 en 17-30 uur. In verband met haar privésituatie is het voor haar onmogelijk om ochtend- en avonddiensten te draaien. De kantonrechter oordeelt bij wijze van voorlopige voorziening dat de aard van de gewijzigde omstandigheden bij de werkgever de ingrijpendheid van de roosterwijziging rechtvaardigt. De kantonrechter acht niet aannemelijk geworden dat er alternatieve (minder ingrijpende) roosterwijzigingen mogelijk zijn die toch recht doen aan de belangen van de werkgever en de overige werknemers.

Artikelen: 7:611,7:613 en 6:248 Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 27 Wet op de Ondernemingsraden (WOR) Rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht
16 september 2014 ; ECLI:NL:RBMNE:2014:4203

Feiten
Een werkneemster is sinds 1 december 2000 in dienst bij de regionale omroep in de functie van video-editor. Zij had eerst een fulltime aanstelling maar werkt nu 24 uur per week verspreid over drie dagen tussen 9:00 en 18:00 uur. Sinds 2008 heeft zij twee vaste vrije dagen per week. De regionale omroep kent ruim dertig werknemers op de redactie, en ruim twintig werknemers in de programmatechniek, waaronder zes editors. Twee editors werken daarbij fulltime en vier parttime.

Op 16 juli 2013 heeft de regionale omroep het beleid “Omroep 3.0” vastgesteld en op grond daarvan nieuwe roosters gentroduceerd. Technische ontwikkelingen, internet en nieuwe media noodzaakten hiertoe. Het nieuwe rooster gaat uit van drie ploegendiensten voor alle werknemers met de volgende tijden:

• 06:00 tot 14:30 uur;
• 09:00 tot 17:30 uur;
• 15:00 tot 00:30 uur of later.

Parttimers kunnen een vaste dag aanwijzen waarop zij niet ingeroosterd willen worden. Op 13 januari 2014 heeft de ondernemingsraad positief geadviseerd over de invoering van Omroep 3.0 en het nieuwe rooster. Daarna heeft een gefaseerde uitrol plaatsgevonden van het nieuwe beleid. In overleg met de medezeggenschap is ook een sociaal-flankerend beleid vastgesteld.

Tussen de werkneemster en de omroepen zijn vergeefs diverse gesprekken gevoerd over de bezwaren van werkneemster tegen het nieuwe rooster. De werkneemster is gescheiden en heeft twee kinderen die wegens autistische, respectievelijk motorische stoornissen regelmaat, rust en (overdag) therapieën nodig hebben. Zij houdt vast aan haar werktijden en stelt dat er onvoldoende rekening is gehouden met haar privébelangen. In kort geding vordert zij de omroep te veroordelen haar tewerk te stellen in de voor haar gebruikelijke werktijden van 9:00/9:30 uur tot 17:30/18:00 uur op straffe van een dwangsom.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter overweegt dat in de arbeidsovereenkomst tussen de partijen, de werktijden van werkneemster niet expliciet zijn overeengekomen. De omroep heeft echter niet betwist dat de gebruikelijke werktijden en de vaste vrije dagen zijn zoals door werkneemster aangegeven.

Deze werktijden zijn door tijdsverloop een verworven recht geworden en maken zodoende onderdeel uit van de arbeidsvoorwaarden. De arbeidsovereenkomst bevat geen zogenaamd eenzijdig wijzigingsbeding in de zin van artikel 7:613 Burgerlijk Wetboek (BW). De vraag of de omroep eenzijdig de roosterwijzigingen en daarmee een wijziging van de arbeidsovereenkomst mocht invoeren, moet dan worden beantwoord aan de hand van de norm van het goed werkgeverschap en goed werknemerschap als vastgelegd in artikel 7:611 BW.

De werknemer behoort op een redelijk voorstel van de werkgever, verband houdende met gewijzigde omstandigheden op het werk, ook indien deze in de risicosfeer van de werkgever liggen, in het algemeen positief in te gaan en mag een dergelijk voorstel alleen afwijzen indien aanvaarding ervan redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.

Bij de beoordeling van de vraag of een werknemer gehouden is een voorstel van de werkgever tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden te aanvaarden dienen drie stappen te worden doorlopen. Eerst moet worden onderzocht of de werkgever in de gewijzigde omstandigheden op het werk als goed werkgever aanleiding heeft kunnen vinden tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Daarna moet worden onderzocht of het door de werkgever gedane voorstel redelijk is. Tenslotte moet worden onderzocht of aanvaarding van het redelijke voorstel in het licht van de omstandigheden van het geval in redelijkheld van de werknemer kan worden gevergd.

De kantonrechter loopt deze criteria achtereenvolgens af.
Ten aanzien van de gewijzigde omstandigheden stelt de kantonrechter vast dat partijen het erover eens zijn dat technische ontwikkelingen, internet en nieuwe media in het bijzonder, nopen tot journalistieke, organisatorische en technische wijzigingen bij de omroep teneinde met de tijd mee te kunnen gaan.

Op de vraag of invoering van een drieploegendienst redelijk is in het licht van alle omstandigheden van het geval moet dan worden gekeken naar de wijze waarop het voorstel tot stand is gekomen. Het beleid, vastgelegd in het beleidsdocument Omroep 3.0, is in een open en zorgvuldig proces van overleg met de redactieraad en de OR tot stand gekomen. Het nieuwe rooster is door een extern adviseur getoetst en voldoet aan de voorwaarden zoals neergelegd in de cao en de Arbeidstijdenwet. Dat heeft er toe geleid dat Omroep 3.0 de breedst mogelijke steun heeft, en dat de programmamakers de personele consequenties hebben aanvaard. Dit heeft werkneemster ook niet betwist. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit voorshands voldoende blijkens het feit dat Omroep 3.0 op redelijke wijze met inachtneming van een serieuze belangenafweging en in overleg met de werknemers tot stand is gekomen.

Dan is de vraag of het voorstel voor de werkneemster inhoudelijk redelijk moet worden geacht. De rechter oordeelt dat de aard van de gewijzigde omstandigheden, waarover geen verschil van mening bestaat, de ingrijpendheid van het gedane voorstel rechtvaardigt. De partijen hebben diverse gesprekken gevoerd waarin zij alternatieve roosters hebben besproken, maar de werkneemster heeft ter zitting erkend dat zij na overleg met haar collega’s concludeert dat een ander rooster niet mogelijk is ingeval van ziekte en vakanties. Dit zou volgens haar opgelost kunnen worden door het inzetten van freelancers.

De omroep heeft daartegenover gesteld dat het niet in staat is om gehoor te geven aan alle specifieke wensen van de medewerkers. In een klein team als het editorsteam, zouden de directe collega-editors onevenredig zwaar worden belast. Voor het inzetten van (extra) freelancers is als gevolg van bezuinigingen geen financiële ruimte. Voldoende is daarom gebleken dat er geen minder verstrekkende alternatieven zijn die eveneens rechtdoen aan de belangen van de omroep en alle werknemers. In dat verband acht de kantonrechter tevens van belang dat tussen de partijen vaststaat dat Omroep 3.0 in samenspraak met de OR en de redactieraad tot stand is gekomen, dat de OR heeft ingestemd met het voorstel, en dat de omroep de werknemers een redelijke termijn heeft gegund om hun privesituatie of te stemmen op het nieuwe rooster.

Daarbij acht de rechter het nog van belang dat de werkneemster het recht behoudt op een vaste vrije dag waarop de therapie voor de kinderen kan plaatsvinden, dat het team van editors klein is, dat de werkneemster niet de enige is in haar team met de zorg voor (1deine) kinderen en dat de omroep met de OR en de redactieraad heeft afgesproken dat er geen uitzonderingen voor bepaalde groepen werknemers in het rooster worden gemaakt. Het belang van de werkneemster is dan ook niet anders of groter dan dat van sommige andere werknemers in de groep editors, zo oordeelt de kantonrechter.
Het derde criterium, de vraag of van de werkneemster aanvaarding van het gedane voorstel in de redelijkheid kan worden gevergd, is met haar erkenning ter zitting dat andere editors in haar team in dezelfde situatie zitten en dat een ander rooster niet mogelijk is, beantwoord. De vorderingen van werkneemster worden dan ook afgewezen.

Aantekening
In deze zaak was geen sprake van een eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst. Onder omstandigheden kan dan toch van de werknemer de bereidheid worden verlangd mee te werken aan aanpassing van zijn arbeidsovereenkomst. Op redelijke voorstellen van de werkgever, verband houdende met gewijzigde omstandigheden op het werk, moet in het algemeen positief worden ingegaan en dergelijke voorstellen mogen alleen worden afgewezen wanneer de aanvaarding ervan redelijkerwijs niet van de werknemer kan worden gevergd. Dat is niet anders indien de omstandigheden in de risicosfeer van de werkgever liggen. Deze, in de drie besproken stappen uitgewerkte leer van de Hoge Raad, vloeit voort uit de norm van het goed werknemerschap die is neergelegd in artikel 7:611 BW.

Let op
De kantonrechter laat hier in zijn oordeel meewegen dat de ondernemingsraad positief heeft geadviseerd op de invoering van het nieuwe beleid, en dat het nieuwe rooster in overleg met de ondernemingsraad tot stand is gekomen. Daar is de rechter vrij in. In geval er, anders dan in deze zaak, sprake is van een eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst, legt de instemming van de ondernemingsraad met een wijziging zelfs als regel gewicht in de schaal bij de weging of er voldoende zwaarwichtige belangen aan de kant van de werkgever aanwezig zijn om gebruik te maken van die bevoegdheid een arbeidsvoorwaarde te wijzigen.

Datum
28 november 2014

Rechtsgebied
Arbeidsrecht

Geplaatst in
Raad van Medezeggenschap – Arbeidsvoorwaarden – november 2014 pag. 15-16

Nieuwsbrief

Meer informatie