| samen sterk in arbeidsrecht

© 2020 Sprengers Advocaten
Website door: New Fountain

Zorgtaken van de OR

De wetgever heeft de ondernemingsraad een aantal mogelijkheden gegeven om proactief en uit zichzelf onderwerpen op te pakken. Deze keer komen de zorgtaken, zie artikel 28 WOR, aan de orde.

Hoe zijn de zorgtaken van de or geregeld in de wet?
In artikel 28 WOR staan zes onderwerpen waarvoor de ondernemingsraad een specifieke zorgtaak heeft. De ondernemingsraad dient te ‘bevorderen’ dat deze onderwerpen op een correcte wijze worden nagekomen.

1. Voorschriften op het gebied van de arbeidsvoorwaarden.
2. Voorschriften op het gebied van de arbeidsomstandigheden.
3. Voorschriften op het gebied van de arbeids- en rusttijden van de in de onderneming werkzame personen.
4. Het bevorderen van het werkoverleg, alsmede het overdragen van de bevoegdheden in de onderneming, zodat de werknemers zoveel mogelijk worden betrokken bij de regeling van de arbeid in het onderdeel van de onderneming waarin zij werkzaam zijn.
5. Het waken tegen discriminatie en het bevorderen van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de inschakeling van gehandicapten en minderheden in de onderneming.
6. Het bevorderen van de zorg van de onderneming voor het milieu.

Door deze onderwerpen zo expliciet te benoemen, spreekt de wetgever niet alleen de wens uit dat een ondernemingsraad zich bemoeit met naleving van de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden, de arbeids- en rusttijden, maar ook dat hij het werkoverleg bevordert (zoveel mogelijk op decentraal niveau), dat hij waakt tegen discriminatie en gelijke behandeling bevordert. Tot slot gaat de wetgever ervan uit dat de or aandacht heeft voor de zorg van de onderneming voor het milieu. Kortom, een controlerende en een stimulerende (zorg)taak.

Hoe gaat dit in de praktijk>
Ondernemingsraden kunnen – als daar reden voor is – informatie opvragen over deze aangelegenheden. Zo kan informatie worden opgevraagd over de voorschriften op het gebied van de arbeidsvoorwaarden, maar ook over hoe dit uitpakt voor verschillende groepen medewerkers binnen de onderneming (jong/oud, vrouw/man, enzovoorts). Hiervoor kan de ondernemingsraad terugvallen op het algemeen informatierecht uit artikel 31 lid 1 WOR. Daarin staat dat alle informatie die een or redelijkerwijs nodig heeft voor uitvoering zijn taak, verschaft moet worden. Met de toekenning van de wettelijke zorgtaken aan de ondernemingsraad staat vast, dat als de or informatie opvraagt over de in artikel 28 WOR genoemde onderwerpen, hij deze informatie redelijkerwijs nodig heeft voor de uitvoering van zijn taak.

Ook kan de ondernemingsraad de achterban raadplegen – bijvoorbeeld met een enquête over één of meer van deze zes onderwerpen – en daarmee de stemming peilen onder de medewerkers (artikel 17 lid 1 WOR). Vervolgens kan het onderwerp in een overlegvergadering worden besproken. Het gaat immers om een aangelegenheid die de onderneming aangaat, de eis die artikel 23 lid 2 WOR stelt.

Zo nodig kan de ondernemingsraad zijn bevindingen uitwerken in een voorstel en met gebruikmaking van het initiatiefrecht (art. 23 lid 3, zie onze bijdrage in OR Magazine #10) het onderwerp formeel aan de ondernemer voorleggen. Hierop dient de ondernemer vervolgens schriftelijk en met redenen omkleed te beslissen.

Een tandeloze bevoegdheid?
Als de ondernemer zijn zorgtaken niet nakomt, zijn daaraan geen wettelijke sancties verbonden. Toch maakt dit niet dat de ondernemingsraad geen positie heeft. In het uiterste geval, als overleg en overtuigingskracht niet tot een oplossing leiden, kan de ondernemingsraad wel degelijk iets afdwingen.

Allereerst kan een or de kantonrechter verzoeken om te bepalen dat de ondernemer de WOR moet naleven (art. 36 lid 2 WOR). Dit kan zeker als de ondernemer weigert informatie te verstrekken of het overleg aan te gaan over één van de onderwerpen waarvoor hij een zorgtaak heeft.

Over de vraag of de ondernemingsraad op basis van zijn zorgtaak ook een procedure kan starten, bijvoorbeeld wanneer de ondernemer de arbeidsvoorwaarden niet goed naleeft, wordt in de rechtspraak wisselend gedacht. Er zijn wel enkele voorbeelden waarin dit met succes is gelukt. Recent nog heeft de kantonrechter artikel 28 WOR geaccepteerd als grondslag voor het starten van een procedure door een ondernemingsraad. Het ging in deze zaak om de vraag of een werkgever de werknemers kon verplichten om volgens hun rooster naar het werk te komen, terwijl er feitelijk geen werkzaamheden waren. In de door de or, samen met de medewerkers, aangespannen procedure oordeelde de rechter dat dit niet geoorloofd was.

Conclusie
De zorgtaak biedt een ondernemingsraad de mogelijkheid om pro-actief met belangrijke onderwerpen die in de onderneming spelen aan de slag te gaan. Met het toekennen van deze wettelijke ‘bevorderende’ taak, heeft de ondernemingsraad een instrument in de hand om informatie over en faciliteiten ten behoeve van de in artikel 28 WOR genoemde onderwerpen te verlangen. De ondernemingsraad kan deze onderwerpen ook in het overleg bespreken en in sommige situaties is het ook mogelijk om in een procedure naleving te vorderen van de regels die niet zijn nagekomen.

Reeks De Wettelijke rechten van de OR uitgelegd
1. Artikel 24 voor wezenlijke invloed
2. Het initiatiefrecht: ‘verstopte’ bevoegdheid met veel mogelijkheden
3. Zorgtaken van de OR

Datum
3 november 2020

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Reeks De wettelijke rechten van de or uitgelegd, deel 3.

OR/magazine november 2020, p. 14-15.

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Meer informatie