HomeJubileum

Samen sterk in arbeidsrecht

Vijftig jaar Sprengers advocaten

Vijftig jaar Sprengers Advocaten: dat zijn vijf decennia die niet ongemerkt voorbijgingen. Een gelegenheid om niet onopgemerkt te laten passeren. Vandaar deze bundeling van verhalen.

In 1974 startte een vijftal juristen het Advokatenkollektief Utrecht, een idealistische club jonge advocaten die in de eerste plaats werknemers wilden bijstaan. Geheel volgens de tijdgeest. Want waarom zou kapitaal zwaarder moeten wegen dan de inbreng van arbeid? Het collectief volgde de evoluerende tijdgeest op de voet, maakte naam als nichekantoor met soms baanbrekende zaken voor ondernemingsraden en stakingsrecht, bleef verjongen, breidde het werkgebied uit, werd zakelijker maar bleef trouw aan de oorspronkelijke missie. En is intussen, onder de nieuwe naam, zonder enige overdrijving een ‘sterk merk’ op het gebied van vooral medezeggenschapsrecht, arbeidsrecht en ondernemingsrecht, voor een breed scala aan sectoren. Vanuit een kennis die bovendien wordt gedeeld in workshops, lessen en congressen.

We volgen deze ontwikkeling over de afgelopen vijf decennia. Een tijdbalk loodst ons door de jaren met een overzicht van belangrijke of opvallende zaken en publicaties. Maar het draait uiteraard om de verhalen.
Twee van de oprichters nemen ons mee naar het begin in de jaren ’70 van de vorige eeuw. En zoals het kantoor zijn stempel drukte op de rechtspraak, zo drukken de advocaten die er werkten en werken hun stempel op dit kantoor. We hinkstapspringen door de levendige geschiedenis van Sprengers Advocaten, steeds verwoord door vertegenwoordigers van een nieuwere lichting. Ook de onmisbare ondersteuners komen aan het woord.

Deze interviews worden afgewisseld met gesprekken met mensen van buiten, die dit kantoor hebben leren kennen vanuit een vraag naar professionele juridische ondersteuning. Of als andere partij tijdens een rechtszaak. Want wat een ander over je vertelt, is toch net iets objectiever dan wat je zelf allemaal te berde brengt. Het is dan ook geen strikte geschiedschrijving die wij hier nastreven. We willen deze feestelijke gelegenheid gebruiken om een toegankelijk beeld te schetsen van de ontwikkeling van dit unieke advocatenbureau dat meebewoog met de tijd en tegelijk zichzelf bleef.

Als we één constante mogen lichten uit deze verhalen, dan is het wel dit. Het gaat hier om maatwerk met een persoonlijk gezicht. Onderscheidend in de herinneringen blijken de onderlinge contacten. Of, zoals een van de geciteerden het zegt: het gaat om de mens achter het geschil. Hier gingen en gaan professionals op een sterk betrokken manier tot het uiterste, om voor die ander het verschil te kunnen maken.

Hulde aan deze gouden jubilaris!

Utrecht, voorjaar 2024

Vijftig jaar Sprengers Advocaten

Sjef de Laat en Willem Kroft

De ongelijkheid in macht en zeggenschap verminderen

Sjef de Laat en Willem Kroft worden als oude bekenden verwelkomd op het kantoor aan de Plompetorengracht te Utrecht. Dus duurt het even voordat de heren aanschuiven op de bovenste verdieping. Daar stappen wij begin februari 2024 in een tijdmachine, bestuurd door Kroft en De Laat. 

Om met Sjef te beginnen, hij is een van de ‘founding five’ in dit rijtje:  Lili van der Brugghen, Anne-Marie Bos, Sjef de Laat, Bernard Tomlow, Wout van Veen.

Lees meer
int(0)
Sluiten

Deze vijf studenten Rechten schreven begin jaren ’70 samen aan hun eindscriptie. In 1972 bezochten ze een congres gewijd aan de groeiende leemte in de rechtshulp voor de minder draagkrachtige burgers. (Voor het beeld: Nederland telde toen zo’n 1500 advocaten; nu zijn dat er 18.000.) In die tijd kwamen in veel studentensteden de wetswinkels op waar mensen gratis juridische ondersteuning konden krijgen. ‘Wij raakten steeds sterker gemotiveerd om advocaat te worden na het afronden van onze studie. Wij waren sociaal geïnteresseerd.’ De rechtenstudenten organiseerden wetswinkels in Utrechtse buurthuizen.

Van Winkel naar Kollektief

Dat woord “wetswinkel” riep weerstand op. ‘Onder meer bij een langs lopende officier van justitie die een klacht indiende omdat hij vond dat we daarmee te veel reclame maakten. Dat commerciële was uit den boze.’ 

Daarom herdoopten ze hun juridische toko om tot het Advokatenkollektief. Die spelling met drie ‘k’s’ werkte meteen als uithangbord: hier kom je bij een progressieve linkse club. Utrecht en Amsterdam claimen die naam beide als eerste. Zeker is hoe naadloos deze paste in de tijdgeest. Ook in andere steden verrezen “advokatenkollektieven”.

De vijf pas afgestudeerde juristen huisden aanvankelijk in een prachtig pand aan de Oudegracht 213. Sjef de Laat vertelt dat hij later nergens meer zo’n ruim kantoor heeft gehad.
Na twee jaar kocht het kollektief van de Willem Arntz-stichting, een GGZ-instelling, een pand op Twijnstraat 20. Een stuk krapper, maar het kollektief huisde daar toch van 1976 tot 1983.

Harde kern en het “rode boekje”

Mede-oprichter Lili van der Brugghen was vrij snel verdwenen. Ook Anne-Marie Bos hield het na twee jaar voor gezien. Wout van Veen en Sjef de Laat vormden zo in dat eerste decennium de ‘harde kern’ van het kollektief. Zo lezen wij ook uit een bijdrage van de voorzitter V.J.A. van Dijk, destijds voorzitter van de Utrechtse rechtbank. Deze uitspraak doet hij in het “rode boekje”* ter gelegenheid van het tienjarig bestaan op 2 november 1984. 

Jonge advocaten mochten na hun afstuderen praktijk voeren, maar de eerste drie jaar diende dat te gebeuren onder het bewind van een ‘patroon’, die werd aangewezen door de Orde van Advocaten. Willem: ‘De deken van de orde van advocaten in Utrecht wees ons aan Sjef Bertrams, van kantoor Wijn en Stael, Erik Van Rossem van het kantoor van Benthem en Keulen en Jan Bijkerk van het kantoor Kramer Bijkerk en Steenberghe. Later ben ik zelf buitenpatroon geweest voor andere stagiairs.’
Sjef: ‘Zoals ik jouw patroon ben geweest!’

Buitenpatronen

Buitenpatroon Erik van Rossem vertelt in genoemd “rode boekje” dat hij het best spannend vond toen hij in de herfst van 1974 op weg was naar dit jonge kollektief. De praktijk viel gelukkig mee: ‘Eigenlijk vond ik ze allemaal direct aardig, al moet ik toegeven dat Sjef de Laat en Bernard Tomlow aanvankelijk wat “wild” op mij overkwamen, vooral de laatste.’

Hij vervolgt: ‘Bij Anne-Marie Bos viel mij haar “alternatieve” kleding op.’ Ze zou toch niet op blote voeten in sandalen op een kort geding verschijnen? 

Advocaten in pakken kwam je bij dit Kollektief niet tegen, zoveel was duidelijk. Midden jaren ’70 verschenen Sjef en Wout op een bijeenkomst van de Industriebond NKV aan de Maliebaan in Utrecht. Ze droegen rode sokken en spijkerbroeken. Konden dat wel goede advocaten zijn?

Van Rossem werd patroon van Annemarie Bos en Bernard Tomlow. Van Rossem’s ‘keurige’ kantoor aan de Maliesingel ‘contrasteerde sterk met de kantoorruimte van het kollektief aan de Oudegracht. […] Het hield het midden tussen een opslagruimte voor tweedehandsmeubelen en een studentenhuis. Maar er was wel sfeer en er werd met volle overgave gewerkt.’ 

‘Niets werd als vanzelfsprekend aanvaard. Alles werd kritisch bezien. Moest je bijvoorbeeld een brief aan een confrère beginnen met “Amice” of “Geachte confrère”? 

Zijn stagiaires werkten al snel zelfstandig. ‘Vervelend werd het pas toen ik in een kort geding Bernard Tomlow als tegenpleiter ontmoette en de zaak verloor…’

Bureaudienst

Elk van de vijf advocaten draaide die eerste jaren een dag per week bureaudienst; een secretaresse paste niet in het egalitaire concept. ‘Niets voor mij dat bureauwerk,’ weet Sjef nog. Vanaf 1977** bracht Wietske Zeijlstra verlichting als bureau-coördinator. Zij ontpopte zich tot spil van de organisatie. In de geest van het kollektief kreeg zij dezelfde salariëring als de advocaten. Nog later studeerde zij rechten en werd vervolgens advocaat bij het kollektief.

Sjef en Wout gingen zich meer richten op (collectieve) arbeidsverhoudingen. Voor Bernard Tomlow was dit een reden om afscheid te nemen; hij specialiseerde zich in het huurrecht.

Intussen had ook Henk Korvinus zich bij het kollektief gevoegd. Hij bleef tot 1984, het jaar dat Paul Bosch en Loe Sprengers aansloten. 

Toevoegingen

Idealistisch en strijdbaar als ze waren, ook de medewerkers van het Advokatenkollektief moesten ergens van leven. ‘Toen ik er in 1979 bijkwam’, vertelt WiIlem, ‘kwamen onze inkomsten van zogeheten “Toevoegingen” van de overheid.’ Dat betekende een inkomen op minimumniveau. Kenmerkend voor de collectieve gedachte: gedurende de jaren dat Sjef actief was in de gemeenteraad van Utrecht, gingen zijn inkomsten daarvan naar het Kollektief. Maar na een jaar of twee begon de zaak zodanig te renderen dat het werk een wat ruimer inkomen opleverde.
Secundaire arbeidsvoorwaarden zoals pensioenopbouw zaten er aanvankelijk niet in. ‘Met name Wout geloofde nog dat de AOW ooit genoeg zou zijn om van te leven.’ 

Wout van Veen verkaste in 1987 naar de FNV.

Medezeggenschap centraal

Ook voor de buitenwereld werd steeds duidelijker dat het Utrechtse Advokatenkollektief de aangewezen partij was als het ging om juridische steun bij medezeggenschap. Toen de Wor in 1979 werd vernieuwd en uitgebreid met betaalde rechtsbijstand en de mogelijkheid tot procederen bij de Ondernemingskamer, stroomden de zaken binnen. 

Sjef: ‘Veel aandacht trok indertijd de Enka-zaak omtrent de vraag: wat is de opgewekte verwachting van de werkgever? Wanneer is een besluit “kennelijk onredelijk”? En wat is de inhoud van artikel 26 Wor?’

Willem: ‘Ondernemingsraden dachten bij de Ondernemingskamer snel winst te behalen, maar dat viel tegen. Onze rol was het aangeven van de juridische grenzen hierin. Die hausse aan zaken bij de OK nam snel af. Tegenwoordig worden er nog wel zaken ingediend, maar vrijwel altijd worden ze uiteindelijk teruggetrokken als de dreiging haar werk heeft gedaan’. 

Via aanvankelijk vooral de Voedingsbond en later ook de Vervoers-,  Industrie- en andere bonden groeiden de contacten met de vakbeweging. ‘Wij zagen vooral de bestuurders van de bonden’, vertelt De Laat. 

Met Cees Schelling, voorzitter van de Voedingsbond FNV, konden Sjef en Willem bijzonder goed overweg. In het “rode boekje” schetst Schelling het contact als persoonlijk, op basis van vertrouwen, samenwerking en een gemeenschappelijke mentaliteit – die ook tot uiting kwam in de tarieven van het kollektief. Die lagen flink onder het adviestarief van de Orde van fl 200,- en meer; het Advokatenkollektief rekende fl 90, –.

Spraakmakende zaken

Over een van de cursussen die Sjef en Willem in die beginjaren volgden vertelt Willem: ‘Ik luisterde naar een speech van de voorzitter van de ondernemingskamer, raadsheer Willems. Die zei op een bepaald moment: “Die vraag moet u maar stellen aan de hier aanwezige mensen van het Advokatenkollektief. Die weten het echt.”’

Van Groningen tot Maastricht en Rotterdam stroomden zaken binnen op het kantoor. Willem schetst een tijd van afbouw van de maakindustrie in Nederland: de productie werd verplaatst naar lagelonenlanden. Met ingrijpende gevolgen voor de medewerkers hier, en de nodige kort gedingen tot gevolg. 

Geklapt

‘Een spraakmakende zaak was die van de Heidemij,’ vervolgt Willem. ‘Daar probeerde men “sterfhuisconstructies” uit waarbij de werknemers aan het kortste eind trokken. Wat viel er wel en niet onder de Wet overgang onderneming? Sjef pleitte voor de rechten van de werknemers.’

Willem werd op een ochtend om 5 uur gebeld door de bestuurder van de Vervoersbond. De onderhandelingen over de cao waren geklapt. Het ultimatum van de bond liep dezelfde dag nog af en maandag zou de pleuris uitbreken: een staking van vrachtwagenchauffeurs met flinke maatschappelijke consequenties. De werkgevers dreigden met een kort geding, want binnen de looptijd van een cao zou je niet mogen staken. Of Willem zich daarop acuut kon voorbereiden. Bij stakingen hoorde het op zeer korte termijn moeten verschijnen in kort geding, met soms maar een paar uur voorbereidingstijd. 

‘Met juridiese middelen’

Tekenend voor de groeiende naam en faam van het kantoor was het feit dat Paul van der Heijden kwam praten over de bundeling van artikelen in de eerste editie van “Rechtspraak voor medezeggenschap”. (Van der Heijden stond ook aan de wieg van OR Informatie, het eerste vakblad voor ondernemingsraden.) In zijn bijdrage aan het “rode boekje” van het tienjarige jubileum omschrijft hij de doelstelling van het Advokatenkollektief als volgt:

‘Het is juist de ongelijkheid in macht en zeggenschap tussen deze actoren (collectieven van werknemers versus ondernemers, red.) (…), die het kollektief wil verminderen met o.a. de juridiese (sic) middelen die het ten dienste staan.’ De in 1979 herziene Wor, stelt Van der Heyden, ‘bracht een wijziging aan in de machtsverdeling tussen ondernemer en werknemers, vertegenwoordigd in ondernemingsraden. Niemand geeft graag macht uit handen.’

En precies toen verschenen de advocaten van het Advokatenkollektief ten tonele.

In 1983 verhuisde het Kollektief van het kleine pand aan de Twijnstraat naar de Nachtegaalstraat 37. 

Willem verliet het kantoor in 2012 toen hij 65 werd.

* getiteld “LIBER … Ad rem atque tevens bepaaldelijk personant”

** andere bronnen noemen 1979 

 

Stefan Sagel, advocaat bij De Brauw

‘Hard op de inhoud, zacht op de vorm’

Stefan Sagel is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek Advocaten in Amsterdam en hoogleraar Arbeidsrecht in Leiden.

Als advocaat trad hij verschillende keren in cassatiezaken op voor Sprengers Advocaten. Soms staan hij en de advocaten van Sprengers ook tegenover elkaar, bijvoorbeeld in procedures van ondernemingsraden waarbij hij de ondernemer bijstaat. Of in stakingszaken, wanneer Sprengers de vakbonden assisteert. Wat zijn diens ervaringen met dit kantoor?

Lees meer
int(1)
Sluiten

Op welke manieren heeft u te maken met Sprengers Advocaten?

‘In de eerste plaats bij zaken die bij de Hoge Raad komen, waarbij ik werk voor en met Sprengers Advocaten. Voor civiele cassatiezaken heb je een cassatie-advocaat nodig zoals ik. Ik heb onder meer belangrijke zaken op het gebied van het stakingsrecht en het medezeggenschapsrecht voor het kantoor mogen doen, vooral met betrekking tot het zogeheten primaat van de politiek. In zulke gevallen werken we samen voor hetzelfde doel en ben ik eigenlijk hun onderaannemer. Zij zijn mijn cliënt.’

In het hol van de leeuw

‘In andere gevallen werken we elkaar met evenveel plezier tégen (lacht). Ik denk bijvoorbeeld aan een stakings-kortgeding een aantal jaren geleden, rond het overeind houden van het openbaar vervoer rond Schiphol tijdens een landelijke staking over de pensioenleeftijd. Zij stonden de vakbonden bij, ik verdedigde Schiphol. Dat was een fantastische zaak tussen Rudi, Loe en mij. De zitting was in het weekend en moest daarom plaatsvinden buiten de rechtbank. Dat werd een prachtige Executive Lounge in Schiphol. De rechter zat daar op het podium pal onder een vlag met het Schiphol-logo erop. Loe baalde daarvan en vond het niet kunnen, zo een rechtszaak in het hol van de leeuw. De rechter is daar achteraf in meegegaan en heeft beloofd om de rechtbank ook in het weekend te openen in dit soort gevallen. Hoewel onze vorderingen ten dele werden toegewezen, had Loe dat punt dus wel gescoord.’ 

‘Verder mag ik eens in de zoveel tijd wat komen vertellen over de rechtspraak van de Hoge Raad wanneer het kantoor met zijn allen een informele sessie heeft in de bossen bij Doorn. Dat is altijd erg leuk om te doen, met nuttige discussies.’

Sinds wanneer bent u bekend met de advocaten van dit kantoor?

‘Pakweg twintig jaar lang komen we elkaar geregeld tegen. Daarvoor kende ik Loe al toen hij een dag in de week hoogleraar was in Leiden (Albeda-leerstoel, red.). Ik liep daar toen rond als jonge advocaat die probeerde één dag in de week onderzoek te doen voor een proefschrift.’

De mens achter het geschil

‘Eén van de leuke dingen van de arbeidsrechtadvocatuur is dat de meeste advocaten best goed met elkaar omgaan. Er lopen veel aardige mensen rond in dit werkveld. Misschien heeft het ermee te maken dat arbeidsrecht over mensen gaat en dus ook advocaten trekt die geïnteresseerd zijn in de mens achter het geschil. Dat geldt zeker voor de advocaten van Sprengers. Zij zijn bij uitstek hard op de inhoud, zacht op de vorm: dat vat het wel goed samen.’

De marges

‘En dat helpt ook om problemen op te lossen. Want anders dan het beeld dat veel mensen van de advocatuur hebben, proberen juist de goede advocaten zaken op te lossen buiten de rechter om. Maar daarvoor moet je wel alle twee constructief in de wedstrijd staan, met respect voor het standpunt van de ander en met bereidheid om te luisteren naar de belangen die aan de andere kant spelen. Zo bracht ik een paar jaar geleden ook een best lastig medezeggenschapstraject bij een grote cliënt tot een goed einde, waarbij Pauline Burger de ondernemingsraad bijstond. De samenwerking tussen ons heeft toen echt geholpen om zaken vlot te trekken. In dat soort complexe trajecten is het echt van toegevoegde waarde als je weet dat je tegenstander je geen oor gaat aannaaien en dat je vrijuit kunt sparren over mogelijke oplossingsrichtingen.’ 

“Straight shooters”

‘En dat vertrouwen heb ik als ik de mensen van Sprengers tegenover me heb. Het zijn “straight shooters”, zoals ze in Amerika zeggen. En wat ook helpt, is dat ze erg goed zijn in hun vak. Het is samenwerking op het hoogste niveau. Juist als je beiden goed thuis bent in de materie, is het vaak makkelijker om zaken op te lossen. Je kent de marges waarbinnen de oplossing gevonden moet worden. En die zijn vaak best smal.’ 

 

Welke zaken zijn u het meest bijgebleven in die afgelopen jaren?

‘Poeh, dat was toch wel de Schiphol-zaak die ik noemde, waarin we uiteindelijk in kort geding voor Schiphol gedaan kregen dat er vier keer per uur een trein van Schiphol naar Amsterdam op en neer reed, ondanks een landelijke staking. Maar ook de Amsta-zaak uit 2015 rond de bezetting van een verpleeghuis in Amsterdam door actievoerders van FNV. Dat was een zeer fundamentele zaak waarbij Rudi in eerste aanleg en bij het Hof enorm op zijn donder heeft gekregen. Maar bij de Hoge Raad haalden we uiteindelijk samen een klinkende overwinning! De Hoge Raad herschreef het stakingsrecht een beetje in die zaak. Dat blijft je bij. Het is een zaak die nu in alle studieboeken staat; een standaardarrest, zoals we dat noemen. Best iets om trots op te zijn.’

Kortom, wat is uw algemene indruk van dit kantoor?

‘De juristen van Sprengers Advocaten zijn gewoon excellente advocaten met wie ik naar genoegen heb gestreden en samengewerkt. Mensen ook met het hart op de goede plek en met oog voor de zwakkeren in de samenleving.’

Loe Sprengers en Rudi van der Stege

Stakingsrecht en gelijke medezeggenschapsrechten voor ambtenaren

Loe Sprengers voltooide zijn rechtenstudie in augustus 1983 en was sinds drie maanden werkloos, toen hij de vacature las van het Advokatenkollektief. ‘Er was een post-staking gaande, dus die sollicitatiebrief heb ik zelf bezorgd’. Rudi van der Stege had al een kleine loopbaan achter de rug toen hij het Kollektief kwam versterken. Hij maakte een opvallende entree – namelijk op krukken. Het kantoor paste hem als een jas.

Loe was afgestudeerd in het staats- en bestuursrecht maar wilde werken in het arbeidsrecht. Daarin dacht hij veel te kunnen betekenen. Zijn eerste sollicitatie in de advocatuur was meteen prijs: op 1 januari 1984 trad hij als stagiair toe tot het Advokatenkollektief, tegelijk met Paul Bosch. ‘Een klein kantoor waar Wietske Zeijlstra coördinator was.’

Lees meer
int(2)
Sluiten

Jongeren vs Ruding

In oktober van datzelfde jaar trad Loe samen met Sjef op in een kort geding tegen minister Ruding. Toenmalig minister Onno Ruding liet zich ontvallen dat uitwonende jongeren maar bij tante Truus moesten gaan wonen als een uitkering niet voldoende was.  ‘Namens die jongeren en de Jongerenbeweging FNV hebben wij een geding aangespannen tegen Ruding. Juridisch gezien vonden we dat we hadden gewonnen, want de Staat moest de kosten betalen van het geding, omdat Ruding inmiddels in een Kamerdebat excuses voor zijn uitspraken had aangeboden.’

 

Was het nog een activistisch kantoor toen jij er begon?

Loe relativeert: ‘We waren activistisch in de zaken die we kozen, maar verder is advocaat zijn gewoon een vak dat je wel goed moet doen om resultaten voor je cliënten te kunnen bereiken.’

Blessure

Rudi van der Stege studeerde nog toen de zaak tegen Ruding veel publiciteit haalde. Na zijn afstuderen vervulde hij zijn vervangende dienstplicht op het kantoor van Novib in Den Haag. Vervolgens werkte hij vier jaar op een bureau voor Rechtshulp in Rotterdam, totdat hij in 1991 toetrad tot het Utrechtse Advokatenkollektief. Een logische stap, blijkt achteraf. ‘Mijn scriptie schreef ik samen met Richard Klatten over de medezeggenschapsstructuur bij Akzo. Richard werkte hier al en attendeerde mij op deze baan.’ 

Rudi’s entree op het kantoor aan de Burgemeester Reigerstraat 77 werd een klassieke bedrijfsanekdote. Vanwege een blessure die hij opliep tijdens zijn eerste marathon, arriveerde hij die eerste ochtend op krukken. Twee secretaresses hielpen hem naar zijn kantoor op de tweede verdieping. ‘Dat heeft maanden geduurd’, memoreert Loe, ‘totdat we erachter kwamen dat zijn blessure allang was genezen.’ De herinnering wekt bij beiden nog steeds een brede glimlach op.  

‘Kampioen stakingsrecht’

Klatten vertrok na twee jaar om medeoprichter te worden van advocatenkantoor Kennedy Van der Laan.
Rudi bleef. Toen hij in 2016 al 25 jaar bij de zaak was, stelden Loe en co ter ere daarvan een boekje samen over Rudi als ‘kampioen stakingsrecht’.

Rudi zegt veel van zulke zaken te hebben gedaan, ook samen met Loe. Hij schetst de haastige spoed als een van de typische trekjes rond het stakingsrecht. ‘De samenleving kan veel last hebben van een staking. Of die mag doorgaan kan worden getoetst door de rechter. Naarmate de maatschappelijk impact groter is, stijgt de kans dat de staking wordt beperkt. Vaak dient een stakingskortgeding op een hele korte termijn, soms wel een halve dag. Wij kennen veel advocaten van de wederpartij, de werkgever, die rekening willen houden met die korte voorbereidingstijd. Die korte voorbereidingstijd hoort gewoon bij de dynamiek van het stakingsrecht.’ Hij memoreert die keer dat zijn voormalige collega André Joosten de dagvaarding aan hem moest voorlezen, in de auto onderweg naar een geding. Maar dat was toch een uitzondering.

‘Later kregen de vakbonden hun eigen advocaten in dienst, waardoor wij minder voor stakingskortgedingen werden ingeschakeld. Ook nam het aantal kortgedingen af – de kaders werden duidelijker. Mede door de jurisprudentie waarbij het Kollektief betrokken werd.’ 

Gevraagd waarom hij juist specifiek voor het arbeidsrecht koos, noemt Rudi twee drijfveren. Een is het boek van Kees Schuyt (e.a.), “De weg naar het recht” uit 1976 over de leemtes in de rechtshulp. Verplichte kost, zegt Rudi. In het verlengde hiervan ligt zijn tweede drijfveer: ‘Waarom zouden mensen die arbeid inbrengen minder te zeggen hebben in een organisatie dan zij die een zak geld inbrengen?’ Dit motiveert zijn inzet voor zaken die deze balans verbeteren, via vakbonden, or en werknemers.

Primaat van de politiek

Mede door de groeiende naamsbekendheid kwamen veel zaken bij het Advokatenkollektief terecht. Zoals zaken over het (nieuwe) primaat van de politiek bij de invoering van de Wor bij de overheid. Loe schreef er later zijn proefschrift over en werd een landelijk expert en wegbereider op dit terrein. Dat beginsel moest indertijd nog een plek vinden in de praktijk van het medezeggenschapsrecht. 

Mensen met behoefte aan ondersteuning in individuele en collectieve zaken klopten aan. ‘Je moet advocaat zijn om bij de rechtbank te kunnen optreden. FNV had nog geen eigen advocaten, de rechtshulp was anders georganiseerd, en wij deden veel zaken voor hen.’ Ook de “Toevoegingszaken” van bureaus voor rechtshulp kwamen bij het Kollektief terecht. Dit vormt nog steeds een poot van het huidige kantoor.

Misbruik van juridische constructies tegengaan

Een beeldbepalende zaak onder Rudi’s handen werd de Albron-zaak. Die zaak ging over de Wet overgang onderneming. In totaal duurde het 13 jaar voordat hier een definitieve uitspraak in werd gedaan. De redenering die Rudi van der Stege hierin volgde, werd aanvankelijk schamper bejegend. De algemene opinie was dat deze overgenomen werknemers geen recht hadden op hun oude arbeidsvoorwaarden. Het Europese Hof van Justitie EU, de instantie die desgevraagd Europese Richtlijnen uitlegt, stelde de 80 cateraars bij Heineken in het gelijk toen zij een beroep deden op de Wet overgang onderneming bij de overdracht van de afdeling catering naar Albron.
Loe: ‘Wij zijn als kantoor meegegroeid met de ontwikkeling van de positie van de or in het medezeggenschapsrecht. Zo lag er aanvankelijk weinig vast. Kon de or wel een kort geding aanspannen? Dat is door rechtspraak duidelijk geworden. In de loop van de jaren is de rol van de or in verschillende wetten steeds verder uitgebreid, bijvoorbeeld in het vennootschapsrecht en enquêterecht en over het maken van afspraken met de or in een ondernemingsovereenkomst.’
In die rechtsontwikkeling speelde het Utrechtse kollektief een belangrijke rol. 

De zaak PCM

Een voorbeeld hiervan is de zaak PCM die het kollektief voerde met de NVJ (vakbond voor journalisten, red.). ‘Dit tekent de opkomst van de private equity,’ zegt Loe. ‘Het ging om een overname door een private investeerder die na drie jaar weer vertrok, een organisatie achterlatend die was volgestouwd met schulden. Zo werkt het Angelsaksisch denken in het belang van de aandeelhouders.’
Rudi: ‘Loe is een enquête-procedure gestart vanuit de vraag: is deze beweging wel in het belang van de vennootschap? De directie zat in het kamp van de koper. Dat vergroot het belang van de commissarissen als toezichthouders in het belang van de vennootschap. Loe heeft de cor van PCM bijgestaan bij de adviesaanvraag over de verkoop.’ Een zaak die, aldus beide collega’s, óók tekenend is voor de groeiende rol van de medezeggenschap en de vakbonden in het belang van de werknemers.

Albeda-leerstoel

Aan de invoering van de Wor bij de overheid (1995) wijdde Loe zijn proefschrift, dat hij in 1998 voltooide. Volgens Rudi etaleerde hij daarbij een vooruitziende blik in de ontwikkeling naar één gezamenlijk medezeggenschapsrecht voor “gewone werknemers” en ambtenaren. Het leverde Loe bovendien de Albeda-leerstoel op, een bijzonder hoogleraarschap aan de Universiteit Leiden. Het kantoor werd daarmee dé specialist in de medezeggenschap voor overheidsinstanties. 

Zo ontwikkelde het Kollektief zich tot een gevestigde en gerespecteerde partij die onderdeel van het systeem was gaan uitmaken – maar daarbij ook in toenemende mate serieus werd genomen.
Rudi: ‘Tegen de draad ingaan heb ik altijd leuk gevonden.’ Loe vult aan: ‘Tegendraads met een goed verhaal. Wij onderzoeken graag de onontgonnen randen van de rechtspraak.’

De voorhoede van het debat

Mogen we dit kantoor daarmee tot pioniers bestempelen? Rudi vindt dat een groot woord en Loe is het daarmee eens. ‘Maar als er iets nieuws was in de wet, kwamen wij door onze positie wel steeds in de voorhoede van het debat terecht. Wij bewogen aldoor mee met de tijd. De rol van de or bij milieuvraagstukken is bijvoorbeeld een onderwerp waar we nu steeds vaker mee bezig zijn vanuit het medezeggenschapsrecht.’ 

Deze betrokkenheid reikt verder dan de zaken waarvoor deze advocaten en hun collega’s gevraagd worden. Ze denken, schrijven en publiceren over deze onderwerpen en geven inleidingen. Nieuwe maatschappelijk thema’s zoals privacy vinden hun weg naar dit kantoor. ‘Privacy-zaken zijn een kolfje naar Rudi’s hand,’ zegt Loe. Ook de vertaling van maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) naar de juridische medezeggenschapspraktijk levert het kantoor nieuwe vraagstukken en werk op. Hetzelfde geldt voor het feit dat het steeds vaker ondernemingsraden zijn die onderhandelen over arbeidsvoorwaarden, ook al ligt het primaat hiervoor ligt bij de vakbonden. Dit speelt overigens al vanaf de jaren ’90 sinds de door Loe begeleide Grabowsky-zaak. 

Laagdrempelig

Maar daarmee bevinden we ons alweer in meer recente decennia. Waarin het werk ook voor deze beide “oudgedienden” (de aanduiding komt van hun jongere collega’s) doorgaat en verandert.
Loe: ‘Het leuke van onze omvang is dat alle collega’s zo’n beetje op dezelfde terreinen actief zijn en daarover ook in de pauze met elkaar kunnen praten.’ Zoiets geeft synergie, om een populaire term uit de late jaren ’90 te gebruiken.
Rudi concludeert dat dit altijd een atypisch advocatenbureau is geweest. En dat is meteen een van de redenen waarom hij zich hier thuis voelt: ‘Laagdrempelig, vrij plat en met weinig opsmuk.’

Publicatie 1984

Loe Sprengers Paul Bosch, Henk Korvinus, Willem Kroft, Sjef de Laat, Wout van Veen, Wietske Zeijlstra, Vijf jaar advies -en beroepsrecht, OR Informatie september 1984, p. 30-34

Het Advokatenkollektief schreef in 1984 één van de eerste overzichtsartikelen over het advies- en beroepsrecht van de ondernemingsraad, dat toen pas 5 jaar bestond. Ook bij het 40-jarig bestaan van deze rechten was ons kantoor weer betrokken bij een overzichtspublicatie.

Quotes rechter Huub Willems e.a.

Betrokkenen over Sprengers Advocaten

We doken in de archieven om ervaringen van derden te verzamelen met de handel en wandel van Sprengers Advocaten, met name in de rechtspraak. De volgende uitspraken vonden we hoofdzakelijk in de gelegenheidsuitgave ‘Loe 25 jaar in het vak’ uit 2009. Ook mede-oprichter Sjef de Laat komt hierin aan het woord. Een andere bron is het artikel van Bernard van Lammeren over 25 jaar Rudi van der Stege als stakingsrechtadvocaat. Wat zeggen anderen over deze twee boegbeelden van het collectief? En wat zegt dit over het kantoor als geheel?

Rechter Huub Willems, voorzitter van de Ondernemingskamer van 1996 tot 2009, heeft het altijd ‘indrukwekkend’ gevonden dat het Utrechtse Advokatenkollektief zich consequent inzet voor ‘een groep die minder makkelijk rechtsbijstand kan verkrijgen, het verlenen van die bijstand daarbij altijd vooropstelt en het eigen belang ondergeschikt maakt. Dit is een lovenswaardige manier van beroepsuitoefening. Loe straalt dit heel duidelijk uit.’ 

Lees meer
int(4)
Sluiten

Exemplarisch en ver voor

Willems vervolgt: ‘Loe en het kollektief zijn daarvoor exemplarisch: het steeds meer richten op slechts enkele juridische onderwerpen en cliënten daarbij op een zeer hoog niveau bijstaan. Het kollektief is daarmee alle huidige arbeidsrechtelijke nichekantoren ver voor geweest.’
Medezeggenschapsrecht had aanvankelijk nogal een “geitenharensokken-imago”, maar ontwikkelde zich meer en meer tot een serieus rechtsgebied. Volgens Huub Willems heeft Loe in die ontwikkeling een heel belangrijke rol gespeeld. 

De aanpak van het Advokatenkollektief werd gaandeweg professioneler. Maar de onderlinge sfeer was bepaald niet hard-zakelijk, vindt Sjef de Laat, mede-oprichter van het Kollektief. ‘Iedereen stond op voet van gelijkheid. Bureau-coördinator Rietje Duim kreeg hetzelfde salaris als een maat. Er werd zelfs het idee geopperd dat het salaris van partners van maatschapsleden moest worden meegewogen, maar dit viel niet goed. Maar er werden op een gegeven moment wel degelijk targets gesteld. Daar maakten we eerst grapjes over, maar een hogere omzet werd wel een belangrijk uitgangspunt.’

‘Professorale aanpak’

Rogier Duk, partner bij De Brauw Blackstone Westbroek, fungeerde in tal van procedures als Loe’s tegenpleiter. Hij zegt: ‘Met het vertrek van bijzondere personen als Wout van Veen en Sjef de Laat en met de komst van Loe is, geleidelijk aan, de romantiek van de pioniers vervangen door een zakelijke, soms zelfs wat tot het professorale neigende aanpak. Wat dat betreft is, opmerkelijk genoeg, de ontwikkeling enigszins te vergelijken met die op de zogeheten commerciële kantoren, zoals dat waaraan ik sinds 1972 aan verbonden ben.’
Vakgenoten, (oud-)collega’s en cliënten roemen Loe vanwege zijn bevlogenheid en overtuigingskracht. Rogier Duk: ‘Loe komt met overtuiging voor de belangen van zijn cliënten op en weet zich ten processe met hen te vereenzelvigen.’ 

Boegbeeld

Huub Willems zag Loe vele malen in ‘zijn’ Ondernemingskamer verschijnen. ‘Opvallend is het ogenschijnlijke gemak waarmee Loe op zittingen optreedt. Dat kan alleen maar als je in de materie hebt geïnvesteerd. Hij geeft, naar zijn beste vermogen, alles voor iedere zaak. Hij verstaat zijn metier buitengewoon goed. Zijn professionele kwaliteit is in het oog springend. lk zie hem als boegbeeld van zijn kantoor.’ 

Overtuigingskracht

De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) werkt al jaren met het Advokatenkollektief. Toen de leden van de NVJ, werkzaam bij PCM Uitgevers, een enquêteprocedure startten, vroegen ze Loe als advocaat.
Bianca Rootsaert van de NVJ: ‘De hele buitenwereld gaf aan dat een enquêteprocedure gedoemd was te mislukken. De NVJ was van mening dat ze het toch moest doen. Loe schatte juist in dat er wel degelijk een kans was om voor elkaar te krijgen dat de Ondernemingskamer een onderzoek zou instellen. Zijn pleitnota was ronduit bevlogen, zeer to the point en met een dusdanige overtuigingskracht dat we er zelf ook weer in begonnen te geloven. Op de zitting was Loe geweldig. Kennis van zaken en engagement werden prachtig gecombineerd. Wij waren erg onder de indruk.’ 

Afgewogen en redelijk

‘Het mooie van Loe is dat hij de glamour en bravoure die veel advocaten van dure kantoren hebben juist niet heeft. Ik denk zeker dat hij om die reden in eerste instantie wel eens wordt onderschat door collegae advocaten. Bij Loe wordt dat allemaal gecompenseerd door een uitzonderlijke vakkennis, maar zeker ook door het vermogen om overtuigend op te treden in een zitting, met de juiste toon, zonder enige vorm van agressiviteit. Als Loe iets beweert is
dat zo afgewogen en redelijk dat je als advocaat van de tegenpartij er altijd bij staat te kijken.’ 

De zitting die Rootsaert beschrijft, blijkt typerend voor Loe’s manier van pleiten. ‘Ook in zaken waarin de emoties hoog oplopen of grote politieke tegenstellingen spelen, lukt het Loe altijd weer om stijlvol te repliceren, op basis van argumenten’, zegt Huub Willems. ‘Dat heb ik altijd erg knap gevonden.’ 

Ontwikkeling van rechtsgebieden

Loe publiceerde vele boeken, congresbundels, besprekingen van uitspraken en artikelen in verschillende tijdschriften. Ook voor de Vereniging voor Arbeidsrecht verzorgde hij verschillende publicaties. Als vaste medewerker en lid van de adviesgroep OR-Informatie (en later OR Magazine) klom hij veelvuldig in de pen. Net als veel van zijn collega’s.
Voor de bundel die aan professor Wil Fase werd aangeboden bij diens afscheid, leverden zowel Rogier Duk als Loe een bijdrage. Deze betrof de ontwikkelingen op het gebied van het advies- en beroepsrecht van de artikelen 25 en 26 Wet op de ondernemingsraden. Duk: ‘Die beide artikelen bezien, zeker tezamen, de mogelijkheden en beperkingen die op dat gebied voor ondernemingsraad en ondernemer gelden. Daarmee geven die artikelen ook aan hoe dat rechtsgebied zich de afgelopen dertig jaar heeft ontwikkeld, en wel zo dat zowel van ondernemingsraad als, vooral, van ondernemers een grote mate van procedurele zorgvuldigheid wordt gevergd.’ 

Loe’s publicaties zijn van grote waarde voor de ontwikkeling van de rechtsgebieden waarover hij schrijft, concluderen zijn vakgenoten. Een door Loe georganiseerd expertseminar met deskundigen uit het buitenland op het gebied van conflictbeslechting bij de overheid leidde tot een internationale publicatie. ‘Op dat gebied gebeurde tot nu toe in Nederland vrijwel niets’, aldus Guus Heerma van Voss. 

Schrijfdrift

Loe’s schrijfdrift maakt hem tot de grootste representant van het oorspronkelijke gedachtegoed van het Advokatenkollektief, vindt Sjef de Laat.
‘Wij vonden dat een advocaat niet alleen moet procederen, maar dat hij ook via publicaties van zich moet laten horen en daarbij een visie moet uitdragen. Loe probeert ook zijn collega’s van het Advokatenkollektief aan te zetten tot meer publicaties. Ik wil hem oproepen daarmee door te gaan.’

(Bron: Loe 25 jaar in het vak)

De kracht van het collectief

Een andere interessante bron als het gaat over dit kantoor is ook een gelegenheidsuitgave, namelijk: Rudi van der Stege: 25 jaar advocaat. Bernard van Lammeren schreef voor die uitgave een boeiend artikel over Rudi van der Stege, die hij introduceert als ‘één van de koningen van de Nederlandse stakingsrechtadvocaten aan de zijde van de vakbeweging’ (en dat is weer een citaat van Stefan Sagel, zie ook elders in deze jubileumpagina’s). 

Dit artikel belicht onder meer de relatie tussen de FNV en Sprengers Advocaten, met de focus op de toen jubilerende Rudi. Van Lammeren haalt Jan Heilig aan, vakbondsbestuurder en cao-onderhandelaar, in een passage die gaat over stakingskortgedingen – een specialisme van Rudi – en de samenwerking daarin tussen bond en advocaten. Het volgende citaat geeft een mooi inkijkje in de werkwijze van het kollektief.

Militaire operatie

Jan Heilig: “(…) Maar die korte gedingen blijven toch wel heel apart. Daarbij komen Rudi en zijn collega’s in beeld. Die moeten dan heel snel werken, en het is fantastisch om mee te maken hoe zoiets gaat. Alle kantoorgenoten zijn aanwezig. Degene die een zaak doet, vaak Rudi dus, verdeelt het werk. Jij zoekt dit uit, jij dat. Na zo’n eerste bijeenkomst zat ik dan een uur helemaal alleen, waarna iedereen opnieuw bij elkaar kwam. ‘Die moet dit nog uitzoeken, en die mag nu wel naar huis.’ Om een uur of half twaalf komt Loe Sprengers er ook nog bij en die heeft ook weer vragen en opmerkingen. Het is bijna een militaire operatie. En daarna wordt zo’n pleidooi gemaakt. Heel opwindend allemaal!”
Wat Heilig hierover ook graag kwijt wil: “Een belangrijk aspect van de samenwerking met Sprengers Advocaten is dat het een kantoor is waar bestendigheid in zit. En al die advocaten daar zijn dolenthousiast.”

Met dank aan:
Huub Willems, oud-voorzitter van de Ondernemingskamer
Rogier Duk, partner bij De Brauw Blackstone Westbroek
Bianca Rootsaert, van 2003 – 2010 adjunct-directeur van de NVJ
Paul van der Heijden, emeritus-hoogleraar internationaal arbeidsrecht en oud-rector magnificus aan de UvA
Guus Heerma van Voss, hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Leiden
Bernard van Lammeren, journalist
Jan Heilig, vakbondsbestuurder FNV

 

Sonia Corstiaans en Marjanne Wassink, WSD

Een juridisch adviseur die gewicht in de schaal legt

De relatie tussen WSD als organisatie en Pauline Burger als juridisch adviseur gaat jaren terug. Hoe is die relatie ontstaan? En wat heeft een grote organisatie als WSD eraan, waar ze toch ook een eigen afdeling Juridische zaken hebben? 

We spreken via Zoom met Sonia Corstiaans en Marjanne Wassink. Sonia is manager Juridische Zaken bij WSD en Marjanne Wassink is er directeur Personeel en Organisatie, waar ook de afdeling Juridische zaken onder valt. WSD, met het hoofdkantoor in Boxtel, is een sociaal ontwikkelbedrijf waar plusminus 2000 mensen werken die onder drie verschillende cao’s vallen. Wanneer Sonia en Marjanne vertellen over de ondersteuning die Sprengers Advocaten hen biedt, gaat het steeds om één persoon, namelijk Pauline Burger.

Lees meer
int(5)
Sluiten

Complexe zaken

Voor een grote en complexe organisatie is het erg belangrijk om (veranderingen in) de wet- en regelgeving te volgen en te verwerken in het eigen beleid, vertelt Marjanne Wassink. ‘Neem de Participatiewet of de Wet Arbeidsmarkt in Balans; wetten met verstrekkende gevolgen voor een organisatie als WSD. Met zulke complexe zaken is het goed om een externe adviseur te hebben.’

Het contact met Pauline Burger werd gelegd door de voorganger van Corstiaans. Zij had in het verleden colleges Arbeidsrecht gevolgd bij Loe Sprengers, en toen ze later een goede jurist zocht in het arbeidsrecht, zocht ze weer contact met hem en bracht hij haar in contact met Pauline Burger.

‘We hebben dan wel een eigen juridische afdeling,’ legt Marjanne uit, ‘maar bij heel complexe vraagstukken schakelen we graag de beste specialisten op dat vakgebied in. Onze voorganger had alle vertrouwen in Pauline Burger en dat heeft zich ook ruim bewezen.’
Sonia vult aan: ‘Wanneer wij de directie of het bestuur een advies moeten geven over ingewikkelde juridische vraagstukken, bijvoorbeeld bij nieuwe wetgeving en cao’s, dan is dat advies sterker wanneer dat gesteund wordt door een onafhankelijk extern bureau. Zoals Sprengers, een van de beste kantoren op hun terrein.’

Gevolgen voor cao

De onderwerpen waarbij WSD het advies en de ondersteuning van Pauline inschakelt, hangen vaak samen met de invoering of actualisering van wet- en regelgeving. Zaken samenhangend met het arbeidsrecht, een van haar specialisaties. Is de praktijk nog in lijn met die wetten? En hoe kunnen we de organisatie daarop het beste inrichten zonder risico’s te lopen? Hoe gaan we bijvoorbeeld om met payrollen en detacheren in relatie tot wetgeving op het gebied van gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige functies?

Sonia: ‘In zulke gevallen sparren we graag met Pauline, al is het maar om tunnelvisie aan onze kant te voorkomen door haar inbreng, ervaring en kennis als iemand die er vanuit een breder juridisch perspectief naar kijkt. En ze beschikt ook over uitgebreide kennis van die wetten.’ 

Langdurige relatie

Het komt er dan niet op aan dat je een groot advocatenkantoor inschakelt, vindt Sonia. ‘In onze regio zijn ook uitstekende advocaten te vinden die de kennis op dit gebied in huis hebben. Maar juist doordat wij al langer met Pauline werken, krijgt haar advies meerwaarde. Zij is iemand die onze organisatie kent. Ze heeft zich al op verschillende onderwerpen ingelezen en ons advies gegeven. Daarbij reageert ze snel en adequaat en duidelijk.’ Marjanne: ‘En ze is intelligent en creatief, ze denkt mee met onze organisatie. Dan houd je graag vast aan zo’n relatie.’

Strategische kwesties

Het gaat bij WSD niet om individuele vraagstukken, benadrukken beiden, maar om zaken die van invloed zijn op het niveau van de inrichting van de organisatie. Zwaarwegende strategische kwesties dus. ‘In het verleden is Pauline al eens aangesloten bij een vergadering van ons managementteam. En omgekeerd zijn wij ook weleens op bezoek geweest op hun kantoor in dat mooie oude pand in Utrecht.’ 

Sonia vat de samenwerking als volgt samen: ‘Het komt erop neer dat wij graag spiegelen en sparren met Pauline bij ingewikkelde juridische kwesties. Wij kennen onze eigen praktijk, en als we daarbij Pauline inschakelen met haar meer specialistische kennis dan kun je samen tot creatieve oplossingen komen.’

Brancheorganisatie

Marjanne: ‘Zo hebben we Pauline ook naar voren geschoven bij onze brancheorganisatie Cedris. Want een aantal kwesties die we met haar bespreken, overstijgen onze eigen organisatie. Het zijn juridische vraagstukken rond nieuwe wetgeving waar alle sociale werkbedrijven mee te maken hebben. Op die manier raakte Pauline direct en indirect betrokken bij de juridische aspecten van een nieuwe cao voor medewerkers werkzaam vanuit de Participatiewet. En zo voeren wij op dit moment ook een lobby, want de brancheorganisatie zit weer aan tafel met het ministerie. Daarmee hopen wij de wetgever te beïnvloeden vanuit onze praktijk en in het belang van de medewerkers, de branche en WSD.’

Wat heeft dit contact jullie opgeleverd?
‘Het geeft ons vertrouwen en rust dat Pauline erbij betrokken is vanwege de kennis en ervaring die ze meebrengt,’ zegt Sonia. ‘Ze helpt ons met het in kaart brengen van de risico’s die met bepaalde beslissingen samenhangen en zo ook met het zoeken naar oplossingen die werken voor WSD. Haar advies helpt ons in het maken van de goede keuzes en het onderbouwen van onze adviezen aan bijvoorbeeld het bestuur.’ 

Marjanne vervolgt: ‘Ze kijkt mee naar hoe wij als organisatie bepaalde risico’s kunnen vermijden. Bijvoorbeeld bij het komen tot de nieuwe cao voor medewerkers werkzaam vanuit de Participatiewet, en wie daar allemaal onder valt. Het was superbelangrijk dat die omschrijving precies klopte, anders liepen we het risico dat die niet gold voor een deel van onze werknemers.’

Persoonlijke benadering

‘Voor ons is Pauline hét uithangbord van Sprengers. Dit is maar een klein deel van ons werk, het is niet zo dat we continu intensief contact hebben. Maar zodra dat nodig is, weten we haar te vinden.’
‘Het mooie is dat onze relatie met Pauline niet alleen puur zakelijk is maar ook persoonlijk. Zo is Pauline en zo werkt het ook bij WSD. Zo werkten we een keer samen met onze branchevereniging aan het belangrijke dossier over de Waadi-regeling. Er moest direct en snel geschakeld worden dus vroegen we Pauline uit Utrecht naar ons kantoor in Boxtel te komen. Nou is zij normaal gesproken stipt op tijd, maar dan moet het OV wel meewerken. Dus toen ze eenmaal op het station gearriveerd was, stapte onze algemeen directeur in de auto om haar daar op te halen. Dat zegt wel iets over ons contact.’ 

Uitspraak 1985

Spijkerscriteria

Advocaat
Sjef de Laat
Datum
18/01/1985
Uitspraak

De Hoge Raad (HR, 18-01-1985, NJ 1987/501) stelde prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie. Deze ontwikkelde in zijn uitspraak de zogenoemde “Spijkersfactoren”.

int(6)
Sluiten

Spijkerscriteria

Namens een lid van de Voedingsbond FNV , de eerste vakbond die cliënt werd van het advokatenkollektief, spande Henk Korvinus, een bij het kollektief tijdelijk werkzame raio, een kort geding aan. De werkgever tegen wie het kort geding werd gevoerd, was een abattoir in Zuid Limburg (Ubach over Worms). De zaak ging inhoudelijk om een overgang van onderneming. De werkgever had varkens- en runderslachthallen met koel- en vriesruimtes, maar ook kantoor en ondergrond verkocht aan de gedaagde. Deze had alle werknemers behalve de eiser (en een zieke collega) ook overgenomen. Eiser vond dat ook hij was overgenomen. Dat betwistte de overnemer. Allereerst zei zij weliswaar bepaalde spullen te hebben overgenomen, maar geen bedrijfsactiviteiten of de onderneming. Ook beriep zij zich erop andere activiteiten te verrichten dan de oude werkgever (de oude werkgever exporteerde vooral, de nieuwe maakte alleen klaar voor Nederlandse slagers). De president van de rechtbank volgde in zijn vonnis van 24 maart 1983 beide redeneringen van de overnemende werkgever. Het hof, in hoger beroep (arrest d.d. 13 september 1983), nam de eerste redenering (enkel gebouwen overgenomen, geen onderneming) over en voegde er nog aan toe dat ook onvoldoende was gebleken dat de klantenkring van de overdrager was meegenomen.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

De Hoge Raad (HR, 18-01-1985, NJ 1987/501) stelde prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie. Deze ontwikkelde in zijn uitspraak de zogenoemde “”Spijkersfactoren”. Om te kunnen bepalen of zich een overgang van onderneming voordoet moet gekeken worden naar 8 factoren, te weten:
1. de aard van de betrokken onderneming;
2. of materiële activa zijn overgedragen;
3. wat de waarde is van de immateriële activa;
4. of vrijwel al het personeel is overgenomen door de verkrijger;
5. of de klantenkring is overgedragen; 6. in welke mate de ondernemingsactiviteiten voor en na de overgang met elkaar overeenkomen;
7. of die activiteiten zijn onderbroken en;
8. zo ja, hoelang die onderbreking heeft geduurd.

Tot op de dag van vandaag worden deze Spijkersfactoren door rechters gebruikt.

Publicatie 1987

L.C.J. Sprengers & W. Zijlstra, ‘Het kort geding in het sociaal recht’, Tijdschrift voor Sociaalrecht 1987 7/8

Loe Sprengers en Wietske Zijlstra schreven een artikel over de rol van het kort geding in het arbeidsrecht. 

Lees hier het hele artikel

Uitspraak 1988

Staking bij Veurink

Advocaat
Willem Kroft
Datum
22/04/1988
Uitspraak

Het stakingsrecht is in Nederland nog altijd niet in wetgeving geregeld. In de jaren 80 van de vorige eeuw was het via de jurisprudentie nog volop in ontwikkeling. In de jaren zestig werden stakingen in de rechtspraak nog beoordeeld vanuit het individuele arbeidsrecht.

int(8)
Sluiten

Staking bij Veurink

In december 1985 organiseerde de Vervoersbond FNV stakingen in het beroepsgoederenvervoer over de weg. De stakingen gingen gepaard met blokkades op verschillende wegen en knooppunten in het land. Twee chauffeurs van het bedrijf Veurink in Hardenberg namen gedurende ruim een halve dag deel aan de blokkade op de IJsselbrug bij Zwolle, waarbij zij enkele uren aan de kop van de blokkade stonden. Later die dag werden zij door hun werkgever gesommeerd hun ritten te vervolgen, hetgeen zij hebben gedaan. De wegblokkades zelf werden twee dagen later door de president van de rechtbank in Utrecht als onrechtmatig bestempeld en verboden. Naar aanleiding van hun deelname aan de acties werden beide chauffeurs door hun werkgever gestraft met terugplaatsing in de functie van reserve-chauffeur hetgeen onder meer betekende dat zij niet langer met hun vaste vrachtwagen mochten rijden en niet langer verzekerd waren van het kunnen maken van overuren. Beide elementen werden door chauffeurs beschouwd als essentiële en zeer gewenste arbeidsvoorwaarden. Samen met hun bond vorderden zij in kort geding intrekking van deze sancties. De president van de rechtbank in Almelo wees hun vordering af met een vonnis waarin hij zijn afschuw uitsprak over de gevoerde acties en onder meer overwoog dat ontslag op staande voet op zijn plaats zou zijn geweest. In hoger beroep werd dit vonnis vernietigd en het oordeel van het hof werd later door de Hoge Raad in stand gelaten. Belangrijkste overweging van het Hof en later de Hoge Raad was dat van niet juridisch geschoolde werknemers, mede in het licht van de weinig doorzichtige stand van het stakingsrecht, niet mocht worden verwacht, laat staan gevergd, dat zij het al dan niet rechtmatige karakter van een door de erkende vakbond uitgeroepen collectieve acties als de onderhavige zelf onderkennen.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

Het stakingsrecht is in Nederland nog altijd niet in wetgeving geregeld. In de jaren 80 van de vorige eeuw was het via de jurisprudentie nog volop in ontwikkeling. In de jaren zestig werden stakingen in de rechtspraak nog beoordeeld vanuit het individuele arbeidsrecht. Deelname aan een staking betekende wanprestatie van de werknemer en oproepen tot staking door een vakbond betekende het oproepen tot het plegen van wanprestatie en was dus onrechtmatig. In 1961 werd het Europees Sociaal Handvest (ESH) vastgesteld door de Raad van Europa. Daarin werd onder meer het recht op collectieve actie van werknemers (en werkgevers) vastgelegd. Het ESH is in 1980 door Nederland geratificeerd en sindsdien heeft het directe werking. Dat had tot gevolg dat in de rechtspraak het vervolg in beginsel werd uitgegaan van de rechtmatigheid van een door de erkende vakbond uitgeroepen staking. Maar de grenzen voor de uitoefening van dat recht op collectieve actie lagen nergens vast en werden langzamerhand ontwikkeld middels jurisprudentie. En voor de consequenties voor aan de acties deelnemende werknemers is deze uitspraak van belang. In dit arrest is duidelijk gemaakt dat individuele werknemers die deelnemen aan een door een erkende vakbond uitgeroepen collectieve actie er in beginsel van mogen uitgaan dat het gaat om een geoorloofde uitoefening van het recht op collectieve actie als bedoeld in artikel 6, lid 4 ESH. Dat geldt in ieder geval totdat bekend wordt dat de rechter een dergelijke actie als onrechtmatig heeft beoordeeld. En dat betekent dat er geen plaats is voor disciplinaire maatregelen door de werkgever.

Publicatie 1988

L.C.J. Sprengers & W. Zijlstra, ‘Het kort geding in het sociaal recht’, Tijdschrift voor Sociaalrecht 1987 7/8

Loe Sprengers en Wietske Zijlstra schreven een artikel over de rol van het kort geding in het arbeidsrecht. 

Lees hier het hele artikel

Publicatie 1993

L.C.J. Sprengers, ‘Taak medezeggenschapsorganen bij bestrijding discriminatie: mogelijkheden op grond van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en het Algemeen Ambtenarenreglement (ARAR)’, LBR-bulletin 1998-6, p. 3-9, Landelijk Bureau Racismebestrijding, ISSN 0169-8796.

Nog steeds actueel: een bijdrage van Loe over de taak van medezeggenschapsorganen bij de bestrijding van discriminatie in de onderneming.

Publicatie 1993

L.C.J. Sprengers, W.Zeijlstra, De populariteit van het medezeggenschapsconvenant, NJB 1993-14, p. 551-552’

Loe Sprengers en Wietske Zijlstra schreven een artikel over ‘het medezeggenschapsconvenant’. We noemen dat nu een ondernemingsovereenkomst en het is nog steeds een veelgebruikte manier om ondernemingsraden extra bevoegdheden toe te kennen.

Lees hier het hele artikel

Uitspraak 1994

OR Heuga

Advocaat
Loe Sprengers
Datum
26/01/1994
Uitspraak

In deze uitspraak werd door de Hoge Raad de bevoegdheden van de ondernemingsraad binnen concernverband uitgebreid.

int(12)
Sluiten

OR Heuga

Drie jaar na een overname besloot de Amerikaanse moeder om de structuurregeling af te schaffen, op basis waarvan in de Nederlandse holding een Raad van Commissarissen was ingesteld, waarbij de OR van de werkmaatschappij voordrachtsrechten had. De Hoge Raad was het met de OR eens dat dit besluit door de moeder niet genomen had mogen worden zonder daarover eerst advies aan de ondernemingsraad van de dochter te vragen. Voor een goede toepassing van de Wet op de ondernemingsraden moest de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij vereenzelvigd worden waardoor de moeder als mede-ondernemer gehouden was ook advies aan de ondernemingsraad van de dochter te vragen.

Waarom is deze uitspraak je bijgebleven?

In deze uitspraak werd door de Hoge Raad de bevoegdheden van de ondernemingsraad binnen concernverband uitgebreid. Daarna zouden nog meer stappen gezet worden. De uitspraak is mij bijgebleven door de inzet en gedrevenheid van twee OR-leden die de druk vanuit de Amerikaanse moeder hebben weerstaan om toch deze procedure te starten en aan de Hoge raad voor te leggen, omdat zij vonden dat de Amerikaanse moeder niet handelde in de geest van de afspraken die de OR met haar had gemaakt voorafgaand aan de overname over het in stand houden van de Raad van Commissarissen. Als OR-leden voet bij stuk houden en de druk op hen persoonlijk wordt vergroot, is het extra motiverend om je dan ook met volle energie voor hen in te zetten. En het is extra bevredigend als het resultaat dan ook positief uitvalt voor de ondernemingsraad.

Uitspraak 1994

Eerste keer voorlopige voorziening in enquêteprocedure

Advocaat
Loe Sprengers
Datum
17/03/1994
Uitspraak

Het was de eerste keer dat de Ondernemingskamer in het kader van het enquêterecht de Ondernemingskamer voorlopige voorzieningen heeft uitgesproken, een mogelijkheid die pas sinds 1 januari 1994 in de wet terecht was gekomen.

int(13)
Sluiten

Eerste keer voorlopige voorziening in enquêteprocedure

Binnen onderneming Jansen Pers had oprichter eigenaar, die door nieuwe investeerders gedwongen was terug te treden, door een foutje van de notaris weer de zeggenschap in handen gekregen en ontsloeg meteen directeur en draaide besluit tot het uitgeven nieuwe aandelen terug, waardoor allerlei juridische procedures volgden met tegengestelde rechterlijke oordelen en de onderneming er aan onderdoor dreigede te gaan. De vakbond heeft toen in belang van werknemers een enquêteprocedure gestart en als voorlopige voorziening is uitgesproken dat oprichter zijn zeggenschap ontnomen werd en de Ondernemingskamer heeft iemand met bevoegdheden in onderneming geplaatst die orde op zaken heeft gesteld. Daardoor bleef de werkgelegenheid ook behouden.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

Het was de eerste keer dat de Ondernemingskamer in het kader van het enquêterecht de Ondernemingskamer voorlopige voorzieningen heeft uitgesproken, een mogelijkheid die pas sinds 1 januari 1994 in de wet terecht was gekomen. Het treffen van voorlopige voorzieningen is een van de belangrijkste instrumenten van de Ondernemingskamer om orde op zaken te stellen binnen bedrijven in de problemen. De zaak doet veel denken aan de procedures die gevoerd zijn tegen Sanderink een oprichter van een onderneming die zijn houdbaarheidsdatum is overschreden wat tot veel problemen voor de onderneming kan leiden, waardoor voorzieningen van de Ondernemingskamer nodig zijn.

Ook speelde in deze zaak dat voor het eerst werd beslist dat een vakbond niet alleen een onderzoek kan vragen binnen de werkmaatschappij waar zijn leden werkzaam zijn, maar ook in de holding waar de problemen zich afspelen. De zgn. concernenquête.

Gabi Stouthart, Pauline Burger en Suzanne Broens

Een hechte leemlaag van vertrouwen

Dat drie vrouwen het derde decennium van Sprengers Advocaten vertegenwoordigen is toeval maar ook weer niet. Pauline, Gabi en Suzanne, vlak voor en kort na de millenniumwisseling aangetreden bij het kantoor, maakten de overgang mee van het ‘kollektief’ naar het breder georiënteerde ‘Sprengers’. Ze vormen de belichaming van die overgang – en de laag cement tussen de (verschillende generaties) collega’s.

Lees meer
int(14)
Sluiten

Pauline Burger gaf eind vorige eeuw al een aantal jaren les aan de Universiteit Utrecht over jurisprudentie van de Ondernemingskamer en het viel haar op: ‘Vrijwel alle uitspraken gingen over zaken van dit kantoor.’ Zo was haar belangstelling gewekt. Nadat ze al een open sollicitatie had overwogen verscheen er een vacature. In 1999 maakte ze de overstap naar wat toen nog het Utrechts Advokatenkollektief heette*.  ‘Dat was een logische keus vanuit mijn specialisme in het medezeggenschapsrecht, dat altijd een belangrijk fundament van ons kantoor is geweest. Dit was het kantoor bij uitstek op het gebied van medezeggenschap, andere kantoren zoals dit had je niet. En dat ook nog in Utrecht.’

Op dat moment werkte er slechts één andere vrouw, Martine Bosman. Zij had een achtergrond bij de vakbond. Pauline beschrijft het kantoor waarbij ze toetrad als sterker vakbonds-gelieerd dan nu, met veel individuele zaken naast de collectieve. Het kantoor werkte samen met de Or-telefoon van vakbond FNV.

Aan het begin van dit millennium was er veel werk in het sociaal zekerheidsrecht; een reden van de komst van Suzanne Broens. Ook Martijn Vaessen** en Gabi Stouthart kwamen in die jaren nul erbij – evenals Ellis Hoek, de geliefde collega die in 2012 overleed. Het trio herdenkt haar bij deze gelegenheid als een strategisch begaafd jurist en fijne collega. 

Het heengaan van Ellis viel samen met de afname van het aandeel socialezekerheidsrecht. Onder invloed van nieuwe wetgeving verschoof het zwaartepunt naar het medezeggenschaprecht.

Breder perspectief

Suzanne is in februari 2002 toegetreden. Zij tekent aan dat het medezeggenschapsrecht uiteraard belangrijk is, maar dat de focus niet te nauw moet worden. ‘De Wor is een middel. Je bedient een ondernemingsraad op heel veel meer terreinen, zoals arbeidsrecht, ondernemingsrecht en socialezekerheidsrecht, maar ook bijvoorbeeld met mediation. Om de or’s en andere klanten goed te kunnen bedienen, biedt Sprengers Advocaten vanaf die tijd dit bredere palet. Dat is een meerwaarde. Wij hebben tegenwoordig de kennis in huis op alle onderdelen rond het arbeidsrecht.’ 

Sociale advocatuur

Gabi Stouthart werkte voorheen op een Zuidas-kantoor. Daar behandelde ze vooral zaken rond internationaal arbeidsrecht, immigratie- en bestuursrecht. Via toenmalig collega René Hampsink (van 1994 – 2022 bij Sprengers) kwam Gabi in 2002 binnen bij het Utrechts Kollektief.
‘Ik kwam hier zeker niet voor de medezeggenschap maar wilde verder in het arbeidsrecht, en dan het Nederlandse. Hier heb ik me verder bekwaamd in onder meer het individueel arbeidsrecht en daarnaast het ambtenarenrecht.’ Uiteindelijk gaat het allemaal om arbeidsverhoudingen en arbeidsrecht, wil ze maar zeggen. Dat individueel arbeidsrecht is weer helemaal terug, met de vele ontslagzaken die aan de orde zijn. Op basis van toevoegingen: de sociale advocatuur dus.

Kasteelheer

Suzanne vertelt dat ook zij binnenkwam via voormalige collega René Hampsink. ‘De sociale advocatuur zit in mijn dna, dus ik voelde me hier gelijk thuis.’
Het arbeidsrecht in brede zin hebben deze drie vrouwen gemeenschappelijk, maar even goed die sociale invalshoek. Sprengers lijkt voor de buitenwereld vooral een nichekantoor in de medezeggenschap, maar de praktijk is veel breder en het aanbod uitgebreider dan dat. ‘Arbeidsrecht is het beschermen van werknemersbelangen. Maar wij treden ook op voor werkgevers die bij ons passen.’ 

‘De werkgever bekleedt de positie van een kasteelheer die zorgvuldig wil omgaan met zijn werknemers,’ zegt Pauline. Gabi vult aan: ‘Het advieswerk en de ondersteuning die we juist aan werkgevers bieden is niet echt ingewikkeld maar ook niet minder belangrijk. Daarmee bescherm je indirect ook de werknemers.’

Het drietal verwijst naar de naamswijziging die rond 2009 in gang werd gezet, als noodzakelijk gevolg op de bredere oriëntering van het kantoor. ‘De jaren ’70 waren voorbij en wij hadden intussen een ander profiel gekregen. Met de nieuwe naam gingen we ook echt een nieuw tijdperk in.’ Maar daarmee lopen we vooruit op de zaken. 

Elkaars vangnet

Waar het kantoor eerder nog een mannenbolwerk was, bracht het aantreden van deze vrouwen meer evenwicht. ‘Op het moment dat Gabi en ik op dit kantoor kwamen werken, waren er meer vrouwen dan mannen in dienst,’ vertelt Suzanne. 

Pauline had drie kinderen toen zij bij Sprengers kwam. Voltijds werken was de norm. Het onderwerp ‘werken met kinderen’ werd veel besproken op kantoor, niet alleen door de vrouwelijke medewerkers. ‘Het vak van advocaat kan namelijk best pittig zijn, en soms is dat lastig te combineren met de zorg voor kinderen,’ ervoer Gabi.
Zij kreeg drie kinderen sinds ze bij dit kantoor in dienst trad. Toen haar jongste kampte met diens gezondheid, merkte zij hoe lastig het was om voltijds te blijven werken. ‘Ik moest steeds vaker met mijn jongste naar het ziekenhuis en had bijna de neiging om mijn werk op te geven, uit het idee: jullie hebben helemaal niets aan mij op dit moment. Maar daar ben ik echt enorm in geholpen door mijn collega’s. De mogelijkheden van thuiswerk zijn steeds gestimuleerd. Het is ook de geest van: wij doen dit met elkaar. We zijn elkaars vangnet.’ 

Pauline en Suzanne beamen dat. ‘Dat is het soort kantoor dat we willen zijn. Onze omvang maakt dat je dit samen kan dragen. Het gaat verder dan dat je alleen samen bij hetzelfde kantoor werkt.’

Organisatorische zaken

Wat tussen de eeuwwisseling en nu sterk is veranderd, is hoe het kantoor op organisatorisch en administratief gebied wordt gerund. ‘Toen wij binnenkwamen werkten er maar liefst acht ondersteuners, inclusief de beheerder van onze eigen bibliotheek. Momenteel zijn we als advocaten zelf meer op de organisatie betrokken.’ 

Dat betekent dat de algemene zaken van het kantoor aan bod komen in de collectief-vergaderingen. Specifieke organisatorische zaken worden opgepakt door de coördinatiecommissie. Deze bestaat momenteel uit Suzanne, Jasper en Rudi. De commissie neemt dagelijkse zaken op zich zoals personeelsmanagement en begeleiding bij ziekte. De ondersteuning telt zes medewerkers, waaronder twee vaste secretaresses***.

Gabi, Pauline en Suzanne ervaren daarbuiten veel ruimte om hun praktijk naar eigen inzicht in te vullen. Gabi: ‘Zo ben ik al zeven jaar bezig met het opbouwen van een mediation-praktijk.’ Je werkt hier, daarover zijn ze het eens, op een hechte basis van vertrouwen. Een vertrouwen dat ze ook aan nieuwe collega’s geven. ‘Verschillen mogen er zijn, die respecteren we van elkaar,’ vult Pauline aan.

Veranderende wetgeving

Rond de eeuwwisseling ontwikkelde de politiek een nieuw stelsel van sociale zekerheid. Het oude was onbetaalbaar geworden en de WNRA werd gepresenteerd als wetsvoorstel. Tegelijk werd er beknibbeld, met uiteindelijk de Toeslagenaffaire als een van de uitwassen. ‘Toen stonden we vooral veel individuele mensen bij. Dat is veranderd, nu adviseren we ook overheden en werkgevers.’ “Verdwenen” voorheen zieke werknemers in de WAO, tegenwoordig komt de werkgever bij wijze van spreken bijna niet van ze af.

De advocaten van Sprengers geven nog steeds les over deze nieuwe wetgeving – die ook door de wetgever zelf en door journalisten niet altijd volledig wordt doorgrond, merken zij geregeld.
‘Jongere collega’s willen deze zaken niet aanpakken omdat het ondankbaar werk is tegen een lage beloning. Wij kunnen het alleen doen vanwege onze inkomsten uit commerciële zaken.’ Net als in de beginjaren van het Advokatenkollektief is er weer een tekort aan professionele juridische bijstand voor mensen die de dupe worden van overheidshandelen en/of wetgeving. 

Bevlogenheid

Aan het eind van ons gesprek sommen de drie collega’s de inhoudelijke overeenkomsten in hun werk nog eens op. De basis is bij eenieder het beschermen van werknemers. Daarbij investeren ze in een relatie met hun klanten voor de langere duur. En bij dit alles streven ze een constante hoge juridische kwaliteit na. 

Dit doen ze vanuit de wens dat ze willen bijdragen aan een bepaalde sociaal-maatschappelijke overtuiging. Daarbij is de inhoud van het werk zelf belangrijk, maar dragen ze ook graag hun kennis en ervaring over. 

Uniek aan dit kantoor is, zo denken ze zelf, de gezamenlijke en individuele bevlogenheid voor wat ze doen. Als advocaat mag je je onzekerheid tonen, want dat leidt tot een vruchtbare uitwisseling met je collega’s. Waar ten slotte iedereen alleen maar beter van wordt.

 

* zie het kader over naamsverandering 

** Martijn Vaessen was advocaat bij Sprengers van 2000 tot 2021, toen ze de overstap maakte naar de zorg.

*** ondersteuning: zie eigen hoofdstuk

Publicatie 1994

L.C.J. Sprengers, ‘De invoering van de WOR bij de overheid, Nederlands Tijdschrift voor Sociaal Recht 1994-12, p. 350-355.’

Vooruitlopend op zijn proefschrift schreef Loe een artikel over de plannen om de WOR in te voeren bij de overheid.

Lees hier het hele artikel

Publicatie 1994

L.C.J. Sprengers, WOR in relatie tot cliëntenraden, Handboek Cliëntenparticpatie, Alphen aan den RijnZaventem: Samsom 1994 (een katern).

Sprengers advocaten houdt zich bezig met medezeggenschapsrecht in de brede zin van het woord en dus ook gespecialiseerd in het bijstaan van cliëntenraden. Zo schreef Loe bijvoorbeeld een bijdrage in het Handboek Cliëntenparticipatie.

De naamsverandering (2010): een naam als uithangbord

Vanaf 2009 traden de maten van het Utrechts Advokatenkollektief met elkaar in discussie over de naam van het kantoor. Ooit was dat een sterk merk, een uitstekende afspiegeling van waar het kantoor voor stond. Maar gold dat nog steeds in de 21e eeuw? Moest ook die naam nu eens met de tijd meegaan, of was het juist verstandiger om vast te houden aan dit ‘sterke merk’? Er waren voor- en tegenstanders van vernieuwing. En dan, stel dat je een nieuwe naam wil kiezen: welke moest dat dan worden? Met de ‘middelste generatie’ van advocaten bespraken we deze zaak iets uitgebreider. 

Lees meer
int(17)
Sluiten

Het viel Pauline Burger pas echt op toen ze, na een uitstapje naar een commerciële partij, in 2009 terugkeerde op het Utrechtse nest: die “naam met de drie ‘k’s” paste niet meer in deze tijd. De meeste collega’s waren het met haar eens. Maar wat moest ervoor in de plaats komen? Er werd een bureau ingeschakeld dat het beeld onderzocht dat ‘Advokatenkollektief’ opriep. Resultaat: jaren zeventig, geitenwollensokken, activistisch. Intern kwam er niet direct een alternatief op tafel waarin iedereen zich kon vinden. Waar ze het wél al snel over eens waren, memoreren Gabi, Pauline en Suzanne, was dat het níet zo’n echte “namen-naam” moest worden zoals veel advocatenbureaus dragen.

Namen-naam?

Een volgend bureau werd dus ingeschakeld voor de verandering van de naam en de “visuele identiteit”. Daar kwamen allerlei ‘rare namen’ uit waar niemand blij van werd. Enkele medewerkers hielden intussen het liefst vast aan het Kollektief, waar de meerderheid juist van af wilde. Het was kortom moeilijk om het eens te worden over een nieuwe naam; dat was toch zoiets als tornen aan de eigen identiteit. Dan toch maar een namen-naam?

Als het dan een naam van een van de maten moest worden, dan liefst die van degene die er het langste bij was. Die met zijn opzienbarende zaken het meest in de openbaarheid trad en daardoor de bekendste naam van het kantoor droeg. Een naam als een uithangbord. Ook hier waren er voor- en tegenstanders. En voor de gedoodverfde naamgever zelf hoefde het niet zo nodig.
Suzanne nam vervolgens de taak op zich om consensus te vinden voor ‘Sprengers’. Loe vond dat best ingewikkeld, herinnert Suzanne zich, omdat het een valse schijn van hiërarchie kon opwekken. 

‘Mevrouw Sprengers’

De rest is geschiedenis. De nieuwe naam ‘Sprengers advocaten’ is goed gevallen en niemand heeft er ooit spijt van gehad, concluderen de drie vrouwen. ‘Loe stond ook voor meer verbreding. Hij was daarmee representatief voor het veranderde werk dat we deden, zoals werkgevers bijstaan bijvoorbeeld. Wij hebben dit als een nieuwe era ervaren.’

Dat Pauline, Gabi en Suzanne aanvankelijk af en toe met ‘mevrouw Sprengers’ werden aangeschreven, namen ze daarbij maar voor lief.

Linda Marinus en Annelies Verhijde, Reinier de Graaf Gasthuis

Gekenmerkt door gedrevenheid

Eind 2015 volgde Linda Marinus met een collega een or-workshop van Suzanne Broens. ‘Laten we die naam noteren,’ zeiden ze tegen elkaar. Voor als hun or eens juridische ondersteuning nodig zou hebben. Dat bleek sneller het geval dan ze gedacht hadden. Sindsdien groeide een duurzame en vruchtbare samenwerking.

Lees meer
int(18)
Sluiten

‘Dat we later meteen aan Suzanne dachten, had alles te maken met de manier waarop zij die workshop gaf, met haar enthousiasme,’ zegt Linda. Zij is ambtelijk secretaris bij het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft, de plek waar Annelies Verhijde tot voor kort de voorzitter was van de ondernemingsraad. Door deze kennismaking op een workshop kwam Suzannes naam als eerst bij hen boven toen ze een advocaat nodig hadden voor ondersteuning in een zaak.

Maatwerk en kennis

Inmiddels is dat betreffende begeleidingstraject afgelopen. Dat geldt niet voor de overige contacten tussen Sprengers Advocaten en de or van het Reinier de Graaf Gasthuis. Annelies: ‘Sindsdien volgen we geregeld trainingen, niet alleen door Suzanne maar ook bij andere mensen van Sprengers. Verder gaven zij ons een maatwerkscholing, en volgen wij ook tweemaal jaarlijks de zogeheten Actualiteitencolleges op hun kantoor.’ Daar worden or-leden bijgespijkerd op actuele thema’s zoals veranderingen in de wetgeving en de gevolgen daarvan voor de medezeggenschap. Linda geeft de introductie van de nieuwe Klokkenluidersregeling als voorbeeld. Een ander onderwerp was hoe als or om te gaan met privacy en databescherming onder invloed van de nieuw ingevoerde AVG. 

‘En afgelopen jaar hebben ze ons ook advies gegeven over wijzigingen in ons or-reglement,’ vertelt Linda. ‘Dat was nodig door het groeiende aantal vacatures in onze or. Hoe moesten we daarmee omgaan? Suzanne heeft de or toen op het spoor gezet van werken met onderdeelcommissies.’

Verdiepen

De twee medezeggenschappers zijn zeer te spreken over de samenwerking met Sprengers Advocaten. Waar zit hem dat in?

Annelies: ‘Op de eerste plaats: dat ze goed bereikbaar zijn. Je kan Suzanne en haar collega’s altijd bellen en vragen om raad. Daar komt bij dat ze zich altijd zodanig verdiepen in jouw organisatie of de groep waarmee ze te maken hebben, dat ze je een gedegen advies kunnen geven. Welke vraag je ook hebt. Door die goede voorbereiding kunnen ze maatwerk bieden.’ 

‘Verder zijn ze ook flexibel, bijvoorbeeld wanneer je een workshop of training volgt. Zo nodig passen ze die aan bij de vragen die er onder de deelnemers naar voren komen. Ik ben zelf docent en kan dus wel beoordelen hoe knap het is hoe ze dat doen.’
Annelies en haar collega waarderen het ook zeer dat de kennisoverdracht vanuit Sprengers zo passend en praktisch is dat je er meteen mee aan de slag kunt. ‘Daarin hebben ze ons nog nooit teleurgesteld.’

Suzanne Broens heeft ook de centrale ondernemingsraad een tijd bijgestaan. Deze was samengesteld uit vijf verschillende or’s van sterk van elkaar verschillende onderdelen. Linda was onder de indruk van hoe ze dat aanpakte, en van hoe ze omging met al die verschillen in belangen, niveau en de rugzakjes die de diverse cor-leden meenamen. ‘Ze spreekt iedereen op zo’n manier aan dat ieder zich gezien en gehoord voelt.’

Inzicht

Wat heeft hun advies en begeleiding jullie or opgeleverd?
Annelies: ‘Door hun trainingen ligt ons kennisniveau echt hoger dan wanneer we ze niet hadden gevolgd. Dat komt ook door hun ervaring op andere plekken. Je kan het vergelijken met een cor; ook daarin komt kennis uit verschillende organisaties samen zodat je meer zicht krijgt hoe de medezeggenschap elders is georganiseerd. Daarmee verbreed je je inzicht.’

Hoe is dat voor de bestuurder, dat jullie deze advocaten als vaste adviseurs inschakelen?
‘Wat de or doet met de opgedane kennis en die verder brengt in de organisatie, dat waarderen onze bestuurders zeker. Zo gedegen als zij de zaken uitzoeken, daar is ook de rest van de organisatie bij gebaat. En dat wordt gezien. Neem onze adviesvraag over een nieuw reglement, of over de aangescherpte privacywetgeving.’

Linda: ‘Zij zijn zeker niet “die vervelende adviseur van de or”. De praktische toepasbaarheid van hun training en adviezen werkt door voor de medezeggenschap. Het is allemaal extra kennis en vaardigheid die je meeneemt in je bagage.’ Als voorbeeld noemt ze zaken die ze hebben geleerd in de actualiteitencolleges. ‘Daar hebben we nieuwe dingen geleerd over de Wor. Door er samen met anderen van een afstandje naar te kijken, leer je de wet beter te interpreteren.’ 

Maakt dit dat je de Wor zelf breder durft toe te passen?
‘Dat durf ik zo niet te zeggen. Het zet zaken vooral in breder perspectief. In een ziekenhuis passeren vaak dezelfde kwesties de revue. En wanneer je dan een breder perspectief hebt van waaruit je die kwesties bekijkt, kom je eerder toe aan oplossingen.’

Duurzame samenwerking

Beiden wijzen ook op de extra waarde die is opgebouwd in de jarenlange duurzame samenwerking met Sprengers Advocaten. ‘Suzanne en collega’s vergeten niet wat er eerder is gebeurd in onze organisatie. Ze kennen onze geschiedenis, waardoor de begeleiding niet ad hoc is maar juist zeer gericht.’ 

Annelies is inmiddels afgezwaaid als or-lid en –voorzitter. Ze wijst erop dat er een nieuwe, verjongde or aantreedt met vele nieuwe leden. Die ook weer op de brede en gerichte kennis van Suzanne en de haren kunnen voortbouwen. 

Kortom, wat is jullie algemene ervaring met dit kantoor?
Linda: ‘Ze verdiepen zich in je organisatie en situatie, staan altijd klaar en ze zijn er voor je. Zonder dat je de indruk krijgt dat de teller meteen loopt. Sprengers Advocaten kijken mee wat je wil bereiken, ook vanuit hun kennis van de organisatie. Daarin zijn ze vast niet het enige kantoor, maar volgens mij wel in hun laagdrempeligheid.’ 

Typerend vindt Linda dat Suzanne aanwezig was op de afscheidsborrel ter gelegenheid van Annelies’ pensionering.
Annelies: ‘Het zijn gewoon prettige mensen, ook de collega’s van Suzanne. Als trainer en als juridische adviseur: wat opvalt is hun gedrevenheid om onze ondernemingsraad te helpen.’

Uitspraak 1997

Roteb en het primaat van de politiek

Advocaat
Rudi van der Stege
Datum
17/07/1997
Uitspraak

De Roteb-beschikking was één van de eerste uitspraken van de ondernemingskamer waarin het primaat van de politiek centraal stond.

int(19)
Sluiten

Roteb en het primaat van de politiek

Aan de ondernemingsraad van de Roteb, een onderdeel van de Gemeente Rotterdam, werd advies gevraagd over het besluit tot volledige integratie van onderdelen van de Gemeente Rotterdam, welke gefaseerd zou plaatsvinden. In het uiteindelijke besluit werd gekozen voor een zogeheten ‘splits-variant’, waarbij een deel van de Roteb zou worden verzelfstandigd en zou worden geintegreerd met de AVR en een deel bij de gemeente zou blijven De ondernemingsraad ging in beroep van dit besluit omdat hij van mening was dat het besluit afweek van het voorgenomen besluit waarover advies was gevraagd en dat hiertoe niet kon worden besloten zonder opnieuw advies te vragen aan de ondernemingsraad. De Gemeente Rotterdam dacht hier anders over een deed onder meer een beroep op het primaat van de politiek.

Waarom is deze uitspraak van belang voor rechtsontwikkeling?

De Roteb-beschikking was één van de eerste uitspraken van de ondernemingskamer waarin het primaat van de politiek centraal stond. De ondernemingskamer overwoog onder meer dat de in artikel 46 d onder b WOR genoemde beperking alleen aan de orde was indien het ging om besluitvorming waarbij de besluitende overheidsinstantie uitvoering gaf aan een haar bij wetgeving in materiele zin opgedragen taak. De beperking dient restrictief te worden uitgelegd nu de wetgever uitdrukkelijk heeft beoogd de medezeggenschapsregeling bij publiekrechtelijke lichamen zo nauw mogelijk te laten aansluit bij die welke geldt voor de marktsector, zo vervolgde de ondernemingskamer. Deze restrictieve uitleg is in de jaren daarna, met name vanwege de zienswijze van de Hoge Raad met betrekking tot het primaat van politiek, verlaten.

Publicatie 1998

Proefschrift Pauline Burger: Harmonie of conflict. De verenigbaarheid van communautaire regelgeving betreffende de arbeidsduur met internationale sociale (grond-)rechtverdragen.

Pauline Burger promoveerde in 1998 op de vraag in hoeverre nationale arbeidstijdenregelingen zich verhouden tot internationale verdragen.

Publicatie 1998

Proefschrift Loe Sprengers: De Wet op de ondernemingsraden bij de overheid

Loe promoveerde in 1998 op de toepassing van de Wet op de ondernemingsraad bij de overheid.

Uitspraak 2000

Pretverlof

Advocaat
Loe Sprengers
Datum
11/02/2000
Uitspraak

In de WOR kun je niet teruglezen dat het instemmingsrecht niet gaat over primaire arbeidsvoorwaarden (hoogte loon, aantal vakantiedagen, uren dat je moet werken). Uit wetsgeschiedenis blijkt dat dit onderwerp is voorbehouden aan het overleg met de vakbonden.

int(22)
Sluiten

Pretverlof

Naar aanleiding van invoering 36-urige werkweek bij rijksoverheid in de cao Rijk, was het aantal ADV-uren toegenomen. Voor de verschillende directeuren van de belastingdienst was dat reden om bijzonder verlofdagen (eenzijdig) in te trekken. Het aantal bijzonder verlof dagen varieerde per eenheid, en was bestemd voor lokale feestdag, zoals Leids ontzet, Purmerendse paardenmarkt, carnaval). Hierover waren in de cao geen afspraken met de vakbonden gemaakt, die vonden dat het hier secundaire arbeidsvoorwaarden betrof waarover de instemming aan de OR moest worden gevraagd. Verschillende OR’en claimde het instemmingsrecht, waarover verschillende rechtbanken in het land hebben geoordeeld. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad beslist, dat het hier ging om extra verlofdagen die aan het begin van het jaar op de vakantiekaart werden bijgeschreven. Dat maakt dat het om primaire arbeidsvoorwaarden gaat, waarover de OR geen instemmingsrecht heeft. Het feit dat hierover geen collectieve afspraken met de vakbonden zijn gemaakt, maakt dit niet anders.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

In de WOR kun je niet teruglezen dat het instemmingsrecht niet gaat over primaire arbeidsvoorwaarden (hoogte loon, aantal vakantiedagen, uren dat je moet werken). Uit wetsgeschiedenis blijkt dat dit onderwerp is voorbehouden aan het overleg met de vakbonden. In deze zaak maakt de HR duidelijk, dat ook als er met de vakbonden geen afspraken worden gemaakt hierover in een cao, het instemmingsrecht toch niet aanwezig is. Als het gaat om primaire arbeidsvoorwaarden heeft de OR geen taak, tenzij hem extra bevoegdheden zijn toegekend.

 

Omdat de belastingdienst niet centraal had besloten om het bijzonder verlof af te schaffen, maar dit per hoofd van de verschillende diensteenheden werd beslist, kwam dit onderwerp op het bordje van veel verschillende  ondernemingsraden die daarover gingen procederen. Ik heb in korte tijd bij de nodige rechtbanken hetzelfde verhaal gehouden, evenals de advocaat van de ondernemer. We konden elkaars verhaal op het laatst uit ons hoofd. Uiteindelijk is in een zaak doorgeprocedeerd tot aan de Hoge Raad.

Lees hier de volledige uitspraak

Publicatie 2001

L.C.J. Sprengers, Ambtenarenrecht-arbeidsrecht: van integratie naar handhaving status aparte, SR 2001-12, p. 340-344.

Een artikel over de verhouding tussen het ambtenarenrecht en het arbeidsrecht. Loe en Niessen verschillen van mening over de vraag of gestreefd moet worden naar een verdere normalisering of zelfs opheffing van de ambtenarenstatus. Loe is in beginsel voor een normalisering van de ambtenarenwet. 

Lees hier het hele artikel

Marion van Vredendaal, medewerker facilitaire zaken

De collega’s als tweede familie

Wie aanbelt bij Sprengers Advocaten in het voormalige huishoudschoolgebouw aan de Plompetorengracht, hartje Utrecht, stapt daarna geen standaard kantoorwereld binnen. Eerder ervaar je bij binnenkomst al snel een bepaalde informele, huiselijk-professionele sfeer. Een werk-ambiance die benieuwd maakt naar degenen die dit mogelijk maken: de mensen van de ondersteuning. Marion van Vredendaal, facilitaire zaken, geeft een inkijkje in haar werk op dit kantoor.

Lees meer
int(24)
Sluiten

In de beginjaren van het Advokatenkollektief paste een secretaresse niet in het “egalitaire concept” van dit kantoor en daarom vervulden de maten ieder een dag in de week bureaudienst (zie het interview met Kroft en De Laat). Dat concept werd op zeker moment losgelaten. Aan het begin van de eeuw was de ondersteuning zelfs een tijdlang acht personen sterk bij Sprengers Advocaten. Dat verwacht je misschien niet op een kantoor waarvan sommige advocaten nog steeds liefst hun eigen agenda bijhouden. 

Inmiddels wordt het team van advocaten ondersteund door twee vaste invalkrachten, namelijk Estefania Gabriel Antonio (per juli 2022) en Lisa Spijker (vanaf mei 2023), en vier vaste medewerkers. Simone Weltevreden en Nadia Toufik beheren het secretariaat, Victoria Legina gaat over de financiën en Marion van Vredendaal regelt de facilitaire zaken. Marion geeft een inkijkje in haar werk op dit kantoor.

Van bond naar Kollektief

‘Ik ben op 1 februari 2002 in dienst getreden van het toenmalige Advokatenkollektief,’ vertelt Marion. ‘Daarvoor had ik 19 jaar gewerkt bij de FNV in de functie van secretaresse. Ik was daar begonnen bij de toenmalige Rechtskundige Dienst FNV. Later ben ik intern overgestapt naar Voedingsbond FNV. Na fusie is dat FNV Bondgenoten geworden.’

‘Martine Bosman en André Joosten waren indertijd advocaten alhier. Zij hebben mij destijds gevraagd te komen werken bij het Advokatenkollektief. Ik kende hen doordat zij veel optraden voor de FNV. Dus heb ik gesolliciteerd – en werd ik aangenomen,’ zegt ze. Erg verrassend was dat niet: ‘Het was een informeel sollicitatiegesprek. Het voelde goed voor mij, als een warm bad en als thuiskomen. Vandaar dat ik die overstap heb gemaakt van de FNV naar het Kollektief.’
Daar heeft ze geen moment spijt van gehad: inmiddels is ze er ruim 22 jaar in dienst. Marion werkt 25 uur per week, verdeeld over de maandag, dinsdag en donderdag. Op de dagen dat Marion er niet is doen de aanwezige secretaresses het voorkomende werk. Wel bereidt Marion zoveel mogelijk voor, bijvoorbeeld als er een scholing is.

Nieuwe functie

Het kantoor aan de Plompetorengracht was volgens Marion zowel organisatorisch als administratief op orde toen zij er in dienst kwam. En sinds haar komst heeft zij er 18 jaar met plezier de functie van secretaresse bekleed. Totdat het niet meer ging. ‘Door omstandigheden kon ik mijn functie als secretaresse niet meer uitoefenen. In overleg met de advocaten is er toen een nieuwe functie* gecreëerd. Zo ben ik in 2020 begonnen als medewerker facilitaire zaken, dat was een functie die hier nog niet bestond. Zo lief en fijn: zij wilden mij niet kwijt, en ik hen ook niet.’

Is er veel veranderd in de tijd dat jij hier werkt?
‘Zeker zijn er dingen veranderd. Er zijn mensen weggegaan, sommigen vanwege een andere baan, anderen omdat ze met pensioen gingen. Maar er zijn ook hele leuke jonge mensen voor teruggekomen. Inhoudelijk gezien zijn er meer rechtsgebieden bijgekomen, zoals onder andere mediation. En we staan werkgevers bij met vragen over goed werkgeverschap. Ook zijn we meer digitaal gaan werken.’

Tweede familie

Wat maakt het werk voor dit kantoor lastig en wat maakt het de moeite waard?
‘Wat het weleens lastig maakt is dat je met veel ‘bazen’ te maken hebt. Dus kan het soms wat langer duren voordat je uitsluitsel hebt over iets. Gelukkig komt dat niet zo vaak voor.’

‘Het maakt het voor mij de moeite waard om hier te blijven werken’, vervolgt Marion, ‘omdat ik mijn werk heel leuk vind en dat het afwisselend is. En de collega’s zijn een tweede familie geworden. Wij hebben veel plezier met elkaar en kunnen alles vragen en bespreken. We zijn een sociaal en gespecialiseerd kantoor met ieder zijn eigen hebbelijkheden en onhebbelijkheden. En dat is prima. We accepteren elkaar zoals we zijn.’

*Wat doet de medewerker facilitaire zaken?

De medewerker facilitaire zaken van Sprengers Advocaten regelt het dagelijkse reilen en zeilen op het kantoor. Dat gaat van het sleutelbeheer tot de dagelijkse opstart met koffie en thee, het aan- en afzetten van apparaten tot het verzorgen van de lunch. Van het welkom heten van gasten, jarigen in het zonnetje zetten en scholingen en presentaties voorbereiden, tot het verzorgen van de schoonmaak en het onderhoud van het pand, de BHV en de jaarlijkse kantooruitjes.

Publicatie 2003

L.C.J. Sprengers, “Mag het iets minder, of moet er meer?”, in: Nederlands Tijdschrift voor Sociaal Recht 2003, 11, p. 333-338, Kanttekeningen bij de SER-adviesaanvraag over de wijziging van de WOR.

Loe gaat in dit artikel in op enkele onderwerpen die in de adviesaanvraag aan de SER over wijziging van de WOR door de minister aan de orde zijn gesteld of juist niet aan de orde zijn gesteld. 

Lees hier het hele artikel

Annette Terpstra, Jasper de Waard en Lars van Westerlaak

‘Alleen door dit kantoor ben ik advocaat geworden’

In het werk van de advocaten van Sprengers is de afgelopen twintig jaar veel veranderd. De wijzigingen in het arbeidsrecht, de internationale context waarin ondernemingsraden zich steeds vaker bevinden en een strikte toets door de Ondernemingskamer hebben ook gevolgen voor de rol en de manier van werken van de advocaten. Tegelijk bleven er wezenlijke dingen gelijk in de organisatiecultuur. Zoals de vrijheid binnen hun werkkring, hun ‘sociale antenne’ en de afkeer van ongelijke verhoudingen. En niet te vergeten: het werken als collectief (ook al zijn de ‘k’s’ verdwenen).

Per 1 april respectievelijk 1 oktober 2010 sloten Lars van Westerlaak en Annette Terpstra aan bij Sprengers Advocaten; Jasper de Waard kwam erbij in 2012. Bij Sprengers werken de collega’s niet alleen samen, ze sporten ook samen en doen bedrijfsuitjes die de onderlinge band versterken. Dat kenmerkt de sfeer, zeggen deze drie.

Lees meer
int(26)
Sluiten

Op de eerste rij

Lars was eerder vakbondsjurist en -advocaat. Hij memoreert hoe hij in 1997 nog studeerde en volgens Pauline Burger bij haar ‘op de eerste rij zat’. Bij de vakbond had hij Loe, Rudi en André Joosten al leren kennen in procedures voor verschillende vakbonden. Ze reisden dan weleens samen in de trein op weg naar een zaak, wat een goed inkijkje gaf in de sfeer bij Sprengers. ‘Ik merkte toen al dat de dynamiek van het werk met ondernemingsraden mij goed beviel naast het dossierwerk bij de bond.’ Toen hij via Pauline gepolst werd, was de overstap snel gemaakt.

Jasper stuurde in 2009 een open sollicitatie naar Sprengers, maar er was op dat moment geen vacature. Toen exact drie jaar later Willem Kroft met pensioen ging, solliciteerde hij opnieuw en nu met succes. Daarvoor was hij drie en een half jaar in dienst bij een rechtsbijstandsverzekeraar. Daar kwam hij erachter dat zijn werkelijke betrokkenheid lag bij het arbeidsrecht – aan de kant van werknemers, ambtenaren en ondernemingsraden.

Bestaande rechten inzetten

Annette studeerde naast rechten ook Duitse taal en cultuur. Na een periode in Berlijn en Hamburg besloot ze om (na de master Internationaal Recht) een master Ondernemingsrecht te volgen met een focus op financieel recht. Deze master volgde zij in de tijd dat de Lehman Brothers Bank omviel (2008).

Ook medezeggenschapsrecht zat in haar pakket en Loe was een van de hoogleraren verbonden aan deze studie. ‘Loe bekleedde net de Albeda Leerstoel. Waar het in andere colleges ging om het handig omzeilen van regels, ontdekte ik dat dit in het medezeggenschapsrecht precies omgekeerd was: hoe kunnen regels juist een bijdrage leveren aan het verbeteren van de situatie en de besluitvorming in ingewikkelde zaken, zoals fusies en overnames?’
Na een studentstage in 2009 bij toen nog het Advokatenkollektief werd zij in 2010 gevraagd om als advocaat te komen werken. Dit strookte niet met haar plannen om te reizen. Dat bleek te regelen: Annette ging eerst op reis en kon daarna alsnog aan de slag. ‘Alleen door dit kantoor ben ik advocaat geworden,’ stelt ze.  

Verantwoordelijkheid

Dat idee resoneert bij haar generatiegenoten Lars en Jasper. De laatste noemt Sprengers Advocaten een ‘atypisch’ kantoor. ‘In onze laatste vacature was de factor “gezag” doorgestreept, juridisch een van de kenmerken van een arbeidsovereenkomst.’ Jasper weet nog: ‘De eerste paar keren dat je als advocaat-stagiair je processtukken laat doorkijken, voelt dat wel als met de billen bloot. Maar dat heb je op een ander kantoor ook.’
Lars had daar bij indiensttreding niet zo’n last van. Met zijn zeven jaar werkervaring bracht hij eigen klanten mee en kostte het hem weinig tijd een eigen praktijk op te bouwen.

Annette kwam binnen met de instelling om zoveel mogelijk te leren. Ze zat bij Pauline op de kamer. ‘Daar heb ik zoveel geleerd. Iedereen hier wil je helpen een goede advocaat te worden. Je krijgt de verantwoordelijkheid en die moet je dan ook nemen.’ Beide heren beamen dat. ‘Dat moet bij je passen. Je gedraagt je hier niet als een werknemer.’

Eigen koers

Al verschillen de drie collega’s weleens van mening, over een aantal punten zijn ze het roerend eens. Zoals over de ruimte die je krijgt op dit kantoor.
Jasper: ‘We zijn een klein kantoor, eerst vooral sociaal gericht maar intussen allemaal thuis in het arbeidsrecht. Dit kantoor geeft jonge mensen kansen om zich te ontwikkelen en eigen afslagen te nemen. Arbeidsrecht is een breed vakgebied. Zo richten Lars en ik ons steeds meer op medezeggenschap in de marktsector. Terwijl bijvoorbeeld Suzanne zich meer bezighoudt met overheden.’
Lars beaamt: ‘Je kan een eigen koers varen en zo een eigen praktijk opbouwen. Zoals dat Annette zich nu ook richt op mediation.’ 

Van de beuk erin naar strategisch adviseur

Ook al opereren ze in een niche, het kantoor is breed georiënteerd. Wat betreft werkzaamheden staan de advocaten niet alleen diverse soorten klanten juridisch bij, ze geven ook les over hun expertises, schrijven erover of kiezen een eigen richting. 

Jasper typeert de stijl van Sprengers Advocaten. ‘Wij zijn niet van het gestrekt been maar zetten in op overleg. Ik zie mijzelf steeds meer als een juridisch adviseur, procesbegeleider en strategisch adviseur, in plaats van iemand die de beuk erin gooit.’
Annette: ‘Het vak heeft zich ontwikkeld en wij zijn meer zoekers naar oplossingen geworden. Hoe voorkom je dat een groep mensen uit elkaar valt, zoals de or die een procedure aanspant? De bestuurder blijft, straks moet je samen verder.’
Lars: ‘De ondernemingsraad is een overlegorgaan, maar soms is het toch nodig om je tanden te laten zien. Als er niet te onderhandelen valt móet je procederen. Dan word je daarna ook serieus genomen, wat de relatie op den duur kan verbeteren.’
Annette: ‘Het is belangrijk om oog te hebben voor verhoudingen, daar zijn ondernemingsraden zich van bewust. En zij verwachten ook dat wij als advocaten hier rekening mee houden. Wat gebeurt er ná de procedure, zowel met bestuurder als voor or-leden onderling? Door oog te hebben voor de verschillende standpunten, kan ik een verbindende factor zijn.’

Onderhandelingspartner en proces

Lars gaat verder: ‘De laatste tien jaar wordt de or voor de bestuurder steeds belangrijker, mede door de afname van het aantal vakbondsleden. De or is daardoor niet alleen bezig met instemmings- en adviesrechten, maar geldt steeds vaker als een onderhandelingspartner voor de directie. Bijvoorbeeld voor sociale plannen, arbeidsvoorwaardenregelingen of een overgangsprotocol.’

Jasper onderschrijft deze ontwikkeling. ‘Volgens de gedragsregels verdient een oplossing veelal de voorkeur boven het voeren van een procedure: het is onze taak te zoeken naar een oplossing en als het even kan de zaak in der minne te schikken.’

Spin in het web

Lars geeft een voorbeeld. ‘Jasper en ik zijn nu al een half jaar samen bezig met een voorgenomen bedrijfssluiting. In die periode deden we alles, behalve procederen. Het gaat om een internationaal bedrijf dat zijn activiteiten wil verplaatsen naar India. Het is in handen van een private investeerder, het aandeelhoudersbelang staat voorop. De Nederlandse or is de enige partij die iets kan vinden van het plan, en daarmee een spin in het web. Twintig jaar geleden ging je hiervoor eventueel naar de Ondernemingskamer, nu benut je de positie van de or ook om resultaten te behalen voor de werknemers hier.’

Ook de OK zelf nam hierin een ander rol aan, benadrukken de collega’s. ‘De OK onder het voorzitterschap van Willems ging weleens op de spreekwoordelijke stoel zitten van de ondernemer, nu is er vooral aandacht voor het proces. Juist dat geeft de or handvatten.’
‘Inhoudelijk staat de beleidsvrijheid van de ondernemer voorop, maar procedureel hoor je de rol en invloed van de medezeggenschap daarin volledig correct na te leven. Op dat gebied opereren wij.’

Ondernemersvrijheid

In de afgelopen jaren lijkt de ondernemersvrijheid hoogtij te vieren en lijkt het medezeggenschapsproces nog de enige manier om een besluit succesvol aan te vechten.
Jasper: ‘De OK kijkt helaas steeds terughoudender naar de inhoud en vrijwel enkel procedureel, waardoor wij meer zaken verliezen dan winnen. Dat is zeker ingewikkeld bij ondernemingen in een internationale context. Wij kijken met de or met een Nederlandse blik naar besluiten die mondiaal op concernniveau worden genomen. Dat schuurt uiteraard.’ 

Annette noemt nog een ontwikkeling waarbij de rol van de medezeggenschap verandert, dus ook die van hun advocaten. ‘Veel internationale ondernemingen veranderen in zogenaamde matrixorganisaties: in internationale teams wordt gewerkt en gerapporteerd aan een internationale manager. De entiteit speelt geen beduidende rol, net als de Nederlandse bestuurder. Voor de Nederlandse werknemers is er alleen op papier een vertegenwoordiger. De or heeft dus geen bestuurder die hij kan aanspreken; wet- en regelgeving sluiten niet meer aan. Dat maakt medezeggenschap en het hebben van wezenlijke invloed als or een echte uitdaging.’
Lars: ‘Al kan in Nederland een bestuurder juist hierdoor de kant van de ondernemingsraad kiezen, dat wil zeggen het advies van de or goed gebruiken in de verhouding tot de moeder of aandeelhouder.’

Rechtshulp onbetaalbaar

Gezamenlijk maken ze zich kwaad over de onrechtvaardigheid van socialezekerheidswetgeving (waaronder de WIA), waarbij de overheid mensen niet hoort en ook de rechtspraak mensen in de steek laat, inclusief de hoogste rechter. Zie de Toeslagenaffaire. De ongelijke rechtsposities van werkgevers en werkgevers is daarnaast nog lang niet overal rechtgetrokken. De toegang tot goede rechtshulp is in de afgelopen jaren door alle bezuinigingen flink verslechterd. Het beleid ten aanzien van gefinancierde rechtsbijstand is onder de respectievelijke kabinetten Rutte zodanig uitgehold ‘dat je daar geen kantoor meer op kan bouwen’. Tel daarbij op de verhoging van de eigen bijdrage en het wordt duidelijk hoe onbetaalbaar rechtshulp voor de “gewone burger” is geworden. ‘Wij kunnen deze zaken alleen nog doen dankzij de inkomsten uit het medezeggenschapswerk.’ 

Waarmee we terug zijn bij de oude ‘’kollektief”-gedachte. Die staat over de verschillende generaties heen nog steeds overeind. Het lijkt een herhaling: de toegang tot rechtshulp is (opnieuw) gekelderd. ‘En die moet worden hersteld,’ luidt het unanieme oordeel van deze drie juristen.
Daarmee raak je een andere grote gemene deler, zegt Annette: ‘Waar maak je je druk over? Dat hoort ook bij ons kantoor, dat bindt ons aan elkaar.’ 

Verdiept, verbreed en zakelijker

Geschetst wordt een verschuiving sinds zij in dienst traden. ‘Het zwaartepunt lag eerst bij overheid, semioverheid en non-profit. Nu is onze or-praktijk verdiept, deels door onze eigen jurisprudentie. Maar ook flink verbreed: veel meer internationale organisaties, maar ook de zorg. Zoals ook ons werk gevarieerder werd: meer transacties, advies en onderhandeling.’
Zo ging dit kantoor mee met de tijd, zonder zijn identiteit te verliezen.

Publicatie 2004

L.C.J. Sprengers, ‘”Ondernemingsraad en toezichthouders”, opgenomen in congresbundel met als titel “De werknemer in het ondernemingsrecht”, Deventer, Kluwer, 2004, p.37-54.’

Uitgave naar aanleiding van het congres ‘De werknemer in het ondernemingsrecht’ door het ‘Van der Heijden Instituut’ gehouden te Nijmegen op vrijdag 7 en zaterdag 8 november 2003, waar Loe sprak over de rol van de ondernemingsraad en toezichthouders.

Katrien Hugenholtz, or-adviseur

Samen de escalatieladder op – en weer af

Katrien Hugenholtz was zelf lid van een ondernemingsraad geweest voordat ze in 1997 begon als trainer bij bureau Atim. Ze ziet haar toenmalige directeur nog binnenkomen met het proefschrift van Loe Sprengers naar aanleiding van de invoering van de Wor bij de overheid (subtitel: Op weg naar één arbeidsrecht voor ambtenaren en werknemers?). ‘Ik was onder de indruk van zo’n vuistdikke beschouwing!’ Onlangs publiceerde Katrien samen met Annette Terpstra het boek Machtig mooie medezeggenschap.

Lees meer
int(28)
Sluiten

Bij de opleiding sociale- en organisatiepsychologie die Katrien (Maatschap voor Medezeggenschap) later volgde, bleek het onderwerp groepsdynamiek haar goed te liggen. Typisch een vaardigheid die van pas komt bij het begeleiden van ondernemingsraden. De samenwerking met Sprengers Advocaten stamt dus van die late jaren ’90. ‘Loe zei eens tegen mij: “jij hebt een activistische inborst.” Ik wist niet of ik dit als een compliment moest beschouwen. Later kreeg ik door dat de advocaten van Sprengers dezelfde inborst hebben.’

Wat houdt die ‘activistische inborst’ in jouw geval in?
‘Or’s vinden het lastig om vast te houden aan een inhoudelijk belang uit angst voor relatieschade. Dan probeer ik een or stapje voor stapje moedig genoeg te krijgen om de “escalatieladder” op te gaan. Eén trede is dreigen met een zaak voor de Ondernemingskamer. Waarbij we een advocaat nodig hebben. En dan komt al snel Sprengers Advocaten in beeld. Ik werk meer dan gemiddeld met hen samen.’

Wel of geen zaak

‘Prettig aan onze samenwerking is de laagdrempeligheid. Dan bel ik met bijvoorbeeld Annette of Loe: dit is de casus, wil je even meedenken. Of later: zit daar wel of geen zaak in? Want een conflict tussen bestuurder en or moet je pas juridiseren wanneer er een groot belang speelt. Zij schatten de haalbaarheid in en kunnen mij heel duidelijk vertellen wat ik wel en niet moet doen. Fijn dat ik altijd even kan bellen. En als het nodig is hebben ze ook genoeg ballen om een zaak door te zetten, ondanks het risico dat een rechter “nee” zegt. Ze durven ook een zaak op te pakken waarbij de rechter niet alleen oordeelt over de procedure, maar ook een oordeel wordt gevraagd over de inhoud van het besluit. Rechters zijn hierin terughoudend, want zij gaan niet graag op de stoel van de ondernemer zitten.’

Wat maakt jullie samenwerking waardevol?
‘De advocaten van Sprengers hebben oog voor mensen die klem zitten, bij hen zie ik compassie. Zij durven zaken op te pakken die ze mogelijk kunnen verliezen.’
Dat alleen al, vervolgt Katrien, kan troostrijk zijn. Ze denkt daarbij aan een klant die ze begeleidde bij een zaak die door Sprengers voor de rechter werd gebracht. ‘De klant heeft de zaak wel gewonnen maar uiteindelijk niet gekregen wat ze wilde. Toch is de or trots op en dankbaar voor het afgelegde traject.’
Het ging om een aanbesteding van beveiliging op Schiphol. ‘Bij hun oorspronkelijke werkgever hadden de werknemers een solide roostersysteem, bij de overnemende partij was dat een puinhoop. Dus wilden zij dat rooster behouden als arbeidsvoorwaarde bij de overname. Het is Rudi van der Stege gelukt die voorwaarde erin te krijgen. Alleen is er nog steeds geen bevredigend rooster in de nieuwe situatie.’

‘Tijdens een schorsing in deze zaak ging de or twijfelen. Ter plekke moest de or een keuze maken en dan staan de leden onder enorme druk. Ik heb het team bijeengeroepen om iedereen weer op dezelfde lijn te krijgen en te checken of het een unanieme keuze was. Ook tegengeluiden moet je op zo’n moment boven tafel krijgen. Daar komt mijn oog voor groepsdynamica naar voren. Dat is gelukt. Een mooie rol, maar ook belangrijk.’

Enquête-procedure

Katrien vertelt over een andere zaak. Ze begeleidde de or van het enige winstgevende onderdeel van een holding. Het rommelde al een tijdje en de directie had de or al eerder het enquêterecht toegekend. ‘Dat onderdeel heeft soms veel geld op de rekening staan, en het moederbedrijf wilde dat geld naar de algemene rekening overschrijven. Bestuurder en or vonden dit een onzalig plan en de or wilde een negatief advies uitbrengen. Maar vanuit de aandeelhouders stond daar een enorme druk op. Zij wilden het advies van de or niet afwachten maar direct na het weekend de bestuurder schorsen om zo toch dat geld over te kunnen maken. Ik heb het hele weekend samen met de or zitten schrijven aan een negatief advies.’
‘Loe en Dennis werkten intussen aan het indienen van twee zaken bij de Ondernemingskamer, namelijk over het negeren van een negatief advies en over de enquêteprocedure, die uiterlijk dinsdag binnen moest zijn. Loe schreef ook een brief naar de bank om erop te attenderen dat eventuele ongebruikelijk transacties te maken hadden met “gedoe”, zodat de bank achteraf niet kon zeggen dat ze van niets wist. Alles liep met een sisser af, maar ik heb dagenlang zitten stuiteren van de adrenaline, zo spannend was dat. Naderhand heb ik de or nog gesproken. De oude bestuurder zit er nog en hij en de or waren dolblij met mij en Loe.’

Hoe zie jij de toekomst voor dit kantoor?
‘Op hun goede naam kunnen ze voorlopig wel leunen. Ze zijn daar ook niet echt met PR bezig heb ik het idee. Hoewel ze onlangs wel een reeks podcasts publiceerden over de medezeggenschap.
Die medezeggenschap blijft in mijn ogen kwetsbaar, met tegenstrijdige ontwikkelingen. Enerzijds stopt de wetgever steeds nieuwe elementen in de Wor omdat de medezeggenschap zowat de enige tegenmacht is. Anderzijds bezuinigen werkgevers, is er enorme werkdruk, personeelstekort en dit gaat steeds meer ten koste van bijvoorbeeld scholing van die ondernemingsraden. En de preventieve werking van dreigen met een rechtszaak werkt alleen wanneer een or zo’n stap durft te zetten. En daarvoor op voldoende kennis en vaardigheden kan leunen.
Ik hoop dat de advocaten van Sprengers hun wetenschappelijke onderzoek blijven doen, want dit komt het algemeen belang van or’s ten goede. Voor mij is het hoopvol dat er zulke advocaten zijn die waarde willen toevoegen. “Keep up the good work,” zou ik zeggen.’

Lucy Lamers, FNV Bondgenoten

Onderhandelen op het scherpst van de snede

Vakbondsbestuurder Lucy Lamers kon onlangs een spannend traject van een bedrijfssluiting afronden met een goed resultaat voor de werknemers. De onderhandelingen vergden een intensieve afstemming met kaderleden van de bond en met de ondernemingsraad, die hierin werd bijgestaan door Jasper de Waard (zie de foto) en Lars van Westerlaak. ‘We hebben samengewerkt met steeds de toekomst van de werknemers voor ogen en daardoor een mooi resultaat behaald.’

Lees meer
int(29)
Sluiten

Het investeringsfonds Gunnebo wilde de complete productie van hun fabriek in Doetinchem verplaatsen naar India. Lucy Lamers nam het namens FNV Metaal op voor de werknemers, maar dat deed ze niet alleen. Ze benadrukt dat het met een investeringsfonds (of “private equity”) als dit anders onderhandelen is dan met een “gewoon” bedrijf. Hierbij is het de kunst om op één lijn te blijven, met alle hens aan dek.

Lamers schetst de manier waarop zo’n investeerder te werk gaat. ‘Hun doel is winstmaximalisatie. Ze kopen bedrijven op en laten ze achter zodra er niks meer uit te halen valt. Kan er op een andere plaats in de wereld meer winst behaald worden, dan is men weg. Met vaak ernstige gevolgen voor de mensen hier. Helaas hebben we in Nederland geen wetgeving die de werknemers hiertegen beschermt. Terwijl het zo spijtig is als dit bedrijf wordt opgeheven. Het draait al 20 jaar winst. Er was tevredenheid over de medewerkers en het bedrijf was een voorbeeld voor andere vestigingen.’ 

Puur zakelijk

Met de bedrijfssluiting komen 160 mensen op straat te staan. Lamers: ‘Wij hebben geprobeerd inzichtelijk te maken hoeveel schade de sluiting van dit bedrijf tot gevolg zal hebben voor al deze medewerkers. De werkgever zegt dan: “Ach, die medewerkers komen zo weer aan de bak en anders zijn er goede sociale voorzieningen.” Maar zo werkt dat niet. Het gaat voor het merendeel om 50-plussers die niet zo gemakkelijk op een nieuwe plek worden aangenomen. Maar de werkgever schakelt gewoon een stel dure Zuidas-advocaten in die de kwestie puur zakelijk afhandelen.’
Dit dwong de vakbond tot een nauwe samenwerking met betrokken kaderleden, de or en hun adviseurs, om hun positie – namens de werknemers – zo sterk mogelijk te maken.

Grondig

De ondernemingsraad heeft deze zaak erg grondig aangepakt, zegt Lamers terugkijkend. Daarbij werd de or ondersteund door hun vaste juridisch adviseurs Jasper en Lars van Sprengers Advocaten plus een financieel deskundige. ‘Met Sprengers Advocaten werkt de FNV vaker samen. Het kantoor heeft een goede naam als werknemersvriendelijk. We hadden veel onderling contact, vooral in het begin. De or had de adviesaanvraag nog niet afgerond en wilde daar meer tijd voor. Tegelijk werkten wij onder hoge tijdsdruk om onze onderhandelingspositie niet te verspelen. Zo hebben we steeds vanuit onze eigen rol onderhandeld, onafhankelijk maar in voortdurende afstemming.’

De kunst was om elkaars onderhandelingspositie te versterken ondanks die zware tijdsdruk. Lamers: ‘Je spreekt onderling af dat de or geen advies uitbrengt voordat er een goed sociaal plan ligt. En andersom dat de vakbond pas een handtekening zet onder een sociaal plan als de or in staat is gesteld om advies uit te brengen, waaronder het onderzoek naar nut en noodzaak van de sluiting, financiële cijfers van het bedrijf controleren enzovoort.’   

Positie

‘De advocaat van wederpartij kwam met de wettelijke minimum-transitievergoeding als bod,’ vertelt Lamers. De bond stelde van daaruit een eigen sociaal plan op. ‘Op gezette tijden hadden we contact hierover met de or en hun advocaten. We gaven elkaar informatie en tips, allemaal op informele manier. Het is erg belangrijk dat de or hetzelfde in de onderhandelingen staat als de bonden die voor hen onderhandelen over het sociaal plan. De or werd enorm onder druk gezet. Vaak gebeurt het dat ze onder die druk instemmen met een adviesaanvraag; maar dan geeft de or zijn positie op en heeft hij geen zaak meer.’ 

‘Veel werknemers waren al lid van de bond of werden lid, zodat wij een sterke positie kregen. Dat was nodig, want vanuit de werkgever werd geprobeerd om een wig te drijven tussen de verschillende partijen die de werknemers vertegenwoordigen. Daardoor kunnen gemakkelijk misverstanden ontstaan. Als vakbond zijn wij er keihard ingegaan. Het was pittig, maar het ging om de toekomst van deze werknemers en hun gezinnen. Meestal komen ze terecht in een tijdelijk en matige betaald tussenbaantje met negatieve invloed op de hoogte van de ww.’

Ultimatum

‘Daarom kwam de bond met een stevig pakket eisen voor een sociaal plan. Zou de werkgever daar niet aan tegemoetkomen dan kreeg die te maken met een ultimatum en staking.’ De werkgever had de huidige werknemers nog een tijdje nodig om de productie voort te zetten, want in India ontbrak nog de kennis om het zomaar over te nemen. ‘Dat maakte onze positie sterker maar zorgde ook ervoor dat we snel moesten handelen.’

Onder die tijdsdruk moest ook de ondernemingsraad alle voors en tegens op een rij krijgen, terwijl de bond zei: weet dat wij gaan tekenen wanneer we deze voorwaarden erdoor hebben. ‘De ondernemingsraad heeft hier ook goed zijn tanden laten zien. Wanneer de benadering neerbuigend was vanuit de bedrijfsleiding, reageerden Jasper en Lars hier altijd meteen heel assertief op. Het was een onderhandeling op het scherpst van de snede.’

Elkaar maximaal versterken

‘Met een bovengemiddeld resultaat,’ blikt Lamers tevreden terug. ‘Uiteindelijk heeft deze werkgever wel een heel goed sociaal plan met ons afgesloten.’ De bond wist per dienstjaar de uitkering van een maandsalaris af te dwingen, driemaal zo hoog als het bod van de werkgever. Daarnaast voorzag de regeling in een doorwerkvergoeding, outplacementbemiddeling, scholingsregeling en nog meer gunstige voorwaarden.

‘Dat lukt alleen als je elkaar vertrouwen durft te geven en echt als team werkt, zoals wij als vakbond konden werken met geweldige kaderleden die alles van het bedrijf wisten, met leden die vierkant achter ons stonden. Ook toen het nodig was om actie te voeren. En met een or die zijn taak bijzonder serieus nam en een grondig onderzoek heeft verricht waarbij we op cruciale momenten elkaar informeerden en de trajecten op elkaar afstemden.’

Elkaar niet uiteen laten spelen, zakelijk blijven, ego aan de kant schuiven, vat Lamers samen. ‘En de verleiding weerstaan om in afleidende juridische disputen te vervallen. Maar dat is dankzij onze nauwe samenwerking met de or en hun advocaten dus gelukt. Zo zie je wat het kan opleveren wanneer je elkaar maximaal kan versterken.’

Uitspraak 2005

DOR Ministerie SZW c.s/primaat van de politiek

Advocaat
Rudi van der Stege
Datum
20/05/2005
Uitspraak

In deze beschikking van de Hoge Raad werd door de Hoge Raad bevestig dat de medezeggenschap van ondernemingsraden in de publieke sector in substantiële zin werd beperkt door het primaat van de politiek.

int(30)
Sluiten

DOR Ministerie SZW c.s/primaat van de politiek

Op 4 juli 2003 besluit het kabinet tot oprichting van een Shared Service Center, waarbij de personeelsregistraties en de salarisadministraties van de ministeries zullen worden samengevoegd. De DOR c.s. menen dat het hier een zuiver intern-organisatorische aangelegenheid betreft en niet betreft een aangelegenheid op de vaststelling van een publiekrechtelijk taak, noch het beleid of de uitvoering van een publiekrechtelijke taak. De Staat meent dat er wel sprake is van een aangelegenheid die valt te scharen onder het primaat van de politiek en daardoor geen bevoegdheid oplevert voor de DOR c.s. De Hoge Raad  meent dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat niet alleen van de belang is wie het besluit heeft genomen, maar ook dat de aard van het betrokken besluit meeweegt. 

De Hoge Raad vindt het oordeel van de ondernemingskamer dat niet alleen sprake is van een verschuiving van taken tussen ministeries maar ook van een verschuiving van politieke verantwoordelijkheden en dat deze besluitvorming mede is ingegeven door politiek overwegingen en dat daarom het besluit betrekking heeft op de publiekrechtelijke vaststelling van taken van de betreffende ministeries, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

In deze beschikking van de Hoge Raad werd door de Hoge Raad bevestig dat de medezeggenschap van ondernemingsraden in de publieke sector in substantiële zin werd beperkt door het primaat van de politiek. Ook in geval van een op het eerste gezicht louter op de interne organisatie gericht besluit kon hier sprake zijn van het toepassing zij van het primaat, wanneer er sprake was van besluit welk aan politieke besluitvorming onderhevig was en een grondslag was te vinden in de wet- en regelgeving, in casu de compabiliteitswet. Deze uitspraak van de Hoge Raad betekende in feite een beperking van de (formele) rol van medezeggenschapsorganen in de publieke sector.

 

Lee hier de hele uitspraak.

Uitspraak 2007

OR van Mesdag-kliniek

Advocaat
Loe Sprengers
Datum
09/09/2007
Uitspraak

Ik herinner me dat bij de zitting veel personeelsleden van de Van Mesdag-kliniek uit Groningen waren afgereisd naar Amsterdam. De mededeling van de landsadvocaat tijdens die zitting dat nog niet duidelijk was wat met het personeel zou gaan gebeuren, sloeg in als een bom.

int(31)
Sluiten

OR van Mesdag-kliniek

Deze procedure ging ov er de vraag of over de privatisering van een TBS-kliniek aan de ondernemingsraad advies moest worden gevraagd. Als een besluit dat te maken heeft met het beleid of de uitvoering van een publiekrechtelijke taak gevolgen heeft voor de in de onderneming werkzame personen, dan heeft de OR toch een adviesrecht, ook al spelt het primaat van de politiek. De Ondernemingskamer was het met de OR eens dat een privatiseringsbesluit, als gevolg waarvan ambtenaren een arbeidsovereenkomst krijgen (was nog voor de invoering van de WNRA) naar een andere cao overgaan en onder een ander pensioenfonds komen te vallen, gevolgen heeft voor die ambtenaren. De Hoge Raad oordeelde anders. Omdat de Staat tijdens de zitting bij de Ondernemingskamer was gesteld dat bij het privatiseringsbesluit nog niet was beslist of de ambtenaren zouden worden gedetacheerd of over zouden gaan  naar een arbeidsovereenkomst of elders herplaatst, concludeerde de HR dat het besluit nog niet strekte tot het regelen van de personele gevolgen. En dus had de OR geen adviesrecht.

Waarom is deze uitspraak je bijgebleven?

Ik herinner me dat bij de zitting veel personeelsleden van de Van Mesdag-kliniek uit Groningen waren afgereisd naar Amsterdam. De mededeling van de landsadvocaat tijdens die zitting dat nog niet duidelijk was wat met het personeel zou gaan gebeuren, sloeg in als een bom. Tot dan toe was steeds verkondigd dat privatisering niets zou gaan betekenen voor de werkgelegenheid van de mensen, ze zouden alleen een arbeidsovereenkomst ipv een aanstelling krijgen en de overgang naar een andere CAO/pensioenregeling zou worden gecompenseerd. De dag na de zitting moest de directeur in Groningen dan ook alle personeelsleden toespreken om de gemoederen te sussen en verzekeren dat hetgeen de landsadvocaat tijdens de zitting had gesteld voor de juridische procedure was, maar dat de mensen zich geen zorgen moesten maken: de gevolgen zouden blijven zoals tot voor de zitting altijd was geschetst. Wel wrang dat de Hoge Raad  die onjuiste mededeling tijdens de zitting wel in zijn afwegingen betrekt.

Tweede punt dat ik van belang vind is dat de OR na de gewonnen procedure bij de Ondernemingskamer wel alsnog een adviesaanvraag had gekregen, En daarbij heeft de OR zaken aan de orde gesteld als de (te magere) voorziening voor achterstallig onderhoud die bij privatisering was getroffen en ook over de governance van de nieuwe Stichting. Dat adviestraject is toen ook afgerond zonder procedure. De OR heeft zijn rol kunnen spelen net zoals in de marktsector een OR dat kan bij een verkoop. Dat heeft bij de Van Mesdag-kliniek ook zijn meerwaarde gehad. Jammer dat de Hoge Raad later heeft vastgesteld dat de OR hierover geen adviesrol toekomt.

Lees hier de volledige uitspraak.

Uitspraak 2007

Wanneer is sprake van overgang van onderneming bij wijziging van opdrachtnemer na aanbesteding?

Advocaat
Gabi Stouthart
Datum
01/10/2007
Uitspraak

Het was een mooie arbeidsrechtelijke zaak over ontslag, overgang van onderneming en dus behoud van identiteit. Het was een leuke zaak, omdat ik alles uit de kast heb getrokken voor de stelling dat er sprake was van ‘behoud van de economische eenheid’.

int(32)
Sluiten

Wanneer is sprake van overgang van onderneming bij wijziging van opdrachtnemer na aanbesteding?

P1 verzorgde in opdracht van de gemeente Almere het beheer van de parkeerplaatsen. De werknemer was bij P1 in dienst in de functie van manager. De overeenkomst tussen de gemeente Almere en P1 met betrekking tot het beheer van de parkeerplaatsen is op 1 juni 2006 geëindigd door het einde van de looptijd. Na een aanbestedingsprocedure heeft de gemeente Almere het beheer met ingang van 1 augustus 2006 aan een andere partij, PCH, gegund. Vervolgens heeft P1, na verkrijging van een ontslagvergunning, de arbeidsovereenkomst met alle medewerkers die werkzaam waren ten behoeve van het beheer van de parkeerplaatsen per 1 september 2006 opgezegd. De werknemer stelde zich op het standpunt dat de overgang van het beheer van de parkeerplaatsen van P1 naar PCH was aan te merken als overgang van onderneming in de zin van art. 7:662 BW en dat hij dus van rechtswege in dienst is getreden bij PCH. Hij vorderde een verklaring voor recht alsmede tewerkstelling in de functie van manager bij PCH.

 

De kantonrechter oordeelde allereerst dat het gaat  om de vraag of sprake is van een overgang van onderneming in de zin van art. 7:662 BW. Aan het vereiste van dat de overgang het gevolg moet zijn van een overeenkomst is voldaan als de overgang van een onderneming plaatsvindt in het kader van contractuele betrekkingen, zoals in dit geval waar de overeenkomst tussen de gemeente Almere en P1 is geëindigd en aansluitend daarop de gemeente met PCH een overeenkomst heeft gesloten. Vervolgens kwam de vraag aan de orde of bij de contractsovergang de identiteit van de economisch eenheid binnen de organisatie van PCH kenbaar is gebleven. Nu was komen vast te staan dat de gemeente Almere de materiële activa, noodzakelijk voor het beheer van de parkeerplaatsen aanvankelijk aan P1 en aaneensluitend aan PCH ter beschikking had gesteld, het onvermijdelijk was dat PCH vrijwel het gehele klantenbestand van P1 had overgenomen en de activiteiten die voor en na de overgang werden verricht, met elkaar overeenkwamen was de identiteit van de onderneming bij de overgang van P1 naar PCH behouden. Sterker nog, door de aard van de bedrijfsactiviteiten en de aard van de gebruikte materiële activa kon het niet anders of de identiteit van de onderneming zou (her)kenbaar blijven. Gelet op de documentatie ter zake van het aanbestedingsdocument en de daarna met PCH gesloten overeenkomst streefde de gemeente ook continuïteit van de voorziening na. Bovenstaande feiten en omstandigheden leidden tot de conclusie dat er sprake was van een overgang van onderneming.

Waarom is deze uitspraak je bijgebleven?

Het was een mooie arbeidsrechtelijke zaak over ontslag, overgang van onderneming en dus behoud van identiteit. Het was een leuke zaak, omdat ik alles uit de kast heb getrokken voor de stelling dat er sprake was van ‘behoud van de economische eenheid’. Terwijl alle partijen bezig waren geweest met in hun ogen een puur contractuele overgang en niet hadden gerealiseerd dat dit ook een overgang van onderneming kon zijn. Het was een heel feitelijke procedure met een mooie juridisch relevante uitkomst.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Uitspraak 2009

Pilot UWV ook adviesplichtig

Advocaat
Loe Sprengers
Datum
13/05/2009
Uitspraak

Deze uitspraak is mij om twee redenen bij gebleven:

int(33)
Sluiten

Pilot UWV ook adviesplichtig

Bij het UWV was op twee kantoren een pilot gedraaid met een nieuwe werkwijze voor de invoering van de WIA. De resultaten van de pilot waren niet succesvol, alle signalen stonden  op rood dat organisatie nog niet klaar was om over te gaan tot invoering. Echter er waren al de nodige voorbereidingen getroffen om per 1 mei dit landelijk in te gaan voeren, omdat ook de druk vanuit de politiek groot was. Vanwege een negatief advies van de OR besluit UWV om niet het besluit te nemen om per 1 mei over te gaan tot landelijke invoering, maar om het om te zetten in een landelijke pilot, waarna evaluatie zal plaatsvinden en mogelijk aan de hand van de uitkomsten van de evaluatie de invoering terug gedraaid zou kunnen worden. Er was daarom nog geen sprake van een onomkeerbaar besluit en geen verplichting om de OR daar advies over te vragen. De OR gaat tegen dit besluit in beroep en vraagt als voorziening een verbod tot landelijke invoering van de nieuwe werkwijze. De Ondernemingskamer stelt de OR in het gelijk. Het veranderen van de landelijke invoering  in een pilot, neemt niet weg dat daarover eerst advies aan de OR had moet worden gevraagd. UWV werd verboden om al tot invoering over te gaan.

Deze uitspraak is mij om twee redenen bij gebleven:

  1. De grote last die de OR voelde om de beslissing te moeten nemen om naar de rechter te stappen. Er was als zoveel voorwerk gedaan binnen UWV  en er was een hele plaatsingsprocedure geweest van ongeveer 1000 mensen die per 1 mei met de nieuwe werkwijze in nieuwe functies aan de slag zouden gaan. Ook de druk vanuit de Minister was groot dat UWV moest leveren.  Maar de pilots en interne onderzoeken en de conclusies van het door de OR ingeschakelde bureau Berenschot waren duidelijk: de organisatie is er bij lange nog niet voor klaar om met de nieuwe werkwijze aan de slag te gaan. Daar moest nog eerst veel in systemen e.d voor worden aangepast en uitgetest. De OR besloot dat als zoveel zaken intern nog niet op orde zijn, dat dan in het belang van alle collega’s die per 1 mei met niet goedwerkende systemen zouden moeten gaan werken, hij een verbod tot invoering van de landelijke pilot moest gaan vragen. De OR-leden vonden dit een zware verantwoordelijkheid. Dat heb ik vaker meegemaakt dat het in beroep gaan tegen een besluit van de ondernemer voor OR-leden geen sinecure is en dat het moed vraagt om dan toch in het belang van de onderneming en/of de collega’s een dergelijke afweging te maken.
  2. De 2e herinnering is veel trivialer. Ons kantoor ligt aan de route van de Utrechtse vrijmarkt, waarop de avond voor, toen nog Koninginnedag, om 18.00 de vrijmarkt losbarst. Erg gezellig en veel collega’s en familieleden die voor een goed doel het in een jaar verzamelde verkoopwaar aan de man gaan brengen. En ik zat maar de laatste hand aan mijn pleitnota te leggen om alles tijdig af te krijgen, terwijl beneden op straat de gezelligheid al losbarstte. Des te plezieriger als je dan de laatste punt hebt gezet om met een biertje je onder de mensen te begeven in naam van de Koningin.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Publicatie 2009

R. van der Stege, L.J.M. van Westerlaak, C. Nekeman, Rol van de vakbond en ondernemingsraad bij (primaire) arbeidsvoorwaarden, Reeks Vereniging voor Arbeidsrecht nr. 37, 2009, p. 63-70

In de bundel van de Vereniging van Arbeidsrecht over de eenzijdige wijziging voor arbeidsrecht (onder redactie van Sjef de Laat), schreven Rudi en Lars samen met Chris Nekeman een bijdrage over de rol van de ondernemingsraad en de vakbond bij primaire arbeidsvoorwaarden.

Uitspraak 2010

Staking vanwege AOW-plannen.

Advocaat
Rudi van der Stege
Uitspraak

In dit arrest wordt door het Hof redelijk duidelijk verwoord waar de grenzen voor vakbonden liggen, indien zij willen ageren tegen politieke besluiten. Deze grenzen leken al in eerdere instantie duidelijk te zijn, doch het hof benadrukt deze grens en maakt deze inzichtelijker.

int(35)
Sluiten

Staking vanwege AOW-plannen.

Het kabinet neemt in 2009 het principebesluit om de AOW-leeftijd van 65 jaar naar 67 jaar te verhogen. FNV en AbvaKabo c.s. hebben vanwege deze plannen werkonderbrekingen aangekondigd bij respectievelijk GVB en RET voor woensdag 7 oktober 2009 in de ochtendspits. Doel van de aangekondigde werkonderbreking is het protesteren tegen de kabinetsplannen. De vervoersbedrijven vorderen in kort geding een verbod op de werkonderbreking. De rechter wijst  dit toe, omdat hij vindt dat er sprake is van een zuiver politieke staking die niet onder de reikwijdte van art. 6 lid 4 ESH valt

Het Gerechtshof Amsterdam ziet dit anders. Het Hof vindt dat uit de rechtspraak van de Hoge Raad voortvloeit dat het recht op collectief onderhandelen als bedoeld in art. 6 lid 4 ESH ook aan de orde kan zijn, als door de overheidsmaatregelen met het oog waarop collectieve acties plaats (dreigen te) vinden, achterstand kan ontstaan in collectieve onderhandelingen over overeengekomen arbeidsvoorwaarden. Een achterstand die moeilijk in te lopen zal zijn. De hoogte van de AOW-leeftijd is op zichzelf geen punt van onderhandelen tussen vakbonden en werkgevers. Het gevolg van de verhoging is echter dat in veel gevallen langer zal moeten worden doorgewerkt. Het  hof geeft de vakbonden gelijk waar zij stellen dat dat de verhoging gevolgen zal hebben voor de collectieve arbeidsvoorwaardenonderhandelingen met betrekking tot uiteenlopende onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de aanvullende pensioenregelingen, vroegpensionering, aanvullingen tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid en ouderenbeleid in het algemeen. Het op deze gebieden bereikte onderhandelingsresultaat is afgestemd op een AOW-leeftijd van 65 jaar. Bij verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar hebben de bonden op die gebieden bij nieuwe onderhandelingen een achterstand. Dat brengt mee dat een staking gericht tegen de verhoging van de AOW-leeftijd binnen de reikwijdte van art. 6 lid 4 ESH valt.

Deze uitspraak is mij om twee redenen bij gebleven:

In dit arrest wordt door het Hof redelijk duidelijk verwoord waar de grenzen voor vakbonden liggen, indien zij willen ageren tegen politieke besluiten. Deze grenzen leken al in eerdere instantie duidelijk te zijn, doch het hof benadrukt deze grens en maakt deze inzichtelijker. Verder staat mij nog bij dat in deze zaak  het pleidooi bij het Hof zich ontwikkelde in een debat tussen partijen, waarin ook het Hof zich mengde. Het verschil met veel andere zaken was dat partijen niet alleen hun standpunten naar voren brachten en benadrukten, maar dat er een veel breder juridisch debat ontstond. Zeker niet gebruikelijk en het leidde in ieder geval tot een mooie uitspraak in het voordeel van de vakbonden.

 

Lees hier de hele uitspraak.

Uitspraak 2010

Het Albron-arrest

Advocaat
Rudi van der Stege
Datum
21/10/2010
Uitspraak

Allereerst vanwege de enorme publiciteit die de uitspraak van het HvJ EU kreeg. Vermoedelijk wel terecht omdat de weg om de Richtlijn te omzeilen in hoge mate werd beperkt.

int(36)
Sluiten

het Albron-arrest

Binnen het Heinekenconcern is het personeel in dienst van een personeelsvennootschap, Heineken Nederlands Beheer B.V. (HNB). Deze vennootschap detacheert haar werknemers bij de afzonderlijke werkmaatschappijen van het concern. De cateringactiviteiten van HNB worden uitbesteed aan Albron en de betrokken werknemers kunnen vrijwillig bij Albron in dienst getreden. De werknemers zijn als gevolg daarvan met een substantiële inkomensachteruitgang geconfronteerd, soms wel 30% tot 40%. De werknemers en FNV Bondgenoten menen dat er sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW en dat de betrokken werknemers dus met behoud van arbeidsvoorwaarden, van rechtswege bij Albron in dienst zijn getreden. In hoger beroep werd door het Hof Amsterdam aan het HvJ EU een préjudiciële vraag gesteld over de uitleg van artikel 3 lid 1 Richtlijn 2001/23/EG betreffende het behoud van de rechten van werknemers bij overgang van ondernemingen. 

 

Het HvJ EU wordt de vraag voorgelegd of ook de tot het concern behorende onderneming waarbij werknemers permanent zijn tewerkgesteld, zonder een arbeidsovereenkomst met die onderneming te hebben, als een ‘vervreemder’ in de zin van de richtlijn kan worden beschouwd. Het HvJ meent dat dit het geval is nu de richtlijn er niet aan in de weg staat dat de niet-contractuele werkgever, waarbij de werknemers permanent zijn tewerkgesteld en er dus sprake is van een arbeidsverhouding in de zin van de richtlijn, eveneens kan worden beschouwd als een ‘vervreemder’ in de zin van de richtlijn.

Deze uitspraak is mij om twee redenen bij gebleven:

Allereerst vanwege de enorme publiciteit die de uitspraak van het HvJ EU kreeg. Vermoedelijk wel terecht omdat de weg om de Richtlijn te omzeilen in hoge mate werd beperkt.

Verder staat de zaak mij goed bij omdat met deze zaak maar weer eens werd bewezen dat het soms verstandig is om tegen de (juridische) stroom in te zwemmen. Voorafgaand aan de gevoerde procedure was namelijk vrijwel iedereen in arbeidsrechtelijk Nederland de mening toegedaan dat het standpunt, dat artikel 7:662 e.v. BW ook in deze situatie van toepassing was, juridisch onjuist was. Gelukkig meenden de FNV en haar leden het omgekeerde. 

 

lees hier de volledige uitspraak.

Uitspraak 2010

Wanbeleid door overgenomen onderneming in de schulden te steken

Advocaat
Loe Sprengers
Datum
27/05/2010
Uitspraak

In de overnamepraktijk was in die tijd heel gebruikelijk dat de koopsom zoveel mogelijk door de over te nemen onderneming zelf betaald moest worden, door leningen die ondergebracht werden na verkoop bij de gekochte onderneming.

int(37)
Sluiten

Wanbeleid door overgenomen onderneming in de schulden te steken

PCM was overgenomen door een private equity onderneming APAX, waarbij bij het vertrek na 3 jaar de onderneming met een enorme schuldenlast achterbleef, die was ontstaan om de aankoop van PCM door APAX door PCM zelf te laten dragen. 

Op verzoek van de vakbonden heeft de Ondernemingskamer zich voor het eerst over deze praktijk uitgelaten en geconcludeerd dat er sprake is geweest van wanbeleid. Het belang van de vennootschap bij deze wijze van financiering van een overname is onvoldoende meegewogen. Met name de Raad van Commissarissen had ten tijde van de overname  beter oog moeten hebben voor de belangen van PCM, mede omdat de directie na overname ook zelf in het aandelenkapitaal zou gaan participeren, wat een vereiste was vanuit APAX, waardoor het risico ontstond dat de directie zich niet meer primair zou laten leiden door de belangen van PCM, maar meer door die van de aandeelhouders, waartoe zij zelf ook zouden gaan behoren.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

In de overnamepraktijk was in die tijd heel gebruikelijk dat de koopsom zoveel mogelijk door de over te nemen onderneming zelf betaald moest worden, door leningen die ondergebracht werden na verkoop bij de gekochte onderneming. De vraag of dit in het belang van de aangekochte vennootschap was, was nog niet eerder aan de Ondernemingskamer voorgelegd. Het argument dat iedereen zo een overname financierde en dat het daarom geoorloofd was, vierde hoogtij. In het voorbeeld van PCM werd duidelijk dat de koper in 3 jaar een prima rendement uit zijn investering had gehaald, maar dat de schuldenlast die men achterliet bij vertrek uit de onderneming torenhoog was. In deze uitspraak concludeert de Ondernemingskamer dat er sprake is van wanbeleid, een duidelijk oordeel over deze praktijk. Voor mij zelf gold dat het ging om een procedure waarbij heel veel advocaten voor allerlei belanghebbende die verweer voerden tegen het verzoek van de vakbonden betrokken waren en het ging om ingewikkelde materie. Als er dan zo’n uitkomst uitkomt, die zeer gunstig uitpakte voor de vakbonden waarvoor ik optrad, dan is dat wel genieten.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Uitspraak 2011

OR Unie KBO

Advocaat
Gabi Stouthart
Datum
03/08/2011
Uitspraak

Dit oordeel over de zorgplicht is hier voor het eerst zo gesteld! Dat maakt het een duidelijke beschikking van de OK die voor de praktijk heel goed toepasbaar is. Er volgde dienovereenkomst een vaste lijn in de rechtspraak. 

int(38)
Sluiten

OR Unie KBO

Er was sprake van een reorganisatie bij ouderenbond Unie KBO, waarvoor de ondernemingsraad om advies was gevraagd. Het was voor de OR onduidelijk wat de personele gevolgen van dit besluit zouden zijn. Zo was er bijvoorbeeld geen was-wordt-lijst beschikbaar. Ondanks verzoeken van de ondernemingsraad om aanvullende informatie bleef dit onduidelijk, reden waarom de ondernemingsraad een negatief advies uitbracht. De ondernemer nam het besluit desondanks.

 

De Ondernemingskamer overwoog dat de informatievoorziening tekort was geschoten. Die gebrekkige informatie voorziening was mede het gevolg van een weinig adequate communicatie van de bestuurder en de OR en een gebrek aan vertrouwen tussen partijen. Echter, onvolkomenheden in de communicatie kunnen de bestuurder zwaarder worden aangerekend, omdat de zorgplicht om het medezeggenschapstraject te bewaken eerste en vooral rust op de bestuurder. Het was daarom aan de bestuurder om een heldere en adequate communicatie na te streven en de OR zo effectief en volledig mogelijk te informeren over het voorgenomen besluit. Daarbij geldt ook dat het in beginsel niet aan de bestuurder maar aan de OR is om te bepalen welke informatie hij nodig heeft om verantwoord advies te kunnen geven. De conclusie is dat de ondernemer niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

Dit oordeel over de zorgplicht is hier voor het eerst zo gesteld! Dat maakt het een duidelijke beschikking van de OK die voor de praktijk heel goed toepasbaar is. Er volgde dienovereenkomst een vaste lijn in de rechtspraak. 

Lees hier de hele uitspraak.

Publicatie 2011

S. Broens en P. H. Burger, Niet re-integreren maar betalen: over de uitkeringslast voor werkgevers van volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikten, TRA 2011 afl 11 p. 15-18.

In dit artikel behandelen Suzanne en Pauline de problematiek rond werknemers die vanwege volledige medische arbeidsongeschiktheid door het UWV in aanmerking zijn gebracht voor een WGA-uitkering van 80-100%. Deze groep heeft geen re-integratiemogelijkheden. Middels gedifferentieerde premies dan wel eigenrisicodragerschap draagt de werkgever hiervan de financiële consequenties. Uit de evaluatie van de WIA blijkt dat deze groep groter is dan verwacht. Tevens blijkt dat het UWV grote achterstanden heeft bij het herbeoordelen, hetgeen tot nadeel van de werkgever kan leiden.

Lees hier het hele artikel

Uitspraak 2012

Bijzondere ondernemingsraad Goeree-Overflakkee

Advocaat
Suzanne Broens
Datum
14/09/2012
Uitspraak

De Ondernemingskamer heeft met deze uitspraak extra eisen gesteld aan de motiveringsplicht van de ondernemer in het geval er vooraf aan de besluitvorming randvoorwaarden zijn gesteld.

int(40)
Sluiten

Bijzondere ondernemingsraad Goeree-Overflakkee

Diverse gemeenten vormen tezamen het eiland Goeree-Overflakkee. De bedoeling is dat deze gemeenten tot één gemeente zouden worden samengevoegd. In het kader van deze samenvoeging moest er een keuze gemaakt worden voor de heffing en inning van de gemeentelijke belastingen. Middelharnis en Oostflakkee doen dit zelf. De gemeenten Dirksland en Goedereede hadden deze taken uitbesteed aan het gemeenschappelijk Samenwerkingsverband Vastgoedheffing en Waardebepaling (SVHW), gevestigd te Klaaswaal. Om een gewogen keuze te kunnen nemen was er advies gevraagd aan een extern deskundig adviesbureau.

 

Op basis van het advies werd geconcludeerd dat er randvoorwaarden moesten worden opgesteld met betrekking tot de overheveling van taken en vervolgens onderhandelingen moesten worden gevoerd met de SVHW. Aan de hand van de uitkomsten hiervan zou vervolgens een definitief besluit genomen worden. De BOR werd zowel over de randvoorwaarden als het voorgenomen besluit tot overheveling naar SVHW om advies is gevraagd.  

 

Uit de onderhandelingen met SVHW bleek dat zij niet konden voldoen aan alle randvoorwaarden.  De BOR adviseerde dan ook negatief. Het samenwerkingsverband nam in afwijking van het advies toch het besluit tot overheveling naar SVHW. Het samenwerkingsverband stelde in het besluit dat de SVHW niet aan alle randvoorwaarden kon voldoen, maar dat de randvoorwaarden niet als ‘knock-out’ golden, dat was nimmer de bedoeling geweest. 

 

De Ondernemingskamer overwoog:

De Ondernemingskamer kan de gemeenten niet volgen in dit betoog. In de eerste plaats drukt – taalkundig – het woordrandvoorwaarden’ uit dat aan de aldus aangeduide voorwaarden moet zijn voldaan, althans dat aan de voorwaarden een zwaarwegend belang moet worden toegekend”.  De Ondernemingskamer overwoog vervolgens dat het feit dat de BOR afzonderlijk om advies is gevraagd eveneens de zwaarwichtige betekenis tot uitdrukking brengt 

 

De Ondernemingskamer oordeelde dat, gelet op dit zwaarwegende belang dat door de ondernemingsraad redelijkerwijs aan de randvoorwaarden mocht worden toegekend, er een zware motivatieplicht gold waarom ondanks het niet vervuld zijn van de randvoorwaarden toch tot (volledige) uitbesteding is besloten.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

De Ondernemingskamer heeft met deze uitspraak extra eisen gesteld aan de motiveringsplicht van de ondernemer in het geval er vooraf aan de besluitvorming randvoorwaarden zijn gesteld.  In de uitspraak is bepaald dat aan randvoorwaarden een zwaarwegend belang wordt gehecht.  Dat betekent in beginsel dat de ondernemingsraad de ondernemer kan houden aan deze randvoorwaarden. Kan de ondernemer niet goed motiveren waarom hij ondanks de gestelde randvoorwaarden hiervan afwijkt dan kan de Ondernemingskamer het besluit kennelijk onredelijk achten.

Lees hier de volledige uitspraak.

Tijn Tas en Dennis Schwartz

Alles komt ter sprake aan de lunchtafel

Van de jongste lichting advocaten op dit kantoor verwacht je misschien afwijkende standpunten of aanpak. Maar wat opvalt is juist de overeenstemming in visie met de eerdere generaties. Het draait ook voor hen om een balans in de verhouding tussen werknemers en werkgevers en het streven naar rechtvaardigheid in die verhouding. Daarbij hebben Tijn en Dennis alle ruimte voor hun eigen professionele groei en ontwikkeling.

Na zijn afstuderen in 2020 werkte Tijn Tas een half jaar bij een commercieel kantoor. ‘Dat bleek niet bij mij te passen. Eerder liep ik al stage bij Sprengers en dat contact was snel weer opgepakt. Zo kwam ik als advocaat-stagiair in juni ’21 opnieuw op dit kantoor terecht en eind juli werd ik beëdigd als advocaat. Binnenkort voltooi ik hier mijn driejarige beroepsopleiding.’

Lees meer
int(41)
Sluiten

Welkom

Tijn kwam binnen in een ‘rare tijd’, vertelt hij, als stagiair tijdens corona. ‘Ik was zowat de enige student die nog op locatie kon werken, en nog wel om de hoek.’ Toch had hij meteen het idee dat hij hier welkom en op zijn plek was.
Wat ook hielp was de tijd dat hij een kamer deelde met Pauline Burger, zijn patroon. ‘Zo bleef zij op de hoogte van waar ik mee bezig was en konden we dat met elkaar bespreken. Van haar heb ik echt heel veel geleerd.’

Grote zelfstandigheid

Dennis, toegetreden in 2023, haakt aan op de ontspannen sfeer. ‘Dit is geen keihard commercieel kantoor waar declarabele uren op één staan. Je hebt volop tijd voor je eigen ontwikkeling en om bij te dragen aan de ontwikkeling van ons vakgebied. In mijn geval betekent dit dat ik veel ruimte heb om bijvoorbeeld artikelen te schrijven en te werken aan mijn proefschrift.’ 

Lijstje

Dennis’ motivatie vertoont veel overeenkomsten met die van Tijn. ‘Ik was mijn stage begonnen bij De Voort in Tilburg. Aan het eind ben ik overgestapt naar De Brauw in Amsterdam. Leuke mensen ook bij De Brauw, hoog niveau werk, maar het soort werk paste mij minder goed.’ Dennis was gewend om in grote zelfstandigheid ‘door het land te reizen naar ondernemingsraden’ en miste dat.
‘Ik heb toen een lijstje gemaakt van de kantoren waar ik graag zou willen werken en Sprengers stond bovenaan. Ik ben met Annette een kop koffie gaan drinken en daarna was het snel geregeld.’

Het werk op dit kantoor vraagt veel eigen initiatief. Beide mannen ervaren dit als een stimulans. Die vrijheid en zelfstandigheid brengen echter ook verantwoordelijkheid met zich mee. ‘Je wordt als nieuweling enigszins in het diepe gegooid,’ lacht Dennis. ‘Maar je ook kan elk moment bij iemand aankloppen. Er is altijd wel iemand die je bij een zaak betrekt, ik kreeg meteen genoeg te doen. Dat hier minder de nadruk ligt op de factureerbaarheid dan elders, maakt ons echt bijzonder.’

Arbeidsrecht en medezeggenschapsrecht

‘Wij zijn geen groot kantoor maar groot genoeg om alle zaken op hoog niveau aan te pakken,’ zegt Dennis. ‘Vergeleken met de gemiddelde afdeling arbeidsrecht op een groter kantoor, zijn we juist niet klein. Ook omdat we allemaal op dit gebied deskundig zijn. En we zijn klein genoeg om niet alles organisatorisch te hoeven opdelen en om snel te kunnen schakelen. Dat maakt het prettig om hier te werken.’ 

Tijn werkte als stagiair aanvankelijk het meest in arbeidsrechtzaken, vooral individueel. Dat is de basis, zegt hij. ‘Na verloop van tijd ga je steeds meer meekijken bij de medezeggenschap.’ Op den duur werken alle collega’s in het medezeggenschapsrecht, ieder in zijn of haar eigen aandachtsgebieden.
Dennis: ‘Wij deden allebei dezelfde opleiding arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, en daardoor waren we behoorlijk snel thuis in dit specialistisch vakgebied.’

Karakters

Is er veel veranderd sinds de eerdere generaties hier binnenkwamen? Dennis en Tijn zien vooral een constante en gemeenschappelijke visie. ‘De wereld is natuurlijk veranderd sinds bijvoorbeeld Loe hier aantrad. Maar iedereen hier stelt zich open op, blijft op de hoogte en probeert aansluiting te houden. Hier geen boomers of dinosaurussen die niet meegaan met hun tijd,’ lachen beiden.
Wel bestaat deze ploeg uit heel verschillende karakters met verschillende talenten. En dat blijkt verrijkend, merkt Tijn: ‘Zo kan je van iedereen weer wat anders leren.’
Dennis vertelt dat de onderlinge uitwisseling groot is. ‘Iedereen is op de hoogte van elkaars lopende zaken. Als één iemand een zaak wint of verliest, winnen of verliezen we allemaal.’ 


Aan de keukentafel worden lopende zaken steeds tot in detail gefileerd. ‘Dat brengt onder het genot van een boterham met kaas vaak toch weer nieuwe inzichten.’ Beiden verbazen zich erover hoe oudere collega’s steeds zaken uit hun geheugen plukken om de nieuwe mee te vergelijken.
‘Gelukkig hebben we ook een complete database met alle medezeggenschapsuitspraken sinds de jaren ’80, zodat we niet alleen afhankelijk zijn van de geheugens van onze meer senior collega’s.’

Rechtvaardige arbeidsrelaties

Het kantoor heeft intussen nog steeds een sociale inslag. Tijn en Dennis beamen én nuanceren dit beeld. Tijn: ‘In de advocatuur wil je in principe geen politiek bedrijven. Wij staan wat vaker aan de kant van de werknemer en ondernemingsraad. Dat kan je sociaal noemen.’
Dennis: ‘Het gaat ons om de basis van het arbeidsrecht, namelijk rechtvaardige arbeidsrelaties en compensatie van de ongelijke posities tussen werkgevers en werknemers.’
Dat betekent zeker niet dat iedereen altijd dezelfde mening is toegedaan. ‘Het gaat er soms pittig aan toe in de discussies,’ lacht Dennis. ‘Het mooie is dat ik mijn eigen opvattingen niet opzij hoef te zetten’ sluit Tijn aan. ‘En ik heb de ruimte om te kiezen of ik een zaak al dan niet wil aannemen.’ 

Dankbaar

De praktijk bevat zaken die veel indruk hebben gemaakt. Samen met Pauline deed Tijn bijvoorbeeld een toevoegingszaak voor een Eritrese vrouw. ‘Er moest steeds een tolk bij. Door haar gebrek aan status kon een werkgever haar vijf maanden laten werken zonder betaling, feitelijk een vorm van moderne slavernij. Het is gelukt om die werkgever haar achterstallig loon te laten betalen, en dat was een dankbaar moment. Een kans om iemand te helpen die dat echt nodig heeft.’

Tijn doet relatief veel zaken in hoger beroep. Tijn: ‘De eerste keer was dat zeker spanend. Maar de zittingen aan het hof zijn wat formeler dan bij een kantonrechter, en daardoor kun je je er beter op voorbereiden.’ Dennis prijst Tijns juridische handigheid daarbij.

‘Mijn eerste zitting toen ik bij dit kantoor kwam draaide onder meer om de vraag of de ondernemingsraad kon procederen op grond van artikel 28 Wor, de stimuleringsbevoegdheid van de ondernemingsraad,’ vertelt Dennis. Daarin kon hij meteen zijn ei kwijt. Zulke zaken zijn ook tekenend voor het kantoor: ‘Soms principiële zaken met een stevige wetenschappelijke onderbouwing als basis, maar altijd met als doel om een ondernemingsraad in de praktijk verder te helpen’.

Toekomst bij Sprengers

Tijn zit aan het eind van zijn stage maar zal ook daarna werkzaam blijven bij Sprengers. In de toekomst ziet hij dit kantoor meebewegen met de onderwerpen die toenemende aandacht krijgen in het bedrijfsleven. ‘Denk aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu. De ondernemingsraden krijgen met die onderwerpen een grotere rol, waarmee ook ons werk zal veranderen.’

Dennis ziet veel aandacht voor de actuele maatschappelijk ontwikkelingen binnen het kantoor. ‘Als kantoor haken wij daarop aan en zo kunnen we ook een bijdrage blijven leveren. Het medezeggenschapsrecht staat nooit stil en wij kunnen bogen op veel kennis en ervaring om ondernemingsraden ook bij die nieuwe ontwikkelingen te ondersteunen.’

Iets minder bescheidenheid zou af en toe wel mogen, geeft Dennis aan. ‘Wij doen echt toffe en baanbrekende zaken, maar zijn helemaal niet borstklopperig. Soms kun je door wat meer naar buiten te treden over je werk, ook anderen enthousiasmeren voor dit mooie vakgebied. Dat kan in de enigszins vergrijzende medezeggenschapswereld geen kwaad!’

Wat willen ze juist vooral behouden? ‘’Wij kunnen een goede balans houden dankzij de meer commerciële zaken die we doen. Dat schept ruimte voor zaken die minder opbrengen maar wel heel belangrijk zijn, zoals sommige toevoegingszaken,’ zegt Dennis.
‘Dat is tof van onze goede naam in het medezeggenschapsrecht, een niche die zo goed past bij onze manier van werken.’

Hagelslag en kaas

Tekenend voor de goede sfeer op kantoor is de lunch. Tijn: ‘Dagelijkse worden er boodschappen gedaan voor boterhammen met hagelslag en kaas, en als de bel gaat, gaan we samen lunchen. Alles komt dan ter tafel, van Temptation Island tot politieke beschouwingen of de nieuwste uitspraak van Hoge Raad. Uiteraard inclusief de medewerkers van de ondersteuning. Zij vormen net zoveel onderdeel van dit kantoor als de rest. Neem Nadia en Simone, zij zitten al twintig jaar bij de zaak! En Marion, die laatst voor Dennis boterhammen smeerde voor onderweg omdat hij geen tijd had voor de lunch. Mooi toch? Zij zijn wat meer achtergrondtypes dan de advocaten, die graag het podium pakken. Al zie je daarin ook weer onderlinge verschillen, zoals tussen Loe, de wat meer nuchtere wetenschapper, en Rudi de gedreven advocaat met gevoel voor show.’

Publicatie 2014

P.H. Burger en P. Fluit, Over het leed dat BeZaVa heet: de vangnetter en de ex-werkgever, TRA 2014, nr. 2.

Zieke werknemers die hun werkgever en daarmee het recht op loondoorbetaling verliezen, vallen terug in het vangnet van de Ziektewet. Omdat een WIA-evaluatie uit 2011 leerde dat er disproportioneel veel ‘vangnetters’ zonder werkgever instromen vanuit de Ziektewet in de WIA, heeft de regering met de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (de Wet BEZAVA) besloten voor deze groep specifieke maatregelen te nemen. In dit artikel richten Pauline en Pieter Fluit de aandacht op de financiële prikkels voor die werkgever, op de (financiële) gevolgen van de maatregelen en op de vraag of en hoe de werkgever deze kan vermijden of beïnvloede

Lees hier het hele artikel

Ruben Houweling, hoogleraar arbeidsrecht:

‘Nobody wins unless everybody wins’

Ruben Houweling, hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit, leerde eerst Loe kennen en daarna het advocatenkantoor met diens achternaam. Op de universiteit ontmoetten beiden elkaar als collega-wetenschappers. Kort daarna kwam hij Sprengers Advocaten ook tegen “in het veld”. Houweling: ‘Een kantoor dat te boek staat als sterk in medezeggenschap. Maar ook een kantoor van het andere geluid.

Lees meer
int(43)
Sluiten

Dan is er nog de andere link via de master Arbeidsrecht. Dennis Schwartz en Tijn Tas volgden beiden hun master bij Houweling, en Sprengers Advocaten was een van de partner-kantoren waar studenten stage konden lopen. Zo kwam Tijn vanuit zijn stage terecht bij Sprengers, en Dennis via een omweg. 

Wat is er zo anders aan Sprengers advocaten?
‘Hun focus op de werknemers, afgezet tegen de grote Zuidas-praktijken die voornamelijk werkgevers bijstaan. Dit kantoor staat net zo graag werkgevers bij, maar zijn daarin gesterkt doordat ze minstens even vaak ondernemingsraden bijstaan. Alle medewerkers hebben die sterke oriëntatie op beide partijen, werkgevers én werknemers. Dit op een bijna principiële grondslag, namelijk: waarom bestaat het arbeidsrecht en hoe kunnen we dat zo goed mogelijk inzetten, ten bate van alle medewerkers en zonder wetten te omzeilen? In plaats van de tegenstelling en confrontatie zoekt Sprengers Advocaten de synergie en de verbinding. En als het moet zijn het gewoon goede advocaten die de confrontatie aangaan.’

U geeft de medewerkers jaarlijks een scholing?
‘Dat klopt, sinds een jaar of vijf gaat dat op een vrij vaste basis: in het derde weekend van januari praat ik hen bij. Die aanpak past erg bij Loe, een man van processen en structuur. Dus aan het begin van het jaar bewust tijd inruimen voor bezinning, zodat je meteen je opleidingspunten ook binnen hebt.’

Hoe ziet u de jongste generatie bij Sprengers?
‘Na de musketiers van het eerste uur moet je ervoor zorgen dat er een nieuwe lichting musketiers klaarstaat, een volgende generatie. Net als Annette passen ook Tijn en Dennis uitstekend in het Sprengers-profiel: sterk in medezeggenschap, brede oriëntatie, wetenschappelijke insteek. Zij vormen een aanwinst voor deze club. Voor mij tekent dit ook de strategie van dit kantoor, en zeker die van Loe. Hij is zo actief in het vakgebied, met boeken, symposia, als voorzitter van de Vereniging voor Arbeidsrecht. Organiseren waar je kan, lijkt het motto. Dus ook niet wachten tot iedereen weg is maar zoeken naar mensen die passen bij het DNA van je kantoor.’

Welke zaak is voor u kenmerkend voor hun praktijk?
‘Daar zou ik wel een rechtspraakonderzoek op willen loslaten! Sprengers Advocaten is bij zeer veel Ondernemingskamer-kwesties betrokken geweest, net als bij vele belangrijke stakingen. Het gaat daarbij opvallend vaak om fundamentele kwesties zoals de toepassing van het stakingsrecht of van de Wor.’

Vasthouden aan een overtuiging

‘Een voorbeeld van de impact van dit kantoor, is hun rol rond het primaat van de politiek in de medezeggenschap van overheden. Sprengers verdedigde een aantal malen ondernemingsraden, zowel bij de OK als de Hoge Raad. De discussie was of de or wel monddood gemaakt kan worden met het aanvoeren van dit wetsartikel, of dat dit toch echt te veel werd opgerekt. Ook al merkte hij steeds dat die deur dicht zat, Sprengers ging door. Samen met de vakbonden deed hij een onderzoek naar dit onderwerp, wat een boekje en een symposium opleverde. En dat leidde weer tot een SER-adviesaanvraag over de vraag: doen we het wel goed met dat politiek primaat? Zo bijt dit kantoor zich als een terriër vast. Niet om te willen winnen maar omdat het volgens hen principieel niet klopt wat er gebeurt. Dat is vasthouden aan een overtuiging. Het gaat hier om meer dan een individuele zaak, hier gaat om het collectief belang. Daar zien we de collectief-gedachte weer terug.’

Hoe ziet u de toekomst van dit kantoor over pakweg tien jaar?
‘Gezien de ontwikkeling van mijn studentenpopulatie, heeft een kantoor als Sprengers een sterke propositie. Het is namelijk een kantoor met waarde-creatie. Het ambacht is belangrijk, maar ook de manieren waarop je dat kunt inzetten. De huidige studenten zijn veel minder dan de vorige lichtingen geïnteresseerd in het grote geld. Zij zoeken het in een stage met inhoud, betrokkenheid en bevlogenheid. Daarin hoeft Sprengers Advocaten zich niet eens te positioneren: zij zíjn een kantoor van waarden.’

Heeft u nog een boodschap voor onze advocaten?
‘Als ik een tip mag geven: authenticiteit blijft. En om een favoriet van Loe te citeren, de tijdloze Bruce Springsteen ofwel The Boss zei ooit: “Nobody wins unless everybody wins”. Dat is dit kantoor ten voeten uit.’

Uitspraak 2015

OR Provincie Zuid-Holland

Advocaat
Lars van Westerlaak
Datum
16/04/2015
Uitspraak

Deze uitspraak is mij bijgebleven omdat de ondernemingsraad wel een drempel over moest alvorens een procedure werd aangespannen. Tot tweemaal toe toonde de OR zich gevoelig voor een schikkingspoging van de bestuurder, hoewel een schikking hier niet goed denkbaar was.

int(44)
Sluiten

OR Provincie Zuid-Holland

In deze zaak draaide het op fasering van de besluitvorming. De primaire verantwoordelijkheid van de ondernemer voor het goede verloop van het medezeggenschapstraject houdt o.m. in dat de ondernemer moet waarborgen dat de fasering en de opsplitsing in afzonderlijke besluiten geen afbreuk mag doen aan de effectiviteit van de medezeggenschap. Fasering mag er niet toe leiden dat de ondernemer zich in de fase van besluitvorming van een inrichtingsplan op het standpunt stelt dat bedenkingen van de OR ‘te vroeg’ naar voren worden gebracht en in de latere fase van het personeelsplan aan de OR tegenwerpt dat die bedenkingen en vragen ‘te laat’ komen, gelet op het reeds vastgestelde inrichtingsplan uit de eerdere fase. Daarnaast mag opsplitsing in afzonderlijke besluiten ten aanzien van dezelfde organisatie er niet toe leiden dat het overzicht van de gevolgen voor de bestaande organisatie in zijn totaliteit onvoldoende duidelijk is.

 

Deze uitspraak vult de verantwoordelijkheid van de ondernemer voor de effectiviteit van het medezeggenschapstraject verder in. Opknippen, doorschuiven, faseren; het mag niet ten koste gaan van de effectiviteit noch ten koste gaan van het overzicht van de gevolgen. Het vult daarmee ook het voorschrift van 25 lid 3 WOR in: “overzicht” is hier letterlijk genomen.

Waarom is deze uitspraak je bijgebleven?

Deze uitspraak is mij bijgebleven omdat de ondernemingsraad wel een drempel over moest alvorens een procedure werd aangespannen. Tot tweemaal toe toonde de OR zich gevoelig voor een schikkingspoging van de bestuurder, hoewel een schikking hier niet goed denkbaar was. Nieuw was ook dat het  personeel van de Provincie, voor zover niet aanwezig in de zaal, de zitting meeluisterde via een livestream. Deze betrokkenheid van het personeel uitte zich ook na ontvangst van de beschikking: de OR kreeg in het provinciehuis een staande ovatie. Het ‘plan Joost Eerdmans’ om de Provincie Z-H. op te knippen en een groot deel van de taakstelling te verzelfstandigen is hierdoor niet doorgegaan.

Lees hier de hele uitspraak

Uitspraak 2016

Inhuren ZZP’ers tijdens staking is schending van het onderkruipers­verbod

Advocaat
Pauline Burger
Datum
08/03/2016
Uitspraak

Het inlenen van zogenoemde losse krachten om een staking te breken, is in strijd met onderkruipersverbod dat geldt in geval van een staking. De rechter legt de Waadi ruim uit, zodat dit onderkruipersverbod niet met behulp van derden kan worden geschonden.

int(45)
Sluiten

Inhuren ZZP’ers tijdens staking is schending van het onderkruipersverbod

Tussen de FNV en de Vlissingse Bootliedenwacht (hierna: VLB) die opereert in het havengebied van Vlissingen is in december 2010 een conflict ontstaan met betrekking tot een af te sluiten cao. De vergunningverlener, Zeeland Seaports schakelt zelfstandigen in om de bestaakte werkgever behulpzaam te zijn bij zijn werkzaamheden, het aan- en afmeren van schepen. De staking wordt daarmee verhinderd. 

FNV vordert schadevergoeding van de vergunningverlener die zich in het arbeidsconflict heeft gemengd door de bestaakte werkgever te helpen. 

De rechter oordeelt dat het inschakelen van derde bootlieden door Havenmeester om veilige en vlotte verkeersafwikkeling in de haven te garanderen tijdens staking bij bootliedenwachtbedrijf in de Vlissingse haven, leidt tot schending van artikel 10 WAADI en onrechtmatig is. FNV heeft recht op schadevergoeding van €15.000.

Waarom is deze uitspraak je bijgebleven?

Het inlenen van zogenoemde losse krachten om een staking te breken, is in strijd met onderkruipersverbod dat geldt in geval van een staking. De rechter legt de Waadi ruim uit, zodat dit onderkruipersverbod niet met behulp van derden kan worden geschonden.

Lees hier de hele uitspraak.

Uitspraak 2016

OR Thomas Cook: onafhankelijke samenstelling RvC

Advocaat
Pauline Burger
Datum
01/07/2016
Uitspraak

In deze zaak is de relevantie door de Ondernemingskamer gewezen jurisprudentie ter zake van de rol en samenstelling van de RvC bevestigd.

int(46)
Sluiten

OR Thomas Cook: onafhankelijke samenstelling RvC

Het besluit tot toepassing van een verzwakt structuurregime bij de RvC is kennelijk onredelijk omdat niet duidelijk is dat deze in voldoende mate onafhankelijk is samengesteld wanneer deze slechts uit concernfunctionarissen bestaat. De ondernemer wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen de kaders die door de Ondernemingskamer worden gesteld.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

In deze zaak is de relevantie door de Ondernemingskamer gewezen jurisprudentie ter zake van de rol en samenstelling van de RvC bevestigd. (vgl. OK 2 februari 1989, ECLI:NL:GHAMS:1989:AB7885 (Kodak) en OK 13 maart 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5761 (Corus)) Deze lijn houdt in dat de RvC in voldoende mate onafhankelijk moet zijn en daar bij de samenstelling rekening mee moet worden gehouden.

Ook kan dit in een adviestraject met de OR aan de orde worden gesteld bij een statutenwijziging houdende de invoering van het structuurregime. 

Lees hier de hele uitspraak.

Publicatie 2016

A.R. Houweling & L.C.J. Sprengers (red.), 70 jaar Vereniging voor Arbeidsrecht: einde van het begin, Deventer: Kluwer 2016.

Samen met hoogleraar arbeidsrecht Ruben Houweling voerde Loe de redactie over een bundel ter gelegenheid van het 70-jarge bestaan van de Vereniging voor Arbeidsrecht

Uitspraak 2017

KLM en uitwisselbare functies

Advocaat
Pauline Burger en Annette Terpstra
Datum
05/12/2017
Uitspraak

Het ging om een groep cliënten voor wie de plaatsing in functie belangrijk was. Het waren zeer ervaren werknemers die door een semantisch verschil in de competentiebeschrijving plots hun werk niet meer zouden kunnen doen.

int(48)
Sluiten

Wanneer is sprake van uitwisselbare functies als bedoeld in art. 13 van de Ontslagregeling?

Binnen KLM vond een reorganisatie plaats, waarbij functies kwamen te vervallen, en er nieuwe functies werden gecreëerd. KLM heeft de functie van onze cliënten; teamleider Airside Operations, opgeheven en hen nadien niet geplaatst in de nieuwe functie van Shiftleader. Het verschil in de functies wordt grotendeels door KLM verklaard door andere competenties. Partijen verschillen van mening of het hier om uitwisselbare functies gaat. De in het kader van deze reorganisatie ingestelde Geschillencommissie heeft, op advies van de Commissie van Classificatiedeskundigen, de functies niet uitwisselbaar geacht. De kantonrechter heeft de vordering van cliënten afgewezen. Pauline en ik hebben in hoger beroep deze medewerkers bijgestaan. In hoger beroep zijn de vorderingen toegewezen. KLM heeft cassatie ingesteld.

Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt KLM om de werknemers toe te laten tot het werk in de functie van Shiftleader. Het hof overweegt daartoe onder meer dat de nieuwe functie van Shiftleader moet worden beschouwd als een uitwisselbare functie ten opzichte van de voormalige functie van de TAO’s.

De Hoge Raad overweegt dat het hof een en ander niet heeft miskend. De overweging van het hof dat bij de beoordeling van de uitwisselbaarheid van de functies, naast de in art. 13 Ontslagregeling genoemde gezichtspunten, alle omstandigheden van het geval van belang zijn, moet volgens de Hoge Raad aldus worden begrepen dat bij de beantwoording van de vraag of beide functies uitwisselbaar zijn, alle omstandigheden van belang zijn die op die gezichtspunten een licht kunnen werpen. Daarmee oordeelt de Hoge Raad contrair aan de conclusie van Advocaat-Generaal De Bock. Zij concludeerde dat ‘alle omstandigheden van het geval’ niet van belang zijn bij de beoordeling op sprake is van uitwisselbare functies, maar slechts de gezichtspunten die worden genoemd in art. 13 lid 1 Ontslagregeling, waarmee zij impliceert dat ‘alle omstandigheden van het geval’ ook niet van belang kunnen zijn als zij een licht werpen op de in art. 13 lid 1 Ontslagregeling genoemde gezichtspunten. De Hoge Raad is dus een andere mening toegedaan.

Waarom is deze uitspraak je bijgebleven?

Het ging en op groep cliënten voor wie de plaatsing in de functie belangrijk was. Het waren zeer ervaren werknemers die door een semantisch verschil in de competentiebeschrijving plots hun werk niet meer zouden kunnen doen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Publicatie 2017

L.C.J. Sprengers, Reorganiseren en collectiviteiten, opgenomen in ’Het reorganiserend vermogen in het arbeidsrecht in beweging, Congresbundel van Nationaal Arbeidsrechtcongres 2016, uitgegeven door SDU Uitgevers BV Den Haag 2017, ISBN: 9789012399685; NUR 825, p. 65-87.

Ter gelegenheid van het viertiende Nationale Arbeidsrecht Congres schreef Loe een bijdrage in de bundel.

Publicatie 2017

L.C.J. Sprengers, Waar moeten ondernemer en ondernemingsraad rekening mee houden bij advies –en instemmingstrajecten? Arbeidsrecht 2017/35, p. 10-18.

In de Wet op de ondernemingsraden (WOR) staat een aantal procedurele voorschriften die ondernemer en ondernemingsraad in acht moeten nemen bij het medezeggenschapsoverleg. Deze zijn in de loop der tijd in rechtspraak en praktijk verder uitgewerkt. In dit artikel worden aandachtspunten voor zowel ondernemer als ondernemingsraad op een rijtje gezet die voortvloeien uit wet, rechtspraak en praktijk.

Lees hier het hele artikel

Uitspraak 2018

Shared Service Centrum OR Maastricht

Advocaat
Loe Sprengers
Datum
21/11/2018
Uitspraak

Ten eerste omdat in deze uitspraak nog duidelijker dan al in eerdere uitspraken de Ondernemingskamer beslist heeft dat bij het adviesrecht bevoegdheden van vakbonden en OR samenlopen en elkaar niet uitsluiten.

int(51)
Sluiten

Shared Service Centrum OR Maastricht

De gemeente Maastricht had besloten om met  andere gemeenten in Zuid Limburg een Shared Service Centrum op te zetten. Hierover zijn twee procedures gevoerd. Ten eerste of er bedrijfseconomisch wel voldoende goede plannen aan ten grondslag lagen. De Ondernemingskamer is daar niet aan toegekomen. Hoewel er advies was gevraagd, achtte de Ondernemingskamer zich niet bevoegd omdat het onderwerp onder het primaat van de politiek viel. Hetgeen later ook de Hoge Raad heeft bevestigd. 

Maar daarna werd de OR nog advies gevraagd over de invoering en de maatregelen die genomen zouden worden om de gevolgen van de ambtenaren die voor het Shared Service Center werkzaam zouden gaan zijn op te vangen. De ondernemer stelde dat aan de OR geen adviesrecht toekwam, omdat hierover met de vakbonden was onderhandeld. De Ondernemingskamer maakt duidelijk, dat de OR toch een adviesrecht heeft over het sociaal plan. Anders dan bij het instemmingsrecht is geregeld, geldt bij het adviesrecht niet dat als er een akkoord met de vakbonden is daarover het adviesrecht van de OR vervalt.

Waarom is deze uitspraak je bij gebleven?

Ten eerste omdat in deze uitspraak nog duidelijker dan al in eerdere uitspraken de Ondernemingskamer beslist heeft dat bij het adviesrecht bevoegdheden van vakbonden en OR samenlopen en elkaar niet uitsluiten.

Ten tweede omdat dit een langlopende zaak is, waarbij op juridische gronden vanwege het primaat van de politiek de vraag of er een redelijke business case ten grondslag lag aan het Shared Service Center door de rechter niet is getoetst. Maar, mede door de vasthoudendheid van de OR, is er daarna in de gemeenteraad nog veel aandacht aan besteed. Dat heeft ook weer tot gevolg gehad dat een aantal vakbondsleden en OR-leden geconfronteerd zijn sancties omdat zij informatie uit vertrouwelijk notulen zouden hebben gelekt. Er is door de gemeente een recherchebureau ingeschakeld, dat veel druk op de vakbondsleden en OR -leden heeft gelegd,. De OR heeft hiertegen later ook nog een procedure gevoerd en daarin in het gelijk gesteld. Deze zaak maakte duidelijk dat zeker in een politieke omgeving er een gewoonte kan zijn om als er tegenkrachten zijn om op de man te gaan spelen in plaats van op de bal. Dat maakte voor mij weer eens te meer duidelijk dat een goede rechtsbescherming voor degenen die als vertegenwoordiger van het personeel hun nek uitsteken in een organisatie van groot belang is. 

Lees hier de volledige uitspraak.

Publicatie 2018

P. Burger en L.C.J. Sprengers, Zoals het heurt is niet zoals het gebeurt, Ondernemingsrecht maart 2018, afl. 4, p. 184-190, Ondernemingsrecht 2018/31

Naar aanleiding van enkele beschikkingen die van groot belang zijn voor de vormgeving van het medezeggenschapstraject bij de verkoop van een onderneming door aandelenoverdracht, schreven Pauline en Loe een artikel. Zij merkten in hun praktijk in het bijstaan van ondernemingsraden bij ondernemingen die verkocht worden dat de rol die de OR wordt toebedeeld vaak ver afstaat van hetgeen op grond van wet en jurisprudentie is geboden.

Lees hier het hele artikel.

Publicatie 2019

G.A. Stouthart, ‘Arbeidsconflicten en mediation’ , Arbeidsrecht 2019/30.

Mediation is een meer en meer voorkomend interventiemiddel bij arbeidsconflicten. In dit artikel staat Gabi stil bij wat mediation precies inhoudt en in welke situaties het kan worden ingezet als middel om een arbeidsconflict op te lossen. De Wet bevordering mediation kan in dit kader niet ongenoemd blijven. Verder gaat Gabi in op de vraag hoe vrijwillig de keuze voor mediation eigenlijk is, bijvoorbeeld na een advies van de bedrijfsarts. In dat kader wordt recente rechtspraak hierover besproken. Het is belangrijke informatie voor de arbeidsrechtadvocaat om zijn klant goed te kunnen adviseren.

Lees hier het hele artikel

Publicatie 2019

L.C.J. Sprengers, Cao-geschillencommissies: doekje voor het bloeden of volwaardige rechtsbescherming? Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk (TAP) 2019/61, p. 13-18.

In dit artikel geeft Loe een schets van de verschillende vormen van geschilbeslechting door commissies die in een cao of door cao-partijen in het leven geroepen kunnen worden. De inhoud van dit artikel is deels gebaseerd op de inhoud van juridische literatuur en deels op zijn eigen ervaringen als advocaat, waarbij Loe betrokken is geweest bij geschillen voor dergelijke commissies alsook in de rol van voorzitter van dergelijke commissies. 

Lees hier het hele artikel

Publicatie 2019

L.C.J. Sprengers & R.D.Poelstra (red.), 40 jaar rechtspraak Ondernemingskamer over adviesrecht, Vereniging voor Arbeidsrecht-reeks nr. 46, Boom Juridisch Den Haag 2019

Ter gelegenheid van het 40-jarige bestaan van de mogelijkheid voor de ondernemingsraad om in beroep te gaan bij de Ondernemingskamer voerde Loe samen met Roy Poelstra de redactie over een boek omtrent het adviesrecht van de ondernemingsraad.

Uitspraak 2020

Uitsluiting OR-lid op grond van art. 13 WOR

Advocaat
Annette Terpstra
Datum
27/03/2020
Uitspraak

Dit is het eerste en tot nu toe enige arrest van de Hoge Raad over art. 13 lid 1 WOR. Het ging om een bijzondere client, die zich onhandig had uitgedrukt, maar het OR-werk met veel passie en toewijding deed.

int(56)
Sluiten

Uitsluiting OR-lid op grond van art. 13 WOR

Sinds 2015 is werknemer door de voorzitter van de OR meermaals aangesproken op diverse ongenuanceerde uitlatingen. In november 2016 heeft werknemer tijdens een overlegvergadering tussen de directie en de OR een opmerking gemaakt die verwees naar de huidskleur van de aanwezige systeembeheerder. Hierop is de directie weggelopen. De algemeen directeur van AB Vakwerk heeft op 1 december 2016 in een brief aan het dagelijks bestuur van de OR geschreven dat voornoemd incident de druppel was die de emmer deed overlopen. 

Op 8 maart 2017 hebben AB Vakwerk en de OR schriftelijk aan werknemer meegedeeld dat zij voornemens zijn een verzoek ex artikel 13 lid 1 WOR in te dienen om te bewerkstelligen dat hij niet langer werkzaamheden voor de OR verricht en werknemer is in de gelegenheid gesteld hierover op de voet van artikel 13 lid 2 WOR te worden gehoord. Op 28 maart 2017 is werknemer gehoord. AB Vakwerk en de OR hebben de kantonrechter verzocht werknemer uit te sluiten van alle werkzaamheden van de OR voor de rest van de periode waarvoor hij is verkozen. De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen. 

Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter vernietigd en de uitsluiting van werknemer van werkzaamheden van de OR tot het einde van zijn zittingsperiode met onmiddellijke ingang opgeheven. Het hof overwoog onder meer dat de toets voor het uitsluitingsverzoek is of werknemer het overleg van de OR met de ondernemer ernstig belemmert. De ondernemer dient de noodzaak van de uitsluiting te onderbouwen met concrete feiten en omstandigheden waaruit het wangedrag blijkt (ter invulling van de ‘ernstige belemmering’), in beginsel ook met eerdere waarschuwingen om dat gedrag na te laten, waaronder een ondubbelzinnige laatste waarschuwing. Deze heeft in dit geval ten onrechte niet plaatsgevonden, aldus het hof. In cassatie staat met name deze laatste overweging centraal.

Beantwoording van de vraag of het gedrag van het OR-lid de werkzaamheden van de ondernemingsraad ernstig belemmert, moet plaatsvinden aan de hand van alle feiten en omstandigheden van het geval. Bij dat oordeel dient de rechter in aanmerking te nemen dat de ondernemingsraad bestaat uit democratisch gekozen leden die ten behoeve van de werknemers invulling geven aan het grondwettelijk verankerde recht op medezeggenschap (art. 19 lid 2 Grondwet). Dat betekent dat aan een lid van de ondernemingsraad een aanzienlijke mate van vrijheid toekomt in de wijze waarop hij aan dat lidmaatschap invulling geeft. Daarnaast volgt uit de tekst van artikel 13 lid 1 WOR en de parlementaire geschiedenis daarvan dat alleen bij een ernstige en herhaalde belemmering van de werkzaamheden van de ondernemingsraad door het lid van de ondernemingsraad, een gehele of gedeeltelijke uitsluiting van dat lid aan de orde kan zijn. Het voorgaande betekent dat de rechter terughoudend dient te zijn met toewijzing van een verzoek tot uitsluiting. Een laatste waarschuwing is niet, ook niet in beginsel, vereist.

 

Waarom is deze uitspraak je bijgebleven?

Dit is het eerste en tot nu toe enige arrest van de Hoge Raad over art. 13 lid 1 WOR. Het ging om een bijzondere client, die zich onhandig had uitgedrukt, maar het OR-werk met veel passie en toewijding deed.

Lees hier de volledige uitspraak.

Uitspraak 2020

OR Abeos

Advocaat
Jasper de Waard
Datum
28/10/2020
Uitspraak

Waarom is deze uitspraak zo interessant?

int(57)
Sluiten

OR Abeos

De coöperatie Abeos besloot zijn activiteiten af te splitsen in een agrarisch deel (AAH) en een uitzendbedrijf (AUH). De back-office activiteiten van beide bedrijfsonderdelen werden ondergebracht bij AUH, die op basis van een zgn. service level agreement (SLA) de diensten zou gaan leveren aan AAH. Deze SLA was ten tijde van de afsplitsing nog niet gereed, zodat de OR van de coöperatie hierover nog niet kon adviseren. De (nieuwe) OR van AAH wil op een gegeven moment de SLA ontvangen in de vorm van een adviesaanvraag, maar kreeg telkenmale ontwijkende antwoorden. Uiteindelijk ontving de OR het concept, met daarbij de (definitieve) mededeling dat de ondernemer geen adviesaanvraag zou toesturen en dat de ondernemer de discussie hiermee als beëindigt beschouwde. Tegen deze mededeling gaat de OR in beroep bij de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer oordeelde dat de ondernemer niet in redelijkheid het besluit had kunnen nemen.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

Waarom is deze uitspraak zo interessant?

  1. De Ondernemingskamer heeft uitgemaakt dat een OR óók in beroep kan tegen de mededeling namens de ondernemer dat er definitief geen advies zal worden gevraagd over een adviesplichtig onderwerp in de zin van art. 25 lid 1 WOR. Hiermee heeft de Ondernemingskamer een nieuw element toegevoegd aan de zgn. ‘Linge-leer’ (een uitspraak uit 1980!).
  2. De Ondernemingskamer heeft zich ook gebogen over de vraag of het uitbesteden van alle backoffice-activiteiten een adviesplichtig besluit is in de zin van art. 25 lid 1 WOR. Het oordeel luidt dat dit in deze zaak het geval is. Het betrof namelijk een wezenlijk element van de voorafgaande herstructurering.
  3. De Ondernemingskamer bevestigt nog eens zijn vaste rechtspraak dat het een ondernemer vrijstaat om een gefaseerd besluitvormingsproces in te richten, maar dat fasering niet af mag doen aan de effectiviteit van de medezeggenschap (OK 17 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1451 (inzake de OR PZH, destijds bijgestaan door collega Lars van Westerlaak)).
  4. Interessant is ook nog het volgende aspect. De vorige ondernemer had uitlatingen gedaan over het verloop van het medezeggenschapstraject aan de toenmalige ondernemingsraad. De Ondernemingskamer oordeelt dat de huidige ondernemer gebonden is aan de uitlatingen van de vorige ondernemer. De huidige ondernemingsraad zich kan beroepen op de wijze waarop de vorige ondernemingsraad die uitlatingen redelijkerwijs mocht begrijpen.
  5. Tot slot gaat de Ondernemingskamer nog in op het verschil tussen een ‘vol’ adviesrecht in de zin van art. 25 lid 1 WOR en een ‘uitvoeringsadvies’ in de zin van art. 25 lid 5 WOR. Van belang hierbij is dat naar het oordeel van de Ondernemingskamer er onvoldoende medezeggenschap is geweest ten aanzien van de keuzes die ten grondslag hebben gelegen aan de concept-overeenkomst (eentje op hoofdlijnen), maar ook ten aanzien van de inhoud van de overeenkomst zelf.

Kortom, een mooie, relevante uitspraak voor de medezeggenschapspraktijk en de betrokken OR in het bijzonder!

Lees hier de volledige uitspraak.

Publicatie 2020

L.C.J. Sprengers, 25 jaar rechtspraak over het primaat van de politiek in de WOR, reeks Vereniging voor Arbeidsrecht nr. 48, Boomjuridisch Den Haag, 2020

Loe voerde voor de Vereniging van Arbeidsrecht de redactie over een boek over het primaat van de politiek, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen over dit onderwerp.

Publicatie 2020

P.Burger, T.Jaspers, L.C.J. Sprengers en R. v.d. Stege, Stakingsjurisprudentie na Enerco/Amsta: oude wijn in nieuwe zakken? TRA 2020/70, nummer 10 TRA 2020, p. 3 t/m 9.

In een gezamenlijk stuk schreven Pauline, Rudi en Loe samen met hoogleraar Teun Jaspers over het stakingsrecht. In 2014 en 2015 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen op het terrein van het stakingsrecht, waarvan de eerste indruk was dat deze zouden leiden tot een verruiming van het stakingsrecht. Aan de hand van de rechtspraak na 2015 wordt in dit artikel onderzocht wat het effect van deze HR-jurisprudentie is geweest op de stakingsrechtspraak sindsdien.

Lees hier het hele artikel

Publicatie 2022

L.C.J. Sprengers, Hoofdstuk 13: De enquêtebevoegdheid van de werknemersvereniging en ondernemingsraad, opgenomen in : C.D.J. Bulten, M.P. Nieuwe Weme, G.P. Oosterhoff en P.H.M. Broere (red.), Handboek Enquêterecht (Serie Van der Heijden Instituut nr. 175), Deventer: Wolters Kluwer 2022 p. 313-337. ISBN 978 90 13 167290, NUR 827-715

Loe schreef een hoofdstuk over de rol van de vakbonden en ondernemingsraad in enquêteprocedures in het meer dan vuistdikke handboek over het enquêterecht

Uitspraak 2023

Geen ontbinding van de Centrale Cliëntenraad van een zorgaanbieder

Advocaat
Suzanne Broens
Datum
18/04/2023
Uitspraak

In deze zaak was het grootste conflict dat de zorgaanbieder niet dan wel te laat instemmings- en adviesaanvragen indiende.

int(61)
Sluiten

Geen ontbinding van de Centrale Cliëntenraad van een zorgaanbieder

In deze zaak verzocht een zorgaanbieder de Ondernemingskamer haar alsnog toe te staan de Centrale Cliëntenraad (CCR) te ontbinden, en/of de huidige leden van de CCR te ontheffen van hun taak.

De zorgaanbieder voerde aan dat de onderlinge  verhouding was verstoord en dat de CCR niet de belangen van de cliënten behartigde.  Ontbinding van de volledige CCR was de enige oplossing want  ‘nieuw bloed’  kon de bestaande problemen niet oplossen. 

De Ondernemingskamer oordeelde dat de wetgever heeft bepaald dat ontbinding van de cliëntenraad een zeer zwaar middel is waarbij  steeds in het oog gehouden dient te worden dat de enige grond voor ontbinding van de cliëntenraad is dat er sprake is van structureel tekortschieten in de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de cliënten. Als kern hiervoor dient te worden aangehouden dat het cliëntenbelang eerder lijdt onder de medezeggenschap, dan dat het cliëntenbelang ermee gediend is.

De Ondernemingskamer oordeelde dat die hoge drempel voor ontbinding van de Centrale Cliëntenraad niet werd gehaald. De Ondernemingskamer oordeelde dat, hoewel duidelijk is dat de verstoorde verhoudingen een negatieve invloed op de uitoefening van de medezeggenschap hebben, daarmee niet kan worden geconcludeerd dat de Centrale Cliëntenraad structureel tekortschiet in de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de cliënten. De Ondernemingskamer oordeelde daarnaast dat de CCR constructief heeft gereageerd op het merendeel van de instemmings- en adviesaanvragen. Van structureel tekortschieten is daarom geen sprake.

Daarnaast is dat de zorgaanbieder zelf debet geweest aan het feit dat de standpunten verhardden en partijen opnieuw in een impasse geraakten. Door het ontbindingsverzoek in te dienen heeft de zorgaanbieder escalerend gewerkt. De Ondernemingskamer overwoog ten overvloede dat beide partijen zich onvoldoende professioneel en oplossingsgericht hebben betoond. De Ondernemingskamer rekende dat beide partijen aan.

Waarom is deze uitspraak je bijgebleven?

In deze zaak was het grootste conflict dat de zorgaanbieder niet dan wel te laat instemmings- en adviesaanvragen indiende. De CCR voelde zich niet serieus genomen en verzocht keer op keer om instemming dan wel advies. Vervolgens kwam het verwijt van de zorgaanbieder dat de CCR zich te formeel opstelde en dat hierdoor de relatie verstoord raakte.

De Landelijke Commissie Vertrouwenslieden (LCvV) had in eerste instantie geoordeeld dat de zorgaanbieder hiermee zelf ‘schuld’’ had aan  de verstoorde relatie.

De Ondernemingskamer neemt dit oordeel van de LCvV niet over. Daarmee lijkt de Ondernemingskamer een andere norm te hanteren voor een cliëntenraad dan voor een OR. Vaste jurisprudentie voor OR’en is dat de ondernemer verantwoordelijk is voor het goede en adequate verloop van de medezeggenschap. Ook als de verhoudingen niet goed zijn, is het de eerste plaats de ondernemer die verantwoordelijk is.  Namens de CCR heb ik de Ondernemingskamer verzocht om deze zelfde norm te hanteren voor cliëntenraden.  De Ondernemingskamer is hier niet in mee gegaan. Dit verhoudt zich naar mijn mening niet met het wettelijk uitgangspunt dat de cliëntenraad in staat moet worden gesteld om kritische tegenspraak te kunnen bieden en ook hierin gefaciliteerd en beschermd moet worden. Dus ondanks het oordeel van de Ondernemingskamer dat de CCR niet ontbonden mocht worden was mijn afdronk van deze zaak niet dat het recht optimaal gezegevierd heeft.

Lees hier de volledige uitspraak.

Uitspraak 2023

Sociale Werkplaats valt niet onder het Pensioenfonds voor Personeelsdiensten

Advocaat
Pauline Burger
Datum
02/05/2023
Uitspraak

In deze zaak is geoordeeld dat een zuivere personeelsvennootschap buiten de reikwijdte van de uitzendovereenkomst en daarmee van de definitie van de uitzendonderneming valt.

int(62)
Sluiten

Sociale Werkplaats valt niet onder het Pensioenfonds voor Personeelsdiensten

Het gaat in deze zaak om de vraag of Zuidhoek-Flex B.V. in de periode 2013 tot 2021 onder de werkingssfeer van de Verplichtstellingsbesluiten van Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (hierna: StiPP) valt. STiPP vindt dat dat het geval is, maar de dochteronderneming van een gemeente denkt daar anders over.

Bij de dochteronderneming zijn medewerkers in dienst die onder de reikwijdte van de Participatiewet vallen. De medewerkers worden allemaal tewerkgesteld bij het SW-bedrijf van de Gemeente. Het betreft medewerkers met ernstige structurele beperkingen (maar zonder SW-indicatie) aan wie werkzaamheden in beschermd verband worden aangeboden, en die onder toezicht en leiding van de Gemeente werken. 

Het hof oordeelt dat de werkgever heeft voldaan aan haar verzwaarde motiveringsplicht. StiPP heeft daartegenover haar stelling dat de activiteiten van de werkgever meeromvattend zijn dan het tewerkstellen van medewerkers bij de gemeente onvoldoende onderbouwd. De werkgever is een (personeels)vennootschap in de zin van artikelen 2:24a en 2:24b BW. De tewerkstelling van medewerkers van werkgever moet dan ook gezien worden als intraconcern-terbeschikkingstelling.

Waarom is deze zaak je bij gebleven?

In deze zaak is geoordeeld dat een zuivere personeelsvennootschap buiten de reikwijdte van de uitzendovereenkomst en daarmee van de definitie van de uitzendonderneming valt. 

Een dochteronderneming van een Gemeente is dus hier geen uitzendonderneming en valt niet onder werkingssfeer van Verplichtstellingsbesluit StiPP.

Lees hier de gehele uitspraak.

Uitspraak 2023

Stimuleren is ook procederen

Advocaat
Dennis Schwartz en Jasper de Waard
Datum
30/05/2023
Uitspraak

De kantonrechter overweegt dat ‘bevorderen’ in art. 28 WOR ruimer is dan door sommigen betoogd. Uit art. 28 WOR volgt volgens de kantonrechter ook de bevoegdheid voor de ondernemingsraad om te procederen ten aanzien van de in art. 28 WOR genoemde onderwerpen.

int(63)
Sluiten

Stimuleren is ook procederen

Tussen de OR en Rijkswaterstaat bestond een verschil van mening over uitleg van de Leidraad Roosterdiensten. De Leidraad wat tot stand gekomen met instemming van de GOR, de OR had daarbij in principe geen rol. De OR had zijn vordering gebaseerd op de stimuleringsbevoegdheid van art. 28 WOR en Rijkswaterstaat betoogde dat uit dat artikel geen procesbevoegdheid volgt en de OR daarom niet ontvankelijk was. Met enkele uitgebreide overwegingen achtte de kantonrechter de OR weldegelijk ontvankelijk op grond van art. 28 WOR.

Waarom is deze uitspraak van belang voor de rechtsontwikkeling?

De kantonrechter overweegt dat ‘bevorderen’ in art. 28 WOR ruimer is dan door sommigen betoogd. Uit art. 28 WOR volgt volgens de kantonrechter ook de bevoegdheid voor de ondernemingsraad om te procederen ten aanzien van de in art. 28 WOR genoemde onderwerpen. Dat de Leidraad met instemming van de GOR tot stand is gekomen doet daar niet aan af, omdat het in art. 28 WOR gaat om ‘in de onderneming geldende voorschriften’ en de Leidraad is van toepassing in de onderneming waarvoor de ondernemingsraad is ingesteld.

Lees hier de volledige uitspraak.

Publicatie 2023

A.A.W.Terpstra en L.C.J. Sprengers, De ondernemingsraad en het adviesrecht over milieumaatregelen: het terra incognita van de WOR, Arbeidsrecht 2023/10

Sinds 1998 is in artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) opgenomen dat voorgenomen besluiten over belangrijke milieumaatregelen, aan de ondernemingsraad ter advies moeten worden voorgelegd. In de praktijk lijkt dit adviesrecht nauwelijks invulling te krijgen. Annette Terpstra en Loe Sprengers onderzochten hoe dan beter kan.

Lees hier het hele artikel

Publicatie 2023

D. Schwartz ‘De nieuwe Corporate Governance code en de rol voor medezeggenschap: nog een wereld te winnen’, Tijdschrift Arbeidsrecht in Context (TAC), 2023/3.

Dennis Schwartz schreef een artikel over de rol van de ondernemingsraad bij de nieuwe Corporate Governance Code en roept op om de OR ook bij strategische beslissingen als gelijkwaardige partner te betrekken.

Lees hier het hele artikel

Publicatie 2024

L.J.M van Westerlaak & D. Schwartz ‘De rol van de ondernemingsraad – Wet toekomst pensioenen’, ArbeidsRecht, 2024/1

Lars van Westerlaak en Dennis Schwartz schreven een artikel over de rol van de ondernemingsraad bij de invoering van de Wet toekomst pensioenen, waarin zij benadrukken de ondernemingsraad vroegtijdig te betrekken om problemen bij de invoering te voorkomen.

Lees hier het hele artikel

Publicatie 2024

L.C.J. Sprengers, De ondernemingsraad, Deventer: Kluwer 2024, met bijdragen van onder meer: S. Broens, D. Schwartz en L.C.J. Sprengers

Loe Sprengers voerde de redactie van een nieuw handboek over medezeggenschapsrecht. Collega Suzanne Broens schreef het hoofdstuk over het primaat van de politiek en Dennis Schwartz onder meer over het lid van de ondernemingsraad.

Publicatie 2024

D. Schwartz, ‘Medezeggenschap bij grensoverschrijdende fusie, splitsing, omzetting en zelfverplaatsing’, in: Koster, de Groot & Vink-Dijkstra, Medezeggenschap in breed perspectief’, Den Haag: Boom Juridisch 2024

Dennis Schwartz schreef een bijdrage in een boek over medezeggenschap in breed perspectief. Zijn bijdrage zal op de medezeggenschap bij het complexe leerstuk van onder meer grensoverschrijdende fusies.