HomeActueelPublicatiesHet arbeidsrecht volgens de rechtse meerderheid

Het arbeidsrecht volgens de rechtse meerderheid

Na de verkiezingen van 22 november beginnen langzamerhand de eerste contouren de ontstaan voor een mogelijke coalitie. Inmiddels zijn de PVV, VVD, NSC en BBB in gesprek om te onderzoeken of door deze groep partijen een nieuwe regering kan worden gevormd. Hoewel het nog niet zeker is dat dit zal gebeuren en op welke manier deze samenwerking wordt vormgegeven, lijkt het aan de hand van de verkiezingsuitslag waarschijnlijk dat een coalitie uit deze vier rechtse partijen zal moeten ontstaan. In deze update wordt alvast vooruit geblikt op de arbeidsrechtelijke gevolgen van een dergelijke coalitie, aan de hand van de plannen die in de verkiezingsprogramma’s van deze vier partijen staan.

De zzp’er
Een punt dat in alle verkiezingsprogramma’s in meerdere of mindere mate terugkomt is de flexibele arbeidsmarkt. De PVV wil op dit punt geen onnodige extra regels en verplichtingen voor zzp’ers. Zij moeten zich betaalbaar vrijwillig kunnen verzekeren voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Ook de BBB en de VVD willen dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers van Nederland beschikbaar is. In tegenstelling tot de PVV wil de BBB echter ook de regelgeving omtrent ZZP’ers aanpassen, waarbij wordt verwezen naar het SER-advies over de toekomst van de arbeidsmarkt. Zowel de BBB als NSC willen de verschillen in (fiscale en sociale) regelgeving voor zzp’ers en werknemers verkleinen. De VVD wil het probleem van schijnzelfstandigheid tegengaan door de regels te verduidelijken, waarbij evidente zzp’ers buiten schot blijven. Hoewel de vier partijen de zzp’er in hun verkiezingsprogramma’s niet volledig zijn vergeten blijven de oplossingen weinig concreet. Opvallend is met name dat de PVV als enige geen beleid wil voeren op het gebied van schijnzelfstandigheid.

Pensioen
Op 1 juli 2023 is de Wet Toekomst Pensioenen, waarmee het pensioenstelsel van Nederland ingrijpend is gewijzigd, in werking getreden. Toch passeert het onderwerp pensioen in meerdere partijprogramma’s de revue. Op grond van de nieuwe wet kunnen de huidige pensioenen van deelnemers worden ingebracht in het nieuwe stelsel, ook wel invaren genoemd, zonder dat een individuele deelnemer daar bezwaar tegen kan maken. De VVD wil op het gebied van pensioen “keuzevrijheid waar het mogelijk is”, maar lijkt daarbij niet alsnog aan deelnemers te mogelijkheid te willen geven het invaren tegen te houden. In een mogelijke coalitie zou de VVD daar alleen staan. NSC wil deelnemers instemmingsrecht en keuzemogelijkheden geven bij het omzetten van de bestaande pensioenopbouw. BBB en de PVV spreken beide expliciet van het terugdraaien van de Wet Toekomst Pensioenen. Hoe de financiële gevolgen van deze keuzemogelijkheid moeten worden opgevangen, wordt in de verkiezingsprogramma’s niet duidelijk.

Arbeidsmigratie
Het thema migratie kan tijdens de verkiezingen niemand zijn ontgaan. Ook tijdens de onderhandelingen zal dit waarschijnlijk een van de belangrijkste onderwerpen zijn. Voor het arbeidsrecht is met name de arbeidsmigratie relevant. De PVV stelt als doel het fors beperken van (onder andere) arbeidsmigranten. Concreet wordt voorgesteld om ook voor arbeidsmigranten van binnen de EU de tewerkstellingsvergunning weer in te voeren. Bij BBB wordt dit iets minder streng geformuleerd door aan arbeidsmigratie twee voorwaarden te stelen: de werknemer moet een meerwaarde hebben voor de Nederlandse economie en er moet voldoende huisvesting zijn. In het programma van NSC wordt binnen de grenzen van de wet onderzocht hoe de arbeidsmigratie kan worden beperkt. Concreet zou met name de uitzendsector beter moeten worden gereguleerd en worden fiscale voordelen voor expats ingeperkt. De VVD wil dat het nieuwe kabinet zich richt op het stellen van strengere eisen, het aanpakken van misstanden – met name in de uitzendbranche- en het stimuleren van de terugkeer van arbeidsmigranten. Dit laatste kan volgens de VVD bijvoorbeeld worden bereikt door ze buiten het reguliere stelsel van sociale zekerheid te plaatsen, maar voor hen een apart systeem te creëren wat kan worden meegenomen naar het land van herkomst. Dat een coalitie van deze partijen zich onder andere gaat richten op arbeidsmigratie lijkt duidelijk, al verschillen de partijen sterk van mening over hoe dat zou moeten. Zo verwijst NSC expliciet naar het vrije verkeer van personen waar Nederland zich op grond van EU-wetgeving aan heeft te houden, terwijl het voorstel van de PVV daar haaks op staat.

Overige punten
Naast de algemene thema’s hebben de verschillende partijen nog een aantal andere punten op het gebied van de arbeidsmarkt. Zo lijkt de PVV, met de stelling “Geen EU-bemoeienis met Nederlandse sociale zekerheid en arbeidsmarkt”, voor te sorteren op het verlaten van de Europese Unie. De BBB wil een systeem van kinderopvang met een beperkte eigen bijdrage voor iedereen die in Nederland werkzaam is. Volgens de VVD moeten er meer mogelijkheden komen om werknemers mee te laten delen in de winst van de onderneming waar zij werkzaam zijn. NSC wil de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte terugdringen naar één jaar. De VVD wil ook versoepeling van deze regels, maar alleen voor kleine werknemers. De VVD, BBB en PVV spreken in hun verkiezingsprogramma’s de wens uit het minimumloon te verhogen, waar NSC spreekt over het ‘herijken’ van het minimumloon. Aan een concreet getal wagen geen van deze partijen zich. Al met al blijft het daarom in grote mate onzeker hoe de specifieke uitwerking van de arbeidsmarktparagraaf van een mogelijk regeringsakkoord van een door deze partijen te vormen regering eruit zal zien.

Deel dit artikel

Besproken rechtsgebieden

Lees meer over de auteurs

Hebt u een vraag?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter, zodat we u kunnen bellen.

Laat ons u bellen