HomeActueelPublicatiesHoge Raad: aangaan raamcontracten met uitzendbureaus is adviesplichtig

Hoge Raad: aangaan raamcontracten met uitzendbureaus is adviesplichtig

Hoge Raad oordeelt dat ondernemingsraad adviesrecht ten aanzien van raamovereenkomsten met uitzendbureaus

Er moet advies aan de ondernemingsraad worden gevraagd bij het aangaan of verlengen van raamovereenkomsten met uitzendbureaus, ook als het gaat om een voor de onderneming gebruikelijke groepsgewijze aantrekking van arbeidskrachten.

Feiten
AH E-Commerce is een onderdeel van AH Online. AH E-Commerce exploiteert een online supermarkt. Er zijn nu 9.500 mensen werkzaam bij AH E-Commerce en ongeveer 90% daarvan zijn uitzendkrachten. Het is sinds 2010 gebruikelijk dat de uitzendkrachten worden ingehuurd via uitzendbureaus die – na het doorlopen van een tenderprocedure – een raamovereenkomst sluiten met AH Online, telkens voor de duur van twee jaren. Op 22 april 2022 heeft de director fulfilment de voorzitter van de Ondernemingsraad mondeling geïnformeerd over de afronding van een tenderprocedure en het voornemen van AH Online om raamovereenkomsten aan te gaan met geselecteerde uitzendbureaus. Hierbij heeft de director fulfilment te kennen gegeven dat er volgens hem geen sprake is van een adviesplichtig besluit. De Ondernemingsraad heeft op 29 april 2022 in een memorandum aan de bestuurder van AH Online geïnformeerd naar de stand van zaken ten aanzien van de besluitvorming over het aangaan van raamovereenkomsten met uitzendbureaus en de bestuurder aangeschreven hierbij betrokken te willen worden. De Ondernemingsraad heeft erop gewezen dat hem advies gevraagd moet worden omdat er sprake is van een adviesplichtig besluit tot het groepsgewijs inlenen van arbeidskrachten als bedoeld in art. 25 lid 1 aanhef en onder g WOR. Naar aanleiding van de doorlopen tenderprocedure heeft AH Online opnieuw met 4 uitzendbureaus een raamovereenkomst gesloten, waarvan 3 uitzendbureaus al eerder een raamovereenkomst hadden met AH Online. Tegen dit besluit gaat de OR in beroep bij de Ondernemingskamer.

Ondernemingskamer
Artikel 25 lid 1 aanhef en onder g WOR bepaalt dat de ondernemingsraad door de ondernemer in de gelegenheid moet worden gesteld om advies uit te brengen over elk door hem voorgenomen besluit tot het groepsgewijze werven of inlenen van arbeidskrachten. Uit de Memorie van toelichting (Kamerstukken II 1975-1976, 13 954, nr. 3, p.38) vloeit voort dat voor de toepasselijkheid van het advies er sprake moet zijn van een afwijking van het gebruikelijke aantrekkingsbeleid, dus een voor de onderneming ongewone groepsgewijze aantrekking van werknemers. De Ondernemingskamer concludeerde dat er in dit geval geen sprake was van een afwijking van het gebruikelijke aantrekkingsbeleid, omdat er al sinds 2008 op dezelfde wijze uitzendkrachten worden geworven. Er was slecht sprake van meer van hetzelfde, waardoor de ondernemingsraad geen adviesrecht zou hebben.

Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt echter dat de Ondernemingskamer miskend heeft dat de ondernemingsraad een adviesrecht toekomt ten aanzien van elk voorgenomen besluit tot het groepsgewijze inlenen van arbeidskrachten. Noch de tekst van de bepaling, noch de wetsgeschiedenis, biedt steun voor de door de rechtsopvatting van de Ondernemingskamer dat het voor de toepasselijkheid van het adviesrecht moet gaan om een afwijking van het gebruikelijke aantrekkingsbeleid, dus een voor de onderneming ongewone groepsgewijze aantrekking van werknemers. Vaststaat dat het besluit van AH Online tot het aangaan van een nieuwe raamovereenkomst met uitzendbureaus strekt tot het groepsgewijze inlenen van arbeidskrachten. Dat betekent dat AH Online de ondernemingsraad in de gelegenheid moet stellen om advies uit te brengen. Nu AH Online dit heeft nagelaten, is het besluit kennelijk onredelijk.

Conclusie
Voor de vraag of het aangaan van een raamovereenkomst met uitzendbureaus adviesplichtig is, is dus niet relevant of die raamovereenkomsten belangrijk zijn of anders zijn dan gebruikelijk. De ondernemingsraad heeft een adviesrecht op elk voorgenomen besluit tot het inlenen van uitzendkrachten. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit ook geldt voor het aangaan van overeenkomst op basis waarvan die uitzendkrachten worden ingehuurd (de raamovereenkomsten). Dat geeft de ondernemingsraad een belangrijke positie bij het bepalen van de voorwaarden waaronder de uitzendkrachten worden ingeleend. Bijvoorbeeld welke arbeidsvoorwaarden zij krijgen.

Uitspraak

Deel dit artikel

Besproken rechtsgebieden

Lees meer over de auteurs

Hebt u een vraag?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter, zodat we u kunnen bellen.

Laat ons u bellen