| samen sterk in arbeidsrecht

© 2018 Sprengers Advocaten
Maatwerk software door Way2Web

Enquêterecht machtig middel voor OR

Het recht van enquête houdt, kort samengevat, in dat bijvoorbeeld aandeelhouders of vakbonden de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam kunnen vragen een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken binnen de onderneming, als er reden is om te twijfelen aan de juistheid daarvan. De ondernemingsraad heeft het recht van enquête niet, behalve als dit in de statuten van de rechtspersoon is vastgelegd of is afgesproken met de ondernemer.

Als sprake is van een enquêteverzoek kan de Ondernemingskamer ‘noodmaatregelen’ treffen in afwachting van de conclusies van het onderzoek. Te denken valt aan het schorsen of vernietigen van eerder genomen
besluiten of het schorsen of ontslaan van bestuurders of leden van het toezichthoudende orgaan. Onder meer deze noodmaatregelen maken het enquêterecht tot een sterk wapen. Als het onderzoek leidt tot de conclusie dat er sprake was van een onjuist beleid, kan de Ondernemingskamer definitieve maatregelen treffen.

Er gaan veel stemmen op om de ondernemingsraad het recht van enquête toe te kennen. De bevoegdheden die de OR heeft op grond van het adviesrecht hebben altijd betrekking op een bepaald voorgenomen besluit. Het aan die besluiten ten grondslag liggende beleid of de hiermee in verband staan beleidswijzigingen zullen bij de behandeling van de adviesaanvragen soms aan de orde komen, maar niet als zodanig ter advies voorliggen. Als een aantal besluiten, al dan niet achter elkaar genomen, ernstige twijfels oproept bij de ondernemingsraad of het gevoerde beleid wel in het belang is van de onderneming, zal het vaak zo zijn dat de OR onvoldoende bevoegdheden heeft om dit beleid aan de kaak te stellen. Ook als er geen besluitvorming plaatsvindt terwijl de positie van de onderneming dit wel vergt, staat de ondernemingsraad op basis van de WOR met lege handen. Het enquêterecht biedt mogelijkheden om een dergelijk beleid wel aan de orde te stellen.

Misbruik

Het kabinet is niet van plan om het enquêterecht toe te kennen aan ondernemingsraden. Dat heeft vooral te maken met het ontbreken van de mogelijkheid tot veroordeling van een ondernemingsraad tot een schadevergoeding of een kostenveroordeling. Hiervan kan sprake zijn als een partij misbruik maakt van her enquêterecht. Dit geldt ook voor de veroordeling in de kosten van het onderzoek. Daarmee komt naar de mening van het kabinet ‘de belangrijkste waarborg tegen lichtvaardig gebruik van het enquêterecht’ te vervallen.

De argumentatie dat van het enquêterecht voor ondernemingsraden wordt afgezien vanwege het ontbreken van een waarborg tegen Iichtvaardig gebruik overtuigt niet.

In het kabinetsstandpunt over de Medezeggenschap 2009 van eind 2009 staat te lezen dat het kabinet van mening is dat de medezeggenschap volwassen is ‘en de mensen die hun tijd geven aan de medezeggenschap als or-lid of ondersteunend bij de medezeggenschap zijn betrokken een grote verantwoordelijkheidszin hebben’. Gezien die opvatting van het kabinet, is het de vraag of de vrees voor lichtvaardig gebruik van het enquêterecht door een OR daarmee niet enigszins in tegenspraak is. Als je je realiseert wat het nu al betekent voor een ondernemingsraad om een procedure op grond van de WOR tegen de ondernemer te starten en ziet in welke mate van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, hoeft er geen vrees voor lichtvaardig gebruik te zijn. Or’ren maken zeer spaarzaam gebruik van de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen besluiten van de ondernemer. Dat zal, als het enquêterecht aan de ondernemingsraad zal worden toegekend, vermoedelijk niet anders zijn. Ze zullen niet over een nacht ijs gaan bij de gebruikmaking van het enquêterecht, omdat ze zich over het algemeen goed bewust zijn van het feit dat zij verder moeten met de ondernemer.

Andere organen

Het door het kabinet gebruikte argument is ook in strijd met andere wetgeving waarin aan andere medezeggenschapsorganen wel een enquêtebevoegdheid wordt toegekend, zoals cliëntenraden of het verantwoordingsorgaan bij pensioenfondsen. Bij de toekenning van de enquêtebevoegdheid aan deze organen, die ook geen rechtspersoonlijkheid hebben en die ook geen vermogen hebben dat kan worden aangesproken, speelde het argument van ‘lichtvaardig gebruik’ vreemd genoeg in het geheel niet.

Als er toch behoefte is aan een sanctie om lichtvaardig gebruik tegen te gaan, kan gedacht worden aan een sanctiebepaling in de WOR. In geval van misbuik van enquêtebevoegdheid door de ondernemingsraad zou de mogelijkheid geschapen kunnen worden dat de ondernemer een procedure kan instellen om de OR te laten ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te roepen. Een adequate waarborg.

Meerwaarde?

De vraag is of het toekennen van enquêtebevoegdheid aan een ondernemingsraad meerwaarde kan hebben. Het zal vermoedelijk niet tot gevolg hebben dat er veel verzoeken door ondernemingsraden aanhangig gemaakt zullen worden. Het gegeven dat wanbeleid binnen de in Nederland opererende ondernemingen geen regel, maar uitzondering is, zal hiervan de belangrijkste reden zijn. Juist in die uitzonderingsgevallen kan het toekennen van deze bevoegdheid inderdaad een meerwaarde hebben.

De afgelopen jaren heeft de Ondernemingskamer een aantal door ondernemingsraden en PVT’S ingestelde verzoeken tot het treffen van maatregelen in het kader van het enquêterecht toegewezen. Dit toont aan dat een enquêtebevoegdheid van een OR een meerwaarde kan hebben. Het waren allemaal situaties waarin de directie of het bestuur van de rechtspersoon bij overeenkomst de enquêtebevoegdheid aan het medezeggenschapsorgaan toekende vanwege conflicten tussen de directie en het toezichthoudende orgaan of aandeelhouder. Zou het ook niet zinvol zijn om deze bevoegdheid in de wet op te nemen als de OR zelf vindt dat een enquêteverzoek of voorzieningen nodig zijn gezien de toestand van de onderneming?

Het toekennen van het recht van enquête aan ondernemingsraden is gewenst. Het middel van enquête past bij de volwassen ondernemingsraad die met behulp van dit recht in voorkomende gevallen het gevoerde beleid ter discussie zal kunnen stellen. Lichtvaardig gebruik van dit middel valt niet te verwachten.

De enige manier voor de OR om bij wanbeleid flink aan de bel te hangen, is nu het opzeggen van vertrouwen en de publiciteit die daaruit voortvloeit. Zie voor voorbeelden op Ornet, met het trefwoord ‘eigen haard’.

Datum
30 april 2010

Rechtsgebied
Medezeggenschapsrecht

Geplaatst in
www.ornet.nl april 2010, 4, p. 30-31

Nieuwsbrief

Meer informatie